Met name onder Republikeinen is het een beproefd draaiboek na een schietincident: medeleven betuigen aan de slachtoffers en hun familie, wellicht een bezoek maken aan het plaats-delict, en vervolgens wachten tot de aandacht van de media weer op andere zaken is gevestigd. President Donald Trump bood na de schietpartij in El Paso direct zijn thoughts and prayers aan, en ook de Texaanse gouverneur Greg Abbott volgde het bekende script.

Het gaat om dezelfde gouverneur Abbott die in 2015 twitterde dat hij zich 'schaamde', omdat zijn staat door Californië werd overtroefd in het aantal wapenverkopen. 'Laten we het tempo versnellen, Texanen', schreef hij toen. Voor de goede orde richtte hij zijn tweet aan de NRA, de machtige lobbygroep van Amerikaanse wapenfanatici.

Na elke grote schietpartij in de VS worden de bekende vragen weer gesteld: is dit de catastrofe die politici wakker zal schudden? Die het wapendebat voor eens en altijd zal doen kantelen? De columnisten klimmen in hun pen, activisten komen op straat, maar welke schietpartij je ook noemt - Orlando, Parkland, Las Vegas, El Paso - het antwoord is vooralsnog altijd hetzelfde: neen.

'Trump wakkert angst en haat en racisme aan'

Natuurlijk zijn er wel politici die maatregelen voorstellen, of met de vinger wijzen. De Democratische senator en presidentskandidaat Bernie Sanders riep op tot beperkingen op de verkoop van assault rifles, aanvalswapens die in hoog tempo kogels kunnen afvuren. 'Dat zijn militaire wapens', zei hij, die niet in burgerhanden terecht horen te komen.

Het Texaanse Congreslid Beto O'Rourke, concurrent van Sanders voor de Democratische presidentsnominatie, riep op tot strengere achtergrondcontroles voor mensen die wapens kopen, en zogenoemde 'red flag'-wetten, die het mogelijk maken om wapens af te nemen van mensen die worden gezien als een gevaar voor zichzelf of anderen.

De Democraten wezen ook direct naar Trump als aanjager van geweld, nadat bleek dat de schutter uit El Paso een verklaring online had geplaatst waarin hij onder meer zijn haat voor Spaanstalige immigranten uitsprak. Het was immers Trump die in 2015 zijn presidentscampagne aftrapte met de volgende uitspraak over Mexicaanse immigranten: 'Ze brengen drugs mee. Ze brengen criminaliteit mee. Het zijn verkrachters. En sommigen, neem ik aan, zijn goede mensen.'

Trump 'is verantwoordelijk (voor de schietpartijen, nvdr.), omdat hij angst en haat en racisme aanwakkert', zei senator Cory Booker. Ook volgens zijn collega Elizabeth Warren is Trump schuldig aan het 'aanmoedigen van racisme en white supremacy'.

Zulke uitspraken doen het goed bij Democratische kiezers, maar de Republikeinse Partij is over wapenbezit behoorlijk eensgezind. Wapenbezit is onderdeel van de Amerikaanse cultuur, de meeste wapeneigenaren houden zich gewoon aan de wet, en bovendien kan een slechterik met een wapen het best worden tegengehouden door een goeierik met een wapen, zo luidt de partijlijn.

Voor Republikeinen is het ook gevaarlijk om van die lijn af te wijken. De NRA, een vereniging van wapenbezitters met veel invloed in Washington, deelt cijfers uit aan alle politici die iets te zeggen hebben over wapenwetten. Voor een Democraat is een onvoldoende van de NRA tegenwoordig iets om over te pochen, maar voor een Republikein is alles minder dan een 'A' een potentiële achilleshiel in verkiezingstijd. De oudere, wittere kiezers waar de Republikeinse Partij op vertrouwt zijn doorgaans zeer gesteld op hun wapens, en de NRA weet hen goed te vinden als een politicus zakt voor de lakmoesproef.

Een man herdenkt de slachtoffers van de schietpartij in Dayton, Ohio. © Belga

Meerderheid steunt strenger wapenbeleid

Toch is een meerderheid van de Amerikanen wél voorstander van strenger wapenbeleid. Maar liefst 92 procent van de bevolking vindt dat er strengere controles moeten komen bij aankoop van een wapen, een haast onvoorstelbaar hoog percentage in een land dat zo sterk verdeeld is over bijna al het andere. Zelfs een volledig verbod op semi-automatische wapens wordt gesteund door een duidelijke meerderheid: 56 procent, terwijl 42 procent tegen is.

Maar wat ook blijkt uit de peilingen: in 43 procent van de Amerikaanse huishoudens is een vuurwapen aanwezig, en slechts 28 procent van de mensen vindt dat ook het bezit van pistolen verboden moet worden. De Amerikaanse vuurwapencultuur is nog altijd springlevend.

Een breed wapenverbod is om meerdere redenen niet aan de orde, want beleidsmakers moeten ook nog rekening houden met de grondwet. Daarin staat dat er een 'goed geregelde militie' moet zijn en dat daarom 'het recht van het volk om wapens te bezitten en te dragen' bestaat. De betreffende clausule is duidelijk afkomstig uit de achttiende eeuw, en met drie verwarrend geplaatste komma's bovendien ambigu, maar nog altijd zeer relevant.

In 2008 besloot het Hooggerechtshof dat het tweede amendement inderdaad inhoudt dat alle Amerikanen het recht hebben om een wapen te bezitten, of ze nou in een militie zitten of niet. Sindsdien is écht duidelijk dat wapenbezit in de VS weliswaar kan worden gereguleerd, maar niet kan worden verboden.

Aangezien een goed geregelde militie nodig is voor de veiligheid van een vrije staat, zal geen inbreuk worden gemaakt op het recht van het volk om wapens te bezitten en te dragen.

Amerikaanse grondwet

Regulering op staatsniveau heeft beperkt effect

Sinds het tijdperk van massaschietpartijen is aangebroken, hebben individuele staten hier en daar hun wapenwetten aangescherpt, met name waar Democraten aan de macht zijn. Maar wapengeweld is moeilijk op staatsniveau aan te pakken; afgelopen week nog schoot een man in Californië drie mensen dood met een WASR 10, een soort aanvalswapen dat in de staat verboden is. Hij kocht het geweer in Nevada, enkele uren verderop, waar de regels veel soepeler zijn. Volgens de nieuwswebsite The Trace worden jaarlijks duizenden wapens uit staten als Nevada, Arizona en Texas gebruikt bij misdaden in Californië.

Wapengeweld is dus moeilijk op te lossen zonder actie van de federale overheid. Met de Republikeinen in het Witte Huis en in de Senaatsmeerderheid zijn grote stappen echter ondenkbaar. In 1994 lukte het Bill Clinton nog om aanvalswapens in het hele land te verbieden, maar dat verbod liep tien jaar later af en heeft nu geen meerderheid meer. In het Democratische Huis van Afgevaardigden werd eerder dit jaar een wetsvoorstel goedgekeurd om achtergrondcontroles te versterken, maar Republikeins Senaatsleider Mitch McConnell weigert daar in zijn kamer een stemming over te houden.

De enige wezenlijke verandering die in de afgelopen jaren op federaal niveau heeft plaatsgevonden is het verbod op bump stocks. Dat zijn wapenmodificaties die ervoor zorgen dat semi-automatische geweren zich gedragen als volautomatische geweren. De schutter die in 2017 in Las Vegas 58 mensen doodschoot, gebruikte zulke bump stocks, maar het verbod is weinig meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Zelfs de NRA protesteerde niet al te luidruchtig tegen het verbod, dat door het Witte Huis kon worden doorgevoerd zonder inmenging van het Congres.

Honderd doden per dag door vuurwapens

In de komende weken en maanden zal er vermoedelijk veel worden gediscussieerd over de motieven achter de meest recente schietpartijen. Over binnenlands terrorisme, immigrantenhaat en de falende geestelijke gezondheidszorg in de VS. Maar beperkingen aan de wapenverkoop lijken zéér ver weg.

Ondertussen worden meer dan honderd Amerikanen elke dag gedood door een vuurwapen; in ongeveer 60 procent van de gevallen gaat het om zelfmoord, in de overige 40 procent om moord of ongevallen. Er zijn meer vuurwapens dan inwoners in de Verenigde Staten, en de productie van nieuwe wapens bereikte in de afgelopen jaren een recordhoogte. Zes van de tien dodelijkste massaschietpartijen die de VS ooit heeft gekend, vonden plaats in de afgelopen vijf jaar. En de meeste daders van massaschietpartijen kopen hun wapens legaal, gewoon over de toonbank.

Of, zoals de conservatieve commentator David Frum het zondag stelde in The Atlantic: 'Meer wapens, meer moorden. Minder wapens, minder moorden. Alle anderen hebben dat uitgevogeld. Amerikanen - en alleen Amerikanen - weigeren dat.'