De feiten zijn ondertussen zo lang geleden dat de bewijslast duidelijk verzwakt is, zei het plaatsvervangende hoofd van het Zweedse Openbaar Ministerie, Eva-Marie Persson, dinsdag. Aanvechting van de beslissing van het parket is mogelijk, aldus Persson.

De oprichter van het klokkenluidersplatform zit momenteel in hechtenis in Groot-Brittannië. Er liep een Europees aanhoudingsbevel tegen hem wegens verkrachting in Zweden. Hij vreesde uitlevering, eerst naar Scandinavië en aansluitend naar de Verenigde Staten. Deze optie is nu uitgesloten.

Een mogelijke rechtstreekse uitlevering aan de VS is echter nog niet van tafel, want de Amerikaanse justitie heeft een uitleveringsverzoek uitgeschreven, dat voor de Britten ontvankelijk is. De debatten over het verzoek beginnen op 25 februari 2020.

Assange werd er in Zweden van beschuldigd dat hij in augustus 2010 een vrouw had verkracht. Hij heeft dat altijd ontkend. Andere beschuldigingen zijn ondertussen verjaard. Het Zweedse onderzoek werd in 2017 een eerste keer stopgezet omdat het gerecht er niet in slaagde de verwijten afdoend te onderzoeken. Of Assange al dan niet schuldig was, kon toen niet worden aangetoond.

In mei 2019 heropende het Zweedse parket het onderzoek en vorderde het een aanhoudingsbevel, wat de bevoegde rechtbank in Uppsala in juni afwees. Het parket ging niet in beroep tegen de afwijzing.

De oprichter van Wikileaks verschanste zich jarenlang in de ambassade van Ecuador in Londen om aan een uitlevering aan Zweden te ontkomen. Washington wil Assange voor de rechtbank brengen omdat hij klokkenluider Chelsea Manning geholpen zou hebben geheim materiaal over het Amerikaanse militair optreden in Irak en in Afghanistan openbaar te maken. Bij een veroordeling voor alle achttien punten van de aanklacht riskeert hij 175 jaar cel.