Opinie

Lia van Bekhoven

‘Van strijdmachten tot klaslokalen, het lijkt wel alsof het hele Verenigd Koninkrijk vastgelopen is’

Lia van Bekhoven Correspondent in Londen voor Knack, BNR, VRT-radio, Terzake en Elsevier

‘Zesenveertig jaar geleden was Groot Brittannië ‘de zieke man van Europa’. Inmiddels ligt de natie opnieuw aan de beademing’, schrijft Lia Van Bekhoven vanuit Londen. ‘Er is de grootste staking in decennia, er wordt een zomer van hittegolven voorspeld, en Kate Bush staat in de top 10. Het lijkt 1976 wel.’

Naast de stakingen van het spoorwegpersoneel deze week, heerst er chaos op de vliegvelden, zijn er her en der personeelstekorten en daar komen dan nog eens destijgende kosten van benzine en voedselproducten bij.

Dat klinkt allemaal bekend in de oren. Het Verenigd Koninkrijk is minder uniek dan het denkt te zijn. Ontregelde vliegvelden, een gebrek aan mankracht en stakingen spelen elders ook. Maar bovenop de gevolgen van de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne zijn er twee elementen die alles, zoals bijna altijd in het VK, nog een graad of wat erger maken.

De combinatie van de brexit met twaalf jaar aanhoudende bezuinigingen hebben in het weefsel van de samenleving slijtageplekken veroorzaakt waar je zo je hand door kunt steken. Sinds de Britse uittreding uit de Europese club is de economie, de vijfde grootste ter wereld, gekrompen met 5.2%, goed voor een krimp van 45 miljard euro, terwijl de Britse valuta, die dit jaar daalde met 10% in waarde daalde tegenover de dollar, vecht voor zijn positie. Het is een kwestie van tijd voordat het VK in een recessie belandt, zeggen sommige economen, zoals die van JP Morgan. De Inflatie ligt op koers om in het najaar de 11% te bereiken, zo voorspelt de Bank of England. Terwijl de groei elders aantrekt, schat de OESO dat de Britse economie volgend jaar 0 procent gaat noteren. Alleen de economische prestaties van Rusland zullen slechter zijn.

Het is het VK aan te zien. Van de strijdmachten tot de klaslokalen, van de gaten in het wegdek tot de gezondheidszorg, het lijkt alsof het land vastgelopen is. Het maakt niet uit welke richting je inslaat, overal zijn er talloze wachtenden voor u. Gezinnen annuleren vakanties omdat de tien weken die staan voor de verwerking van een paspoortaanvraag aan de zonnige kant blijken. De aanvraag van een rijbewijs kan drie maanden duren. Het verval zit hem in de zestig procent van scholen die ‘urgente reparaties’ behoeven. Het zit hem in de zes en een half miljoen mensen die op de wachtlijst staan van de gezondheidszorg, bijna 10% van de totale bevolking. En het zit hem in de dramatische dalende levensstandaard, de snelst dalende sinds men in de jaren vijftig dit soort dingen begon te meten. Dus misschien keldert de levensstandaard wel sneller dan toen Charles Dickens leefde, of tijdens de middeleeuwen, wie zal het zeggen?

Zeker is dat in deze wending van het post-brexit tijdperk niet voorzien was. Tenminste niet door ’s land bestuurders. Het vertrek uit de neurotisch strak gereguleerde EU, zou het VK uit zijn grenzen doen barsten met nieuwe, economische energie. Groot-Brittannië was op weg, zei premier Boris Johnson eind vorig jaar, om een economie van hoge lonen en hoge productiviteit te worden. Bedrijfsleiders deden er goed aan op te houden met zeuren over de brexit, en de lonen op te trekken.

Dinsdag liepen 50.000 spoorwegmedewerkers de stations en treindepots uit, voor een loonsverhoging van 7%. 80% van het spoorwegnetwerk kwam stil te liggen in de grootste staking in dertig jaar. Het zal niet de laatste actiedag zijn. In de publieke sector lopen verpleegkundigen, advocaten, vuilnisophalers, gevangenisbewakers en docenten zich warm voor ‘een zomer van onvrede’. Waar in de privésector de lonen zich de eerste drie maanden van het jaar optrokken met 8.1%, werd in de openbare sector 1.5% genoteerd. Omgerekend betekent de dalende levensstandaard dat verpleegkundigen er 6.500 euro slechter aan toe zijn dan in 2010.

Door de stijgende kosten van het levensonderhoud zetten twee van de drie Britten voortijdig de verwarming uit, rijdt bijna de helft minder met de auto en slaat een kwart maaltijden over, volgens een onderzoek van Ipsos Mori.

In 1976 was de Britse Labourregering verdeeld en het parlement zwak. Maar buiten scheen de zon, iedere dag weer, en ondanks rassenrelletjes tijdens het carnaval van Notting Hill én een miljoen werklozen was de stemming relaxed. Groot Brittannië was net toegetreden tot de EU en alles leek mogelijk. De eerste Body Shop opende, de Ford Fiesta kwam op de markt en Taxi Driver draaide in de bioscopen. 28 jaar later zou de New Economic Foundation concluderen dat 1976, gemeten naar economische, sociale en milieumaatstaven, het beste was in de moderne Britse geschiedenis.

Ook zonder glazen bol durf ik concluderen dat als het VK die topplaats nog een keer bereikt dat het dan niet voor het jaar 2022 zal zijn.

Partner Content