Beestenboel: het waterzakmosdiertje is Vlaanderen met een sneltreinvaart aan het inpalmen

© Wikipedia
Dirk Draulans
Dirk Draulans Redacteur bij Knack

Het waterzakmosdiertje vormt bolvormige kolonies die tot twee meter groot kunnen worden.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Mosdiertjes zijn een tak van het dierenrijk met een wijde verspreiding in zowel zoet als zout water. Op de waarnemingensite van Natuurpunt staat een dertigtal inheemse soorten vermeld, maar in de Noordzee komen er veel meer voor. Ze vormen kolonies die uiteenlopende structuren kunnen aannemen, van koraalachtige takjes tot grote bollen. De meeste zitten vast op een substraat.

Kolonies beginnen met een zwemmend larfje, dat zich na enkele dagen vastzet en intern een volledige reorganisatie doormaakt: het komt er als een ander beestje uit. Het begint al snel aan de lopende band klonen van zichzelf te maken, die aan elkaar blijven hangen en de kolonie vormen. De klonen, die zelden groter worden dan een halve millimeter en niet in staat zijn om op zichzelf te leven, zitten allemaal in hun eigen huisje.

Een kolonie gaat op den duur fungeren als een soort lichaam, waarin afzonderlijke diertjes gespecialiseerde functies kunnen krijgen, zoals vasthechting, verdediging en voortplanting. Een kolonie groeit door ongeslachtelijke voortplanting, maar geslachtelijke is mogelijk, waarbij sommige klonen zich als mannetje gedragen en andere als vrouwtje. Uit bevruchtingen komen de larfjes die voor de verspreiding zorgen.

Sommige mosdiertjessoorten maken kolonies die nooit groter dan een centimeter worden, andere kunnen uitgroeien tot structuren van meer dan een meter. Grote kolonies kunnen meer dan 2 miljoen aparte diertjes bevatten. Een speciaal geval is het waterzakmosdiertje dat bolvormige kolonies vormt, die uitzonderlijk een diameter van twee meter kunnen krijgen. Ze wegen dan meerdere kilo’s. De diertjes danken hun naam aan dat voorkomen.

Bioloog Kevin Scheers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) trok in een natuurbericht met enkele collega’s de aandacht op dit diertjesconglomeraat. Het is Vlaanderen namelijk met een sneltreinvaart aan het inpalmen. Het stamt oorspronkelijk uit het oosten van Noord-Amerika, maar zou eind negentiende eeuw in Europa zijn gearriveerd. Het duurde tot 1990 voor het hier wat algemener werd. De eerste waarneming voor ons land dateert van 2014, in een zandwinningsplas in de Noorderkempen, maar de volgende jaren kwamen er steeds meer. De kans is reëel dat het beestje zich via onze kanalen verspreidt.

Wat het waterzakmosdiertje extra succesvol maakt, is het bestaan van zogenaamde statoblasten: overlevingscapsules van een millimeter groot die loskomen uit een kolonie en bijna alle omgevingsomstandigheden aankunnen zonder onderuit te gaan. Ze komen zelfs ongeschonden uit een passage door het darmkanaal van vissen en vogels, wat hun verspreidingskansen verhoogt. Alsof dat niet volstaat, staan ze vol harde ankertjes waarmee ze zich aan een veelheid van substraten kunnen hechten, zodat hun verplaatsingsmogelijkheden schier onbegrensd zijn. Elke statoblast kan uitgroeien tot een nieuwe kolonie. Het is dus duidelijk dat dit diertje een blijver is. Het is niet duidelijk of het problemen zal veroorzaken – een slijmerige bol van meer dan een meter is niet vrijblijvend.

Grote kolonies van mosdiertjes kunnen meer dan 2 miljoen aparte diertjes bevatten.

Een andere nieuwkomer uit de familie is het bloedrode plooimosdiertje, dat in kustwateren leeft. Waar het vandaan komt, is niet bekend, maar ook dit beestje is de wereld aan het veroveren, blijkbaar vooral via jachthavens.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content