Women’s March in moeilijk derde jaar: ‘Nu belangrijker dan ooit om te demonstreren’

Honderdduizenden mensen waren aanwezig bij de eerste Women's March in Washington DC, in 2017. © REUTERS
Jeroen Kraan
Jeroen Kraan Correspondent in de Verenigde Staten

De Women’s March van januari 2017, kort na de verkiezing van president Donald Trump, zette meteen de toon voor de oppositie tegen zijn rechts-populistische bewind. Twee jaar later zit er een recordaantal vrouwen in het Congres en hebben de Democraten weer de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden, maar gaat het met de organisatie van de vrouwenmars een stuk minder voorspoedig.

De eerste Women’s March werd gehouden op 21 januari 2017, de dag na de inauguratie van Trump. In Washington DC gingen er naar schatting 500.000 mensen de straat op om te demonstreren voor vrouwenrechten, en tegen de nieuwe president. De beelden van een stampvolle hoofdstad maakten de veelbesproken foto’s van een halflege National Mall tijdens de inauguratie van Trump des te gênanter.

Ook vorig jaar kwamen door de hele VS miljoenen mensen naar vrouwenmarsen. In de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen van november werd 2018 al bestempeld als ‘jaar van de vrouw’. Dat bleek na de midterms eind vorig jaar terecht: meer dan de helft van de 67 nieuwe Democraten in het Congres is een vrouw. (Onder de 44 nieuwe Republikeinen in het Congres zijn slechts vier vrouwen.) Nog steeds is maar 24 procent van alle Congresleden een vrouw, maar dat is wel het hoogste percentage ooit.

Toch is het niet alleen maar rozengeur en maneschijn voor de Amerikaanse beweging voor vrouwenrechten. Terwijl in het Huis van Afgevaardigden weer een vrouwelijke speaker met de voorzittershamer zwaait, en senatoren als Elizabeth Warren en Kirsten Gillibrand hun presidentscampagnes voor 2020 lanceren, wordt de organisatie van de Women’s March geplaagd door beschuldigingen van antisemitisme. De protesten van deze zaterdag lijken daardoor af te stevenen op een sterk verminderde opkomst.

Concurrerende protesten in New York

Het joodse tijdschrift Tablet publiceerde onlangs een uitgebreid artikel waarin werd gesteld dat verschillende oprichters van de Women’s March antisemitische opmerkingen hadden gemaakt. Vanessa Wruble, een van de eerste leiders van de Women’s March, claimt dat ze vanwege haar joodse herkomst uit de organisatie is geweerd. En Tamika Mallory, een van de huidige leiders van de groep, bleek banden te hebben met de controversiële predikant Louis Farrakhan, die joden ‘satanisch’ noemt en ook homofobe uitspraken heeft gedaan. Mallory reageerde daarop door te zeggen dat ‘dit niet mijn taalgebruik is’.

Voor veel vrouwen was die reactie onvoldoende. De officiële campagnetak van de Democratische Partij verdween van de lijst sponsors van de Women’s March, evenals prominente ngo’s als Southern Poverty Law Center en Emily’s List.

‘We moeten dit jaar meer dan ooit demonstreren, want mensen beginnen achterover te leunen.’

Katherine Siemionko, organisator van een vrouwenmars in New York

Wie nu de officiële site van de Women’s March bezoekt, ziet meteen verschillende lange verklaringen waarin wordt gesteld dat de mars ‘bestaat om op te komen tegen discriminatie in al zijn vormen, waaronder homofobie en antisemitisme’. Maar door de controverse zijn er in New York, de stad met verreweg de grootste joodse gemeenschap ter wereld, zaterdag twee vrouwenmarsen: één die is gelieerd aan de nationale organisatie Women’s March Inc, en één van de lokale groep Women’s March Alliance.

Women’s March Alliance was ook in 2017 en 2018 al verantwoordelijk voor de demonstraties in New York, toen nog in samenwerking met de nationale organisatie. Maar na de controverse rond antisemitisme is Women’s March Alliance afgesplitst, en omarmt de groep nadrukkelijker de joodse gemeenschap, als tegenwicht voor Women’s March Inc.

‘Mensen beginnen achterover te leunen’

Katherine Siemionko, oprichter van Women’s March Alliance, raakte betrokken bij de vrouwenbeweging toen ze nog bij de zakenbank Goldman Sachs werkte. Daar merkte ze dat ze als hoge manager veel minder betaald kreeg dan mannen in vergelijkbare of lagere posities. ‘Ik ging van analist tot vice-president, in een decennium bij het bedrijf. Mijn salaris ging met 6.000 dollar omhoog. Maar toch waren er mannen die vers van de universiteit kwamen, en twee keer zo veel verdienden als ik. Ik vond het verschrikkelijk. Mijn vrouwelijke manager zei: “Tja, we betalen voor talent.”‘

Siemionko verwacht dat dit jaar minder mensen zullen demonstreren dan vorig jaar, toen er nog 200.000 New Yorkers de straat op gingen. Volgens haar is het ‘extreem onfortuinlijk’ dat de ruzie over antisemitisme aandacht wegneemt van de strijd om vrouwenrechten, ‘vooral hier in New York, waar we een grote groep joodse inwoners hebben’.

‘Er waren mannen die vers van de universiteit kwamen en twee keer zo veel verdienden als ik.’

Katherine Siemionko

Net als organisatoren van andere vrouwenmarsen in de VS probeert ze zo duidelijk mogelijk afstand te nemen van de landelijke Women’s March. ‘We zien dat er verwarring is over wie wie is, en onbegrip dat Women’s March Alliance en de mars hier in New York hun eigen waarden hebben. Wij zijn altijd onafhankelijk geweest.’

Volgens Siemionko is het dit jaar, na het vrouwelijke succes tijdens de midterms, juist extra belangrijk dat veel mensen komen opdagen voor de Women’s March. ‘We moeten dit jaar meer dan ooit demonstreren, want mensen beginnen onterecht achterover te leunen. Ze zeggen: “We zijn al één op de vijf in het Congres.”‘

De Women’s March is dit jaar opvallend minder populair onder Democratische prominenten. Senator Kirsten Gillibrand, die deze week bekendmaakte een gooi te doen naar het presidentschap, gaat naar een mars in Iowa. Maar daarbij benadrukte ze wel dat ze antisemitisme veroordeelt, en dat de vrouwenmars in Iowa losstaat van de demonstratie in Washington. Andere (potentiële) presidentskandidaten omzeilen de kwestie door alle protesten te mijden.

‘De Women’s March draait niet om Trump’

De splitsing in de vrouwenbeweging komt er op een moment dat de Women’s March al lang niet meer louter een vrouwenmars is. Door het succes van de eerste twee vrouwenmarsen is de Women’s March niet meer een jaarlijks evenement, maar een organisatie die het hele jaar door een prominente rol spreekt in de progressieve politiek van de Verenigde Staten.

In januari presenteerde Women’s March Inc een beleidsagenda voor 2019, die onder meer oproept tot gelijke rechten voor vrouwen, de LGBTQIA+-gemeenschap en bredere toegang tot anticonceptiemiddelen. Maar de Women’s March draait nu ook om gelijke rechten voor immigranten, gehandicapten, arbeiders en om ‘ecologische rechtvaardigheid’. Ook het bestrijden van politiegeweld, een probleem dat in de VS vooral zwarte mannen treft, is een prominent doel van de Women’s March.

‘Trump heeft de ongelijkheid voor vrouwen niet gecreëerd’

Jayna Zweiman, mede-oprichter van The Pussyhat Project

De ‘Women’s Agenda’ leest als een partijplatform voor de Democraten, maar tegelijk probeert de vrouwenbeweging onafhankelijk te blijven van de partij die het meeste sympathie heeft voor haar standpunten. ‘De Women’s March heeft niets te maken met Trump’, zegt Siemionko. Volgens haar was de verkiezing van Trump de aanleiding voor de vrouwenmars zoals de moord op aartshertog Frans Ferdinand aanleiding was voor de Eerste Wereldoorlog: ‘Het was de druppel die de emmer deed overlopen.’

Maar Siemionko, die zichzelf conservatief noemt, vindt dat de vrouwenbeweging zich moet losmaken van het ‘verzet’ tegen Trump. Ze erkent dat het tijdens zijn presidentschap lastig zal zijn om Republikeinen te betrekken bij de strijd om vrouwenrechten, juist omdat de Women’s March wordt gezien als een anti-Trumpbeweging. ‘Pas als we een nieuwe president hebben, wanneer dat ook moge zijn, zullen zij kunnen zeggen dat ze strijden vóór gelijke rechten, niet tégen de president waar ze voor hebben gestemd.’

Jayna Zweiman (links) en Krista Suh, oprichters van The Pussyhat Project, met hun iconische muts.
Jayna Zweiman (links) en Krista Suh, oprichters van The Pussyhat Project, met hun iconische muts.© Reuters

‘Trump heeft de ongelijkheid voor vrouwen niet gecreëerd’, vindt ook Jayna Zweiman, een activiste uit Los Angeles en een van de oprichters van The Pussyhat Project. Samen met een vriendin ontwierp ze de opvallende roze ‘pussyhats‘ die in de koude winter van Washington DC vele duizenden demonstranten warm hielden.

De term pussyhat refereerde weliswaar op speelse wijze aan de vrouwonvriendelijke uitspraken van Donald ‘grab ‘em by the pussy‘ Trump, maar de president en zijn verkiezingsstrijd tegen Hillary Clinton zijn volgens Zweiman vooral ‘symbolisch’ voor de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Zweiman, die zelf joodse is, gaat zaterdag demonstreren in Los Angeles. Ze zegt verontrust te zijn door de beschuldigingen van anti-semitisme aan het adres van de Women’s March in Washington, maar tevreden met de reactie van de nationale organisatie.

Volgens Zweiman is er nog voldoende om voor te demonstreren: ‘Ik wil betere wetgeving zien voor vrouwenrechten, ik wil dat de ERA (een grondwettelijk amendement dat discriminatie op basis van geslacht verbiedt, nvdr.) weer op de onderhandelingstafel komt. Ik wil dat de loonkloof kleiner wordt, tussen witte mannen en vrouwen, maar ook tussen witte en zwarte vrouwen.’

Ondanks alle commotie gaan er zaterdag op honderden Amerikaanse locaties weer mensen de straat op. Voor Zweiman komt de keuze om deel te nemen uiteindelijk neer op een simpele overweging: ‘Ik wil deze beweging opbouwen, niet afbreken.’

Partner Content