De First Lady van de Verenigde Staten is de gastvrouw van het Witte Huis. Die rol wordt meestal vervuld door de echtgenote van de president. De functie en de invulling ervan zijn niet grondwettelijk vastgelegd, de First Lady wordt niet verkozen en niet betaald, ze heeft geen officiële taken en de titel is officieus. De benaming dook op in de tweede helft van de 19de eeuw en werd pas in het midden van de 20ste eeuw de gangbare titel voor de vrouw van de president.
...

De First Lady van de Verenigde Staten is de gastvrouw van het Witte Huis. Die rol wordt meestal vervuld door de echtgenote van de president. De functie en de invulling ervan zijn niet grondwettelijk vastgelegd, de First Lady wordt niet verkozen en niet betaald, ze heeft geen officiële taken en de titel is officieus. De benaming dook op in de tweede helft van de 19de eeuw en werd pas in het midden van de 20ste eeuw de gangbare titel voor de vrouw van de president.De invulling van de rol hing af van de persoonlijkheid, de kwaliteiten, de talenten en het temperament van de First Lady. Aanvankelijk deelden de presidentsvrouwen vooral de ceremoniële functie van hun man. In de 20ste eeuw werd hun politieke inbreng groter. De rol als gastvrouw is bovendien niet te onderschatten. De First Lady is aanwezig bij veel officiële ceremonies, samen met of in de plaats van de president. Zij en haar medewerkers zijn verantwoordelijk voor alle sociale en ceremoniële evenementen in het Witte Huis.De rol van de Amerikaanse First Lady komt voort uit het eigenzinnige presidentiële systeem en de typisch Amerikaanse houding ten opzichte van leiderschap. De job van president van de Verenigde Staten is tweeledig. Hij is zowel staatshoofd als regeringsleider. Zijn rol als staatshoofd vereist zijn fysieke aanwezigheid op tal van gelegenheden. Als hoofd van de uitvoerende macht heeft hij een grote invloed op het beleid. Die overdaad aan verantwoordelijkheden wordt opgevangen door het delegeren van taken. Naar heel wat ceremoniële activiteiten gaat iemand anders in zijn plaats, zoals zijn echtgenote. Dat is niet zo ongewoon. Ook de echtgenotes en echtgenoten van andere politici en staatsleiders vertegenwoordigen hun man of vrouw op banketten, om lintjes door te knippen, prijzen uit te delen enz.De rol van de First Lady kreeg ook vorm door het bestaan van het Witte Huis. Omdat de woning van de president samenvalt met zijn werkplek is zijn partner van dichtbij betrokken bij zijn functie. Abigail Adams, de echtgenote van John Adams, was de eerste First Lady in het Witte Huis. Het koppel woonde van 1797 tot 1800 in de presidentiële woning in Philadelphia, maar verhuisde daarna naar Washington, naar de nog niet afgewerkte nieuwe presidentiële woon- én werkplek. Heel wat First Ladies waren ook nauw betrokken bij de verdere uitbouw en inrichting van het Witte Huis als woning en ontvangstruimte.Ten derde kenden de media de echtgenote van de president een steeds prominentere rol toe. Ze maakten de presidenten en hun gezinnen bekender en zichtbaarder, aanvankelijk via de geschreven pers, later via de televisie. Die zichtbaarheid begint al tijdens de campagne: in de loop van de 20ste eeuw ging de familie van de kandidaat daarin een steeds grotere rol spelen. Maar ook na de verkiezingen verschijnt de familie van de president voortdurend in de pers. De First Lady is aanwezig op allerlei officiële uitstappen en ontwikkelt zo een eigen publiek profiel en populariteit, of gebrek eraan. Die rol ging niet alle First Ladies even goed af. De ene bewoog zich vlot in het spotlicht, de andere was cameraschuw.Het profiel van de First Ladies is erg divers. Sommigen waren hooggeschoold, anderen nauwelijks. Sommigen wisten van aanpakken, anderen konden de functie amper aan. Er waren jonge meisjes van twintig bij en vrouwen van boven de zestig. Hun sociaaleconomische achtergrond was regelmatig hoger dan die van hun echtgenoot. Ze kregen in ruil soms een man die hen een meer avontuurlijk leven kon bieden dan ze uit hun eigen familiale kring kenden. Veel First Ladies waren door familiale connecties al op vroege leeftijd vertrouwd met de politiek. Meerdere presidentsvrouwen trouwden ondanks tegenstand van hun ouders.In regel zetten de First Ladies hun eigen ambities - als ze die hadden - opzij voor de carrière van hun man. Zelfs in de 19de eeuw behielden heel wat van hen echter een relatief grote controle over hun eigen leven. Ze hadden tijdens het presidentschap van hun man geen eigen beroepsbezigheid, maar namen voor of na zijn ambtstermijn soms (financiële) verantwoordelijkheid op voor hun gezin, bijvoorbeeld door een plantage te runnen, les te geven of een administratieve functie op te nemen.De First Lady was niet noodzakelijk de vrouw van de president. Enkele presidenten waren ongehuwd of weduwnaar, of hadden een echtgenote die om een andere reden de functie van First Lady niet kon of wilde vervullen. In dat geval nam iemand anders, gewoonlijk een vrouwelijk familielid, die taak over. Chester Arthur koos in de jaren 1880 voor zijn zus Mary McElroy.Het blijkt niet zo eenvoudig het aantal First Ladies te tellen. Er is een officiële lijst, samengesteld door de National First Ladies Library, een archief toegewijd aan de geschiedenis van de First Ladies. Op die lijst staan echter ook vrouwen zoals Martha Wayles Skelton, de echtgenote van Thomas Jefferson, die overleden voor het presidentschap van hun echtgenoot en die de rol van gastvrouw van het Witte Huis dus nooit hebben vervuld. Andere vrouwen die de rol wel invulden maar niet getrouwd waren met de president ontbreken dan weer. Angelica Singleton Van Buren bijvoorbeeld. Zij was de schoondochter van president en weduwnaar Martin van Buren.De eerste presidentsvrouwen gingen elk op hun eigen manier om met hun nieuwe positie en de sociale verplichtingen die daarbij kwamen kijken. Ze moesten kiezen in hoeverre ze deelnamen aan het openbare leven van hun man en bepalen in welke mate de president en zijzelf toegankelijk waren voor het publiek.Martha Washington koos er in 1789 voor om de gasten van de president te ontvangen in haar eigen huis, maar zich verder niet te moeien met politiek. Binnenskamers had ze een eigen mening, maar buitenstaanders kregen daar weinig van te horen. Abigail Smith Adams, de tweede First Lady, had een scherpe tong, opinies die ze niet voor zichzelf hield en een echtgenoot die haar serieus nam. Ze was goed op de hoogte van staatszaken en adviseerde haar man John Adams uitgebreid. Dat ze openlijk een politieke opinie had, werd niet door iedereen gewaardeerd, maar ze toonde toekomstige presidentsvrouwen dat wie dat ambieerde meer dan een gastvrouw kon zijn.Dolly Madison (First Lady 1809-1817) gebruikte haar rol als gastvrouw om waar nodig de gemoederen te bedaren, malcontenten te sussen en politieke steun voor haar man te cultiveren. Ze was niet tevreden met de inrichting en afwerking van het Witte Huis en ging aan de slag om de waardigheid van de residentie te verhogen. Haar opvolgster, Elisabeth Monroe, was minder blij met de sociale verplichtingen van haar huwelijk en bleef soms maanden weg uit Washington om de dans te ontspringen. Ook haar voorbeeld kreeg later navolging. Louisa Adams, de echtgenoot van John Quincy Adams en First Lady van 1825 tot 1829, was een succesvolle gastvrouw. Ze had echter privé weinig in de pap te brokken en haar rol speelde zich volledig achter de schermen af.In de loop van de 19de eeuw leidden wijzigingen in het profiel van de Amerikaanse toppoliticus ook tot echtgenotes met een ander profiel. De eerste presidentsvrouwen hadden weinig onderwijs genoten, maar wel veel ervaring en kennis opgedaan door hun familiale achtergrond. De diplomatieke carrière van hun man voor zijn presidentschap betekende dat ze vaak in het buitenland hadden gewoond.Heel wat politici in de 19de eeuw - afgevaardigden, senatoren en presidenten - kwamen echter uit de grensstreek, ver weg van de hoofdstad met haar karakteristieke politieke en culturele etiquette. Hun vrouwen voelden zich niet welkom in Washington en verkozen er niet te verblijven, of ze kwamen weinig buiten en namen niet deel aan het sociale leven. Ze staken hun afwezigheid op hun slechte gezondheid, een excuus - echt of gefingeerd - dat in de 19de eeuw maatschappelijk aanvaard was. Ze lieten zich vervangen door zeer jonge vrouwen die de rol van gastvrouw op zich namen en door de Amerikanen wel gesmaakt werden. Abigail Fillmore bijvoorbeeld, de vrouw van Millard Fill-more (president 1850-1853) was onderwijzeres en zeer belezen. Ze richtte de White House Library in, maar liet alle sociale verplichtingen over aan haar dochter. Ook ongehuwde presidenten en weduwnaren lieten zich door een jonge vrouw bijstaan. Voor vrijgezel-president James Buchanan was dat van 1857 tot 1861 zijn nicht Harriet Lane.Niet alle 19de-eeuwse First Ladies verdwenen op de achtergrond. Sarah Polk (First Lady 1845-1849) was bijzonder actief betrokken bij de carrière van haar man. Ze was zijn persoonlijke secretaresse en raadgeefster. De publieke opinie was in die periode echter niet mals voor vrouwen die té intelligent waren en de schijn wekten veel invloed te hebben op hun man en het politieke gebeuren. In het geval van Sarah Polk verstomden haar persoonlijkheid en charme een deel van die kritiek. Waar Sarah haar man steunde, was Mary Todd Lincoln (First Lady 1861-1865) veeleer een grote last voor Lincoln. Ze was een tragisch en excentriek figuur die excessief geld uitgaf en weigerde stilletjes op de achtergrond te blijven. Ze werd in 1875 - tien jaar na Lincolns dood - gek verklaard en verbleef tijdelijk in een instelling.Een man met een openlijk feministische echtgenote zou het op het einde van de 19de eeuw wellicht nooit tot president geschopt hebben. De rol van vrouwen evolueerde langzaam. Meer meisjes gingen studeren, vrouwen konden arts en advocaat worden en allerlei vrouwenorganisaties gaven vrouwen een stem en kwamen op voor hun rechten. Maar de Amerikaanse samenleving was daar in de 19de eeuw nog niet helemaal klaar voor. Vrouwen die een publieke rol opnamen, werden vaak belachelijk gemaakt en gehuwde vrouwen die wilden werken, werden voorgesteld als belust op geld en onnatuurlijk. De plaats van de vrouw was thuis, als zorgende echtgenote en moeder.De First Ladies op het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw vervulden die functie grotendeels binnen de grenzen van wat als maatschappelijk aanvaardbaar gezien werd. Ze hadden bijna allemaal een voortgezette opleiding genoten, maar zetten hun eigen professionele werkzaamheden opzij, hielden hun opinies voor zichzelf en beperkten hun rol inderdaad tot het ondersteunen van hun man en kinderen.De eerste presidentsvrouwen waren vooral in Washington zelf al dan niet geliefd, beroemd, berucht of obscuur. De rest van de Amerikanen wist nauwelijks wie zij waren. Op het einde van de 19de eeuw betraden de presidentsvrouwen echter het nationale toneel. Dankzij de media en toegenomen transportmogelijkheden werd de vrouw van de president een publiek figuur. Vrouwen uit het hele land zagen de First Lady als hun potentiële vertegenwoordigster en verdedigster. De vrouwenbeweging bijvoorbeeld hoopte op de steun van Lucy Hayes (First Lady 1877-1881) in de zaak voor vrouwenstemrecht, maar kreeg die niet. Hayes steunde wel de strijd tegen alcoholmisbruik en weerde alcohol uit het Witte Huis. Het rechtstreeks aanspreken van de vrouw van de president om tussen te komen in deze of gene zaak werd een trend.In de 20ste eeuw geraakten de First Ladies geleidelijk nauwer betrokken bij de beleidsaspecten van het werk van de president. Dat begon met een reeks presidentsvrouwen van wie de eerste bezorgdheid niet langer het huishouden en het organiseren van feestjes was. De rol van de First Lady als gastvrouw professionaliseerde en institutionaliseerde. Edith Roosevelt nam in 1901 een secretaresse in dienst die de sociale agenda van het Witte Huis beheerde en haar post beantwoordde. Ze liet ook de catering over aan professionals. De nieuwsgierigheid van de pers beantwoordde ze met officiële, geposeerde foto's. Ze was actief betrokken bij de renovatie en uitbreiding van het Witte Huis in deze periode, waaronder het optrekken van de West Wing. Haar opvolgster, Helen Taft, schafte de obligate ontmoetingen van de presidentsvrouw met de echtgenotes van de ministers uit het kabinet van haar man af.President Wilsons eerste vrouw, Ellen Wilson, zette zich tot haar dood in augustus 1914 enorm in om de condities in de sloppenwijken van Washington te verbeteren. Haar inspanningen leidden tot wetgeving die haar naam droeg. Edith Wilson, de tweede vrouw van Woodrow, was een erg onafhankelijke vrouw en de vertrouweling van haar man. Na Wilsons ernstige beroerte in 1919 besliste Edith enige tijd wie er toegang kreeg tot haar man en over welke zaken er met hem overlegd mocht worden. Daardoor ontstond er speculatie over wie de beslissingen nam. Een senator noemde haar smalend het staatshoofd van een 'Petticoat Government', een 'onderrokregering'. Ook al lijkt het alsof Edith de macht overnam, haar invloed mag niet overschat worden. Ze deed precies wat heel wat First Ladies al ruim een eeuw deden en zouden blijven doen: hun echtgenoot steunen en beschermen, zonder dat daar noodzakelijk een eigen interesse in politiek mee gepaard ging.De mate waarin de presidentsvrouwen voor zichzelf de mogelijkheid tot een eigen carrière en financiële onafhankelijkheid creëerden, nam toe in de loop van de 20ste eeuw, maar als puntje bij paaltje kwam, bleven ze hun eigen loopbaan opzijzetten voor de carrière van hun man. Lou Hoover was geologe en linguïst, en moest intellectueel zeker niet onderdoen voor haar academische man, president Herbert Hoover (president 1929-1933). Ze koos er echter voor haar leven in te richten in functie van Herbert en zelf op de achtergrond te blijven.Eleanor Roosevelt, de echtgenote van Franklin en First Lady van 1933 tot 1945, was op bijna alle vlakken een uitzondering. Ze breidde het potentiële werkveld van een presidentsvrouw exponentieel uit - al zouden niet alle volgende First Ladies haar voorbeeld volgen. Ze leerde met reporters en politici om te gaan, werd een publiek figuur en werkte bijzonder hard om de zaken waarin ze geloofde op de publieke agenda en die van haar man te zetten. Ze had een grote impact op zowel het beleid als de publieke opinie. Ze brak met de tradities door haar positie in te zetten om vrouwen - in de politiek, in de sociale sector, in de media - te steunen.Na Eleanor Roosevelt beperkten presidentsvrouwen zich opnieuw tot een rol achter de schermen. Bess Truman was het klankbord van haar man, Harry (president 1945-1953), die alles met zijn vrouw besprak. Ze bleef zelf echter volledig uit de schijnwerpers. Mamie Eisenhower was het toonbeeld van naoorlogse vrouwelijkheid.De media hebben altijd veel aandacht besteed aan de kleding van de First Lady en gaven kritiek als ze er te veel of te weinig geld aan spendeerde. Vaak kreeg de First Lady navolging, zoals het haar van Frances Cleveland en de accessoires en pasteljurken van Mamie Eisenhower. Jacqueline Kennedy (First Lady 1961-1963) was het stijlicoon bij uitstek. Alles, van haar voornaam tot haar haar, werd gekopieerd. Jacqueline wegzetten als alleen een fashionvoorbeeld, doet haar echter onrecht aan. Ze was artistiek onderlegd en bekommerd om kunst en cultuur. Ze zette zich in voor de bewaring van het Witte Huis als historisch en cultureel erfgoed. Haar levenswandel intrigeerde het Amerikaanse publiek en ook na de moord op haar man, president John F. Kennedy, bleef ze een notoir publiek figuur.Door haar zwangerschap had Jackie een groot deel van de campagne van haar man gemist. Vanaf de jaren 1960 werd het nochtans de gewoonte - eigenlijk een vereiste - dat presidentsvrouwen een belangrijke rol speelden in de kiesstrijd. Of ze nu in politiek geïnteresseerd waren of niet, ze moesten mee het land rond, handjes schudden en speeches bijwonen en zelfs houden.De rol van de presidentsvrouw veranderde ook op andere terreinen. Haar taak als gastvrouw werd deels overgenomen door een groeiende staf. Tot die staf behoren vandaag onder andere een stafchef, persverantwoordelijke en 'social secretary', maar ook de hoofdbloemist en de chef-kok van het Witte Huis.Sinds Eleanor Roosevelt heeft bijna elke First Lady haar eigen 'thema' waar ze zich voor inzet en waarmee ze haar eigen stempel kan drukken op het presidentschap. Gewoonlijk zijn dit zogenaamd 'zachte' onderwerpen zoals kunst, onderwijs of bejaardenzorg. Dergelijke thema's werden in deze periode federale materie, terwijl ze daarvoor aan de staten werden overgelaten. Lady Bird Johnson (First Lady 1963-1969) zette zich bijvoorbeeld in voor het milieu. in de jaren 1970 trokken Betty Ford en Helena Carter aan de kar voor vrouwenrechten. Dergelijke inzet werd als normaal beschouwd, kritiek was er nauwelijks.De manier waarop de First Ladies de voorbije twee eeuwen hun functie inhoud gaven, weerspiegelde de evoluerende rol van vrouwen in de Amerikaanse samenleving. Anderzijds hebben de presidentsvrouwen ook geherdefinieerd wat van vrouwen verwacht wordt en waartoe ze in staat zijn. De First Ladies van de 21ste eeuw kunnen zich spiegelen aan tal van voorbeelden uit het verleden of ze kunnen - zoals Hillary Clinton - nieuwe wegen inslaan.(Tekst Hannelore Vandebroek)