Alhoewel winkeliers niet zullen klagen over de grote hoeveelheden geschenken die aan het einde van het jaar over de toonbank gaan, is het stimuleren van de middenstand niet de reden waarom we elkaar met Kerstmis cadeaus geven. Om de oorsprong van deze traditie te vinden, moeten we heel ver terug in de tijd, nog verder dan de geboorte van Jezus en het ontstaan van het kerstfeest.

Toen het kindje Jezus geboren werd, kwamen de drie koningen uit het oosten hem bezoeken en brachten ze geschenken voor hem mee. Caspar gaf hem mirre wat symbool staat voor de goddelijkheid van Jezus, Melchior schonk hem goud wat duidt op zijn koninklijke status en Balthasar bracht wierook mee, een verwijzing naar zijn menswording. Je zou denken dat we in navolging van de drie koningen geschenken uitdelen met Kerstmis.

Toch moeten we waarschijnlijk nog een paar eeuwen terug in de tijd om de oorsprong te vinden. Al eeuwen voordat Jezus werd geboren, vierden de Romeinen de Saturnalia. Dit feest ter ere van de God Saturnus en om het einde van het landbouwseizoen te vieren, duurde oorspronkelijk één dag en vond plaats op 17 december. In de loop van tijd groeide het uit tot een feest dat een hele week in beslag nam. Het hoogtepunt van de feestelijkheden was op 25 december.

Iedereen deed mee aan de festiviteiten. Het hele openbare leven kwam stil te liggen en slaven en meesters verwisselden vaak van plaats: slaven zaten aan de dinertafel en de meesters moesten hen bedienen. Ook gaven de feestvierders elkaar cadeaus, aanvankelijk alleen in de vorm van kaarsen (cerei) en aarden figuurtjes (sigillaria). Waarom juist die twee geschenken?

Dat heeft te maken met een orakel dat de inwoners van Rome de opdracht had gegeven een aantal hoofden en mannenlichamen te offeren tijdens de Saturnalia. Hercules vond dit zo'n wrede traditie dat hij voorstelde de hoofden te vervangen door kaarsen en de lichamen door terracotta poppetjes.

Wat hebben de Romeinse Saturnalia met ons kerstfeest te maken?

In de eerste eeuwen van het Christendom werd Kerstmis helemaal niet gevierd. Pasen was toen het belangrijkste christelijke feest. Toen het Christendom langzamerhand het Romeinse Rijk veroverde, wilde paus Julius (overleden in 352) een einde maken aan de Saturnalia door er een christelijk feest van te maken. De Bijbel zegt niets over de dag waarop Jezus geboren werd en daarom besloot hij dat zijn verjaardag voortaan op 25 december, de belangrijkste dag van de Saturnalia, gevierd zou worden. Het heidense feest kon zo moeiteloos verdergaan als christelijk feest.

Veel van de tradities die bij de Saturnalia hoorden, werden een onderdeel van het kerstfeest: vrije dagen voor iedereen, feestelijke kleding dragen, uitgebreid dineren, kerstliederen op straat zingen (al hadden die tijdens de Saturnalia vaak schunnige teksten) en ook elkaar geschenken geven. Het kerstfeest verspreidde zich vanuit Rome eerst naar Egypte en later ook over Europa.

. © Getty Images

De manier waarop Kerstmis in de Middeleeuwen werd gevierd met veel eten, heel veel drank en uitbundigheid, leek eerder op ons huidige Carnaval dan op Kerstmis zoals we het nu kennen. Dat veranderde in de zestiende eeuw tijdens de Reformatie. Het liederlijke kerstfeest was een doorn in het oog van de protestanten. In Engeland werd het feest om die reden zelfs enkele jaren verboden. Ook in Nederland werd een poging gedaan het feest af te schaffen, maar protestanten bleken toch te zeer gehecht aan het feest om het vaarwel te zeggen. Dan moest de manier van feestvieren maar veranderen en ernstiger worden met speciale kerstdiensten in de kerk.

Sinterklaas wordt Kerstman

Ondertussen was in de dertiende eeuw het Sinterklaasfeest ontstaan ter ere van de heilige Sint Nicolaas. Arme kinderen kregen op zijn feestdag (6 december) cadeautjes. Toen Nederlandse protestanten in de zeventiende eeuw naar Amerika emigreerden, namen ze het Sinterklaasfeest mee naar hun nieuwe vaderland. De Amerikanen verbasterden Sinterklaas tot Santa Claus, de dikke man met zijn rode pakje en puntmuts die met Kerstmis cadeautjes komt brengen.

In de hele negentiende en het grootste deel van de twintigste eeuw bleven Nederlanders en Belgen gehecht aan hun Sinterklaas en bestond er weinig animo voor de kerstman. Maar de laatste jaren zijn de rollen omgedraaid en beginnen alsmaar mensen - in navolging van de Amerikanen - elkaar juist weer met Kerst en minder met Sinterklaas geschenken te geven.

Alhoewel winkeliers niet zullen klagen over de grote hoeveelheden geschenken die aan het einde van het jaar over de toonbank gaan, is het stimuleren van de middenstand niet de reden waarom we elkaar met Kerstmis cadeaus geven. Om de oorsprong van deze traditie te vinden, moeten we heel ver terug in de tijd, nog verder dan de geboorte van Jezus en het ontstaan van het kerstfeest. Toen het kindje Jezus geboren werd, kwamen de drie koningen uit het oosten hem bezoeken en brachten ze geschenken voor hem mee. Caspar gaf hem mirre wat symbool staat voor de goddelijkheid van Jezus, Melchior schonk hem goud wat duidt op zijn koninklijke status en Balthasar bracht wierook mee, een verwijzing naar zijn menswording. Je zou denken dat we in navolging van de drie koningen geschenken uitdelen met Kerstmis. Toch moeten we waarschijnlijk nog een paar eeuwen terug in de tijd om de oorsprong te vinden. Al eeuwen voordat Jezus werd geboren, vierden de Romeinen de Saturnalia. Dit feest ter ere van de God Saturnus en om het einde van het landbouwseizoen te vieren, duurde oorspronkelijk één dag en vond plaats op 17 december. In de loop van tijd groeide het uit tot een feest dat een hele week in beslag nam. Het hoogtepunt van de feestelijkheden was op 25 december.Iedereen deed mee aan de festiviteiten. Het hele openbare leven kwam stil te liggen en slaven en meesters verwisselden vaak van plaats: slaven zaten aan de dinertafel en de meesters moesten hen bedienen. Ook gaven de feestvierders elkaar cadeaus, aanvankelijk alleen in de vorm van kaarsen (cerei) en aarden figuurtjes (sigillaria). Waarom juist die twee geschenken?Dat heeft te maken met een orakel dat de inwoners van Rome de opdracht had gegeven een aantal hoofden en mannenlichamen te offeren tijdens de Saturnalia. Hercules vond dit zo'n wrede traditie dat hij voorstelde de hoofden te vervangen door kaarsen en de lichamen door terracotta poppetjes.Wat hebben de Romeinse Saturnalia met ons kerstfeest te maken?In de eerste eeuwen van het Christendom werd Kerstmis helemaal niet gevierd. Pasen was toen het belangrijkste christelijke feest. Toen het Christendom langzamerhand het Romeinse Rijk veroverde, wilde paus Julius (overleden in 352) een einde maken aan de Saturnalia door er een christelijk feest van te maken. De Bijbel zegt niets over de dag waarop Jezus geboren werd en daarom besloot hij dat zijn verjaardag voortaan op 25 december, de belangrijkste dag van de Saturnalia, gevierd zou worden. Het heidense feest kon zo moeiteloos verdergaan als christelijk feest.Veel van de tradities die bij de Saturnalia hoorden, werden een onderdeel van het kerstfeest: vrije dagen voor iedereen, feestelijke kleding dragen, uitgebreid dineren, kerstliederen op straat zingen (al hadden die tijdens de Saturnalia vaak schunnige teksten) en ook elkaar geschenken geven. Het kerstfeest verspreidde zich vanuit Rome eerst naar Egypte en later ook over Europa.De manier waarop Kerstmis in de Middeleeuwen werd gevierd met veel eten, heel veel drank en uitbundigheid, leek eerder op ons huidige Carnaval dan op Kerstmis zoals we het nu kennen. Dat veranderde in de zestiende eeuw tijdens de Reformatie. Het liederlijke kerstfeest was een doorn in het oog van de protestanten. In Engeland werd het feest om die reden zelfs enkele jaren verboden. Ook in Nederland werd een poging gedaan het feest af te schaffen, maar protestanten bleken toch te zeer gehecht aan het feest om het vaarwel te zeggen. Dan moest de manier van feestvieren maar veranderen en ernstiger worden met speciale kerstdiensten in de kerk. Sinterklaas wordt KerstmanOndertussen was in de dertiende eeuw het Sinterklaasfeest ontstaan ter ere van de heilige Sint Nicolaas. Arme kinderen kregen op zijn feestdag (6 december) cadeautjes. Toen Nederlandse protestanten in de zeventiende eeuw naar Amerika emigreerden, namen ze het Sinterklaasfeest mee naar hun nieuwe vaderland. De Amerikanen verbasterden Sinterklaas tot Santa Claus, de dikke man met zijn rode pakje en puntmuts die met Kerstmis cadeautjes komt brengen. In de hele negentiende en het grootste deel van de twintigste eeuw bleven Nederlanders en Belgen gehecht aan hun Sinterklaas en bestond er weinig animo voor de kerstman. Maar de laatste jaren zijn de rollen omgedraaid en beginnen alsmaar mensen - in navolging van de Amerikanen - elkaar juist weer met Kerst en minder met Sinterklaas geschenken te geven.