Volwassenen knipperen gemiddeld 15 tot 16 keer per minuut met de ogen. Vrijwillig knipperen doen we opzettelijk en wanneer we onze ogen beschermen tegen een extern voorwerp, spreken we van een reflexbeweging. Maar waarom knipperen we spontaan met onze ogen?

Algemeen wordt aangenomen dat we dat doen om onze ogen vochtig te houden en vuil weg te vegen. Maar volgens onderzoekers knipperen we veel meer met onze ogen dan nodig om ze vochtig te houden, dus moet er nog een reden zijn...

Het is een onderwerp dat wetenschappers al lang bezighoudt. Onderzoek uit 1928 door de Schotse wetenschappers Erik Ponder en W.P. Kennedy bracht al heel wat inzichten over spontaan oogknipperen aan het licht. Zo knipperden deelnemers aan hun studie evenveel met hun ogen in donkere als in goed verlichte kamers, blinden knipperden evenveel als niet-blinden en ook vochtige omstandigheden hadden geen effect.

De resultaten maakten de onderzoekers niet echt wijzer, maar wat ze wel opmerkelijk vonden, was dat 'mentale spanningen' het oogknipperen beïnvloedden, bijvoorbeeld wanneer de proefkonijnen opgewonden of boos waren. Ook getuigen in rechtszaken bleken sneller te oogknipperen wanneer ze ondervraagd werden door de tegenpartij.

Ponder en Kennedy concludeerden daarom dat oogknipperen in eerste instantie niet gestuurd wordt door de staat van het oog, maar wel door een 'knipperregio' in de hersenen. Knipperen met de ogen zou dus een manier kunnen zijn om spanningen los te laten op eenzelfde manier als het frunniken met de vingers bij zenuwachtigheid.

Recentere studies brachten nog meer licht in de duisternis. Volgens een hypothese uit 2012 in het Proceedings of the National Academy of Sciences betekent oogknipperen een rustmoment voor de hersenen. Vandaar dat we meer knipperen als we moe zijn of lang aan een stuk lezen. Een studie in Current Biology stelt dan weer dat knipperen helpt om beter te focussen. Onze oogspieren zijn namelijk nogal sloom en onnauwkeurig. De hersenen meten het verschil tussen wat ze zien voor en na een knippering en geven de oogspieren de opdracht om de nodige correcties aan te brengen.

Terug naar de baby's

Baby's knipperen slecht één keer om de 30 seconden. Waarom? Als één van de functies van oogknipperen de ogen vochtig houden is, is dat wellicht omdat hun kleine oogjes minder vocht nodig hebben.

Een andere mogelijke verklaring is dat kinderen hun gloednieuwe kijkers hard aan het werk moeten zetten om alle visuele informatie in zich op te nemen. Ook volwassenen die visueel of aandachtsbelastend werk doen, hebben de neiging om minder te knipperen. Vergelijk het met mensen met het computervisie syndroom, een aandoening waarbij het vele schermwerk ervoor zorgt dat je minder knippert en zo droge ogen krijgt.

Een derde mogelijkheid waarom baby's minder knipperen is een onderontwikkeld dopaminesysteem bij kinderen. Er zou namelijk een link zijn tussen oogknipperen en dopamine, een van de neurotransmitters die ervoor zorgen dat hersencellen met elkaar communiceren. Aandoeningen of medicijnen die de dopamine aantasten hebben een effect op de hoeveelheid oogknipperen. Zo knipperen mensen met schizofrenie, een aandoening die gedeeltelijk veroorzaakt wordt door dopamine, veel frequenter met de ogen. Dat is veel minder bij mensen met de ziekte van Parkinson, die dan weer het gevolg is van het afsterven van dopamine producerende neuronen.

Het oogknipperen bij baby's zegt dus mogelijk iets over hun dopaminesysteem. Al is verder onderzoek nodig.

Volwassenen knipperen gemiddeld 15 tot 16 keer per minuut met de ogen. Vrijwillig knipperen doen we opzettelijk en wanneer we onze ogen beschermen tegen een extern voorwerp, spreken we van een reflexbeweging. Maar waarom knipperen we spontaan met onze ogen? Algemeen wordt aangenomen dat we dat doen om onze ogen vochtig te houden en vuil weg te vegen. Maar volgens onderzoekers knipperen we veel meer met onze ogen dan nodig om ze vochtig te houden, dus moet er nog een reden zijn... Het is een onderwerp dat wetenschappers al lang bezighoudt. Onderzoek uit 1928 door de Schotse wetenschappers Erik Ponder en W.P. Kennedy bracht al heel wat inzichten over spontaan oogknipperen aan het licht. Zo knipperden deelnemers aan hun studie evenveel met hun ogen in donkere als in goed verlichte kamers, blinden knipperden evenveel als niet-blinden en ook vochtige omstandigheden hadden geen effect. De resultaten maakten de onderzoekers niet echt wijzer, maar wat ze wel opmerkelijk vonden, was dat 'mentale spanningen' het oogknipperen beïnvloedden, bijvoorbeeld wanneer de proefkonijnen opgewonden of boos waren. Ook getuigen in rechtszaken bleken sneller te oogknipperen wanneer ze ondervraagd werden door de tegenpartij. Ponder en Kennedy concludeerden daarom dat oogknipperen in eerste instantie niet gestuurd wordt door de staat van het oog, maar wel door een 'knipperregio' in de hersenen. Knipperen met de ogen zou dus een manier kunnen zijn om spanningen los te laten op eenzelfde manier als het frunniken met de vingers bij zenuwachtigheid. Recentere studies brachten nog meer licht in de duisternis. Volgens een hypothese uit 2012 in het Proceedings of the National Academy of Sciences betekent oogknipperen een rustmoment voor de hersenen. Vandaar dat we meer knipperen als we moe zijn of lang aan een stuk lezen. Een studie in Current Biology stelt dan weer dat knipperen helpt om beter te focussen. Onze oogspieren zijn namelijk nogal sloom en onnauwkeurig. De hersenen meten het verschil tussen wat ze zien voor en na een knippering en geven de oogspieren de opdracht om de nodige correcties aan te brengen. Terug naar de baby'sBaby's knipperen slecht één keer om de 30 seconden. Waarom? Als één van de functies van oogknipperen de ogen vochtig houden is, is dat wellicht omdat hun kleine oogjes minder vocht nodig hebben. Een andere mogelijke verklaring is dat kinderen hun gloednieuwe kijkers hard aan het werk moeten zetten om alle visuele informatie in zich op te nemen. Ook volwassenen die visueel of aandachtsbelastend werk doen, hebben de neiging om minder te knipperen. Vergelijk het met mensen met het computervisie syndroom, een aandoening waarbij het vele schermwerk ervoor zorgt dat je minder knippert en zo droge ogen krijgt. Een derde mogelijkheid waarom baby's minder knipperen is een onderontwikkeld dopaminesysteem bij kinderen. Er zou namelijk een link zijn tussen oogknipperen en dopamine, een van de neurotransmitters die ervoor zorgen dat hersencellen met elkaar communiceren. Aandoeningen of medicijnen die de dopamine aantasten hebben een effect op de hoeveelheid oogknipperen. Zo knipperen mensen met schizofrenie, een aandoening die gedeeltelijk veroorzaakt wordt door dopamine, veel frequenter met de ogen. Dat is veel minder bij mensen met de ziekte van Parkinson, die dan weer het gevolg is van het afsterven van dopamine producerende neuronen. Het oogknipperen bij baby's zegt dus mogelijk iets over hun dopaminesysteem. Al is verder onderzoek nodig.