Nee, de vrije wil bestaat niet, aldus neurobioloog Robert Sapolsky, en daar mogen we blij om zijn. Hem dood verklaren is immers een daad van sociale rechtvaardigheid.
Laten we maar meteen met het ontluisterende nieuws beginnen. Als u denkt dat u dit artikel bent beginnen te lezen uit vrije wil, omdat u uitsluitsel wilde over de vraag of wij mensen autonoom handelende wezens zijn, houdt u uzelf voor het lapje. U hebt misschien wel het gevoel dat u had kunnen doorbladeren of deze Knack had kunnen dichtslaan om vervolgens een tukje te doen, maar dat is niet zo. U werd immers gestuurd door de miljarden kleine zaken die u gemaakt hebben tot wie u bent. Er was geen ontsnappen aan. U móést dit lezen.
Dat is althans wat de aan Stanford University docerende neurobioloog en primatoloog Robert Sapolsky beweert in zijn imposante boek Determined. Leven zonder vrije wil, waarin hij niet alleen heel wat bewijsmateriaal aandraagt voor zijn stelling, maar ook toont welke gevolgen die heeft voor ons dagelijks leven.
‘Vrije wil kun je op twee manieren definiëren’, zegt hij met fonkeloogjes die amper waar te nemen zijn tussen zijn wilde baard en uitbundige haardos wanneer we hem via videocall spreken. ‘De eerste is neurobiologisch en luidt dat je over een vrije wil beschikt wanneer een neuron, een aantal neuronen of zelfs een heel deel van het brein iets doet wat volkomen los staat van zijn verleden. Omdat je dat niet experimenteel kunt testen heb je er niets aan.
‘Vandaar dat er ook een andere definitie is. Stel dat ik je laat kiezen tussen koffie en thee. Dan denk je dat je keuze volstrekt vrij is. Je bent je bewust van het maken van die keuze en je weet dat je net zo goed het een als het ander zou kunnen kiezen. Dat is wat vrije wil voor de meeste mensen betekent. Alleen is dat klinkklare onzin omdat we bij het maken van die keuze de belangrijkste vraag negeren: hoe ben je de persoon geworden die voor koffie of thee kiest?
‘Wanneer je alle factoren in rekening brengt, merk je dat het allemaal neerkomt op onze biologie waar we geen invloed op hebben die interageert met onze omgeving waar we al evenmin controle over hebben. Laat ik een paar voorbeelden geven. Stel dat je iemand een enquete laat invullen over zijn politieke voorkeuren en je een onaangename geur verspreidt in de kamer waar hij zit, dan zul je zien dat hij gemiddeld conservatievere antwoorden geeft dan iemand die in een kamer zit die naar vers gebakken koekjes ruikt.
Of neem een foetus van 27 weken. De ontwikkeling van de cortex zal dan al deels te verklaren zijn door de socio-economische status van de moeder, door het niveau van haar stresshormoon meer bepaald. Op nog een andere schaal zie je dat er grote persoonlijkheidsverschillen bestaan tussen mensen uit rijsttelende en graantelende streken. In bergachtige streken kun je geen rijst verbouwen, maar wel graan. Door de structuur van het land ben je vooral op je eentje aangewezen, individualistisch dus, terwijl mensen die in de vlaktes wonen samen rijst verbouwen. Wat is het gevolg? Dat er in gemeenschappen waar graan gekweekt wordt meer echtscheidingen voorkomen dan in rijstverbouwende.’

Betekent dit dat alles gedetermineerd is, want dat is toch waar het ontbreken van vrije wil op neerkomt: dat we doen wat we doen omdat we het moeten doen?
Robert Sapolsky: Ja, maar niet volledig. Pierre-Simon Laplace stelde begin negentiende eeuw dat als je op een bepaald ogenblik van alle materie in het universum de exacte plaats zou kennen, en ook de wetten die deze materie beheersen, je de toekomst van alles zou kunnen bepalen, dus ook wie er volgend jaar het Belgisch voetbal of Wimbledon zal winnen. Zo is het dus niet, al heeft dat niets met vrije wil te maken, maar wel met de chaostheorie.
De toekomst is onvoorspelbaar omdat er wiskundig bewijsbare chaosverschijnselen optreden. Kleine veranderingen kunnen grote en onvoorspelbare gevolgen hebben. Alleen is dergelijke onvoorspelbaarheid niet hetzelfde als indeterminisme. Wat het chaotische universum ook op je bordje mag deponeren, je reactie daarop is bepaald door wat je in het verleden hebt meegemaakt, van je genetica over je tijd in de baarmoeder tot je opvoeding en alle andere gebeurtenissen die je gevormd hebben.
‘Wat het chaotische universum ook op je bordje mag deponeren, je reactie daarop is bepaald door wat je in het verleden hebt meegemaakt, van je genetica over je tijd in de baarmoeder tot je opvoeding .’
Is ons gesprek dan een logisch gevolg van het ontstaan van de eerste eencelligen zo’n vier miljard jaar geleden?
Sapolsky: Een logisch gevolg zou ik het niet noemen omdat er een paar essentiële stappen genomen dienden te worden waardoor wij konden worden wie we zijn. Stel dat we bepaalde darmenzymen niet hadden, waardoor we zo ongeveer alles op aarde kunnen eten, dan waren we wellicht al uitgestorven en dan hadden vandaag garnalen misschien wel het overwicht. Anderzijds kun je ook opmerken dat wij mensen net zo goed biologische wezens zijn als die eerste eencelligen. Onze biologie zit een stuk ingewikkelder in elkaar en we hebben meer bewegende delen, maar het zijn wel dezelfde delen. Vertrekkend vanuit die eencelligen kom je via toenemende complexiteit en chaotische onbepaaldheid uit bij wezens die op ons lijken en een taal hebben zoals wij die kennen.
Waarom hebben mensen zo’n afkeer van het idee dat ze niet meer zouden zijn dan biologische wezens?
Sapolsky: Dat is allemaal de schuld van ons onderwijs dat een immense kloof schept tussen de geesteswetenschappen en de exacte wetenschappen. Het gevolg daarvan is dat wetenschappers bang zijn voor filosofie en filosofen voor fysica en chemie. 90 procent van de filosofen haat mijn boek. In de New York Review of Books werd het gerecenseerd door een filosofiehistoricus die het echt met de grond gelijk maakte. Ze eindigde haar recensie met de boodschap dat neurowetenschappers helemaal niets te zeggen hebben over de vrije wil, maar dat dit louter een zaak is voor de filosofie. Volstrekt naast de kwestie natuurlijk.
‘Ons onderwijs schept een immense kloof tussen de geesteswetenschappen en de exacte wetenschappen. Het gevolg daarvan is dat wetenschappers bang zijn voor filosofie en filosofen voor fysica en chemie.’
Maar we zijn toch ook meer dan biologie? Misschien is het wel zo dat er uit die biologie op een hoger niveau iets nieuws ontstaat, zoals bewustzijn bijvoorbeeld, en op een nog hoger niveau iets als vrije wil, de mogelijkheid om tegen onze biologie in te gaan?
Sapolsky: Dat is een poging om het zinkende schip te redden. Cultuur bestaat uit biologie, en esthetica ook, maar het zijn manifestaties van onze biologie op een hoger niveau. Je moet dus niet proberen uit te leggen wat mensentaal is door gebruik te maken van moleculaire biologie. Toen we onze esthetica ontwierpen, maakten we echt geen gebruik van onbekende neuronen. Nee, dat waren onze goede oude neuronen van altijd. Leg zo’n neuron onder een microscoop naast dat van een zeegarnaal en je ziet geen verschil. De term bewustzijn is gewoon een manier om de aandacht af te leiden van waar het echt om gaat.
Dat is trouwens ook wat Benjamin Libet deed met zijn befaamde experiment dat aantoonde dat onze hersenen al beslissen om iets te doen nog voor we zelf bewust die beslissing nemen. Voor hem was dat een bewijs dat de vrije wil niet bestaat, terwijl het er niets mee te maken heeft. De vraag die Libet zich had moeten stellen is hoe die proefpersoon die in het laboratorium gevraagd werd op een knop te drukken de persoon geworden was die hij was. Dat is het enige relevante, bewustzijn heeft er niets mee te maken.

Maar is uw definitie van vrije wil niet te nauw? Als vrije wil betekent dat je volledig bewust beslist, los van enige vroegere hersenactiviteit en wars van enige invloed van je omgeving of genetica, dan bestaat die natuurlijk niet. Maar stel dat we vrije wil zien als het kunnen maken van bewuste en rationele keuzes zonder dat we daarbij bovenmatig de ene of de andere kant op gestuurd worden, dan bestaat die misschien toch wel?
Sapolsky: Hier begint het gesjacher: misschien speelt de vrije wil toch wel een rol, niet altijd en voor iedereen, maar hij bestaat. Sorry, zo werkt het niet. Stel dat iemand een verschrikkelijke moord heeft gepleegd. In zijn jeugd werd zijn frontale cortex vernietigd in een auto-ongeluk, waardoor hij zijn gedrag niet kan beheersen. In de helft van de Amerikaanse staten kan een jury dan beslissen dat de man onschuldig is. Zo iemand is een kapotte machine. Die moet niet naar de gevangenis, maar naar een psychiatrische instelling. Zet daar een gewone moordenaar naast die opgroeide in een knus middenklassegezin, naar een goede school ging en met succes pianolessen volgde. Die is dus de pineut, want hij pleegde die moord natuurlijk wel uit vrije wil. Wat men daarbij vergeet, is dat een mens door honderdduizenden of zelfs miljarden zaken beïnvloed wordt. Mensen denken daar niet graag over na, omdat ze terugschrikken voor de complexiteit van het leven. Je pleegt dus geen moord omdat de leraar op je achtste tegen je begon te schreeuwen, maar wel omdat ontelbaar veel variabelen je allemaal samen maken tot wie je bent.
Allemaal goed en wel, denken sommige mensen nu, maar wat voor belang heeft het uiteindelijk of de vrije wil bestaat?
Sapolsky: Een groot belang, het gaat erover of je mensen veroordeelt voor de toestand waarin ze verkeren of niet. Als je beweert dat de vrije wil bestaat, kun je geen bezwaren inbrengen tegen ongelijkheid. Die is immers ontstaan door de keuzes die mensen hebben gemaakt. De ceo die vijfhonderd keer meer verdient dan zijn werknemer heeft daar volkomen recht op, net zoals die werknemer op zijn aalmoes. Als je kijkt wie de grote propagandisten zijn van de vrije wil, dan kom je geheid bij de gelukzakken uit.
‘Als je beweert dat de vrije wil bestaat, kun je geen bezwaren inbrengen tegen ongelijkheid.’
Het concept vrije wil is dus bijzonder conservatief?
Sapolsky: Absoluut, het zegt dat de wereld is zoals hij moet zijn, mensen krijgen wat ze verdienen en verandering niet mogelijk is. Het geloof in de vrije wil is een reactionaire reflex en ons ervan bevrijden is niet meer en niet minder dan sociale rechtvaardigheid.
Als God dood is, is alles toegelaten, zei Dostojevski. Geldt dat ook niet voor de vrije wil? Zullen advocaten hun cliënten dan gaan verdedigen met de stelling dat ze niet uit vrije wil in de fout gingen?
Sapolsky: Die kans is groot, vandaar dat ik eerder zou inzetten op misdaadpreventie dan op straffen achteraf. Als de remmen van je auto niet werken ga je toch ook niet wachten om ze te laten herstellen tot je een ongeluk hebt gehad? Nee, je rijdt er niet meer mee tot alles in orde is. Zo moet je ook met mensen omgaan, en dat doen we ook. Stel je een piloot voor die iedere lente last heeft van hooikoorts en daarom antihistaminica moet nemen. In de VS is de regel dat zo iemand pas vijf dagen nadat hij zijn laatste pilletje heeft genomen weer mag vliegen. Het is niet de schuld van die piloot dat hij hooikoorts heeft, maar we moeten onze samenleving wel beschermen tegen hem.
Welke gevolgen heeft dat voor het rechtssysteem?
Sapolsky: Dat zou tezelfdertijd helemaal anders en toch net hetzelfde zijn. Je zult nog steeds een aantal mensen buiten de samenleving moeten houden, maar er zal een andere redenering aan ten grondslag liggen. We zullen niet langer in termen van goed en kwaad over iemand spreken, maar zijn biologie bestuderen. Dan stellen we bijvoorbeeld vast dat hij moeilijkheden heeft om zijn gedrag te beheersen en dat we hem daarom moeten opsluiten. Volgens de Israëlische filosoof Paul Smilansky zouden we hem daar ook voor moeten vergoeden, omdat hij onvrijwillig van zijn vrijheid wordt beroofd.
Beter is het dus om potentiële misdadigers op te sporen nog voor ze een misdaad begaan?
Sapolsky: Bepaalde hersentoestanden kunnen gelinkt worden aan misdadig gedrag en mensen die dergelijke hersentoestanden vertonen kun je inderdaad preventief uit de maatschappij halen. Het is een riskante strategie, maar toch doen we zulke zaken in bepaalde omstandigheden al. Een rechter kan iemand die regelmatig te veel drinkt en dan agressief wordt verbieden om nog langer naar bars te gaan, ook al heeft hij nog niets strafbaars gedaan. We kunnen het dopamine-receptorgehalte in de hersenen van zo iemand meten en daar conclusies uit trekken. Preventie kan dus, maar je moet wel zeker zijn van je zaak voor je daartoe overgaat. Je wilt mensen niet onnodig van hun vrijheid beroven.
Stevenen we dan niet af op een dystopische wereld waarin een deel van de bevolking preventief opgesloten wordt?
Sapolsky: Dat risico bestaat. Je grootmoeder met alzheimer haar autosleutels afnemen, ook al heeft ze nog nooit een ongeval veroorzaakt, vinden we normaal. Dat is immers preventief. Maar gaan we het leven van onze vijfjarige aan banden leggen omdat hij genetisch voorbestemd is om op zijn veertigste een zware misdaad te begaan? Dat is iets anders. Nu toch nog, maar ik denk dat het in de toekomst, wanneer we een beter inzicht hebben in de biologie van ons denken en doen, meer zal gebeuren.
Robert Sapolsky, Determined, Leven zonder een vrije wil, Borgerhoff & Lamberigts, 464 blz., €29,99.
Robert Sapolsky
1957: Geboren in New York (VS).
1978: Studeert af in de biologische antropologie aan Harvard University. Doet in Kenia onderzoek naar het sociale gedrag van bavianen in het wild. Studeert later ook neuro-endocrinologie aan de Rockefeller University.
In zijn laboratorium aan Stanford University legt hij zich toe op de studie van stress en neuronale degradatie, waarbij hij specifiek inzet op gentherapie.
Daarnaast zet hij zich in voor wetenschapspopularisatie, wat hem onder meer de Carl Sagan Prize for Science Popularization oplevert.