Hebt u thuis lampen nodig? Of alleen maar licht? Moet u een wasmachine kopen, of is het allang goed als uw was gedaan wordt zonder dat u daarvoor uw huis uit hoeft? En nu we het er toch over hebben: waarom zou u de grond onder uw huis moeten bezitten? Hebt u trouwens wel recht op die grond?
...

Hebt u thuis lampen nodig? Of alleen maar licht? Moet u een wasmachine kopen, of is het allang goed als uw was gedaan wordt zonder dat u daarvoor uw huis uit hoeft? En nu we het er toch over hebben: waarom zou u de grond onder uw huis moeten bezitten? Hebt u trouwens wel recht op die grond? Als het van Thomas Rau afhangt, bezitten we binnenkort hooguit nog de kleren aan ons lijf. Of zelfs niet. Als we slim zijn, kopen we alleen een draagrecht. Dan lost de fabrikant het maar op wanneer die broek van zeventig euro net iets te snel verslijt. 'Zo leggen we de verantwoordelijkheid waar ze hoort: bij de producent. De verantwoordelijkheid om een hoogwaardig product af te leveren, om dat product te onderhouden als het stuk gaat, en om nadien alle componenten ervan te recycleren', zegt Rau. 'Het is absurd om die verantwoordelijkheid naar de burger door te schuiven.' Rau - grijze coupe, Duits accent dat zijn afkomst en een blik die doortastendheid verraadt - is een dwarsdenker. Uit overtuiging, maar net zo goed als liefhebber van het genre. 'Duurzaamheid wordt een van de grootste problemen van deze eeuw. Ik denk dat u bij de probleemgroep hoort, en dat gaat u blijkbaar vanavond vieren', zo stak Rau van wal toen hij in april een lezing gaf op de uitreiking van de ABN AMRO Duurzame 50, een lijst die hij vorig jaar zelf nog aanvoerde. Hij spaarde zijn publiek niet. 'We moeten naar een nieuwe relatie tussen de mensheid en de aarde, tussen ons en wat ons zijn mogelijk maakt. Die relatie is ziek. We liggen op intensive care onder een zuurstoftentje, en straks krijgt iemand een prijs die een duurzaam zuurstoftentje ontworpen heeft.' Rau pleit zelf schuldig. Sinds hij in 1992 zijn bureau RAU Architecten opende in Amsterdam reef hij talloze duurzaamheidsawards binnen, met dank aan de energieneutrale en energieproducerende gebouwen die hij ontwerpt. Met het hoofdkantoor van het World Wildlife Fund (WWF) in het Nederlandse Zeist bouwde hij het eerste CO2-neutrale gebouw van Europa. 'Die focus was een vergissing. We proberen een fout economisch model te optimaliseren. Het duurzaamheidsdenken weerhoudt ons ervan af te stappen van het hele systeem en resoluut voor circulariteit te kiezen.' In de circulaire economie worden grondstoffen niet uitgeput, maar blijvend ingezet. Afval is waanzin, zegt Rau. 'We spelen constant limited editions kwijt die nooit meer terugkomen.' In zijn in 2016 verschenen boek Material Matters schetst de architect het alternatief voor wat hij 'onze roofbouwmaatschappij' noemt: een nieuw economisch model waarin materialen rechten hebben, en waarin wij niet langer eigenaar maar tijdelijk gebruiker zijn. 'Alles is tijdelijk, alleen de gevolgen zijn permanent', herlees ik op de boekflap. U staat erom bekend zichzelf steeds opnieuw uit te vinden. Zegt u het maar, what's new? Wat heb ik nog nergens gelezen? Thomas Rau: (lacht) Welke editie heb je? Het boek wordt steeds geactualiseerd. (Neemt het exemplaar van tafel.) Achtste druk, januari 2019. Dan is Bodemwende het laatste nieuwe. Laten we daar dan mee beginnen. Rau: Kijk, de allergrootste visie die je kunt hebben, is de realiteit. We moeten mensen geen dromen verkopen, maar hen net uit hun dromen halen. De realiteit is dat de aarde een gesloten systeem is. We hebben er maar één, en alles op aarde is gelimiteerd. Ook de grond. Voor mij is grond een publiek goed, niet iets wat je kunt bezitten of verkopen. De publieke macht kan grond voor een tijdje ter beschikking stellen voor privédoeleinden, maar wanneer je er klaar mee bent, moet je die teruggeven. Nu zitten we in een realiteit waarin veel grond al verkocht is, en waarin we tegelijk met de klimaatverandering een groot collectief probleem hebben veroorzaakt. Dat vraagt een collectief instrument om het te corrigeren. In de praktijk zien we echter dat de minister-president een klimaatakkoord tekent in Parijs, maar de verantwoordelijkheid doorschuift naar de burgers, die maar met hun spaargeld zonnepanelen moeten kopen. Dat is fout. We moeten het morele gedrag van de burger niet van hemzelf vragen, maar collectief organiseren. Net zoals we dat met de verkeersregels doen. Maakt u het eens concreet. Rau: Onze huizen energieneutraal maken is technisch geen uitdaging. Wel is er een financieringsprobleem. In Nederland is daar 215 miljard euro voor nodig. Zo'n bedrag krijg je niet zomaar van de bank. Daarom koppelen we met Bodemwende - naar analogie met de Duitse Energiewende of energietransitie - de burger rechtstreeks aan de kapitaalmarkt, in de eerste plaats aan pensioenfondsen. Jij verkoopt de blote eigendom van je grond, en met het bedrag dat je daarvoor krijgt, kun je de nodige investeringen doen om je huis energieneutraal te maken. Het pensioenfonds dat in Bodemwende investeert, krijgt in ruil daarvoor een jaarlijkse rente van 1 procent. Met het geld dat je uitspaart doordat je geen energierekening meer hebt, kun je na acht à tien jaar de blote eigendom terugkopen. Zijn mensen daartoe bereid? Je moet toch over een mentale drempel om je grond te verkopen aan een pensioenfonds.Rau: Je behoudt het gebruiksrecht, je verkoopt alleen de blote eigendom. Dat stelt niets voor, het is een puur juridische constructie. Enkele jaren geleden beschouwde u het energievraagstuk als opgelost. Ondertussen zien we nog maar weinig energieproducerende woningen. Wel zien we stijgende energiefacturen en politieke partijen die blijven kibbelen over of de kerncentrales open moeten blijven of dicht moeten. Is de energietransitie louter een financieringsprobleem of is het ingewikkelder dan dat? Rau: Het is een politieke keuze. In Zwitserland krijg je geen bouwvergunning meer als je niet energieneutraal bouwt. Het probleem is dat wij wel staat en kerk, maar niet staat en lobby van elkaar gescheiden hebben. Er valt meer te verdienen met woningen die energie verbruiken dan met woningen die energie leveren. De overheid is een onderheid geworden, ze heeft zich de rol van ondernemer toegeëigend. Maar de overheid moet doen wat nodig is, ondernemers doen wat mogelijk is. Zij moeten welvaart creëren, de taak van de overheid is om die welvaart te borgen. Maar de overheid wil geld verdienen. Nederland heeft in de vorige eeuw slechts zeven jaar nodig gehad om van kolen naar gas over te schakelen. Maar van gas naar gasloos gaan, zou zogezegd een onmogelijke opdracht zijn. Het probleem is dat de overheid met de gasvoorraden in Groningen miljarden verdiend heeft, maar dat ze voor de gasloze samenleving nog geen verdienmodel heeft. Dus moeten ondernemers en architecten de vlucht vooruit nemen? Rau: Als de overheid onderheid wordt, dan nemen de ondernemers het over. De overheid huppelt nu wat hulpeloos achter hen aan, ze heeft het stuur niet meer in handen om de maatschappelijke behoeften te faciliteren. Dat is jammer. Hoe sterker de overheid, hoe meer vaart we zouden kunnen maken. Rau wachtte niet op de overheid om zijn eigen kleine revolutie te voeren. Toen een topman van Philips met dozen lampen voor de deur stond voor een nieuw gebouw dat Rau ontwierp, stuurde de architect de man wandelen om zijn huiswerk opnieuw te maken. Rau wilde geen lampen kopen, maar licht. '300 lux graag, en ze moeten 2000 uur per jaar branden.' Hoe dat licht daar kwam, moest Philips zelf maar uitzoeken. Als een lamp stuk ging, was het aan hen om die te vervangen. Bovendien zou niet Rau, maar Philips de energiefactuur betalen. Enkele weken later stond de topman opnieuw voor de deur, ditmaal met een radicaal ander lichtplan: minder lampen, die langer meegingen én minder energie verbruikten. De energierekening daalde met de helft. Rau wist dat hij goud in handen had, voor een economisch model dat veel verder reikte dan de architectuur. Samen met zijn vrouw Sabine Oberhuber richtte hij Turntoo op, een bureau dat het circulaire dienstenmodel ingang moest doen vinden in alle geledingen van het dagelijkse leven. Rau wil de wereld veranderen, voor minder doet hij het niet. En hij begint bij zichzelf. De architect koopt geen tapijt meer, maar loopuren. Geen auto, maar kilometers op de weg. In samenwerking met een socialehuisvestingsmaatschappij en Bosch zette hij wasmachines in elke woning, die eigendom bleven van de fabrikant. De huurders betalen een vast bedrag per wasbeurt, wat hun goedkoper uitkomt dan het toestel aankopen en elektriciteit betalen. De fabrikant levert uit eigenbelang zijn meest duurzame en energiezuinige toestellen. Voor Philips werd de verkoop van diensten in plaats van producten een belangrijk nieuw verdienmodel. In 2020 moet 15 procent van de omzet uit circulaire toepassingen komen. Dat past in een bredere langetermijnstrategie, waarbij Philips resoluut de duurzaamheidskaart trekt. De multinational met 74.000 werknemers zal volgend jaar CO2-neutraal zijn. 'Zeven jaar geleden werden we uitgelachen, nu is het een businessmodel dat ernstig genomen wordt', zegt Rau. 'Omdat het financieel buitengewoon interessant is, zowel voor de fabrikant als voor de consument. Die kan zich plots een Porsche of Volvo, een Miele-wasmachine of tuinmachines van Husqvarna veroorloven. Het is niet toevallig dat net die kwalitatief hoogstaande producten als eerste op de dienstenmarkt komen. Ze zijn gemaakt om lang mee te gaan.' En daarin verschillen ze van de meeste producten. 'Nieuw = nog net niet stuk', schrijft u in uw boek. We weten al langer dat elektronica doelbewust met een beperkte levensduur gemaakt worden. Hoe komt het dat mensen daar niet feller tegen in opstand komen? Rau: Op ieder pakje sigaretten staat 'Roken is dodelijk' met de afschuwelijkste foto's, maar hoeveel mensen roken? Mensen informeren blijkt onvoldoende te zijn voor gedragsverandering. Die moet voortkomen uit inzicht. Kijk naar het gebrek aan klimaatactie, dat spiegelt het gebrek aan inzicht van de mens in alles wat ons zijn mogelijk maakt. We moeten dan ook niet focussen op klimaatverandering, maar op een mentale verandering. Ik noem het een mexit, een mentale exit. De economie is een weerspiegeling van ons bewustzijn en het daarin besloten wereldbeeld. Daarom hebben we eerst een nieuwe copernicaanse revolutie nodig, waarin we onszelf niet langer als heersers van de wereld zien, maar slechts ons tijdelijke gast-zijn op aarde faciliteren. Als je de realiteit van onze eindige planeet onder ogen ziet, is het onbegrijpelijk wat wij aan het doen zijn. U zet grondstoffen centraal in uw discours, wij zijn slechts passanten. Speelt u daar niet veel toehoorders kwijt? Misschien krijgt u meer mensen aan boord als u hun eigenbelang benadrukt. Rau: Nou, nee, het is altijd het businessmodel van de kerk geweest om een antropocentrisch wereldbeeld te cultiveren: 'Jullie zijn het belangrijkste van de schepping.' Dat moet rechtgezet worden. Wij zijn hier slechts bij gratie van de lucht en de rivieren. Zonder kunnen we niet bestaan. Het besef moet weer doordringen dat wij niet boven alles staan, maar een onderdeel van alles zijn. Is dat de gedachte achter de Universele Verklaring voor de Rechten van Materialen, die u in september hebt voorgelegd bij de Verenigde Naties? Rau: Als mensen rechten hebben, en ons bestaan is afhankelijk van alles om ons heen, dan moet alles toch rechten hebben? Mensenrechten houden in dat we moreel gedrag afdwingen. 'Is het nu wel een verkrachting of niet?' We laten dat niet aan iemands persoonlijke inschatting over. We zeggen gewoon: not done. Ook over de omgang met materialen kunnen we afspreken welk gedrag moreel aanvaardbaar is. Net zoals we de doodstraf moeten afschaffen, moeten we ook de doodstraf voor materialen afschaffen. Alles heeft waarde, en daarom moet elk materiaal beschikbaar blijven. Afval is in die optiek niets anders dan een grondstof die nog geen identiteit gekregen heeft. 'Artikel 20?2: geen natuurlijk materiaal mag uit mijnbouw gewonnen worden zolang het elders voorradig is.' Hoe krijg je dat georganiseerd? Rau: Elk gebouw moet een materialenpaspoort krijgen, waarin exact wordt aangegeven welke grondstoffen erin verwerkt zijn en hoe ze nadien hergebruikt kunnen worden. Om al die materialenpaspoorten te archiveren hebben we Madaster in het leven geroepen, een kadaster voor materialen. Daarmee zijn we al in tien landen actief. In Nederland brengen we nu samen met bedrijven de waarde van de grondstoffen in hun gebouwen in kaart, om de financiële baten inzichtelijk te maken. Voor het nieuwe hoofdkantoor van Triodos Bank, dat u deze zomer oplevert en dat volledig 'remontabel' zal zijn, houdt u permanent de waarde van de gebruikte materialen bij. Hoe is die waarde geëvolueerd? Rau: Die blijft natuurlijk alleen maar stijgen, omdat grondstoffen steeds schaarser worden. Gemiddeld is de aanschafwaarde 16 tot 18 procent van de huidige materiaalwaarde. Het vraagt wel hoge startinvesteringskosten. Voor een dergelijk prestigeproject is dat misschien geen onoverkomelijke horde, maar is het algemeen toepasbaar? Waar moet het geld vandaan komen? Rau: Je hoeft niet iets te zoeken wat er in overvloed is, er is geld zat in de vastgoedsector. Dat toont trouwens aan dat vastgoed veel te duur is. Vastgoed zou een basisbehoefte moeten bedienen, namelijk de biografische ontwikkeling van mensen ruimtelijk faciliteren. Helaas is vastgoed geen dienst aan de mens, maar een product. Maar om op je vraag te antwoorden: ook de banken zullen zichzelf moeten heruitvinden. Het is niet meer van deze tijd om geld te verdienen zonder meerwaarde te creëren. Dan verliezen banken hun recht van bestaan. Dat weten ze zelf ook, de sector zit in een identiteitscrisis. Als ze zich niet aanpassen, worden ze de Free Record Shops van vroeger. Dus zijn ze naarstig op zoek naar een nieuwe identiteit. Gelooft u dat binnen tien of twintig jaar elk gebouw een materialenpaspoort zal hebben? Rau: Dat kan. Als we ons ervan bewust zijn dat iets gelimiteerd is, dan zullen we het zorgvuldig bewaren. Nu al klinkt het dat niet iedereen een elektrische wagen zal kunnen hebben. De nodige grondstoffen zijn niet voldoende voorradig. Rau: Ik mag het hopen. De elektrische auto is een van onze grootste problemen. Ik zou iedereen afraden ermee te rijden. Het is slecht voor de volksgezondheid. Hoezo? Rau: Een elektrische auto heeft een elektrische wisselmotor. Die bouwt een elektrisch veld op, en dat veroorzaakt elektrosmog. In een gemiddelde elektrische auto ligt die - ik heb het zelf gemeten - tussen de 50.000 en 60.000 nanotesla. Ja, dat wordt in tesla gemeten. (lacht) Ter vergelijking: achter een beeldscherm mag van de Wereldgezondheidsorganisatie maximaal 200 nanotesla schuilgaan. Ik heb een Tesla gehad, een van de eersten. Ik ben doodziek geworden, nooit meer ga ik in die auto zitten. Er zijn rapporten die zeggen dat langere tijd blootgesteld zijn aan meer dan 20.000 nanotesla kankerverwekkend is. Dat is wat we dus gaan doen: iedereen in zo'n kankerbolide zetten. Ik denk dat dat geen goed idee is. Als ik dat zo opteken, mag ik allicht een telefoontje van Tesla verwachten. Rau: Ik heb heel uitgebreide correspondentie met Tesla hierover, kan ik je vertellen. Zij hebben het ook gemeten, het is nu eenmaal eigen aan die elektrische motor. Als je gas geeft, verander je de frequentie van de motor en daardoor ontstaat het veld. Je zou alle leidingen moeten inpakken in een soort Kooi van Faraday. Dat kost per auto tussen de 8000 en de 10.000 dollar. Het valt dus technisch op te lossen. Net zoals het technisch mogelijk is om auto's geen CO2 te laten uitstoten, maar toch zal de auto-industrie allerlei trucjes bedenken om het niet te doen. (Knack vroeg Tesla om een reactie, maar kreeg geen antwoord, nvdr.)Wat is het betere alternatief? Rau: Daar heb ik eerlijk gezegd geen antwoord op. We hebben er veel te weinig onderzoek naar gedaan, en de foute denksporen gefinancierd. Daarom moeten we naar radicaal andere zakenmodellen. De elektronica die als dienstencontract aan de man gebracht worden, zijn 32 procent energiezuiniger, omdat de producent zelf voor de verbruikte elektriciteit opdraait. Daar zit dus een enorm energiebesparingspotentieel. Uw oplossingen zijn sterk top-down georganiseerd: grote bedrijven nemen het voortouw, overheden dwingen met wetgeving moreel gedrag af. Wat kunnen burgers van onderuit doen? Rau: Heel veel! Telkens opnieuw aan bedrijven vragen: waarom heb je geen servicemodel? Op straat komen. Verstandige keuzes maken in het stemhokje. We hebben als burgers allerlei instrumenten, maar we gedragen ons niet als burgers. We zijn een consumentenmaatschappij geworden, zonder oog te hebben voor wat we nalaten. Zolang we het minst investeren in het meest waardevolle dat we hebben, onze kinderen, moeten we ons goed afvragen of deze samenleving überhaupt het recht heeft om te overleven. De kunst is om een probleem zodanig groot te maken dat het een oplossing wordt. In Duitsland zie je de kentering. De groenen zijn er voor het eerst in de geschiedenis de grootste partij in de peilingen. Nu breekt de pleuris uit en worden de gevestigde machten wakker geschud. Ook op de markt lijkt er een kantelmoment te zijn. Het is nu al kostenefficiënter om elektronische componenten te winnen uit elektronisch afval, het zogenaamde urban mining, dan uit mijnen. Future has arrived? Rau: Ja, en het was al veel eerder gebeurd als we grondstoffen in plaats van arbeid zouden belasten. We moeten het eindige belasten, niet het oneindige. Arbeid is er genoeg, na ons komen er vast nog enkele miljarden mensen. Maar als het koper op is, dan stopt het daar. Kinderarbeid in ontwikkelingslanden is nog een consequentie van onze foute keuze om arbeid te belasten. Ontwikkelingslanden komen steeds meer in opstand tegen de rol die zij spelen in de lineaire economie. Onder andere Maleisië, de Filipijnen en China sturen het afval terug dat spotgoedkoop van Europa naar die landen wordt verscheept. Ze weigeren nog langer de vuilnisbak van de wereld te zijn. Rau: Heel goed, terugsturen die handel. Het is een schande hoe industrielanden afvallanden creëren door hun rotzooi er te dumpen. Dat ontwikkelingslanden daar niet langer in willen meestappen, creëert opportuniteiten voor ons om dat afval duurzaam te verwerken. Helaas heeft Turkije nu veel plastic opgevangen dat we tot voor kort naar China stuurden. U werkt samen met het Vaticaan aan een project. Kunt u daar al iets over kwijt? Rau: Ze hadden me uitgenodigd om mijn visie te komen toelichten. Hun reactie was: als we de materialendatabank in de praktijk brengen, dan hebben we geen ontwikkelingslanden meer. Want als zij de beheerders van de materialenbibliotheken worden, dan hebben ze een constante inkomstenstroom. Waarom worden de ontwikkelingslanden de bibliothecarissen? Rau: Omdat daar de materialen gevonden worden. Nu gaat China hele bergen opkopen in Afrika om aan grondstoffen te komen. Ik vind dat je geen eigenaar kunt worden van grondstoffen, je kunt enkel hun gebruik faciliteren. En die opdracht behoort toe aan de landen waar de materialen vandaan komen. Een interessant idee, maar in de praktijk zullen het toch de grote multinationals zijn die de databanken beheren? Rau: Dat is een groot gevaar. Maar het kan anders. In Alaska hebben ze het Alaska Permanent Fund, dat jaarlijks een bedrag uitkeert aan alle inwoners, vanuit het principe dat zij moeten profiteren van de winsten uit de winning van olie en gas. We moeten eigendom personifiëren: materialen voorstellen alsof ze personen zijn, en hun rechten geven. Anders wordt het alweer gekraakt door het huidige economische model.