De regeringsleiders van de -voorlopig- 28 landen van de Europese Unie komen dezer dagen samen in Brussel om de actuele uitdagingen in de EU te bespreken en aan te pakken. Een van de grootste problemen waar de 28 lidstaten voorlopig nog steeds geen oplossing voor hebben gevonden is het migratievraagstuk. De afgelopen jaren werd duidelijk dat het Europese asielbeleid heel wat tekortkomingen vertoonde. Nu enkele prominente regeringsleiders en Jean-Claude Juncker meer Europese Unie willen, lijkt de tijd gekomen voor een verregaande hervorming van het Europese asielbeleid. Het Europees Parlement keurde gisteren alvast een voorlopig voorstel goed dat het asielbeleid drastisch wil veranderen
...

De regeringsleiders van de -voorlopig- 28 landen van de Europese Unie komen dezer dagen samen in Brussel om de actuele uitdagingen in de EU te bespreken en aan te pakken. Een van de grootste problemen waar de 28 lidstaten voorlopig nog steeds geen oplossing voor hebben gevonden is het migratievraagstuk. De afgelopen jaren werd duidelijk dat het Europese asielbeleid heel wat tekortkomingen vertoonde. Nu enkele prominente regeringsleiders en Jean-Claude Juncker meer Europese Unie willen, lijkt de tijd gekomen voor een verregaande hervorming van het Europese asielbeleid. Het Europees Parlement keurde gisteren alvast een voorlopig voorstel goed dat het asielbeleid drastisch wil veranderenDublinakkoordenEen van de grote struikelblokken in de Europese Unie zijn de zogenaamde Dublinverordeningen. Die werden in 1990 in het leven geroepen om te vermijden dat asielzoekers van buiten de toenmalige Europese Gemeenschap op zoek zouden gaan naar de landen waar ze de meeste voordelen zouden genieten. Sindsdien werden ze tweemaal aangepast, waardoor de lidstaten momenteel volgens de Dublin III-akkoorden werken. Die afspraken bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de verwerking van asielprocedures. Momenteel gaat de regeling als volgt: Het land waarin een asielzoeker het eerst voet aan grond en zet en wordt geregistreerd, draagt de verantwoordelijkheid om de asielprocedure af te handelen. Vraagt een migrant van buiten de Europese Unie vervolgens toch asiel aan in een andere lidstaat, dan kan die op basis van de Dublinregulering de betreffende asielzoeker terugsturen naar het land waar die het eerst werd geregistreerd.Maar die Dublinakkoorden kennen enkele grote tekortkomingen. Het belangrijkste probleem is dat er binnen de huidige regelgeving een grote geografische ongelijkheid is ontstaan tussen de Zuid- en Oost-Europese lidstaten enerzijds en de West- en Noord-Europese lidstaten anderzijds. De eerste groep van landen ligt immers aan de periferie van de Europese Unie waarlangs de asielzoekers de Europese Unie trachten te bereiken. Landen zoals Italië, Griekenland en Hongarije kregen sinds augustus 2015, het moment waarop de vluchtelingencrisis haar eerste echte hoogtepunt bereikte, een enorm aantal vluchtelingen te verwerken. In Boedapest wisten ze immers dat het vooral om transmigranten ging die de doortocht richting Oostenrijk en Duitsland zouden verderzetten. Daar hield men zich aanvankelijk niet bezig met de registratie van de vluchtelingen. In Italië en Griekenland daarentegen, registreerden ze - onder druk en met de financiële steun van andere Europese lidstaten - wel de asielzoekers. Andere landen, die het 'geluk' hebben en hadden om op een geografisch interessante positie te liggen, ontspringen echter de dans.Maar door de Schengenakkoorden, die onder meer het vrije verkeer van personen in (een groot deel van) de Europese Unie vastleggen, kunnen asielzoekers doorheen de EU reizen om elders asiel aan te vragen. En daar zijn tal van redenen voor. Zo hebben asielzoekers vaak elders kennissen of familie wonen waarmee ze wilde herenigd worden. Bovendien verkeert zowel Italië als Griekenland al geruime tijd in economisch zwaar weer waardoor de asielzoekers geen uitzicht hebben op werk. Maar volgens de Dublinverordeningen hebben de asielzoekers dus geen recht om te verblijven. Het land in kwestie moet dan weigeren om de asielprocedure te behandelen en kan beslissen om de asielzoeker terug te sturen naar het eerste land van aankomst. Daar stonden hun vingerafdrukken namelijk voor de eerste keer geregistreerd in het Europese EURODAC database waar elke migrant van boven de 14 jaar zich verplicht in moet laten registreren.Maar op een bepaald moment nam de migratiedruk in Italië en Griekenland onmenselijke proporties aan onder meer door acuut tekort aan structurele opvang. In Italië had men in 2015 bijvoorbeeld een totale opvangcapaciteit van 55.000 plaatsen, waarvan 35.000 tijdelijke noodopvangcentra. Wetende dat er in Italië in 2015 meer dan 150.000 voet aan wal zetten, volstond dat aantal opvangplaatsen duidelijk niet. Op een bepaald moment waren de levensomstandigheden in Griekenland en Italië zo precair dat het Europees Hof van Justitie tussenbeide kwam. Dat oordeelde dat indien asielzoekers konden aantonen dat de levensomstandigheden in het eerste land van registratie onmenselijk waren, ze niet mochten worden teruggestuurd.Daarmee herhaalde het Europees Hof een gelijkaardige beslissing uit 2011, toen het oordeelde dat de omstandigheden in Griekenland te slecht waren om asielzoekers via de Dublinverordeningen terug te sturen. Die beslissing werd door de Griekse Eurocommissaris voor Migratie Dimitris Avramopoulos in 2014 echter teruggedraaid. Onder meer Duits minister voor Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière beargumenteerde dat Griekenland zijn schaapjes op het droge moest krijgen omdat Athene wel financiële steun kreeg om de boel onder controle te houden. Dat legt meteen een tweede tekortkoming van de Dublin verordeningen bloot, namelijk de willekeur die tussen de verschillende lidstaten bestaat. Asielzoekers genieten in bepaalde landen van de EU veel betere bescherming dan in andere. En niet alleen wat de opvang betreft. Hoewel er Europese criteria zijn die moeten aansturen wanneer asielzoekers effectief als vluchteling erkend worden of een subsidiaire status krijgen, is er tussen de lidstaten nog heel wat willekeur. Uit onderzoek in opdracht van het Nederlands Ministerie voor Justitie en Veiligheid bleek dat in 2015 de erkenningspercentages in bepaalde Europese lidstaten dubbel zo hoog lagen als in andere lidstaten. Kortom, ongelijkheid en willekeur troef. De Dublinakkoorden kwamen dus hoe langer hoe meer onder druk te staan. In de Europese Unie was het signaal aangekomen, en men begon in mei 2015 al na te denken over zowel een verplicht als een vrijwillig spreidingsplan voor asielzoekers die in Griekenland en Italië waren aangekomen. In september 2015 werd de knoop doorgehakt. Om en bij de 120.000 asielzoekers uit de twee Zuid-Europese landen moesten tegen over de lidstaten van de Europese Unie verplicht worden verdeeld, al ging niet elke lidstaat met die beslissing akkoord. Deze verdeelsleutel werd gebaseerd op het inwonersaantal (40%) en het bruto binnenlands product van de EU-landen (40%). Daarbij werd bovendien rekening gehouden met het aantal asielzoekers dat een betreffende lidstaat al hadden opgevangen tussen 2010 en 2014 (10%) en de werkloosheidsgraad van het land (10%). Naast de verplichte herverdeling, deden de 28 EU-landen de gezamenlijke belofte om nog eens 40.000 vluchtelingen vrijwillig te herverdelen. De Europese Unie maakte voor dat totaal 780 miljoen euro vrij. Elk land dat vluchtelingen opnam kreeg daarvoor een financiële compensatie van zesduizend euro. Maar die financiële compensatie bleek vaak niet op te wegen tegen de nationale electorale agenda's. Onder meer Hongarije en Polen weigerden om nog überhaupt een enkele vluchteling op te vangen. En ook in Oostenrijk weigerden de politici naar aanloop van de nationale verkiezingen van afgelopen zondag om nog meer vluchtelingen op te vangen. Omdat het huidige Dublin III-systeem zulke tekortkomingen vertoont, is het volgens velen hoog tijd voor noodzakelijke hervormingen. Het Europees Parlement keurde donderdag een voorstel goed dat het huidige Europese asielbeleid drastisch moet wijzigen. Dat voorstel wil dat elke Europese lidstaat voortaan haar verantwoordelijkheid moet opnemen om de lidstaten in de frontlijn van de vluchtelingencrisis te ontlasten. Het Europees Parlement wil wel dat huidige veiligheidsmaatregelen moeten worden verscherpt. Zo moeten asielzoekers nog steeds meteen bij hun aankomst in de Europese Unie worden geregistreerd. Indien blijkt dat een asielzoeker op basis van de eerste registratie al een band met een bepaalde lidstaat heeft, moet die naar daar worden overgebracht. Dat is het geval wanneer iemand reeds familieleden in een ander land heeft, of als hij er eerder heeft gestudeerd of verbleven. Asielzoekers die echter geen band onderhouden met een bepaalde lidstaat van de Europese Unie worden volgens een verdeelsleutel verspreid over de lidstaten. De asielzoeker in kwestie kan dan vier voorkeurslanden opgeven, waarmee dan eventueel rekening kan worden gehouden. Met het oog op de toekomst zou op die manier de integratie van de asielzoeker vlotter moeten verlopen. Eenmaal de overplaatsing effectief is gebeurd, is de nieuwe lidstaat meteen verantwoordelijk voor de verdere afhandeling van de asielprocedure. De asielzoeker kan dan, in tegenstelling tot vandaag, niet meer worden teruggestuurd naar het eerste land van aankomst.Asielzoekers waarvan bij de eerste registratie al duidelijk wordt dat ze geen kans maken om erkend te worden, moeten wel behandeld worden in het eerste land van aankomst. Die worden weliswaar verantwoordelijk gehouden voor de eventuele repatriëring, maar de Europese Unie zal garant staan voor de extra kosten die dat met zich meebrengt. Het Europees Parlement wil echter wel dat de huidige controles drastisch worden verstrengd. Bij de registratie moeten de vingerafdrukken nog steeds worden geregistreerd en worden getoetst aan de database van de Europese politiediensten van Europol en die van het Schengen Informatiesysteem. Bovendien wil het Europees Parlement dat de eerste screening van de asielzoekers sneller en efficiënter plaatsvindt om situaties zoals in Griekenland en Italië te voorkomen. Indien lidstaten die voor de registratie verantwoordelijk zijn er toch niet in slagen om een eerste screening uit te voeren, worden de overplaatsingen onmiddellijk opgeschort. Indien een asielzoeker toch probeert om registratie te omzeilen, zal hij in het geval van erkenning het recht mislopen om zijn voorkeur voor bepaalde landen op te geven. De vraag is echter of alle landen welwillend zijn om dit systeem wel daadwerkelijk uit te voeren. Er gaan al langer stemmen op die landen willen sanctioneren. Eurocommissaris voor Begroting Günther Oettinger heeft al meermaals voorgesteld dat zulke lidstaten minder geld zouden ontvangen van het Europese structureel budget. Voor bijvoorbeeld Hongarije zou dat een serieuze slok op de borrel betekenen. Tussen 2014 en 2020 ontvangt het land van de Europese Unie maar liefst 23,35 miljard Euro voor regionale ontwikkeling. Of het überhaupt zo ver zal komen is nog maar de vraag. Het Europees Parlement heeft haar positie voor hervormingen dan wel goedgekeurd, het is afwachten welke positie de Europese Raad zal innemen. Verwacht wordt dat de hervormingen daar minder drastisch zullen zijn, aangezien landen zoals Hongarije en Polen niet meteen staan te springen voor een verplichte verdeelsleutel. Eens de Europese regeringsleiders zelf een formele positie hebben ingenomen, start de zogenaamde trialoog tussen het Parlement, de Commissie en de Raad. Op basis van die gesprekken zal de Europese Commissie vervolgens met een effectief voorstel op de proppen komen.