Wereldwijd verkiezen 9 op de 10 mensen hun rechterhand voor het uitvoeren van allerlei motorische handelingen. Een kleine minderheid kiest hiervoor de linkerhand.

Speciaal statuut

Doorheen de geschiedenis heeft de groep linkshandigen altijd een wat 'speciaal' statuut gehad. Soms was de associatie met linkshandigheid positief; zo zouden ze creatiever zijn en in verhouding meer geniale uitvinders, geleerden en kunstenaars tellen.

Meestal was de associatie echter negatief. Linkshandigen werden als dommer en onhandiger beschouwd en dit negatieve imago zorgde er onder andere voor dat linkshandige kinderen werden aangemaand (lees: gedwongen) met de rechterhand te schrijven en tekenen.

Deze praktijken behoren gelukkig tot het verleden en het voornaamste nadeel dat linkshandigen tegenwoordig ondervinden is te moeten leven in een wereld die vooral voor rechtshandigen is gemaakt. Denk hierbij aan scharen, blikopeners en schrijftafels aan de rechterarm van congresstoelen. Ugh!

Het grote overwicht aan rechtshandigen doet vermoeden dat deze eigenschap een biologisch voordeel heeft. Als dat niet zo was, zou er ofwel geen handvoorkeur bestaan of zouden er evenveel links- als rechtshandigen zijn. Geen handvoorkeur hebben lijkt niet meteen nuttig. Een systematische handvoorkeur voorkomt conflicten tussen beide handen en oefent elke hand in haar eigen rol.

Waarom nu uitgerekend de rechterhand meestal dominant is, blijft een raadsel. Linkshandigen functioneren toch ook normaal of niet soms? Bovendien, als rechtshandig zijn een voordeel biedt, waarom bestaan er dan nog linkshandigen?

Verrassingsvoordeel

Op deze vraag zijn twee antwoorden mogelijk. Misschien bestaat de mensheid nog niet lang genoeg om linkshandigheid volledig te hebben geëlimineerd. Maar volgens sommige archeologische en historische bronnen blijft het aandeel linkshandigen redelijk stabiel in de loop der geschiedenis wat ons brengt naar een tweede mogelijkheid. Misschien heeft linkshandigheid ook zijn voordeel en leeft de eigenschap daarom in de mens voort.

De meest tot de verbeelding sprekende verklaring voor een biologisch voordeel van linkshandigheid is de vechthypothese. Deze hypothese stelt dat in een lichamelijk conflict een linkshandige een verrassingsvoordeel heeft ten opzichte van een rechtshandige die het gewoonlijk moet opnemen tegen andere rechsthandigen en dus niet gewend is aan de onverwachte uithaal van een linkshandige tegenstander. Het slimme aan deze hypothese is dat linkshandigen hun voordeel enkel behouden wanneer ze met weinig zijn, zoniet leren rechtshandigen beter te anticiperen op de maneuvers van linkshandigen.

Hoewel interessant, is deze hypothese vrijwel onmogelijk te testen. Het klopt dat topatleten in interactieve sporten zoals schermen, boksen en tennis iets vaker linkshandig zijn, maar dit suggereert enkel een verrassingsvoordeel, niet dat linkshandigheid om die reden blijft bestaan. Bovendien vechten we niet meer dagelijks voor ons leven en moeten er andere mechanismen bestaan om het onevenwicht in handvoorkeur te verklaren.

Wat bepaalt je handvoorkeur eigenlijk?

Linkshandigheid komt in sommige families meer voor dan in andere, wat een genetische invloed doet vermoeden. Anderzijds blijken genetisch identieke tweelingen verrassend vaak een tegenovergestelde handvoorkeur te hebben. Recent onderzoek schat dat genen nog geen 24 procent van de variantie in handvoorkeur kunnen verklaren en dat meer dan 75 procent moet worden toegeschreven aan omgevingsfactoren.

Uit een grote Britse studie met duizenden vrijwilligers blijkt dat handvoorkeur beïnvloed wordt door jaar, seizoen en plaats van geboorte, geboortegewicht, meerlingen, borstvoeding en geslacht.

Uit een grote Britse studie met duizenden vrijwilligers blijkt dat handvoorkeur beïnvloed wordt door jaar, seizoen en plaats van geboorte, geboortegewicht, meerlingen, borstvoeding en geslacht. Het zal nog wel even duren voor we de complexe invloed van aangeboren en omgevingsfactoren op handvoorkeur hebben doorgrond.

Ondertussen blijven linkshandigen de wetenschap verbazen. Handvoorkeur is niet de enige functionele asymmetrie die samenhangt met verschillen in specialisatie tussen beide hersenhelften. Spreken en rekenen doen we vooral met de linkerhersenhelft terwijl de rechterkant van het brein ervoor zorgt dat we onze weg niet verliezen en emoties in gezichtsuitdrukkingen kunnen herkennen.

Bij rechtshandigen is die taakverdeling tussen beide hersenhelften gemiddeld sterker dan bij linkshandigen. Gentse onderzoekers hebben ontdekt dat dit verschil mogelijks het gevolg is van een kleine groep van linkshandigen die een volledig gespiegelde hersenorganisatie hebben. In die 'spiegelbreinen' zitten alle functies, handvoorkeur incluis, precies andersom. Een soort van links-rechts verwisseling van het bouwplan. Of de overige linkshandigen een gebruikelijke hersenorganisatie hebben of toch meer variatie tonen moet verder onderzoek uitwijzen. Het ziet er naar uit dat de sleutel van het mysterie van de dominante rechterhandvoorkeur misschien bij onze linkshandige medemens kan worden gevonden.

Guy Vingerhoets, hoogleraar neuropsychologie UGent

Helena Verhelst, doctor in de psychologie, UGent

Robin Gerrits; doctorraadsstudent, UGent

Geïnteresseerd naar het organisatietype van uw brein en bereid tot deelname aan hersenscanonderzoek? Neem vrijblijvend contact op met de onderzoekers en stuur een mailtje naar guy.vingerhoets@ugent.be