Of we dat nu leuk vinden of niet, ons leven wordt steeds meer bepaald door algoritmes. Algoritmes bepalen de prijs van ons vliegtuigticket en welke reclame we te zien krijgen op het internet. Ze berekenen de kortste route naar onze bestemming en voorspellen of het daar straks gaat regenen. Ze wijzen onze kinderen aan een school toe en weten welke nummers we graag op onze Spotify-playlist zetten nog voor we ze gehoord hebben. Zonder algoritmes zou het Internet niet bestaan en zouden onze smartphones enkel dure presse-papiers zijn.

Leer alle kinderen programmeren.

Computers en dus computerprogramma's of algoritmes zijn met andere woorden niet meer weg te denken uit onze maatschappij en alles wijst erop dat hun impact alleen maar zal toenemen. Misschien is morgen onze chauffeur wel een algoritme, onze fitnesscoach, onze beleggingsadviseur, of zelfs onze huisdokter of specialist.

Omdat algoritmes in de toekomst een steeds grotere rol zullen spelen in ons dagelijks leven, dreigt de wereld voor mensen die weinig of niets van algoritmes begrijpen (en dat is vandaag wellicht het overgrote deel van de bevolking) dus een steeds groter mysterie te worden. Enkel wie begrijpt hoe algoritmes beslissingen nemen, kan de wereld van vandaag - laat staan die van morgen - doorgronden. En om algoritmes écht te kunnen begrijpen (een vaardigheid die we ook wel "algoritmisch denken" noemen), moet je er ook in de praktijk mee aan de slag. Programmeren dus. Omdat algoritmisch denken en programmeren zo'n belangrijke basisvaardigheden zijn, kunnen we onze leerlingen er dan ook niet vroeg genoeg mee kennis laten maken. Dit is dan ook een pleidooi om algoritmisch denken en programmeren vanaf de lagere school als verplichte onderwerpen op te nemen in het curriculum.

Programmeren en algoritmisch denken mogen daarbij niet verward worden met "met de computer werken". Hoewel heel wat scholen hun best doen om hun leerlingen computervaardig te maken, ligt de nadruk hierbij al te zeer op het gebruik van informatica. Uiteraard is er niks mis mee om leerlingen te leren opzoeken op het internet en om hen Word-documenten of PowerPoint-presentaties te leren maken. Echter, net zoals met een rekenmachine kunnen werken niet betekent dat je ook iets van wiskunde kent, is het niet omdat een leerling iets kan opzoeken via Google dat hij ook maar een flauw benul heeft van hoe Google erin slaagt om op een fractie van een seconde die ene relevante pagina te vinden tussen die vele honderden miljarden pagina's die het Internet rijk is. Het beperken van de informaticalessen tot het gebruiken van software gaat dus voorbij aan de veel fundamentelere reden waarom algoritmisch denken en programmeren nodig zijn: het opgroeien tot kritische burgers die zin kunnen geven aan de wereld om hen heen. Hoe kan je bijvoorbeeld kritisch zijn voor de algoritmes van Facebook die ons fake news serveren als je niet de minste idee hebt hoe deze algoritmes functioneren?

Naast het inzicht in ons dagelijks leven dat programmeren en algoritmisch denken opleveren, zijn deze vaardigheden ook belangrijk omdat ze kinderen logisch en exact leren nadenken, net zoals bijvoorbeeld rekenen dat doet. Een programmeur kan een probleem opdelen in kleinere en eenvoudigere deelproblemen, helemaal tot op het niveau dat de oplossing door middel van eenvoudige instructies aan een computer kan overgelaten worden. Verschillende studies tonen aan dat dit goed is voor ons brein: niet alleen ons logisch denkvermogen, maar ook ons geheugen en onze aandachtsspanne zouden er significant op vooruitgaan. Programmeren is cognitieve topsport: er zijn weinig denkactiviteiten die onze hersenen harder aan het werk zetten.

De meeste pleidooien om programmeren in het onderwijs in te voeren, vertrekken vanuit een economisch perspectief: programmeren is nuttig omdat de arbeidsmarkt programmeurs nodig heeft en programmeren een vaardigheid is die tot een grote jobzekerheid leidt. Los van het feit dat er belangrijkere redenen zijn om te leren programmeren en dat niet iedereen die leert programmeren dat later als beroep moet doen (net zoals niet iedereen die leert schrijven later auteur moet worden), is het zonder meer waar dat de Vlaamse bedrijven al jaren schreeuwen om meer (goed opgeleide) programmeurs. De VDAB zet al vele jaren heel wat ICT-gerelateerde jobs (zoals analyst, ontwikkelaar, netwerkbeheerder en databankbeheerder) op de lijst van knelpuntberoepen waarvoor het arbeidsaanbod zowel kwantitatief als kwalitatief onvoldoende is. Bovendien zijn er weinig andere jobs in de technologische sector denkbaar waarvoor programmeerkennis géén nuttige skill is.

De jongste jaren wordt STEM-onderwijs (science, technology, engineering, mathematics) sterk gestimuleerd, maar het is duidelijk dat algoritmisch denken, programmeren en andere ICT-vaardigheden een groter aandeel verdienen in het STEM-aanbod. Bovendien zijn algoritmisch denken en programmeren in onze digitale maatschappij belangrijk voor ieder kind. Zonder te willen afdoen aan het belang van private initiatieven (zoals CoderDojo's, waar kinderen kunnen leren programmeren), creëren deze een kloof tussen kinderen die wél en kinderen die niet kunnen programmeren. Vanwege de vele voordelen die algoritmisch denken en programmeren hebben, integreren we deze dus maar beter in het verplichte deel van het onderwijscurriculum.

Leren programmeren hoeft overigens echt geen angst in te boezemen en kan al op zeer jonge leeftijd beginnen. Voor kinderen vanaf de lagere school is er bijvoorbeeld Scratch (scratch.mit.edu), een programmeeromgeving ontwikkeld op het Amerikaanse Massachusets Institute of Technology (MIT), die kinderen op een eenvoudige, grafische, manier laat kennismaken met programmeren zonder dat ze cryptische commando's uit het hoofd moeten leren. In Finland leren nog jongere kinderen de basisprincipes van programmeren zónder computers te gebruiken, dankzij het vrolijke figuurtje Ruby.

'Programmeren is het nieuwe lezen en schrijven', zei oud-vicevoorzitter van de Europese Commissie Neelie Kroes in 2014. Ze had gelijk.

Of we dat nu leuk vinden of niet, ons leven wordt steeds meer bepaald door algoritmes. Algoritmes bepalen de prijs van ons vliegtuigticket en welke reclame we te zien krijgen op het internet. Ze berekenen de kortste route naar onze bestemming en voorspellen of het daar straks gaat regenen. Ze wijzen onze kinderen aan een school toe en weten welke nummers we graag op onze Spotify-playlist zetten nog voor we ze gehoord hebben. Zonder algoritmes zou het Internet niet bestaan en zouden onze smartphones enkel dure presse-papiers zijn.Computers en dus computerprogramma's of algoritmes zijn met andere woorden niet meer weg te denken uit onze maatschappij en alles wijst erop dat hun impact alleen maar zal toenemen. Misschien is morgen onze chauffeur wel een algoritme, onze fitnesscoach, onze beleggingsadviseur, of zelfs onze huisdokter of specialist. Omdat algoritmes in de toekomst een steeds grotere rol zullen spelen in ons dagelijks leven, dreigt de wereld voor mensen die weinig of niets van algoritmes begrijpen (en dat is vandaag wellicht het overgrote deel van de bevolking) dus een steeds groter mysterie te worden. Enkel wie begrijpt hoe algoritmes beslissingen nemen, kan de wereld van vandaag - laat staan die van morgen - doorgronden. En om algoritmes écht te kunnen begrijpen (een vaardigheid die we ook wel "algoritmisch denken" noemen), moet je er ook in de praktijk mee aan de slag. Programmeren dus. Omdat algoritmisch denken en programmeren zo'n belangrijke basisvaardigheden zijn, kunnen we onze leerlingen er dan ook niet vroeg genoeg mee kennis laten maken. Dit is dan ook een pleidooi om algoritmisch denken en programmeren vanaf de lagere school als verplichte onderwerpen op te nemen in het curriculum.Programmeren en algoritmisch denken mogen daarbij niet verward worden met "met de computer werken". Hoewel heel wat scholen hun best doen om hun leerlingen computervaardig te maken, ligt de nadruk hierbij al te zeer op het gebruik van informatica. Uiteraard is er niks mis mee om leerlingen te leren opzoeken op het internet en om hen Word-documenten of PowerPoint-presentaties te leren maken. Echter, net zoals met een rekenmachine kunnen werken niet betekent dat je ook iets van wiskunde kent, is het niet omdat een leerling iets kan opzoeken via Google dat hij ook maar een flauw benul heeft van hoe Google erin slaagt om op een fractie van een seconde die ene relevante pagina te vinden tussen die vele honderden miljarden pagina's die het Internet rijk is. Het beperken van de informaticalessen tot het gebruiken van software gaat dus voorbij aan de veel fundamentelere reden waarom algoritmisch denken en programmeren nodig zijn: het opgroeien tot kritische burgers die zin kunnen geven aan de wereld om hen heen. Hoe kan je bijvoorbeeld kritisch zijn voor de algoritmes van Facebook die ons fake news serveren als je niet de minste idee hebt hoe deze algoritmes functioneren?Naast het inzicht in ons dagelijks leven dat programmeren en algoritmisch denken opleveren, zijn deze vaardigheden ook belangrijk omdat ze kinderen logisch en exact leren nadenken, net zoals bijvoorbeeld rekenen dat doet. Een programmeur kan een probleem opdelen in kleinere en eenvoudigere deelproblemen, helemaal tot op het niveau dat de oplossing door middel van eenvoudige instructies aan een computer kan overgelaten worden. Verschillende studies tonen aan dat dit goed is voor ons brein: niet alleen ons logisch denkvermogen, maar ook ons geheugen en onze aandachtsspanne zouden er significant op vooruitgaan. Programmeren is cognitieve topsport: er zijn weinig denkactiviteiten die onze hersenen harder aan het werk zetten. De meeste pleidooien om programmeren in het onderwijs in te voeren, vertrekken vanuit een economisch perspectief: programmeren is nuttig omdat de arbeidsmarkt programmeurs nodig heeft en programmeren een vaardigheid is die tot een grote jobzekerheid leidt. Los van het feit dat er belangrijkere redenen zijn om te leren programmeren en dat niet iedereen die leert programmeren dat later als beroep moet doen (net zoals niet iedereen die leert schrijven later auteur moet worden), is het zonder meer waar dat de Vlaamse bedrijven al jaren schreeuwen om meer (goed opgeleide) programmeurs. De VDAB zet al vele jaren heel wat ICT-gerelateerde jobs (zoals analyst, ontwikkelaar, netwerkbeheerder en databankbeheerder) op de lijst van knelpuntberoepen waarvoor het arbeidsaanbod zowel kwantitatief als kwalitatief onvoldoende is. Bovendien zijn er weinig andere jobs in de technologische sector denkbaar waarvoor programmeerkennis géén nuttige skill is. De jongste jaren wordt STEM-onderwijs (science, technology, engineering, mathematics) sterk gestimuleerd, maar het is duidelijk dat algoritmisch denken, programmeren en andere ICT-vaardigheden een groter aandeel verdienen in het STEM-aanbod. Bovendien zijn algoritmisch denken en programmeren in onze digitale maatschappij belangrijk voor ieder kind. Zonder te willen afdoen aan het belang van private initiatieven (zoals CoderDojo's, waar kinderen kunnen leren programmeren), creëren deze een kloof tussen kinderen die wél en kinderen die niet kunnen programmeren. Vanwege de vele voordelen die algoritmisch denken en programmeren hebben, integreren we deze dus maar beter in het verplichte deel van het onderwijscurriculum. Leren programmeren hoeft overigens echt geen angst in te boezemen en kan al op zeer jonge leeftijd beginnen. Voor kinderen vanaf de lagere school is er bijvoorbeeld Scratch (scratch.mit.edu), een programmeeromgeving ontwikkeld op het Amerikaanse Massachusets Institute of Technology (MIT), die kinderen op een eenvoudige, grafische, manier laat kennismaken met programmeren zonder dat ze cryptische commando's uit het hoofd moeten leren. In Finland leren nog jongere kinderen de basisprincipes van programmeren zónder computers te gebruiken, dankzij het vrolijke figuurtje Ruby. 'Programmeren is het nieuwe lezen en schrijven', zei oud-vicevoorzitter van de Europese Commissie Neelie Kroes in 2014. Ze had gelijk.