Wij kunnen schijnbaar probleemloos tegelijk de identiteit van een gezicht bepalen en de emoties die het uitstraalt. Wetenschappers voeren al een tijdje experimenten uit om dat proces te ontrafelen. Vroeger bestudeerden ze bijna uitsluitend situaties waarin alleen het gezicht of de emotie veranderde. Maar experimentee...

Wij kunnen schijnbaar probleemloos tegelijk de identiteit van een gezicht bepalen en de emoties die het uitstraalt. Wetenschappers voeren al een tijdje experimenten uit om dat proces te ontrafelen. Vroeger bestudeerden ze bijna uitsluitend situaties waarin alleen het gezicht of de emotie veranderde. Maar experimenteel psycholoog Karl Verfaillie (KU Leuven) en zijn collega's bestuderen de interactie tussen beide parameters. Hun resultaten zijn verschenen in het vakblad Attention, Perception, & Psychophysics. Het oude uitgangspunt was dat identiteit en emotie fundamenteel verschillen: identiteit is namelijk onveranderlijk, emotie niet. Aanvankelijk werd ervan uitgegaan dat onze hersenen die beide parameters daarom afzonderlijk evalueerden, maar later bleek er toch een interactie in het spel te zijn. Dat lijkt logisch, want in het echte leven komen de twee bijna altijd samen. Je gaat hetzelfde gezicht anders bekijken als het kwaad of blij is. De Leuvense psychologen slaagden er niet in de resultaten van een vorige studie te herhalen. Daaruit was gebleken dat de waarnemingen van identiteit en emotie elkaar versterken. Uniek is dat de Leuvense onderzoekers ook experimenten hebben gedaan met mensen die grote moeilijkheden hebben om gezichten te herkennen. Via een batterij experimenten waarbij ze de omstandigheden telkens varieerden, bereikten ze finaal toch dezelfde conclusie als hun voorgangers: beide waarnemingswegen versterken elkaar. Het werk legt iets bloot waarvan psychologen zich steeds bewuster zijn: de voorwaarden van een experiment bepalen de resultaten mee.