Je weet het niet misschien niet, maar je huis ruikt. Je hoeft je daar ook niet voor te schamen, want ook het huis van je buur ruikt. Ook het bekendste huis onder de huizen, het Witte Huis, ruikt. En ja, zelfs de woning van poetsgodin tante Kaat ontsnapt niet aan een geurtje. Niemand is echter in staat om zijn eigen huiselijke aroma eruit te pikken uit een geurenline-up. Hoe komt dat eigenlijk?

We passen onszelf heel erg snel aan aan geuren. Binnen een tijdspanne van enkele ademhalingen verliezen we de kunst om nieuwe geuren te ruiken. Het fenomeen heet 'olfactorische aanpassing' en is ook de reden waarom we onze eigen lichaamsgeur, adem of zelfs parfum na een tijdje niet meer kunnen waarnemen. En dat is mogelijk een goede zaak, zeggen psychologen.

Elk object in onze omgeving geeft geurmoleculen af. Wanneer je inademt, passeren die moleculen door je neusgaten en zetten ze zich vast tegen de slijmwand in het achterste van de keel. In dat slijm zitten receptoren die je hersenen vertellen wat je zopas geroken hebt. Aangezien ons brein beducht is voor gevaren, is het vooral gefixeerd op nieuwe gezichten, geluiden, gevoelens en dus ook nieuwe geuren. Na enkele tellen zou je al moeten weten waar je voor moet opletten en wat je kan negeren. Vers gesneden bloemen? Geen probleem. De geur van verbrand haar? Toch misschien even controleren?

Reukzorgen

Ben je bezorgd dat je huis stinkt en niemand het je wil vertellen? Hier zijn enkele tips uit de parfumbusiness om het een en ander te achterhalen. Aangezien alles draait om vertrouwdheid, kan je je neus een frisse start geven door je huis voor enkele uren of dagen te verlaten. Wanneer je terugkeert, zou je een goed beeld (of goede geur) moeten krijgen van wat een andere persoon ruikt wanneer hij je huis binnenkomt.

Een andere manier is om enkele minuten in huis rond te springen. De stijgende bloedstroom verbetert immers je reukzin. Zo lopen parfumeurs naar verluidt tussen het snuiven door vaak enkele keren de trap op en af om beter te kunnen ruiken.

Maar de bezorgdheid zelf zou ook al helpen. Overbezorgd zijn over geuren zorgt er namelijk voor dat je neus gevoeliger wordt omdat de angst interfereert met het psychologische proces van zintuigelijke adaptie. Als je bezorgd bent dat er vieze geurtjes hangen in je huis, zal je die wellicht ook wel ruiken. Met andere woorden, ben je bang dat je een stinkend huis hebt, en je ruikt niks, dan is er wellicht niks aan de hand. Of je kan er altijd nog het springtouw bijnemen. (TE)

Je weet het niet misschien niet, maar je huis ruikt. Je hoeft je daar ook niet voor te schamen, want ook het huis van je buur ruikt. Ook het bekendste huis onder de huizen, het Witte Huis, ruikt. En ja, zelfs de woning van poetsgodin tante Kaat ontsnapt niet aan een geurtje. Niemand is echter in staat om zijn eigen huiselijke aroma eruit te pikken uit een geurenline-up. Hoe komt dat eigenlijk?We passen onszelf heel erg snel aan aan geuren. Binnen een tijdspanne van enkele ademhalingen verliezen we de kunst om nieuwe geuren te ruiken. Het fenomeen heet 'olfactorische aanpassing' en is ook de reden waarom we onze eigen lichaamsgeur, adem of zelfs parfum na een tijdje niet meer kunnen waarnemen. En dat is mogelijk een goede zaak, zeggen psychologen.Elk object in onze omgeving geeft geurmoleculen af. Wanneer je inademt, passeren die moleculen door je neusgaten en zetten ze zich vast tegen de slijmwand in het achterste van de keel. In dat slijm zitten receptoren die je hersenen vertellen wat je zopas geroken hebt. Aangezien ons brein beducht is voor gevaren, is het vooral gefixeerd op nieuwe gezichten, geluiden, gevoelens en dus ook nieuwe geuren. Na enkele tellen zou je al moeten weten waar je voor moet opletten en wat je kan negeren. Vers gesneden bloemen? Geen probleem. De geur van verbrand haar? Toch misschien even controleren?Ben je bezorgd dat je huis stinkt en niemand het je wil vertellen? Hier zijn enkele tips uit de parfumbusiness om het een en ander te achterhalen. Aangezien alles draait om vertrouwdheid, kan je je neus een frisse start geven door je huis voor enkele uren of dagen te verlaten. Wanneer je terugkeert, zou je een goed beeld (of goede geur) moeten krijgen van wat een andere persoon ruikt wanneer hij je huis binnenkomt. Een andere manier is om enkele minuten in huis rond te springen. De stijgende bloedstroom verbetert immers je reukzin. Zo lopen parfumeurs naar verluidt tussen het snuiven door vaak enkele keren de trap op en af om beter te kunnen ruiken. Maar de bezorgdheid zelf zou ook al helpen. Overbezorgd zijn over geuren zorgt er namelijk voor dat je neus gevoeliger wordt omdat de angst interfereert met het psychologische proces van zintuigelijke adaptie. Als je bezorgd bent dat er vieze geurtjes hangen in je huis, zal je die wellicht ook wel ruiken. Met andere woorden, ben je bang dat je een stinkend huis hebt, en je ruikt niks, dan is er wellicht niks aan de hand. Of je kan er altijd nog het springtouw bijnemen. (TE)