Het Europees Parlement zette vorige week het fameuze artikel 7 van het Europese Unieverdrag tegen Hongarije in werking. Hongarije is daarmee, na Polen, het tweede Centraal-Europese land dat zeggenschap in de Unie dreigt te verliezen. Zowel Warschau als Boedapest wordt ervan beschuldigd de rechtsstaat te ondergraven omdat de politieke overheid te zwaar op de magistratuur weegt. De kans dat de strafprocedure ook echt op gang wordt getrokken, is klein. De Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders moet daa...

Het Europees Parlement zette vorige week het fameuze artikel 7 van het Europese Unieverdrag tegen Hongarije in werking. Hongarije is daarmee, na Polen, het tweede Centraal-Europese land dat zeggenschap in de Unie dreigt te verliezen. Zowel Warschau als Boedapest wordt ervan beschuldigd de rechtsstaat te ondergraven omdat de politieke overheid te zwaar op de magistratuur weegt. De kans dat de strafprocedure ook echt op gang wordt getrokken, is klein. De Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders moet daarover unaniem beslissen en Polen en Hongarije lieten al weten dat ze elkaar blijven steunen. Maar het is sowieso een tik op de vingers. Volgens premier Viktor Orban van Hongarije heeft de beslissing van het parlement niets te maken met het beknotten van de rechtsstaat en de vrijheid van meningsuiting, maar alles met de migratiepolitiek van het land. Hongarije weigert, zoals bekend, om migranten op te nemen. Alvast een deel van de christendemocratische Europese Volkspartij (EVP), waarvan de partij van Orban in Europa deel uitmaakt, volgde hem in die redenering. Dat deden ook een aantal rechtse West-Europese partijen, voor wie de anti migratieretoriek van Orban belangrijker is dan de beginselen waarop de Unie is gebouwd. De EVP van haar kant is bang dat er zich straks rond Orban een antimigratiecoalitie vormt, die haar macht in Europa aantast. In Polen vervangt de regeringspartij Recht en Gerechtigheid (PiS) onafhankelijke rechters in het Hooggerechtshof door partijgetrouwe magistraten. President Andrzej Duda zei vorige week scherp dat Polen niets van de Europese Unie te verwachten heeft. Hij vergat te vermelden dat Brussel zijn land, sinds het in 2004 lid werd van de Unie, meer dan honderd miljard euro aan steun heeft toegekend. Miljoenen Polen hebben geprofiteerd van het vrije verkeer van personen om in andere lidstaten te gaan werken. PiS-leider en sterke man Jaroslaw Kaczynski corrigeerde Duda daarom snel: Polen heeft geen zin in een brexitscenario. Ondertussen hellen meer Centraal- en Oost-Europese lidstaten over naar de kant van Hongarije en Polen. Ze voelen zich samen sterk genoeg om het Europese migratiebeleid onderuit te halen en op te komen voor hun visie op Europa en de rechtsstaat. Lidstaten in West-Europa hebben daar een probleem mee. Ze vrezen dat de worm die de instellingen vanuit Centraal-Europa aanvreet op termijn evenveel schade zal aanrichten als de migratiecrisis vandaag.