Als je naast het standaardnederlands ook vloeiend het dialect van je geboortestreek spreekt, is dat niet meteen iets om mee uit te pakken. Nochtans vertonen mensen die verschillende vreemde talen spreken en mensen die zowel de standaardtaal als een dialect machtig zijn, heel wat gelijkenissen in het brein, zo blijkt. Het dialect mag dus best wel als een volwaardige vreemde taal beschouwd worden, ook al wordt er al eens een woordje 'verkeerd' geplaceerd.
...

Als je naast het standaardnederlands ook vloeiend het dialect van je geboortestreek spreekt, is dat niet meteen iets om mee uit te pakken. Nochtans vertonen mensen die verschillende vreemde talen spreken en mensen die zowel de standaardtaal als een dialect machtig zijn, heel wat gelijkenissen in het brein, zo blijkt. Het dialect mag dus best wel als een volwaardige vreemde taal beschouwd worden, ook al wordt er al eens een woordje 'verkeerd' geplaceerd. 'Onderzoek toont aan dat er gelijkaardige processen in het brein aan het werk zijn bij iemand die een dialect en standaardtaal spreekt en iemand die twee talen onder de knie heeft', legt psycholinguïst Mathieu Declerck (VUB) uit. 'Als tweetaligen in hun eerste of tweede taal spreken, worden woorden van de andere taal ook actief. Bijvoorbeeld als Nederlands-Franse tweetaligen "hond" willen zeggen, zal ook "chien" geactiveerd worden. Nu blijkt dat deze parallelle activatie van talen ook voorkomt bij Schotten die zowel Engels als Dundonian (het dialect van Dundee) spreken en Duitsers die zowel Duits als Öcher Platt (het dialect van Aachen) spreken.'Een ander proces dat tweetaligen en dialectgebruikers delen is taalcontrole. 'Omdat beide talen geactiveerd zijn tijdens het spreken is er een grote kans dat tweetaligen een woord zullen produceren in de taal die ze niet willen gebruiken', gaat Declerck verder. 'Om dit tegen te gaan is er een proces van taalcontrole dat ervoor zorgt dat ze enkel woorden gebruiken uit de taal waarin ze wensen te communiceren. Er wordt algemeen van uitgegaan dat dit controleproces bestaat uit het onderdrukken van de activatie van de taal waarin je niet wenst te spreken. Dus als Nederlands-Franse tweetaligen het Frans willen gebruiken, zullen ze de activatie van het Nederlands onderdrukken, waardoor het meer waarschijnlijk is dat ze "chien" zullen zeggen dan "hond". Recent hebben we ook bewijs gevonden dat een gelijkaardig proces werkzaam is bij dialectgebruikers.'Het proces van taalcontrole is tussen beide taalgebruikers echter niet helemaal identiek, weet Declerck, die aan de VUB verder onderzoek doet naar het fenomeen om uiteindelijk onbetwistbaar te kunnen stellen dat een dialect op dezelfde manier verwerkt wordt als een tweede (of eerste) taal door een tweetalige. Aan dialecten in Vlaanderen is er alvast geen gebrek.