Verbannen ayatollah Mohsen Kadivar over de toekomst van Iran: ‘Wij hebben geen Opperste Leider nodig’

ayatollah
© REUTERS

De in de Verenigde Staten werkzame theoloog Mohsen Kadivar betwijfelt dat het Iraanse regime op het punt staat in te storten. Toch beschouwt hij de Islamitische Republiek als mislukt. Hij stelt een alternatief voor: een seculier en democratisch Iran. ‘Ik begrijp niet waarom de Iraanse machthebbers zich nog altijd zo hardnekkig verzetten tegen zinvolle structurele hervormingen.’

De uit Iran afkomstige ayatollah, filosoof en theoloog Mohsen Kadivar (66) doet sinds zeventien jaar onderzoek en geeft les aan de Duke University in Durham, North Carolina. Zijn kantoor bevindt zich in het Department of Religious Studies. In de vitrinekast op de gang staan Kadivars boeken naast die van christelijke en joodse geleerden.

Kadivar is een uitgesproken tegenstander van het regime in Teheran en zet zich al jaren in voor democratische hervormingen, ook nu weer sinds het begin van de recente protestgolf in Iran. Anders dan andere vertegenwoordigers van de Iraanse diaspora kan de theocratische leiding Kadivar niet eenvoudig afdoen als een verwesterde criticus. Hij is zelf een hooggeplaatste sjiitische geestelijke. Dat maakt hem tot een ongemakkelijke tegenstander voor het regime.

Hoe spreekt men een sjiitische geestelijke aan die, zoals u, in het Westen doceert? Meneer de professor? Meneer de ayatollah?

Mohsen Kadivar: Ik heb de bevoegdheid tot idsjtihad (het proces van juridische redenering en hermeneutiek waarmee de jurist-mujtahid wetgeving afleidt of rationaliseert op basis van de Koran en de Soenna, nvdr) en beschik daarmee over de academische graad die mij het dragen van deze titel toestaat. Maar het woord ‘ayatollah’ wordt tegenwoordig vaak politiek begrepen. Laten we het zo zeggen: wie zo’n geleerde waardeert, noemt hem ayatollah. Anderen doen dat niet. Voor mij is de titel niet belangrijk.

U hebt zowel tegen het regime van sjah Mohammad Reza Pahlavi als tegen de Islamitische Republiek gerebelleerd en zat in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Wat voelt u vandaag wanneer u aan Iran denkt?

Kadivar: Ik werd in 1978 onder de sjah gearresteerd en zat onder Opperste Leider Ali Khamenei achttien maanden gevangen. Inmiddels leef ik al achttien jaar in ballingschap. Dat is mijn leven. Ik heb mij toegewijd aan het welzijn van Iraanse bevolking. Wie dat doet, moet veel verdragen, en mijn levensdoel is nog niet bereikt. Maar ik ben optimistisch.

‘We moeten geduld hebben. Culturele en politieke veranderingen voltrekken zich niet altijd via revoluties.’

Waarom bent u optimistisch?

Kadivar: Toen ik het machtsstelsel van de Islamitische Republiek begon te bekritiseren, stonden de meeste Iraniërs niet aan mijn kant, zelfs veel zogenoemde hervormers niet. Vandaag is dat anders. De meerderheid van de bevolking verwerpt deze regeringsvorm. We moeten geduld hebben. Culturele en politieke veranderingen voltrekken zich niet altijd via revoluties.

Hoe beoordeelt u de protesten die Iran nu al meer dan twee weken in hun greep houden, en het extreme geweld waarmee het regime ze probeert neer te slaan?

Kadivar: De protestbeweging is qua omvang en intensiteit een nieuwe fase ingegaan. Volgens alle beschikbare informatie gaat het om de grootste protesten sinds de oprichting van de Islamitische Republiek in 1979. In tegenstelling tot de protesten van 2022, die grotendeels door jonge vrouwen werden geleid, staan nu jonge mannen centraal. Ook de eisen zijn radicaler. En terwijl de ‘Groene Revolutie’ van 2009 gericht was op hervormingen binnen het systeem, richten de huidige leuzen zich tegen de Islamitische Republiek als geheel en tegen de Opperste Leider persoonlijk. Daarnaast is er een kleine maar zichtbare monarchistische stroming ontstaan.

Het regime beweert, net als eerder, dat buitenlandse ‘krachten die Iran vijandig gezind zijn’ verantwoordelijk zijn voor het geweld.

Kadivar: Zelfs als betrokkenheid van Israëlische spionnen niet kan worden uitgesloten, ligt de hoofdverantwoordelijkheid voor het bloedvergieten bij de Iraanse regering. Zij heeft er consequent voor gekozen geen voorwaarden te scheppen voor vreedzame demonstraties. In plaats daarvan heeft zij critici jarenlang opgesloten of onder huisarrest geplaatst. Terwijl de autoriteiten in hun propaganda de daden van enkele woedende demonstranten uitvergroten, is de kern van de protestbeweging authentiek, grotendeels vreedzaam en gebaseerd op legitieme eisen.

De regering van president Masoud Pezeshkian heeft gefaald in het verlichten van de economische druk en het bestrijden van armoede. In combinatie met de gevolgen van de Amerikaanse sancties, corruptie en machtsconcentratie heeft dat de hoop op hervormingen vernietigd. Veel Iraniërs geloven inmiddels dat de Islamitische Republiek niet langer in staat is de problemen op te lossen. En terwijl de meeste mensen het eens zijn over wat zij afwijzen, bestaat er geen consensus over de alternatieven. Dat maakt een referendum des te noodzakelijker.

‘Zolang het regime de steun geniet van de Revolutionaire Garde en de Basij-militie en er geen tekenen zijn van een scheuring binnen het leger, is een plotse instorting uiterst onwaarschijnlijk.’

Sommige waarnemers voorspellen een snelle val van het regime, anderen zijn voorzichtiger. Wat denkt u?

Kadivar: Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat een ineenstorting nabij is. De Islamitische Republiek is ongetwijfeld sterk verzwakt en haar legitimiteit ernstig aangetast. Maar zij functioneert nog altijd als autoritair regime. Volgens de uitslag van de laatste presidentsverkiezingen steunt ongeveer 15 procent van de bevolking de regering nog actief. Een aanwijzing daarvoor zijn ook de landelijke demonstraties die maandag tegen de zogenoemde relschoppers plaatsvonden.

Zolang het regime kan rekenen op de steun van de Revolutionaire Garde en de Basij-militie en er geen tekenen zijn van verdeeldheid binnen het leger, is een plotse ineenstorting zeer onwaarschijnlijk. Er bestaat bovendien geen georganiseerde oppositie die door een meerderheid wordt gedragen. Doorslaggevend is dat het regime zijn dwangmiddelen nog altijd niet volledig heeft ingezet. In dat opzicht verschilt de situatie in Iran fundamenteel van die in het vroegere Libië, Irak, Syrië of Venezuela.

De Amerikaanse president Donald Trump heeft gezegd dat Amerika de demonstranten ‘te hulp zal komen’ en bereid is tot een militaire aanval. Hoe beoordeelt u die dreiging?

Kadivar: Hier moet men een onderscheid maken tussen een politieke en een volkenrechtelijke benadering. Vanuit realpolitik proberen de VS als dominante wereldmacht steeds opnieuw hun wil op te leggen, zoals we recent in Venezuela zagen. Vanuit volkenrechtelijk perspectief is dat echter een duidelijke schending van het VN-Handvest en het beginsel van niet-inmenging.

‘De meeste Iraniërs zouden, ondanks hun diepe afkeer van de Islamitische Republiek, hun land verdedigen bij een aanval van de Verenigde Staten.’

Trumps uitspraken over Iran passen in dit patroon. Hoe onberekenbaar Trump ook is – ik acht een directe Amerikaanse militaire aanval op Iran onwaarschijnlijk. De meeste Iraniërs zouden, ondanks hun diepe afkeer van de Islamitische Republiek, hun land verdedigen tegen buitenlandse agressie. Waarschijnlijker is daarom een strategie die bijdraagt aan interne erosie, bijvoorbeeld via verdere sancties.

Denkt u dat u binnenkort naar Iran kunt terugkeren?

Kadivar: Dat hangt van veel factoren af. De oorlog die Israël en de VS afgelopen juni tegen Iran voerden, heeft in elk geval alles vertraagd. Die heeft noch de democratie, noch de mensenrechten in Iran bevorderd. Dat begrijpen veel mensen in het Westen niet, en vooral veel Israëli’s niet. Zij dachten destijds dat er onmiddellijk een opstand zou uitbreken. Dat is niet gebeurd.

Integendeel: aanvankelijk nam de interne samenhang toe. Zelfs politieke gevangenen en intellectuelen onder huisarrest hebben de aanval op Iran veroordeeld. Ook wij in de diaspora: vijftien collega’s en ik, allemaal uitgesproken tegenstanders van het regime, hebben twee verklaringen gepubliceerd waarin wij ons onvoorwaardelijk achter ons land schaarden.

‘Het kan zijn dat de Islamitische Republiek in Iran is mislukt. Maar ook de liberale democratie in het Westen heeft na de brute Israëlische aanvallen op Gaza en Iran een zware nederlaag geleden.’

Wat waren uw kernpunten?

Kadivar: Israël heeft Iran militair aangevallen terwijl Iran en de Verenigde Staten onderhandelden. Daardoor moesten die onderhandelingen worden stopgezet. Ook de Verenigde Staten hebben vervolgens Iraanse nucleaire installaties gebombardeerd. Deze militaire acties waren in strijd met het volkenrecht. De Europese Unie heeft de Israëlische agressie niet veroordeeld, en de Duitse bondskanselier verklaarde zelfs dat ‘Israël het vuile werk voor ons opknapt’.

Het kan zijn dat de Islamitische Republiek in Iran is mislukt. Maar ook de liberale democratie in het Westen heeft na de brute Israëlische aanvallen op Gaza en Iran een zware nederlaag geleden. Het volkenrecht, de geproclameerde mensenrechten, zelfs de Verenigde Naties zijn lege hulzen gebleken.

Wat hebben deze verklaringen u in Iran zelf opgeleverd?

Kadivar: Op 25 september ontving president Masoud Pezeshkian mij voor een meer dan een uur durend privégesprek in de marge van de Algemene Vergadering van de VN in New York. Dat was de eerste keer dat de Islamitische Republiek een van haar structurele critici op zo’n hoog niveau uitnodigde om naar zijn opvattingen te luisteren. Daarna ontmoette een hoge functionaris van het presidentiële bureau mij en vroeg: ‘Waarom keert u niet terug naar Iran? De situatie is veranderd.’

Wat hebt u geantwoord?

Kadivar: Ik bedankte hem en zei: ‘Wat gebeurt er met de critici in het land die onder huisarrest staan of in de gevangenis zitten?’ Ik zie helaas nog altijd geen echte tekenen dat het regime zich weer tot het volk wendt. Twee voorbeelden: ik legde hem uit dat ik zelf sinds 2009 onder een volledig publicatieverbod sta. Kort daarna viel Kayhan – een hardlinerkrant die aan de Opperste Leider is gelieerd – precies deze ontmoeting fel aan en bestempelde mij als vijandig. Ik begrijp niet waarom de Iraanse machthebbers zich nog altijd zo hardnekkig verzetten tegen zinvolle structurele hervormingen.

Heeft de zogeheten Twaalfdaagse Oorlog van juni 2025 het regime uiteindelijk versterkt of verzwakt?

Kadivar: Beide. De aanval heeft grote zwaktes blootgelegd, onder meer bij de inlichtingendiensten. Maar tegelijk werd het regime ook versterkt, omdat de aanval van buitenaf kwam. Geloof me: een verandering van Iran van buitenaf is uitgesloten.

Kadivar werd in 1959 geboren onder het bewind van sjah Mohammad Reza Pahlavi en groeide op in de centraal-Iraanse stad Shiraz. Begin jaren zestig begon de sjah, die nauwe banden onderhield met de VS en Israël, Iran te moderniseren en te verwestelijken – vooral tegen de weerstand van sjiitische geestelijken, die hij met toenemende hardheid vervolgde.

Kadivar was net begonnen aan een studie elektrotechniek toen de eerste grote protesten tegen het regime van de sjah uitbraken. Begin 1978 kwamen bij een demonstratie voor de in ballingschap levende ayatollah Ruhollah Khomeini meerdere mensen om het leven. Volgens sjiitisch ritueel volgden veertig dagen later landelijke rouwbijeenkomsten, waarbij opnieuw doden en gewonden vielen – een cyclus die zich vervolgens elke veertig dagen herhaalde. In mei 1978 werd Mohsen Kadivar bij zo’n demonstratie gearresteerd door de Iraanse veiligheidsdienst, de beruchte Savak.

Wat herinnert u zich van uw eerste arrestatie?

Kadivar: We hadden ons in een moskee verzameld, kort daarna greep iemand mij van achteren. Ik wist meteen: dit is de Savak. Ik was de eerste en de jongste die die dag werd opgepakt. In de gevangenis schoren ze eerst mijn haar af, daarna werd een procesdatum vastgesteld. Tot die tijd liet men mij vrij tegen betaling van een borgsom, die mijn vader betaalde.

Dat was mogelijk onder de sjah?

Kadivar: Ik had geluk. De toenmalige Amerikaanse president Jimmy Carter drong in die maanden bij de sjah aan op gematigdheid. Voor mij was die nacht in de gevangenis in elk geval een zeer vormende ervaring. Op een bepaalde manier was ik zelfs trots dat mijn foto samen met die van de andere arrestanten werd gepubliceerd. Ik weet nog hoe ik mijn medestudenten mijn kale hoofd liet zien.

Als men mij een paar maanden eerder had opgepakt, was ik waarschijnlijk meteen voor twee jaar opgesloten. Nu luidde het vonnis honderd dagen celstraf, die ik kon uitstellen door een bepaalde geldsom te betalen. Drie maanden lang betaalde ik dat bedrag, maar daarna stopte ik ermee. Want inmiddels was de revolutie in een beslissende fase beland.

Op 16 januari 1979 gaf de sjah toe aan de druk van zijn tegenstanders en verliet hij Iran. Kort daarop keerde ayatollah Khomeini uit ballingschap terug naar Teheran en greep de macht. Binnen enkele weken werden honderden vertegenwoordigers van het oude regime geëxecuteerd, duizenden zouden volgen.

Op 1 april riep Khomeini de Islamitische Republiek uit, en in december trad een nieuwe grondwet in werking die de Opperste Leider verregaande controle gaf over regering, parlement en rechterlijke macht. In september 1980 begon de Iraakse dictator Saddam Hoessein een oorlog tegen Khomeini’s regime. Die oorlog zou acht jaar duren en honderdduizenden levens eisen. Saddams verwachting dat zijn aanval tot de ineenstorting van de Islamitische Republiek zou leiden, kwam niet uit. Integendeel: de Irak-Iranoorlog bekrachtigde de door Khomeini gevormde en tot vandaag geldende regeringsvorm, de ‘heerschappij van de rechtsgeleerde’. Diep gelovig en meegesleept door de revolutie brak Kadivar zijn technische studie af en schreef hij zich in aan het geestelijk seminarie in Shiraz.

Saddam Hoesseins aanval in 1980 smeedde grote delen van de bevolking en de leiding aaneen. Geldt dat ook voor de Israël-Iran-oorlog van 2025?

Kadivar: Er is een groot verschil. Toen waren mensen niet alleen loyaal aan hun leider, ze waren ook bereid zich op te offeren voor hun religie, hun revolutie en hun land. Vandaag overheerst alleen nog dat laatste: het Iraanse nationalisme. Of ze het regime nu steunen of niet, voor de mensen staat het land op de eerste plaats. Bijna alle Iraniërs ervoeren Israëls aanval als onrechtvaardig en zijn het erover eens dat deze oorlog hen werd opgedrongen. Een minderheid verwijt het regime dat het te weinig tegen Israël heeft gedaan. En een nog kleinere minderheid stelt het regime zelf verantwoordelijk voor de oorlog.

‘Laat de politieke gevangenen vrij. Sta meer persvrijheid toe, laat politieke partijen en vreedzame demonstraties toe.’

Is dat voldoende voor het regime om aan de macht te blijven?

Kadivar: Alleen als er hervormingen komen. Ik heb daarvoor voorstellen gedaan, pragmatisch en binnen het kader van de bestaande grondwet: laat de politieke gevangenen vrij. Sta meer persvrijheid toe, laat politieke partijen en vreedzame demonstraties toe. Vandaag bepaalt alleen de krant Kayhan de toon in Iran. Verander dat! Schakel op zijn minst over op de lijn van Ettelaat. Ook dat is een regeringskrant, maar iets gematigder. Dat is mijn eerste scenario: wil het regime aan de macht blijven, dan moet het minstens deze minimale hervormingen toestaan.

Wat is uw andere scenario?

Kadivar: Dat betreft de Opperste Leider, Ali Khamenei, de opvolger van Khomeini die sinds 1989 aan de macht is. Mijn voorstel luidt: sta een deel van uw macht af. Volgens artikel 110 van de Iraanse grondwet mag de Opperste Leider zijn elf rechten en plichten afzonderlijk overdragen – bijvoorbeeld aan de gekozen president of aan de commandant van de Revolutionaire Garde…

…de pretoriaanse lijfwacht van het regime, die vandaag grote delen van het leger en de economie controleert.

Kadivar: Er is echter nog een derde scenario – het aftreden van de Opperste Leider. Ook dat is in de grondwet geregeld. In dat geval moet de Raad van Experts een opvolger aanwijzen. Tot die tijd bestuurt een comité bestaande uit de president, de opperrechter en een jurist uit de Raad van Hoeders het land. Dat comité zou ook de macht hebben een referendum te organiseren, waarin het dan wel moet gaan om een fundamentele wijziging van het politieke systeem.

Meer dan zestien jaar lang – niet ongebruikelijk voor hoge sjiitische geestelijken – studeerde Kadivar theologie, filosofie en islamitisch recht, eerst in Shiraz, daarna in de geleerdenstad Qom. Zijn mentor, grootayatollah Hossein-Ali Montazeri, gold tot kort voor de dood van revolutieleider Khomeini in 1989 als diens beoogde opvolger. Net als Montazeri distantieerde Kadivar zich onder de indruk van zware mensenrechtenschendingen van de leiding. Nadat hij de Islamitische Republiek begin 1999 met het absolutistische sjah-regime had vergeleken, werd hij ‘wegens het verspreiden van leugens en propaganda tegen de Islamitische Republiek’ tot achttien maanden gevangenisstraf veroordeeld. Een prediker van de revolutie was een van de felste critici van het regime geworden.

U stelt dus voor de Iraanse bevolking te laten beslissen over de toekomst van het land. Waarover moet in zo’n referendum precies worden gestemd?

Kadivar: Over vier opties, die het volledige politieke spectrum van ons land bestrijken. De eerste is het behoud van de huidige grondwet. Ook al zal het aantal aanhangers gering zijn, zeker niet meer dan twintig procent: ook deze hardliners zijn Iraniërs, we kunnen hen niet negeren. Maar zij zouden na een eerlijke stemming moeten erkennen dat zij al lang geen meerderheid meer vormen.

Wat is de tweede optie?

Kadivar: Dat is de grondwet die in 1979 oorspronkelijk was ontworpen: een islamitische republiek die niet door een rechtsgeleerde, maar door de gekozen president wordt geleid. Zelfs ayatollah Khomeini had eerst met deze grondwet ingestemd. Ik denk dat veel Iraanse hervormers zo’n grondwet vandaag zouden steunen.

Optie nummer drie?

Kadivar: Dat zou de grondwet van 1906 zijn: een constitutionele monarchie, vergelijkbaar met het huidige Groot-Brittannië. Er zijn zeker mensen in Iran die zich kunnen voorstellen het prerevolutionaire regime te herstellen.

De in 1960 geboren voormalige kroonprins Reza, die net als u in Amerikaanse ballingschap leeft, heeft zich opnieuw als overgangsfiguur aangeboden.

Kadivar: Veel mensen die zijn vader ooit verdedigden, zijn vandaag tegen Reza Pahlavi. Ik geloof niet dat een meerderheid van de bevolking zich voor zo’n oplossing zal uitspreken. Maar als zij denken anderen te kunnen overtuigen, dan moeten we hen die kans geven.

Dan blijft optie vier over.

Kadivar: Dat is de optie waar ik voor pleit: een democratische republiek, een seculier regime. Als praktiserend moslim, theoloog en rechtsgeleerde ben ik tegen filosofisch secularisme, want dat is uiteindelijk atheïsme. Maar politiek ben ik seculier en voor de scheiding van staat en moskee. En ik weet dat veel mensen die vroeger als hervormers werden aangeduid – en van wie er vandaag velen in de gevangenis of onder huisarrest zitten – precies zo denken als ik.

‘Als theoloog en rechtsgeleerde ben ik tegen filosofisch secularisme, want dat is uiteindelijk atheïsme. Maar politiek ben ik seculier en voor de scheiding van staat en moskee.’

Welk model, welke concrete staat dient u als voorbeeld?

Kadivar: In principe elke seculiere staat. Om in de regio te blijven: denk bijvoorbeeld aan Turkije of Tunesië. Of neem de Iraakse grondwet, die na de Amerikaanse invasie van 2003 werd opgesteld. Waar het mij om gaat, is de scheiding van staat en religieuze instellingen: het einde van de ‘heerschappij van de rechtsgeleerde’, die zich als een historische vergissing heeft bewezen. Of dat uiteindelijk uitmondt in een andere islamitische republiek of in een democratische republiek Iran, dat moet het Iraanse volk beslissen.

De Iraniërs hebben al tweemaal hervormers tot president gekozen, maar zowel Mohammad Khatami als Hassan Rohani heeft hen teleurgesteld. Aan de laatste presidentsverkiezingen nam nog geen helft van de kiesgerechtigden deel. Wie heeft het charisma om zo’n diepgaande hervorming door te voeren als u voorstaat?

Kadivar: De voormalige premier Mir-Hossein Mousavi en de vroegere adviseur van president Khatami, Mostafa Tajzadeh, zouden goede kansen hebben om een vrije presidentsverkiezing te winnen. Beiden zijn, net als ik, voorstander van een referendum.

Maar het tijdperk van de charismatische leiders is voorbij. Daar had Iran vijftig jaar geleden al genoeg van. Wij hebben geen Opperste Leider meer nodig. Wij hebben een democratische republiek nodig, en ik geloof dat de meeste Iraniërs dat ook zo zien. Voor velen van hen zal de islam een centraal onderdeel van hun leven blijven. En theologen zoals ik kunnen ervoor zorgen dat we een democratisch, seculier Iran hebben – en toch onze islamitische waarden behouden.

Partner Expertise