Sociale gelijkheid, efficiënte benutting van infrastructuur, en kortere wachtrijen: genderneutrale toiletten bieden het allemaal. En toch is het anno 2017 nog steeds verboden om op een werkvloer dergelijke toiletten te voorzien. Het stukje wetgeving dat hiervoor verantwoordelijk is, het Koninklijk Besluit (KB) Arbeidsplaatsen, eist gescheiden voorzieningen voor mannen en vrouwen. Een bittere pil voor startups en kleine ondernemingen, die zich gedwongen zien om minstens twee toiletten te voorzien in plaats van één. En dat is nog niet alles. Want naast sorteerzucht op het vlak van geslacht, vertoont het KB een onverzadigbare honger naar toiletvoorzieningen, met de eis dat er per 15 personeelsleden een extra toiletpot voorzien wordt, en dit voor elk geslacht apart. Hoe aanvaardbaar dit ook klinkt, praktisch is het niet, en efficiënt al evenmin. In grote bedrijven leidt het tot overdadige toiletvoorzieningen, vooral bij de mannen, met uithoeken waar geen mens ooit komt. Terwijl het zoveel beter kan, met een nieuwe, meer realistische norm.

Kantoorruimte is simpelweg te duur om verloren te laten gaan aan ongebruikte toiletten

Genderneutrale WC's, een brandend actueel onderwerp. Sinds dit jaar biedt de Vlaamse overheid er in haar gebouwen aan, althans voor bezoekers. Pionierswerk in Vlaanderen, maar in landen zoals de VS woedt het debat over gescheiden en gemengde toiletten al jaren, en nu in alle hevigheid. President Barack Obama liet overigens zelf een genderneutraal toilet installeren in het Witte Huis. Geen idee welk toilet Donald Trump verkiest maar hij liet het, ondanks zijn uitspraken rond het thema, alvast niet verwijderen.

Wat is er nu zo sociaal aan genderneutrale wc's? Welnu, ze dwingen transgenders niet tot een onmogelijke keuze, een keuze waar ze zich sowieso oncomfortabel bij voelen. Voor sommigen lijkt het een overdaad aan politieke correctheid om met transgenders rekening te houden, maar uiteindelijk is het terug te brengen tot een eenvoudige vraag: heeft het zin om mensen te triëren als dat niet strikt nodig is, en soms schofferend is? We zijn al lang opgehouden met mensen een plaats toe te wijzen op de bus op basis van huidskleur. Als kandidaat-ouder voor adoptie wordt je ook niet langer gesorteerd op seksuele geaardheid. En om te trouwen doet de groepering van geslacht er ook niet meer toe. Maar bij toiletten dus wel.

Waarom sorteren we nog op geslacht? Tegenstanders van genderneutrale toiletten vrezen dat we anders de deur openzetten voor seksueel misbruik van vrouwen door mannen. Wat nochtans moeilijk te rijmen valt, want ieder hokje is keurig afgesloten, en met een aangepaste architectuur zijn de urinoirs netjes apart opgesteld, al dan niet aangevuld met een aparte uithoek onder de vlag 'ruimte voor make-up'. En wordt het toilet thuis overigens niet vrolijk gedeeld met het andere geslacht?

Maar genderneutrale wc's leiden ook tot efficiënte benutting van infrastructuur, en kortere wachtrijen. In juni kwamen we naar buiten met een studie van de wachttijden aan festivaltoiletten, waaruit bleek dat vooral vrouwen veel minder lang wachten als de toiletten genderneutraal zijn. Mannen wachten wel iets langer maar nauwelijks meer dan bij gescheiden toiletten, zeker als er toch nog wat urinoirs voorzien zijn.

Onredelijk hoog aantal toiletten

Vandaag komen we naar buiten met een nieuwe studie, waarbij we het KB Arbeidsplaatsen onder de loep nemen. We stellen drie problemen vast. Vooreerst legt dit stukje archaïsch Belgisch Wetboek vaak een onredelijk hoog aantal toiletten op, zeker voor grote bedrijven. Ten tweede verbiedt het KB om personeelstoiletten genderneutraal in te richten, waardoor efficiënt gebruik van de toiletten uit den boze is. En ten derde jaagt het KB startups en kleine ondernemingen nodeloos op kosten, met per se zowel een vrouwentoilet als een herentoilet, in plaats van een gedeeld toilet.

De norm voor toiletaantallen volgens het KB werkt als volgt. Toiletten zijn gescheiden, en er wordt een toilet geëist per 15 mannen of vrouwen die gelijktijdig tewerkgesteld worden. Bij een heel klein personeelsbestand (<5) vergt dat meestal 2 toiletten, terwijl 1 gedeeld toilet overduidelijk zou volstaan. Voor groepen van net minder dan 30 personen voorziet de huidige norm dan weer net te weinig toiletten. Voor nog grotere groepen zorgt de lineaire logica van de norm echter voor een excessief overschot aan toiletten. Dit komt doordat er bij grotere groepen schaalvoordelen optreden. Dit is een vertrouwd effect uit de wachtlijntheorie, ook wel de wiskunde van het wachten: naarmate de groep van mensen die je bedient groter wordt, moet je minder capaciteit toevoegen om dezelfde bedieningskwaliteit te handhaven.

We vroegen hierover een mening aan Lieve Van Medegael, afdelingshoofd bouwprojecten bij Het Facilitair Bedrijf (Vlaamse Overheid), die mee aan de wieg stond van de genderneutrale bezoekerstoiletten in de kantoorgebouwen van de Vlaamse Overheid. Zij bevestigt: "In tal van administratieve gebouwen leidt de huidige regelgeving tot het overdimensioneren van sanitaire voorzieningen, die tegelijk niet tegemoet komen aan de diverse noden van de gebruikers. We zien veel kansen en voordelen in het voorzien van genderneutrale toiletten, ook voor het personeel, maar de wetgeving laat het niet toe."

Met dit effect is evenwel geen enkele rekening gehouden in het KB, dat vermoedelijk zijn oorspong vindt in werkplaatsen met zeer strikte tijdsregeling, zoals in vroegere productie-omgevingen met bandwerk. Daarbij wordt er bovendien vanuit gegaan dat iedereen op hetzelfde moment naar het toilet gaat. Dit scenario komt in een moderne fabrieksomgeving echter niet meer voor, doordat de plaspauzes van verschillende productielijnen slim gespreid worden. En vandaag de dag werkt de meerderheid van de bevolking overigens in een kantooromgeving, waar de toiletbezoeken nog veel gelijkmatiger verspreid zijn. Waardoor de norm van het KB dus tot een schrijnend overschot aan toiletten leidt, met de nodige frustratie bij architecten en kuis- en onderhoudspersoneel tot gevolg, wanneer zij zoveel dure en nuttige ruimte verloren zien gaan aan ongebruikte toiletten.

Nieuwe norm

En zo komen we tot ons voorstel, met een nieuwe norm. We gaan uit van gemengd gebruik van de hokjes. 1 toilet volstaat tot en met 5 personeelsleden. Vanaf 6 personen: 2 hokjes. Vanaf 21 personen (15 extra): 3 hokjes. Vanaf dan vergroot de tussenstap voor een extra toilet telkens met 5 personen. Dit geeft dus vanaf 41 (+20) personen 4 hokjes, en vanaf 66 (+25): 5 hokjes. Eens op 25 wordt de tussenstap het best constant gehouden voor de volgende sprongen. Op deze manier kunnen deze probleemloos doorgetrokken worden tot groepen van 200 personen.

De hierdoor bekomen aantallen zijn geschikt voor werkplekken waar er een matige variatie is in de aankomstintensiteit aan het toilet: gelijkmatig over het algemeen met af en toe een piekperiode zoals rond de middag of bij een pauze. Zoals duidelijk is uit de figuur stemt dit overeen met lagere aantallen ten opzichte van de norm van het KB. Ook leidt het voorstel tot vereenvoudiging, want zoals te zien is op de figuur stemt de norm van het KB niet overeen met één enkele curve, maar met een minimumcurve, enerzijds, en een maximumcurve, anderzijds. De vermindering in aantal toiletten is aanzienlijk. Voor werkplekken met 5 personen of minder voorziet ons voorstel een halvering van het aantal toiletten, van 2 naar 1. Voor werkplekken met 200 personen legt de oude richtlijn 14 of 15 hokjes op, terwijl de nieuwe richtlijn maar 10 hokjes oplegt. Nochtans wordt er met de nieuwe norm helemaal niet te lang gewacht voor het toilet, zoals te lezen is in onze studie.

Deze efficiëntiewinst is geheel te danken aan het genderneutraal karakter. Een bijkomend voordeel van genderneutraliteit is dat een veranderende man/vrouw-verhouding in het personeelsbestand geen problemen creëert ter hoogte van de toiletten, terwijl er bij gescheiden toiletten hierdoor wel degelijk een capaciteitstekort kan ontstaan, met excessief wachten voor één van beide geslachten.

.
© .

Bovenstaande allemaal in acht genomen, vragen wij beleidsmakers om het verouderde KB aan te passen. Voorzie meer toiletten naarmate er meer personeelsleden zijn maar doe dit niet ongebreideld, overweeg onze nieuwe, meer realistische norm. Kantoorruimte is simpelweg te duur om verloren te laten gaan aan ongebruikte toiletten. Jaag kleine ondernemingen en grote bedrijven niet langer op kosten. Schrap bovendien, en vooral, de eis van strikt gescheiden toiletten en kies voor de eenvoud van sociale gelijkheid. Herbekijk het KB. Zodoende kan iedereen straks op zijn gemak naar het gemak.

Prof. dr. Wouter Rogiest is netwerkingenieur aan de UGent.

Kurt Van Hautegem is burgerlijk ingenieur en momenteel doctoraatsstudent aan de Vakgroep Telecommmunicatie en Informatieverwerking van Universiteit Gent. De volledige studie kan u hier lezen.

Kijk ook naar het college van Wouter Rogiest voor Universiteit van Vlaanderen: Hoe staan we minder lang in de file?

Sociale gelijkheid, efficiënte benutting van infrastructuur, en kortere wachtrijen: genderneutrale toiletten bieden het allemaal. En toch is het anno 2017 nog steeds verboden om op een werkvloer dergelijke toiletten te voorzien. Het stukje wetgeving dat hiervoor verantwoordelijk is, het Koninklijk Besluit (KB) Arbeidsplaatsen, eist gescheiden voorzieningen voor mannen en vrouwen. Een bittere pil voor startups en kleine ondernemingen, die zich gedwongen zien om minstens twee toiletten te voorzien in plaats van één. En dat is nog niet alles. Want naast sorteerzucht op het vlak van geslacht, vertoont het KB een onverzadigbare honger naar toiletvoorzieningen, met de eis dat er per 15 personeelsleden een extra toiletpot voorzien wordt, en dit voor elk geslacht apart. Hoe aanvaardbaar dit ook klinkt, praktisch is het niet, en efficiënt al evenmin. In grote bedrijven leidt het tot overdadige toiletvoorzieningen, vooral bij de mannen, met uithoeken waar geen mens ooit komt. Terwijl het zoveel beter kan, met een nieuwe, meer realistische norm. Genderneutrale WC's, een brandend actueel onderwerp. Sinds dit jaar biedt de Vlaamse overheid er in haar gebouwen aan, althans voor bezoekers. Pionierswerk in Vlaanderen, maar in landen zoals de VS woedt het debat over gescheiden en gemengde toiletten al jaren, en nu in alle hevigheid. President Barack Obama liet overigens zelf een genderneutraal toilet installeren in het Witte Huis. Geen idee welk toilet Donald Trump verkiest maar hij liet het, ondanks zijn uitspraken rond het thema, alvast niet verwijderen. Wat is er nu zo sociaal aan genderneutrale wc's? Welnu, ze dwingen transgenders niet tot een onmogelijke keuze, een keuze waar ze zich sowieso oncomfortabel bij voelen. Voor sommigen lijkt het een overdaad aan politieke correctheid om met transgenders rekening te houden, maar uiteindelijk is het terug te brengen tot een eenvoudige vraag: heeft het zin om mensen te triëren als dat niet strikt nodig is, en soms schofferend is? We zijn al lang opgehouden met mensen een plaats toe te wijzen op de bus op basis van huidskleur. Als kandidaat-ouder voor adoptie wordt je ook niet langer gesorteerd op seksuele geaardheid. En om te trouwen doet de groepering van geslacht er ook niet meer toe. Maar bij toiletten dus wel.Waarom sorteren we nog op geslacht? Tegenstanders van genderneutrale toiletten vrezen dat we anders de deur openzetten voor seksueel misbruik van vrouwen door mannen. Wat nochtans moeilijk te rijmen valt, want ieder hokje is keurig afgesloten, en met een aangepaste architectuur zijn de urinoirs netjes apart opgesteld, al dan niet aangevuld met een aparte uithoek onder de vlag 'ruimte voor make-up'. En wordt het toilet thuis overigens niet vrolijk gedeeld met het andere geslacht? Maar genderneutrale wc's leiden ook tot efficiënte benutting van infrastructuur, en kortere wachtrijen. In juni kwamen we naar buiten met een studie van de wachttijden aan festivaltoiletten, waaruit bleek dat vooral vrouwen veel minder lang wachten als de toiletten genderneutraal zijn. Mannen wachten wel iets langer maar nauwelijks meer dan bij gescheiden toiletten, zeker als er toch nog wat urinoirs voorzien zijn. Vandaag komen we naar buiten met een nieuwe studie, waarbij we het KB Arbeidsplaatsen onder de loep nemen. We stellen drie problemen vast. Vooreerst legt dit stukje archaïsch Belgisch Wetboek vaak een onredelijk hoog aantal toiletten op, zeker voor grote bedrijven. Ten tweede verbiedt het KB om personeelstoiletten genderneutraal in te richten, waardoor efficiënt gebruik van de toiletten uit den boze is. En ten derde jaagt het KB startups en kleine ondernemingen nodeloos op kosten, met per se zowel een vrouwentoilet als een herentoilet, in plaats van een gedeeld toilet. De norm voor toiletaantallen volgens het KB werkt als volgt. Toiletten zijn gescheiden, en er wordt een toilet geëist per 15 mannen of vrouwen die gelijktijdig tewerkgesteld worden. Bij een heel klein personeelsbestand (<5) vergt dat meestal 2 toiletten, terwijl 1 gedeeld toilet overduidelijk zou volstaan. Voor groepen van net minder dan 30 personen voorziet de huidige norm dan weer net te weinig toiletten. Voor nog grotere groepen zorgt de lineaire logica van de norm echter voor een excessief overschot aan toiletten. Dit komt doordat er bij grotere groepen schaalvoordelen optreden. Dit is een vertrouwd effect uit de wachtlijntheorie, ook wel de wiskunde van het wachten: naarmate de groep van mensen die je bedient groter wordt, moet je minder capaciteit toevoegen om dezelfde bedieningskwaliteit te handhaven. We vroegen hierover een mening aan Lieve Van Medegael, afdelingshoofd bouwprojecten bij Het Facilitair Bedrijf (Vlaamse Overheid), die mee aan de wieg stond van de genderneutrale bezoekerstoiletten in de kantoorgebouwen van de Vlaamse Overheid. Zij bevestigt: "In tal van administratieve gebouwen leidt de huidige regelgeving tot het overdimensioneren van sanitaire voorzieningen, die tegelijk niet tegemoet komen aan de diverse noden van de gebruikers. We zien veel kansen en voordelen in het voorzien van genderneutrale toiletten, ook voor het personeel, maar de wetgeving laat het niet toe."Met dit effect is evenwel geen enkele rekening gehouden in het KB, dat vermoedelijk zijn oorspong vindt in werkplaatsen met zeer strikte tijdsregeling, zoals in vroegere productie-omgevingen met bandwerk. Daarbij wordt er bovendien vanuit gegaan dat iedereen op hetzelfde moment naar het toilet gaat. Dit scenario komt in een moderne fabrieksomgeving echter niet meer voor, doordat de plaspauzes van verschillende productielijnen slim gespreid worden. En vandaag de dag werkt de meerderheid van de bevolking overigens in een kantooromgeving, waar de toiletbezoeken nog veel gelijkmatiger verspreid zijn. Waardoor de norm van het KB dus tot een schrijnend overschot aan toiletten leidt, met de nodige frustratie bij architecten en kuis- en onderhoudspersoneel tot gevolg, wanneer zij zoveel dure en nuttige ruimte verloren zien gaan aan ongebruikte toiletten. En zo komen we tot ons voorstel, met een nieuwe norm. We gaan uit van gemengd gebruik van de hokjes. 1 toilet volstaat tot en met 5 personeelsleden. Vanaf 6 personen: 2 hokjes. Vanaf 21 personen (15 extra): 3 hokjes. Vanaf dan vergroot de tussenstap voor een extra toilet telkens met 5 personen. Dit geeft dus vanaf 41 (+20) personen 4 hokjes, en vanaf 66 (+25): 5 hokjes. Eens op 25 wordt de tussenstap het best constant gehouden voor de volgende sprongen. Op deze manier kunnen deze probleemloos doorgetrokken worden tot groepen van 200 personen. De hierdoor bekomen aantallen zijn geschikt voor werkplekken waar er een matige variatie is in de aankomstintensiteit aan het toilet: gelijkmatig over het algemeen met af en toe een piekperiode zoals rond de middag of bij een pauze. Zoals duidelijk is uit de figuur stemt dit overeen met lagere aantallen ten opzichte van de norm van het KB. Ook leidt het voorstel tot vereenvoudiging, want zoals te zien is op de figuur stemt de norm van het KB niet overeen met één enkele curve, maar met een minimumcurve, enerzijds, en een maximumcurve, anderzijds. De vermindering in aantal toiletten is aanzienlijk. Voor werkplekken met 5 personen of minder voorziet ons voorstel een halvering van het aantal toiletten, van 2 naar 1. Voor werkplekken met 200 personen legt de oude richtlijn 14 of 15 hokjes op, terwijl de nieuwe richtlijn maar 10 hokjes oplegt. Nochtans wordt er met de nieuwe norm helemaal niet te lang gewacht voor het toilet, zoals te lezen is in onze studie. Deze efficiëntiewinst is geheel te danken aan het genderneutraal karakter. Een bijkomend voordeel van genderneutraliteit is dat een veranderende man/vrouw-verhouding in het personeelsbestand geen problemen creëert ter hoogte van de toiletten, terwijl er bij gescheiden toiletten hierdoor wel degelijk een capaciteitstekort kan ontstaan, met excessief wachten voor één van beide geslachten. Bovenstaande allemaal in acht genomen, vragen wij beleidsmakers om het verouderde KB aan te passen. Voorzie meer toiletten naarmate er meer personeelsleden zijn maar doe dit niet ongebreideld, overweeg onze nieuwe, meer realistische norm. Kantoorruimte is simpelweg te duur om verloren te laten gaan aan ongebruikte toiletten. Jaag kleine ondernemingen en grote bedrijven niet langer op kosten. Schrap bovendien, en vooral, de eis van strikt gescheiden toiletten en kies voor de eenvoud van sociale gelijkheid. Herbekijk het KB. Zodoende kan iedereen straks op zijn gemak naar het gemak.Prof. dr. Wouter Rogiest is netwerkingenieur aan de UGent. Kurt Van Hautegem is burgerlijk ingenieur en momenteel doctoraatsstudent aan de Vakgroep Telecommmunicatie en Informatieverwerking van Universiteit Gent. De volledige studie kan u hier lezen.