De blauwe versnelling: menselijke expansiedrift vindt uitweg naar de zee

© Getty
Dirk Draulans
Dirk Draulans Redacteur bij Knack

Niet alleen op het land maar ook in de Noordzee woedt de strijd om de open ruimte. Toch moet het mogelijk zijn om de belangen van de visserij, de scheepvaart, de energiesector en de natuur te verzoenen.

De zee knabbelt aan het land. Door de klimaatopwarming zal de zeespiegel wereldwijd stijgen. Voor ons deel van de Noordzee variëren de schattingen tussen 0,5 en 2,5 meter tegen het einde van de eeuw. Maar het kan ook meer zijn, want de klimaatopwarming gaat almaar sneller en de gevolgen ervan zullen des te ingrijpender zijn. We hebben er alle belang bij om te trachten het tij zo snel mogelijk te keren. De meest voor de hand liggende manier om dat te doen, is zo snel mogelijk overschakelen van het gebruik van fossiele brandstoffen op hernieuwbare energiebronnen, zoals zon en wind. Voor windenergie wordt naar de zee gekeken, al was het maar om conflicten aan land te vermijden – nogal wat burgers protesteren tegen plannen voor windmolens in hun buurt.

De Belgische windenergiebedrijven behoren tot de wereldtop, hoewel de concurrentie groot is. Volgens secretaris-generaal Annemie Vermeylen van het Belgian Offshore Platform, de vereniging van eigenaars en investeerders in windparken op zee, wordt er volop geïnvesteerd in onderzoek en vernieuwing. Zo wordt onderzocht hoe de wieken van de molens efficiënter kunnen worden en wat het potentieel is van ‘drijvende’ windmolens. Die staan niet op palen maar hangen aan lange ankers, waardoor ze op diepere plekken van de zee kunnen worden geplaatst. Palen reiken maximaal 40 meter diep, met ankers kunnen dieptes van honderden meters bereikt worden. Daardoor wordt het potentieel van windenergie op zee fors uitgebreid.

Kunstmatig rif

Begin oktober werd in de nieuwe gebouwen van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) in Oostende een ‘Seaposium’ gehouden over innovatie in en rond de Noordzee. Tijdens de gesprekken werd duidelijk dat de strijd om de open ruimte, die in het Vlaamse landschap al op het scherp van de snee wordt gevoerd, ook aan de orde is in het Belgische deel van de Noordzee – een van de drukste vaarroutes ter wereld. Directeur Sylvie Becaus van de Vlaamse Visveiling deed haar beklag over het feit dat liefst 40 procent van de voormalige visserijgronden nu ingenomen is door windmolenparken en natuurgebieden waar niet langer gevist mag worden. Bovendien zouden de windmolens vooral geplaatst zijn op plekken waar vissers vroeger de meest interessante vissen ophaalden.

© National

Er is ook debat over de natuurvriendelijkheid van windmolenparken. Ze werken als kunstmatige riffen, want op de turbinepalen groeit een weelde aan beestjes en planten die elders op de zandige bodem weinig kansen krijgen. Nog niet zo lang geleden was een vijfde van de bodem van onze Noordzee bedekt met natuurlijke oesterbanken die ook als riffen fungeren, maar ze zijn verdwenen door vervuiling en overbevissing. In Nederland wordt zelfs ingezet op het creëren van kunstmatige riffen om de biodiversiteit van de zee te verhogen, maar zover zijn we in België nog niet.

Omdat er niet in gevist mag worden, zijn windmolenparken ook een veilige haven voor vissen en andere door de mens begeerde beestjes. Het lijkt er sterk op dat de parken het leven in de zee een stevige boost kunnen geven. Daarom is er tegenwoordig ook minder verzet tegen de plaatsing van windmolens in mariene natuurreservaten. Onduidelijk blijft wel in hoeverre de wieken van de windturbines schadelijk zijn voor vogels en veermuizen. Andere problemen, zoals de uit intensieve pluimveehouderijen afkomstige dodelijke vorm van vogelgriep die nu circuleert, of de alomtegenwoordige vervuiling met plastics en andere chemische stoffen, zouden een veel grotere impact hebben.

Energie-eiland

De beleidslui die de plannen voor windenergie op zee verder uitwerken, krijgen ook te maken met bezwaren van kustbewoners. Die protesteren bijvoorbeeld tegen de aanleg van bovengrondse hoogspanningslijnen, die nodig zijn om de stroom van het windpark op zee naar het binnenland te brengen. Er zijn ook al bedenkingen geformuleerd bij de recente plannen voor een energie-eiland op zee: een constructie die de productie van verschillende windmolenparken moet centraliseren, en die verbonden zou kunnen worden met buitenlandse productie-eenheden.

Windenergie is een van de speerpunten van wat het vakblad New Scientist onlangs presenteerde als ‘de blauwe versnelling’: de menselijke expansiedrang die steeds meer een uitweg naar zee vindt. Het blad presenteerde een mariene variant van de ‘planetaire versnelling’ die al een tijdje opgang en ophef maakt: een illustratie van de exponentiële verhoging van de greep van de mens op de aardse ecosystemen sinds de jaren 1950. De blauwe versnelling is later begonnen, vanaf de jaren 1970, maar is op kruissnelheid gekomen. Visserij, diepzeemijnbouw, windenergie, maritiem transport…, ze zitten allemaal in de lift.

Liefst 80 procent van het transportvolume in de wereld verloopt tegenwoordig via containerschepen, volgens het blad een sector met een ‘belangrijke en grotendeels ongereguleerde uitstoot van broeikasgassen’. Er wordt wel gedacht aan een milieuvriendelijker aanpak, onder meer door de inzet van schepen met hybride motoren die deels hun eigen elektriciteit produceren. Een recente studie in Nature Energy concludeerde dat tegen 2030 niet minder dan 40 procent van de klassieke routes van containerschepen afgelegd kan worden met elektrische batterijen. Er zijn dus geen dwingende redenen meer om niet in te zetten op een energietransitie.

Op het symposium in Oostende plaatste hoogleraar maritiem transport Christa Sys (UAntwerpen) een en ander in perspectief, bijvoorbeeld met de vraag aan het publiek hoeveel containerschepen er op de wereldzeeën varen. De schattingen liepen op tot een miljoen, maar het blijken er ‘amper’ 5300 te zijn, grotendeels eigendom van een handvol grote rederijen. Sys stelde dat er op wereldniveau elk jaar per persoon gemiddeld 1,5 ton aan goederen via de zee wordt verplaatst. Dat is op zich een hallucinant getal, maar voor ons in Europa is het liefst 7 ton.

40 procent van de vroegere visserijgronden wordt nu ingenomen door windparken en natuurgebieden. © National

Ook daarin zit naar verluidt nog groeipotentieel. Dat zal moeten worden opgevangen door méér schepen, wat extra risico’s impliceert, niet het minst omdat als gevolg van de klimaatopwarming de stormen op zee zwaarder worden en langer duren, waardoor het risico verhoogt dat schepen tegen een windmolen worden geslagen. De aanschaf van een krachtige zeesleepboot om te verhinderen dat schepen op drift zouden botsen, zou in die context nuttig kunnen zijn.

Kweek op zee

De oceaan is een enorme biotoop, mede door de extra dieptedimensie véél uitgestrekter dan het land. Toch slaagt de mens er dankzij de technologie in om die te overexploiteren, zoals we met alles op de aarde doen. Het wordt tijd dat we de verstorende elementen aan banden leggen, als we het ook op zee niet willen verknallen.

Een belangrijk punt van aandacht zijn kweekprojecten op zee, vooral van zeewieren en schelpdieren. Vissers beschouwen zichzelf een beetje als ‘jagers’ op de zee, maar naar analogie met de plezierjagers aan land krijgen ze het steeds moeilijker om hun activiteiten te verantwoorden, zeker in overbeviste delen van de zee. Parallel daarmee groeit de aandacht voor wat als ‘landbouw’ op zee wordt beschouwd.

In onze contreien zijn er pilootprojecten rond het kweken van zeewier (kelp) en van mosselen op draadculturen: kabels waarop de dieren groeien. Het zit allemaal nog in een pioniersfase en er blijven vragen over de rendabiliteit, maar het past wel in een streven naar duurzame voedselvoorziening. Er hoeft namelijk zo goed als niets ‘toegevoegd’ te worden aan de kwekerijen. Ze voeden zichzelf. Zeewier puurt zijn energie uit zonnestralen via het proces van de fotosynthese, waardoor het een remmend effect kan hebben op de klimaatopwarming, want het haalt CO2 uit de atmosfeer. Er zijn ook geen noemenswaardige vervuilende neveneffecten van de kweekpraktijken.

Vervelend is wel dat mosselkwekerijen te lijden kunnen krijgen van de klimaatopwarming, want door de verzuring van het oceaanwater kunnen er problemen ontstaan met de kalkvorming die essentieel is voor de vorming van schelpen. Het zou jammer zijn, want een vergelijkende analyse van diverse voedselproducten in het vakblad Communications Earth & Environment leert dat dit soort kwekerijen niet alleen milieuvriendelijk zijn, maar ook gezonde voeding opleveren. Op zee zijn vooral wild gevangen kreeften en krabben heel milieuonvriendelijk, met een ecologische voetafdruk die in de buurt komt van de productie van rundvlees.

Er wordt nu over gedebatteerd of er in de windmolenparken, die al fungeren als een natuurlijk rif voor wilde dieren, ook milieuvriendelijke kwekerijen geplaatst kunnen worden. Die houden minder risico’s in dan vissersschepen. In ieder geval lijkt het duidelijk dat voor het optimaliseren van het gebruik van ons deel van de Noordzee een verweving van functies moet worden nagestreefd, net als op het land. Het lijkt erop dat windenergie, mosselkweek, natuurbeheer en milieuvriendelijke scheepvaart met elkaar te verzoenen zijn als er grondig over ‘cohabitatie’ wordt nagedacht.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content