Op kerstavond 1968 werd deze foto genomen, getiteld 'Earthrise'. Voor het eerst keek de mens naar de aarde vanop afstand. Dat beeld ­- en niet veel later ook de maanlanding - zorgde voor een groot toekomstoptimisme. Als dit mogelijk is, wat zullen we dan in de nabije toekomst nog allemaal kunnen? 50 jaar na de eerste stappen op de maan, is het een goed moment om ons te bezinnen over dat toekomstoptimisme.

Voorbij het optimisme

Na de succesvolle Apollo-missies voorspelde raketingenieur Werner von Braun dat we in de jaren 1980 op Mars zouden staan, iets wat tot op vandaag nog altijd niet is gebeurd. Gecontroleerde energie-opwekking uit thermonucleaire fusie was toen de energiebron van over 50 jaar, en vandaag is het dat nog. Sommige voorspellingen zijn dan weer wel uitgekomen, maar we hebben er niet altijd mee gedaan wat we moesten doen.

Het Charney-rapport van 1979, opgesteld op vraag van de toenmalige Amerikaanse president Jimmy Carter, voorspelde toen al op grond van relatief eenvoudige modellen, dat de uitstoot van koolstofdioxide de Aarde zou opwarmen, en vooral op grote geografische breedtes. Het stelde ook dat, door de terugkoppeling met de oceanen, de effecten pas decennia later aanzienlijk zouden zijn, hetgeen zich nu inderdaad voordoet. En pas nu worden we enigszins wakker.

Onze biosfeer verdient het om gekoesterd te worden.

Dankzij de ruimtevaart is er natuurlijk wel enorme vooruitgang geboekt op het gebied van de verkenning van het heelal. Maar de meest ingrijpende ontdekkingen waren onverwacht, omdat het heelal nog steeds meer verbeelding heeft dan wij. Na al die jaren blijft de numero uno van alle adembenemende ruimtevaartfoto's: de 'Earthrise' zoals vanaf een baan rond de Maan waargenomen op Kerstmis 1968. De grootste ontdekking uit de ruimte blijkt de Aarde te zijn, astronauten geraken er niet op uitgekeken. Het heeft ons geholpen om te herkennen hoe fascinerend onze wereld is, en hoe kwetsbaar haar bewoners kunnen zijn.

Hoop op leven

De ontdekking van planetenstelsels bij andere sterren leidt velen vandaag tot de overtuiging dat we over 50 jaar met enige ironie terugkijken op degenen die dachten dat we met onze biosfeer een uitzondering zijn in het heelal. Elke kleine stap vooruit wordt aangegrepen om te suggereren dat we op het punt staan elders leven te ontdekken. Nochtans, de geschiedenis van het leven op onze aarde leest als een magische roman, die zelfs Garcia Marquez niet had kunnen bedenken. Natuurlijk moeten we die andere planeten en hun atmosferen bestuderen, het is één van de belangrijkste uitdagingen van de sterrenkunde. Soms vraagt men mij als wetenschapper: 'waar denkt u dat we over 50 jaar zullen staan?' Maar misschien zal de belangrijkste uitkomst zijn dat we een beter perspectief krijgen op het niet vanzelfsprekende wonder dat ons overkomen is.

Mijn hoop voor over 50 jaar is dat de nadruk daarop zal liggen, dat het wereldwijde besef zal gegroeid zijn hoezeer onze biosfeer het verdient om gekoesterd te worden. Maar dan moeten we er eerst voor zorgen dat we het tegen dan niet verknoeid hebben.

Christoffel Waelkens is professor sterrenkunde aan de KU Leuven.

Op kerstavond 1968 werd deze foto genomen, getiteld 'Earthrise'. Voor het eerst keek de mens naar de aarde vanop afstand. Dat beeld ­- en niet veel later ook de maanlanding - zorgde voor een groot toekomstoptimisme. Als dit mogelijk is, wat zullen we dan in de nabije toekomst nog allemaal kunnen? 50 jaar na de eerste stappen op de maan, is het een goed moment om ons te bezinnen over dat toekomstoptimisme.Na de succesvolle Apollo-missies voorspelde raketingenieur Werner von Braun dat we in de jaren 1980 op Mars zouden staan, iets wat tot op vandaag nog altijd niet is gebeurd. Gecontroleerde energie-opwekking uit thermonucleaire fusie was toen de energiebron van over 50 jaar, en vandaag is het dat nog. Sommige voorspellingen zijn dan weer wel uitgekomen, maar we hebben er niet altijd mee gedaan wat we moesten doen. Het Charney-rapport van 1979, opgesteld op vraag van de toenmalige Amerikaanse president Jimmy Carter, voorspelde toen al op grond van relatief eenvoudige modellen, dat de uitstoot van koolstofdioxide de Aarde zou opwarmen, en vooral op grote geografische breedtes. Het stelde ook dat, door de terugkoppeling met de oceanen, de effecten pas decennia later aanzienlijk zouden zijn, hetgeen zich nu inderdaad voordoet. En pas nu worden we enigszins wakker.Dankzij de ruimtevaart is er natuurlijk wel enorme vooruitgang geboekt op het gebied van de verkenning van het heelal. Maar de meest ingrijpende ontdekkingen waren onverwacht, omdat het heelal nog steeds meer verbeelding heeft dan wij. Na al die jaren blijft de numero uno van alle adembenemende ruimtevaartfoto's: de 'Earthrise' zoals vanaf een baan rond de Maan waargenomen op Kerstmis 1968. De grootste ontdekking uit de ruimte blijkt de Aarde te zijn, astronauten geraken er niet op uitgekeken. Het heeft ons geholpen om te herkennen hoe fascinerend onze wereld is, en hoe kwetsbaar haar bewoners kunnen zijn.De ontdekking van planetenstelsels bij andere sterren leidt velen vandaag tot de overtuiging dat we over 50 jaar met enige ironie terugkijken op degenen die dachten dat we met onze biosfeer een uitzondering zijn in het heelal. Elke kleine stap vooruit wordt aangegrepen om te suggereren dat we op het punt staan elders leven te ontdekken. Nochtans, de geschiedenis van het leven op onze aarde leest als een magische roman, die zelfs Garcia Marquez niet had kunnen bedenken. Natuurlijk moeten we die andere planeten en hun atmosferen bestuderen, het is één van de belangrijkste uitdagingen van de sterrenkunde. Soms vraagt men mij als wetenschapper: 'waar denkt u dat we over 50 jaar zullen staan?' Maar misschien zal de belangrijkste uitkomst zijn dat we een beter perspectief krijgen op het niet vanzelfsprekende wonder dat ons overkomen is. Mijn hoop voor over 50 jaar is dat de nadruk daarop zal liggen, dat het wereldwijde besef zal gegroeid zijn hoezeer onze biosfeer het verdient om gekoesterd te worden. Maar dan moeten we er eerst voor zorgen dat we het tegen dan niet verknoeid hebben.Christoffel Waelkens is professor sterrenkunde aan de KU Leuven.