Op 14 januari zijn er verkiezingen in het Afrikaanse land Oeganda. De belangrijkste kandidaten zijn huidig president Museveni, en Robert Kyagulanyi, beter bekend onder z'n artiestennaam Bobi Wine. De 38-jarige Wine was enorm populair als muzikant, voor hij zich in de politiek begaf.

President Museveni is al sinds 1986 onafgebroken aan de macht. Z'n belangrijkste verwezenlijking, en bron van legitimiteit bij de bevolking, is dat hij vrede en stabiliteit heeft gebracht in het land, na decennia van conflict. Met de hulp van donoren - vooral de VS, de Wereldbank en het International Monetair Fonds - slaagde hij erin het land verder te ontwikkelen. Maar sinds de jaren 1990 begint zijn regime meer en meer donkere kanten te tonen. De twee grootste problemen zijn corruptie - een fenomeen dat vooral de politieke en militaire elites ten goede komt - en een toenemende repressie van de oppositie.

Generatieclash

Net als in de rest van het Afrikaanse continent, kent Oeganda een sterke demografische groei: 77% van de bevolking is jonger dan 30 jaar. Ze hebben dan ook nooit een andere president gekend dan Museveni. Dat zorgt ervoor dat Museveni's traditionele model van legitimiteit onder druk staat: de jonge generatie heeft niet zo veel aan het 'vrede en stabiliteit'-argument. Vaak hebben zij geen formele werkgelegenheid, maar knopen ze de eindjes aan elkaar in de informele sector - bv. als motortaxichauffeur. Zij willen jobs en publieke diensten - iets waar het regime maar matig in slaagt. Wines programma is (net als dat van de president) relatief beperkt, maar hij wordt als 'één van hen' gezien.

Verkiezingen in Oeganda: een clash van generaties.

De verkiezingen kunnen dan ook gezien worden als een clash van generaties, met Bobi Wine als symbool van deze nieuwe generatie. Hij is opgegroeid in het 'getto' - de sloppenwijken van de hoofdstad Kampala - en geeft een stem en vertrouwen aan deze groep. Zijn kandidatuur is daarom een paradigmaverschuiving in het Oegandese politieke landschap: het is niet langer de oudere politieke generatie die de nationale politiek bepaalt, ook jongeren eisen hun plaats op.

Enveloppen met geld

Eerdere oppositieleiders waren generatiegenoten van Museveni, die aan zijn zijde hebben gevochten tijdens eerdere rebellieën. Zij hebben de laatste jaren veel van hun aantrekkingskracht verloren. Velen van de jonge generatie hadden hun hoop in de Oegandese politiek al lang hadden opgegeven: ze hadden zich neergelegd bij een Museveni die tot het einde van z'n leven aan de macht bleef. Door een aantal controversiële grondwetswijzingen is hij hiertoe in staat.

Museveni doet er alles aan om de macht te behouden door een combinatie van 'wortels' en 'stokken'. Enerzijds probeert hij de bevolking aan zich te binden door financiële gunsten, vaak het letterlijk uitdelen van geld - in Oeganda beter bekend als het 'bruine enveloppe'-syndroom, waarbij een envelop met geld wordt gegeven. Anderzijds gebruikt het regime meer en meer repressie en geweld - en de dreiging hiervan - bij de verkiezingen.

Ongeëvenaarde repressie

Dit is bij deze verkiezingen niet anders. Meer zelfs, de repressie is ongeëvenaard. Zo is Wine herhaaldelijk gearresteerd, wat in november tot grote rellen leidde,vooral in de hoofdstad Kampala. Minstens 54 mensen stierven daarbij door geweld van de veiligheidsdiensten (inclusief ongeïdentificeerde gewapende actoren in burger). Volgens president Museveni waren de rellen aangestuurd door "buitenstaanders en homoseksuelen die de onafhankelijkheid en stabiliteit van Oeganda willen verstoren". Hij noemt Wine een "misdadiger die hij zal verpletteren". De politiek raakt hierbij verder gepolariseerd: zo duiken er ook beelden op van regeringsaanhangers die in de klappen delen.

Ondanks nationale en internationale kritiek blijft het geweld tegen Wine en de bredere oppositie voortduren. Journalisten lopen hierbij ook gevaar: velen die over de oppositie rapporteerden raakten gewond door geweld van de veiligheidsdiensten, en stelden systematisch beschoten te worden. Bankrekeningen van ngo's die aan verkiezingswaarneming gingen doen werden bevroren, en een aantal prominente mensenrechtenadvocaten werden opgepakt. Een aantal buitenlandse journalisten en donoren werden het land uitgezet, of niet meer binnengelaten.

Het belang van deze verkiezingen overstijgt dan ook Oeganda: hoever kan en wil een oude rot als Museveni gaan om de macht te behouden? En wat kan een jonge generatie betekenen in die omstandigheden? Hoever zijn zij bereid te gaan?

Zware prijs

Wat in elk geval vaststaat, is dat Museveni vastberaden is om aan de macht te blijven. De prijs die Oegandezen hiervoor betalen is echter steeds hoger aan het worden. Eerder vonden in het land al protesten en repressie plaats - maar nog niet op deze schaal. Het lijkt er dan ook op dat de prijs die Oegandezen betalen voor Museveni's vastberadenheid gewogen zal worden in mensenlevens. Het lijdt weinig twijfel dat Museveni er alles aan zal doen om de verkiezingen te winnen - op welke manier dan ook. Of hij hiermee vrede en stabiliteit zal brengen, is bijzonder twijfelachtig.

Kristof Titeca is Professor aan het Instituut Ontwikkelingsbeleid aan de Universiteit Antwerpen.

Op 14 januari zijn er verkiezingen in het Afrikaanse land Oeganda. De belangrijkste kandidaten zijn huidig president Museveni, en Robert Kyagulanyi, beter bekend onder z'n artiestennaam Bobi Wine. De 38-jarige Wine was enorm populair als muzikant, voor hij zich in de politiek begaf.President Museveni is al sinds 1986 onafgebroken aan de macht. Z'n belangrijkste verwezenlijking, en bron van legitimiteit bij de bevolking, is dat hij vrede en stabiliteit heeft gebracht in het land, na decennia van conflict. Met de hulp van donoren - vooral de VS, de Wereldbank en het International Monetair Fonds - slaagde hij erin het land verder te ontwikkelen. Maar sinds de jaren 1990 begint zijn regime meer en meer donkere kanten te tonen. De twee grootste problemen zijn corruptie - een fenomeen dat vooral de politieke en militaire elites ten goede komt - en een toenemende repressie van de oppositie.Net als in de rest van het Afrikaanse continent, kent Oeganda een sterke demografische groei: 77% van de bevolking is jonger dan 30 jaar. Ze hebben dan ook nooit een andere president gekend dan Museveni. Dat zorgt ervoor dat Museveni's traditionele model van legitimiteit onder druk staat: de jonge generatie heeft niet zo veel aan het 'vrede en stabiliteit'-argument. Vaak hebben zij geen formele werkgelegenheid, maar knopen ze de eindjes aan elkaar in de informele sector - bv. als motortaxichauffeur. Zij willen jobs en publieke diensten - iets waar het regime maar matig in slaagt. Wines programma is (net als dat van de president) relatief beperkt, maar hij wordt als 'één van hen' gezien.De verkiezingen kunnen dan ook gezien worden als een clash van generaties, met Bobi Wine als symbool van deze nieuwe generatie. Hij is opgegroeid in het 'getto' - de sloppenwijken van de hoofdstad Kampala - en geeft een stem en vertrouwen aan deze groep. Zijn kandidatuur is daarom een paradigmaverschuiving in het Oegandese politieke landschap: het is niet langer de oudere politieke generatie die de nationale politiek bepaalt, ook jongeren eisen hun plaats op. Eerdere oppositieleiders waren generatiegenoten van Museveni, die aan zijn zijde hebben gevochten tijdens eerdere rebellieën. Zij hebben de laatste jaren veel van hun aantrekkingskracht verloren. Velen van de jonge generatie hadden hun hoop in de Oegandese politiek al lang hadden opgegeven: ze hadden zich neergelegd bij een Museveni die tot het einde van z'n leven aan de macht bleef. Door een aantal controversiële grondwetswijzingen is hij hiertoe in staat. Museveni doet er alles aan om de macht te behouden door een combinatie van 'wortels' en 'stokken'. Enerzijds probeert hij de bevolking aan zich te binden door financiële gunsten, vaak het letterlijk uitdelen van geld - in Oeganda beter bekend als het 'bruine enveloppe'-syndroom, waarbij een envelop met geld wordt gegeven. Anderzijds gebruikt het regime meer en meer repressie en geweld - en de dreiging hiervan - bij de verkiezingen. Dit is bij deze verkiezingen niet anders. Meer zelfs, de repressie is ongeëvenaard. Zo is Wine herhaaldelijk gearresteerd, wat in november tot grote rellen leidde,vooral in de hoofdstad Kampala. Minstens 54 mensen stierven daarbij door geweld van de veiligheidsdiensten (inclusief ongeïdentificeerde gewapende actoren in burger). Volgens president Museveni waren de rellen aangestuurd door "buitenstaanders en homoseksuelen die de onafhankelijkheid en stabiliteit van Oeganda willen verstoren". Hij noemt Wine een "misdadiger die hij zal verpletteren". De politiek raakt hierbij verder gepolariseerd: zo duiken er ook beelden op van regeringsaanhangers die in de klappen delen. Ondanks nationale en internationale kritiek blijft het geweld tegen Wine en de bredere oppositie voortduren. Journalisten lopen hierbij ook gevaar: velen die over de oppositie rapporteerden raakten gewond door geweld van de veiligheidsdiensten, en stelden systematisch beschoten te worden. Bankrekeningen van ngo's die aan verkiezingswaarneming gingen doen werden bevroren, en een aantal prominente mensenrechtenadvocaten werden opgepakt. Een aantal buitenlandse journalisten en donoren werden het land uitgezet, of niet meer binnengelaten. Het belang van deze verkiezingen overstijgt dan ook Oeganda: hoever kan en wil een oude rot als Museveni gaan om de macht te behouden? En wat kan een jonge generatie betekenen in die omstandigheden? Hoever zijn zij bereid te gaan? Wat in elk geval vaststaat, is dat Museveni vastberaden is om aan de macht te blijven. De prijs die Oegandezen hiervoor betalen is echter steeds hoger aan het worden. Eerder vonden in het land al protesten en repressie plaats - maar nog niet op deze schaal. Het lijkt er dan ook op dat de prijs die Oegandezen betalen voor Museveni's vastberadenheid gewogen zal worden in mensenlevens. Het lijdt weinig twijfel dat Museveni er alles aan zal doen om de verkiezingen te winnen - op welke manier dan ook. Of hij hiermee vrede en stabiliteit zal brengen, is bijzonder twijfelachtig.Kristof Titeca is Professor aan het Instituut Ontwikkelingsbeleid aan de Universiteit Antwerpen.