Kwisvraagje: stel - stel - dat u een grote som cash geld ongezien naar een exotische bestemming dient te brengen. Of ergens dient op te bergen. In welke munteenheid zou zoiets dan het best lukken? Antwoord: in Bruneise dollar. De grootste coupure van die munt is er namelijk eentje van zomaar even 10.000 lokale dollar, of omgerekend 6.580 euro.

Maar ik kan mij inbeelden dat u niet zo meteen weet hoe u, zonder argwaan te wekken, aan dergelijke biljetten geraakt. En erg liquide zijn ze ook niet. Een goed alternatief is te vinden in de Zwitserse bergen, in de vorm van het briefje van 1.000 frank (iets meer dan 760 euro). En voorlopig zijn er ook nog onze 'eigen' briefjes van 500 euro. 1 miljoen euro in briefjes van 500 zou naar verluidt amper 15% van een standaard aktentas innemen en maar 2,2 kilogram wegen.

Nu neem ik van u aan dat u niet courant met dergelijke sommen rondloopt. Maar blijkbaar zijn er mensen die dat wèl doen. De vraag naar grote bankbiljetten is alvast bepaald groot. Zo waren er van het briefje van 1.000 Zwitserse frank eind 2018 ongeveer 48 miljoen in omloop, goed voor zegge en schrijve 61% van de totale waarde van de bankbiljettencirculatie. Hier in de eurozone vertegenwoordigt de coupure van 500 euro ongeveer een vijfde van de totale waarde. En van het briefje van 100 Amerikaanse dollar zijn er momenteel meer in omloop dan van het briefje van 1 dollar.

De vraag naar grote bankbiljetten heeft weinig te maken met dagdagelijkse betalingen.

Dat de vraag naar grote bankbiljetten weinig van doen heeft met dagdagelijkse betalingen is overduidelijk. Zo stelde de Federal Reserve Bank van Boston in 2012 vast dat maar 5,2 procent van de Amerikaanse consumenten een briefje van 100 dollar in zijn of haar portefeuille had zitten. En volgens een recente studie van de Europese Centrale Bank heeft de gemiddelde Belg 58 euro op zak. Dus geen briefjes van 100 of 200 euro, laat staan van 500 euro.

Waar zitten die grote bankbiljetten dan wèl? Om te beginnen is er voor bepaalde munten een aanzienlijke buitenlandse vraag. Onderzoekers van de Federal Reserve Bank van Chicago schatten dat vier van elke vijf biljetten van 100 dollar in het buitenland circuleren. De ECB van haar kant raamt de buitenlandse vraag op 20 à 25 procent. Oppotting is ook een stuk van de verklaring. Na de financiële crisis bijvoorbeeld is de vraag naar briefjes van 500 euro sterk toegenomen.

Maar wie de diverse stukjes bewijsmateriaal naast elkaar legt, komt toch al vlug uit op activiteiten in de zwarte of criminele sfeer. Zo ook Kenneth Rogoff, hoogleraar economie aan Harvard, in zijn boek uit 2016 getiteld 'The Curse of Cash'. In dat boek pleit Rogoff er onomwonden voor om de grote bankbiljetten gewoon af te schaffen omdat zij het misdadigers en belastingontduikers al te makkelijk maken. Voor alle duidelijkheid: de eerder vernoemde buitenlandse en oppottingsvraag staat hier niet los van, integendeel. Het mag bijvoorbeeld redelijkerwijze worden aangenomen dat een significant deel van het opgepotte geld van zwarte of criminele oorsprong is.

Nu zou u kunnen opwerpen: is, wat de eurozone betreft, het probleem al niet opgelost? Is het niet zo dat de centrale banken van de eurozone eerder dit jaar gestopt zijn met het uitgeven van nieuwe briefjes van 500 euro? En is het niet zo dat centrale banken die briefjes, naarmate ze terugkeren, uit omloop zijn beginnen nemen? Dat klopt inderdaad. Maar omdat briefjes van 500 euro gemiddeld minder snel circuleren - denk: oppotting - en vaak ook in aparte circuits circuleren - denk: zwarte en criminele economie - zal het wel even duren voor ze allemaal zijn verdwenen.

En ook: het briefje van 200 euro - toch nog altijd twee keer groter dan het briefje van 100 dollar - blijft bestaan. Ik geef u nu al op een blaadje dat een groot deel van de vraag naar briefjes van 500 euro op termijn gewoon zal verschuiven naar de coupure van 200 euro. Want ook met die briefjes past 1 miljoen euro nog altijd makkelijk in een aktentas.

Vandaar dat ik er durf voor pleiten om ook de coupures van 100 en 200 euro af te schaffen. Niet dat wij in alles een voorbeeld moeten nemen aan het Verenigd Koninkijk, maar als hun economie blijft draaien met als grootste coupure een briefje van 50 pond, waarom zouden wij het dan niet kunnen redden met biljetten van maximaal 50 euro? Ten andere: dat is wat het overgrote deel van de Belgen vandaag al doet, gelet op de 58 euro die ik hierboven al vermeld heb en de - hiermee samenhangend - het feit dat de meeste bankbiljettenverdelers geen briefjes van 100 euro aanbieden.

Het geleidelijk aan naar beneden halen van de bovengrens van ons bankbiljettenassortiment zou ten andere een prima signaal zijn in het kader van de evolutie naar een 'less cash society'. Cash betalingen zijn maatschappelijk gezien namelijk een dure aangelegenheid. De ECB becijferde een aantal jaren geleden, voor 13 EU?landen, dat de sociale kost van het contante betalingsverkeer gemiddeld op 0,5 procent van het BBP mag worden geraamd. Omgerekend per hoofd van de bevolking is dat 129 euro per jaar. 129 euro die ieder van ons - weliswaar indirect en verdoken - betaalt voor het drukken, vervoeren, tellen en sorteren van bankbiljetten, voor het beveiligen van bankkantoren en ATM's, ...; kortom, voor alle kosten die gepaard gaan met wat altijd een fysiek en dus arbeidsintensief betaalmiddel zal blijven.

Studie na studie wijst uit dat de sociale kost van ons betalingsverkeer bij een veralgemeend gebruik van elektronische betaalmiddelen drastisch naar beneden kan. Laat ons dus beginnen met het uit omloop nemen van de (te) grote bankbiljetten. In een hopelijk niet al te verre toekomst is dit dan misschien een goede kwisvraag: 'Bestond er in de eurozone ooit, ja dan nee, een briefje van 100 euro?'.

Leo Van Hove is hoogleraar economie aan de VUB.