De onderschatte kunst van het ruiken: ‘dankzij’ corona herontdekt de wetenschap de neus

© Getty
Dirk Draulans
Dirk Draulans Redacteur bij Knack

Veel coronapatiënten konden niets meer ruiken. Dat is ingrijpender dan we vaak denken. Wetenschappers besteden daardoor weer meer aandacht aan ons reukvermogen – maar het herstel van onze neus staat nog maar in de kinderschoenen.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Het coronavirus blijft wetenschappers verbazen. We weten dat een van de eerste symptomen van een besmetting het verlies van geur en smaak kan zijn. Dat blijkt ook een van de hardnekkigste symptomen. Een studie in het gespecialiseerde vakblad Rhinology concludeerde dat 46 procent van de mensen die ernstig ziek werden na een coronabesmetting een jaar later nog altijd kampt met reukproblemen – wereldwijd gaat het om tientallen miljoenen mensen. Bij liefst 7 procent was het geurvermogen na een jaar nog altijd helemaal weg. Onderzoekers vrezen dat het effect zo erg kan zijn dat sommige mensen hun geurvermogen nooit meer terug zullen krijgen.

Er zijn genetische factoren in het spel, waardoor sommige mensen een hoger risico op langdurig geurverlies lopen dan andere. Volgens een studie in Nature Genetics zijn slachtoffers met een bepaalde variant van een gen dat tussenbeide komt in de verwerking van geurmoleculen, kwetsbaarder voor de geurgevolgen van een coronabesmetting dan andere. Ook gezondheidsaspecten kunnen een rol spelen. Patiënten met de ziekte van Alzheimer, zelfs in beginnende vorm, zouden een groter risico lopen.

Mensen zouden onbewust de angst van anderen oppikken uit geursignalen die uit hun zweet komen.

Bizar is dat het effect van diverse coronavirusvarianten op onze geur en smaak kleiner is dan dat van het oorspronkelijke virus. Slachtoffers van de alfavariant – de eerste na het originele Chinese virus – hadden de helft minder kans op geurproblemen dan de eerste patiënten. Voor de omikronvariant is het nog maar 17 procent. De verschillen hebben ongetwijfeld te maken met variaties in de manier waarop de verschillende virusvarianten ons lichaam besmetten. Maar hoe dat in zijn werk gaat, is nog niet duidelijk.

Permanent verlies

Neus-, keel- en oorarts Laura Van Gerven (UZ Leuven) en haar collega’s toonden in een verslag in Cell aan dat de problematiek van geurverlies geen gevolg is van aanvallen van het virus op zenuwcellen in de neus, maar wel op neusondersteunende ‘sustentaculaire’ cellen. Daarin zou het virus zich ongeremd voortplanten. De virale actie in die cellen zou een zware afweerreactie van het lichaam uitlokken, waardoor de geurneuronen zelf niet meer in staat zouden zijn om hun informatie naar de hersenen door te geven. Een verslag in Nature stelde zelfs dat een vermindering van geursignalen naar de hersenen tot significante veranderingen in bepaalde hersenzones kan leiden. Die zouden de gevolgen van een besmetting op de geur een permanent karakter geven.

De geurproblematiek in de coronacrisis is zo groot dat er wereldwijd meer aandacht is voor onderzoek naar ons reukvermogen. Het wetenschappelijke topvakblad Nature wijdde er zelfs een special aan. We hebben de neiging om de impact van ons geurzintuig te onderschatten, zeker in vergelijking met het zicht en het gehoor, die ons meer informatie zouden verschaffen. Als je vergelijkt met andere diersoorten, komen wij er op het eerste gezicht inderdaad bekaaid af. Een mens heeft zo’n 4 miljoen geurreceptoren in de neus, een konijn 100 miljoen en een hond 300 miljoen.

Het mechanisme van honden om geuren te detecteren is ook een stuk verfijnder dan het onze. Ze jagen veel meer ingeademde lucht over hun geurreceptoren dan wij, zodat ze er veel meer geurmoleculen uit kunnen oppikken. De zone in hun hersenen die geurprikkels verwerkt (de bulbus olfactorius) is dertig keer groter dan de onze, alle lichaamsverhoudingen in acht genomen. Het is dat verschil dat ertoe leidde dat de eerste hersenonderzoekers in de negentiende eeuw concludeerden dat de geur voor ons minder belangrijk is dan de andere zintuigen, zeker in combinatie met de vaststelling dat veel mensen weinig aandacht hebben voor de geuren die ze ervaren – tenzij in nogal extreme omstandigheden, zoals een bakkerij met vers brood of een riool.

Het geurzintuig kreeg zelfs het label ‘primitief’ opgeplakt, omdat veel andere dieren er sterk op draaien – wij wilden toch zo graag anders en vooral beter zijn. Geurperceptie zou lange tijd in scherp contrast gesteld zijn met onze zo geroemde ‘vrije wil’. Maar recent hebben wetenschappers in Science aangetoond dat onze bulbus olfactorius in verhouding wel veel kleiner is dan die van honden of muizen, maar wel min of meer hetzelfde aantal neuronen bevat, namelijk zo’n 10 miljoen. Dat aantal zou relatief constant zijn voor zoogdieren. Dus misschien zijn wij dan toch niet zo anders.

Moeders borst

Ons geurvermogen is belangrijk voor onze beleving, zeker omdat de hersenzone die geuren verwerkt direct gelinkt is aan zones voor emotie en geheugen. Mensen koppelen geuren gemakkelijk én langdurig aan emotionele ervaringen, zoals ontmoetingen of plaatsen. De geur van zonnecrème is voor velen onlosmakelijk verbonden met strandvakanties, zelfs als je ze in de winter in je badkamer oppikt. Onderzoek heeft aangetoond dat Vietnamveteranen een opstoot van posttraumatische stress kunnen krijgen als ze de geur van een Aziatisch restaurant opsnuiven. Geuren zijn niet zelden gelinkt aan angst. Ze moeten ons waarschuwen voor problemen zoals gaslekken en bedorven voedsel. Mensen zouden onbewust zelfs de angst van anderen oppikken uit geursignalen die bijvoorbeeld uit hun zweet komen.

Een mens heeft 4 miljoen geurreceptoren in zijn neus, een hond 300 miljoen.
Een mens heeft 4 miljoen geurreceptoren in zijn neus, een hond 300 miljoen. © Getty Images/iStockphoto

Geuren beïnvloeden hoe we ons voelen en tot welke mensen we aangetrokken worden. Een studie in eLife toonde aan dat nogal wat mensen na een eerste handcontact met iemand automatisch en onbewust hun eigen hand naar hun neus brengen, ongetwijfeld voor een vorm van spontane evaluatie. Baby’s draaien in eerste instantie veel meer op hun geurvermogen dan op andere zintuigen. Ze herkennen niet alleen de geur van hun moeders borst, maar ook van haar kledij. Mogelijk vormen ze zich al in de baarmoeder een rudimentair beeld van hoe hun moeder ruikt. Het zou een cruciale factor zijn in de vorming van een band tussen baby en moeder.

Omgekeerd toonde een studie in Science Advances aan dat baby’s geurmoleculen uit hun voorhoofd loslaten, die een verschillend effect op mannen en vrouwen hebben. Bij mannen dempen ze agressieve gevoelens, bij vrouwen wekken ze die op. De geur, die we niet bewust waarnemen, zou een belangrijke evolutionaire rol gespeeld hebben in het verhogen van de overlevingskansen van een baby, in de veronderstelling dat zijn of haar welzijn eerder door mannen bedreigd zal worden en door vrouwen zal worden verdedigd.

Elk zijn ‘geurbeeld’

Ook onze anatomie wijst erop dat geuranalyse zelfs voor ons iets fundamenteels is. Als we in onze oren een geluidsprikkel opvangen, gaat die via twee tussenstations in de hersenen naar de gehoorzone voor verwerking. Maar geurprikkels gaan van de neus rechtstreeks naar het geurcentrum in de hersenen. Dat stuurt prompt signalen naar andere hersenzones. Het is het enige voorbeeld in ons lichaam van wat als een ‘primitief’ zintuig wordt beschouwd, maar dan in de betekenis van zenuwcellen die in direct contact met de buitenwereld staan en hun informatie zonder omwegen naar de relevante hersenzone sturen. Het moet de reactiesnelheid bevorderen.

Mensen hebben zo’n 400 verschillende types van geurreceptoren in hun neus, in verschillende verhoudingen. Dat zorgt ervoor dat niet iedereen op dezelfde manier op een geurprikkel reageert. Uiteenlopende ervaringen met geuren maken dat iedereen zijn eigen ‘geurbeeld’ heeft. Zeker omdat elk van de 400 receptortypes anders reageert op eenzelfde prikkel. Er lijken dus eindeloos veel mogelijkheden te zijn hoe iemand geurprikkels ervaart – de details daarvan zijn nog lang niet in kaart gebracht. Een studie in Proceedings of the National Academy of Sciences toonde aan dat één verandering in de genetische informatie voor één receptor kan volstaan om een ander geurpatroon te ontwikkelen.

Haargroei en wondgenezing

De vertaling van geurmoleculen in elektrische signalen gebeurt door speciale ankermoleculen op de zenuwcellen in de neus. Verrassend was de vaststelling dat die niet alleen in de neus, maar ook elders in het lichaam worden gevonden. Ze zouden een rol spelen in organen variërend van long tot nier, processen als haargroei en wondgenezing en ziektes als kanker en aderverkalking. Wetenschappers gaan er nu van uit dat ze in alle menselijke cellen voorkomen, wat vragen doet rijzen over hun evolutionaire achtergrond. Zijn geurreceptoren in eerste instantie ontwikkeld om interne communicatie in een lichaam te bevorderen, of zijn ze pas in tweede instantie algemener geworden en extra interne functies gaan uitoefenen? Het klinkt als een louter filosofische kwestie, maar het bevestigt dat onze geurmogelijkheden een veel grotere impact op ons doen en laten hebben dan we tot voor kort aannamen.

Die onderschatting leidt ertoe dat mensen die met reukverlies kampen amper op medische hulp kunnen rekenen. Laten we niet vergeten dat reukproblemen ook zónder virale besmetting voorkomen. Volgens een recente analyse in Current Allergy and Asthma Reports zou 5 à 15 procent van de bevolking met een vorm van ‘geurhinder’ te kampen krijgen – voor 65-plussers zou het de helft zijn. In industrielanden zou een belangrijke oorzaak een chronische ontsteking in de neus als gevolg van vervuilende factoren in de leefomgeving zijn. Trouwens, geurverlies (anosmie) is maar één uiting van de problemen. Parosmie is een andere: veel geuren manifesteren zich als één dikke en dikwijls onaangename geurbrij. Er is ook fantosmie, waarbij je geuren waarneemt die er niet zijn. Ook die laatste twee komen geregeld voor bij coronapatiënten.

Behandelingen liggen niet voor de hand. De meest algemene is een geurtraining om het verloren geurvermogen op te rakelen door herhaalde stimulatie met goed herkenbare geuren – een soort fysiotherapie voor de neus. Meestal omvat het een blootstelling aan vier goed ruikende en sterk van elkaar verschillende oliën, twee keer per dag gedurende maanden. Na een aantal maanden wordt overgeschakeld op vier andere geuren, wat het herstelproces zou versnellen. Mirakels moeten er niet van worden verwacht.

Echte medische ingrepen zijn er niet. Het is wachten op moleculaire ontwikkelingen die als geneesmiddel kunnen worden ingezet. Er wordt gezocht naar ontstekingsremmers en middelen om het herstel van geurreceptoren te versnellen. Er is wel het wat ijle concept ‘hoop’. Een geurzenuw kan zichzelf herstellen als hij beschadigd wordt, en geurcellen in de neus kunnen zich vernieuwen. Meestal gebeurt het te traag om een leefbare oplossing te zijn. Een wetenschapper stelde in Nature dat sommige mensen met permanent geurverlies na een virale besmetting vele jaren later ineens hun reukvermogen terug kunnen krijgen als gevolg van de spontane regeneratie van hun geurreceptoren. Maar het lijkt een magere troost voor mensen die amper nog iets ruiken of smaken.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content