Decennia lang werd aangenomen dat de grootte van het brein van primaten het gevolg is van de complexiteit van sociale interactie, maar nieuw onderzoek werpt een andere hypothese op.
...

Decennia lang werd aangenomen dat de grootte van het brein van primaten het gevolg is van de complexiteit van sociale interactie, maar nieuw onderzoek werpt een andere hypothese op.De 'sociaal brein-hypothese' zegt dat er een verband is tussen groepsgrootte en breingrootte bij primaten, maar uit nieuw onderzoek van antropologen van de New York University in Nature Ecology & Evolution blijkt dat voeding wellicht een grotere rol speelde in de evolutie van de hersenen van primaten dan sociale interactie. De mens en zijn primatenfamilie zouden hun grote brein meer bepaald te danken kunnen hebben aan het verzamelen van fruit. De onderzoekers vergeleken de grootte van het brein bij meer dan 140 primatensoorten (drie keer zo veel als in voorgaande studies) met hun consumptie van fruit, bladeren en vlees. Ze vergeleken het ook met de groepsgrootte, de sociale organisatie en het paarsysteem. Met die laatste drie zagen de wetenschappers geen verband. Voeding, meer bepaald de inname van fruit, bleek veel doorslaggevender. Zo hebben fruiteters beduidend grotere hersenen (25 procent hersenweefsel) dan zowel omnivoren als foliovoren (zij die liever bladeren eten). Fruit is immer kwalitatief gezien een beter voedingsmiddel dan bladeren. En omdat de hersenen zoveel energie verbruiken, is voeding met een hogere kwaliteit meer aangewezen bij een groter brein. Robin Dunbar, de psycholoog aan Oxford University en een van de bedenkers van de 'sociaal brein-hypothese', vindt niet dat de nieuwe theorie zijn werk in diskrediet brengt. Een groter brein heeft immers een verandering van voedingsgewoontes tot gevolg. Voeding en sociale complexiteit zijn daarom geen alternatieve verklaringen, maar complementair.. Maar de auteurs van de nieuwe studie werpen nog een tweede mogelijkheid op, namelijk een grotere hersenmassa dankzij het fruit. De kunde om vruchten te vinden diep in het bos die niet altijd voorhanden zijn, vergt immers een groter brein. Grotere hersenen zijn bijgevolg interessanter bij de natuurlijke selectie.