'Finland is opnieuw het gelukkigste land ter wereld', zo begint het persbericht van het Sustainable Development Solutions Network (SDSN), dat onder de kap van de Verenigde Naties voor de zevende keer het World Happiness Report (WHR) uitbrengt. Ook vorig jaar voerden de Finnen de wereldranglijst aan, na Noorwegen en Denemarken de jaren voordien. Die landen halen ook nu het podium. België staat achttiende, Nederland verdienstelijk vijfde.
...

'Finland is opnieuw het gelukkigste land ter wereld', zo begint het persbericht van het Sustainable Development Solutions Network (SDSN), dat onder de kap van de Verenigde Naties voor de zevende keer het World Happiness Report (WHR) uitbrengt. Ook vorig jaar voerden de Finnen de wereldranglijst aan, na Noorwegen en Denemarken de jaren voordien. Die landen halen ook nu het podium. België staat achttiende, Nederland verdienstelijk vijfde. Alleen: werden de voorbije jaren niet ook de Colombianen, Paraguayanen, Panamezen en Australiërs al eens tot wereldwijde gelukswinnaars gekroond? Hoe kan dat? Subjectief welbevinden, zoals geluk in wetenschapstermen heet, is een jong en moeilijk studiedomein. Het laat zich niet zomaar aflezen in het brein, en elke poging om het te definiëren is bij voorbaat tot falen gedoemd. Maar sociaalwetenschappers moeten ergens mee werken. Zo wordt geluk doorgaans opgesplitst in twee componenten: 'levensevaluatie' en 'emotioneel welbevinden'. ' Purpose', of hoe betekenisvol je je leven invult, wordt soms als een derde hoeksteen beschouwd. Het klassement van het World Happiness Report, dat zich baseert op gegevens van de Gallup World Poll, meet alleen levensevaluatie. 'Hoe tevreden ben je met je leven op een schaal van 1 tot 10?' vroegen de onderzoekers aan respondenten in 156 landen. Daar blijken de Scandinaviërs onklopbaar in. Maar vraag de Finnen naar de positieve en negatieve emoties die ze ervaren, en ze zakken meteen de dieperik in. Ook die emoties worden in een wereldranglijst gegoten, eveneens van Gallup-signatuur. Elk jaar brengt het peilingsbureau op basis van een enquête met vragen zoals 'heb je gisteren veel gelachen?' en 'heb je gisteren iets interessants gedaan?' een eigen Global Emotions Report uit. Anders dan in het World Happiness Report kleurt de top tien van de Gallup-ranking bijna volledig Latijns-Amerikaans. Dat Gallup rechtstreeks de aandachtsstrijd aangaat met het World Happiness Report waaraan het zelf meewerkt, kan bij het SDNS binnenskamers op weinig begrip rekenen. Maar de lokroep van gegarandeerde wereldwijde krantenkoppen is blijkbaar groot. Die scoringsdrang levert al eens gênante taferelen op. Zoals in 2011, toen Gallup Singapore allerlaatste zette op de wereldranglijst. Het peilingsbureau gaf de Singaporezen een dubbel stigma: dat van de mensen die het minste positieve emoties ervaren, en daarbovenop kregen ze ook nog eens de gouden medaille voor minst emotionele volk tout court. In het wereldwijd uitgestuurde persbericht noemde Gallup de Singaporese treurnis des te opvallender omdat de inwoners van de stadstaat ook de rijkste aardbewoners waren. De Singaporezen waren er niet mee ingenomen. Dan probeer je wereldwijd investeerders aan te trekken door boven aan alle businesslijstjes te prijken, word je plots tot ongelukkigste plek op aarde gebombardeerd. Ze namen het heft in eigen handen. Een jaar later verscheen een nieuw Gallup-rapport. Zelfde emoties, zelfde vragen, maar het emotionele welbevinden in de stadstaat was zowaar gestegen van 46 naar 70 procent. Waren ze echt zo veel gelukkiger geworden? Of hadden ze dit keer de sociaal wenselijke antwoorden gegeven? Bij het SDSN klinkt het droogweg dat ze de emotiepoll van partner Gallup niet ernstig nemen. In het World Happiness Report kiezen de onderzoekers voor 'levensevaluatie' omdat het als construct stabieler is, en omdat de onderzoeksvraag 'emotioneel welbevinden' en 'purpose' deels omvat. 'Maar het is inderdaad geen geluk, het is slechts één component ervan', zegt Jan-Emmanuel De Neve, Oxford-econoom en cohoofdredacteur van het World Happiness Report. De andere componenten meenemen in de berekening zou mogelijk zijn, zegt De Neve, 'maar dan krijg je een complexe berekening waarop je conceptueel moeilijker vat hebt. Eén cijfer is veel duidelijker voor het publiek'. Waarom verkopen de onderzoekers hun levensevaluatieranglijst dan toch als lijst van 'gelukkigste landen', wetend dat ze daarmee de waarheid geweld aandoen? 'De enige reden dat we de publicatie "World Happiness Report" en niet "World Life Satisfaction Report" noemen is pr', erkent De Neve. 'De ranglijst moet de aandacht van internationale media trekken, in de hoop dat zij ook onze onderzoeken vermelden.' Hij is geen fan van ranglijsten, zijn collega-hoofdredacteurs evenmin. 'Maar de hoop is uiteraard om het debat te verrijken.' Het is maar de vraag of het World Happiness Report dat doet, met een ranglijst die zelfs als meetinstrument van 'levensevaluatie' soms behoorlijk de mist in gaat. Zo zal een heel gelukkige Japanner zijn levenstevredenheid eerder met een zes dan met een tien quoteren, want voor die Japanner is het belangrijk om altijd vooruit te kunnen gaan in het leven. Zonder groeimarge geen geluk. Daar sta je dan met je wereldranglijst die uitgaat van het principe dat tien op tien het levensevaluatieve optimum is. 'Cultuurverschillen zorgen voor ruis op internationale vergelijkingen. Het is nuttiger om over een langere periode naar één en hetzelfde land te kijken', zei De Neve in december al in Knack. En ook dat doet het World Happiness Report in de nieuwste editie. Het vergelijkt de evolutie van zowel 'levensevaluatie' als 'emoties' - hier plots wel - van 2005 tot nu. Dat levert interessante gegevens op. We zien dat de 'levensevaluatie' in meer landen steeg dan dat ze daalde. Vooral in Centraal- en Oost-Europa geven opvallend veel mensen aan dat ze nu een beter leven hebben dan een decennium geleden. Toch werd de wereld niet per se gelukkiger. De onderzoekers zien negatieve emoties zoals bezorgdheid, verdriet en woede terreinwinst boeken. Verder onderzoekt het rapport hoe de kwaliteit van de overheid het geluksniveau beïnvloedt. Dat doet het in omgekeerde richting: vinden gelukkige burgers sneller hun weg naar het stemhokje? Stemmen zij eerder voor regerende partijen, of voor populisten met autoritaire trekken? Onderzoekers Jeffrey Sachs en Jean Twenge linken het dalende Amerikaanse geluksniveau dan weer aan de verslavingsepidemieën in het land - drugs- en gokverslaving, maar ook compulsief gebruik van digitale media. Twenge beargumenteert hoe schermtijd Amerikaanse adolescenten angstig en ongelukkig maakt. De onderzoekers kloppen zich op de borst dat ze dankzij de wereldranglijst steeds meer mensen bereiken met die onderzoeken. Daarmee bewandelen ze een glibberig pad. Zo'n onwrikbare reputatie heeft het geluksonderzoek sowieso al niet. Het is een kwetsbare discipline, vruchtbaar terrein voor charlatans. Wanneer gereputeerde geluksonderzoekers doelbewust desinformatie verspreiden om de spektakelwaarde van hun bevindingen te verhogen, draagt dat niet bij aan de geloofwaardigheid van het vakgebied. WHR-redacteurs als Jeffrey Sachs, Jan-Emmanuel De Neve en John Helliwell zijn wereldvermaarde academici die in het welzijnsonderzoek bergen verzetten. In plaats van een clickbaitlijstje zou wetenschappelijke geloofwaardigheid hun unique selling proposition moeten zijn. Een onderzoeksrapport wordt niet plots interessanter wanneer je er een rode fopneus op zet.