Vakbondsliefhebber Joe Biden komt in aanvaring met de spoorbonden

Vrachttrein en containers in Los Angeles. © Gettty

Om een staking bij het vrachtverkeer per spoor te voorkomen, heeft president Joe Biden het Congres gevraagd om een compromis op te leggen aan directie en personeel. Dat valt niet goed bij de spoorwerkers.

Joe Biden is een verklaard liefhebber van de spoorwegen. Hij spoorde als senator enkele keren per week tussen Washington en Delaware. Hij is ook een liefhebber van vakbonden. ‘Ik wil de meest pro-vakbondspresident zijn,’ herhaalde hij meermaals, ‘die de meest pro-vakbondsregering in de geschiedenis leidt’.

Die vakbondsliefde is geen recente aangelegenheid. In 1992 stemde Biden als een van de weinige senatoren tegen een ingreep van het parlement in een sociale onderhandeling bij de spoorwegen. Hij vond destijds dat de bonden de tijd moesten krijgen om een regeling af te dwingen.

Nu zit hij zelf aan het stuur en roept hij op om wél in te grijpen en de staking van 115.000 spoorwerkers, die op 9 december van start kan gaan, te voorkomen.

Zonder vrachtverkeer per spoor, aldus een mededeling die het Witte Huis in naam van de president verspreidde, ‘zullen vele industrieën in de VS moeten sluiten. Mijn economische adviseurs rapporteren dat in de eerste twee weken alleen al tot 765.000 Amerikanen – velen van hen vakbondsleden – zonder werk zouden kunnen vallen. Gemeenschappen zullen mogelijk zonder chemische producten komen te zitten waarmee drinkwater gezuiverd wordt. Boerderijen krijgen misschien geen voer meer voor hun dieren.’

De Democratische top van het Congres had oren naar de oproep van de president. Uittredend leider in het Huis van Afgevaardigden, Nancy Pelosi, zei dat ze node zou ingrijpen in het sociaal overleg, maar dat de bevoorrading van het land in de aanloop naar de eindejaarsfeesten geen andere mogelijkheid liet.

Het dispuut bij de spoorwegen sleept al vele maanden aan. Ook in de transportsector heeft de pandemie huis gehouden. Vele spoorwerkers namen ontslag of werden ontslagen. Werknemers bleven thuis omdat ze het niet vertrouwden om te gaan werken. Het personeelsbestand zou de voorbije jaren met 30 procent zijn verminderd. En wie overbleef, moest meer presteren om de dienst te verzekeren.

De spoorwegmaatschappijen dokterden een puntensysteem uit pom de continuïteit te kunnen verzekeren. Anders gezegd: het was een systeem om werknemers te kunnen sanctioneren die niet kwamen opdagen. Dat wordt breed geïnterpreteerd: wie op een vrije dag de telefoon niet opneemt bij een oproep van het bedrijf verliest punten. Wie om medische redenen een shift mist, wordt automatisch punten afgetrokken (volgens de spoorbedrijven wordt de puntenaftrek ongedaan gemaakt als de werknemer de reden naderhand duidelijk maakt). Groot puntenverlies kan leiden tot ontslag.

De werknemers hebben in dat puntensysteem niet de indruk dat ze een opdracht kunnen weigeren en dat ze 24 uur of 24 stand-by moeten zijn. Ze klagen erover dat hun familieleven zwaar lijdt onder dat regime.

In een extreem geval liet een spoorwerker, die zich ziek voelde, een doktersafspraak varen omdat hij werd opgeroepen om te werken. Hij stierf tijdens zijn extra-shift aan een hartaanval.

Werknemers kunnen in principe niet verplicht worden om langer dan zes dagen opeenvolgend te werken, maar als ze op verplaatsing zijn, wordt een overnachting ook als een rustperiode beschouwd – na die nacht kan een nieuwe serie van zes opeenvolgende dagen starten.

Terwijl de onvrede groeide bij de werknemers, deden de spoortransportmaatschappijen het beter dan tevoren. Ze haalden miljardenwinsten binnen, die onder meer worden aangewend om aandelen terug te kopen en aandeelhouders bonussen te geven.

Opgelegd compromis

Het overleg tussen directies en vakbonden over een nieuw sociaal akkoord verliep stroef. In september, terwijl al een staking dreigde, kwam het Witte Huis tussenbeide. De president legde een compromisvoorstel op tafel dat door de directies werd aanvaard, en door de twaalf vakbonden aan de leden ter stemming werd voorgelegd. Het pakket bevatte een forse loonsverhoging (met 24 procent tegen 2024), een bonus, een limiet op de bijdragen voor ziekteverzekering, en een verbetering van de organisatie zodat werknemers minder de indruk zouden hebben altijd stand-by te zijn. De werknemers kregen in het voorstel ook één persoonlijke dag, die ze naar believen kunnen inzetten.

In vier van de twaalf vakbonden verwierpen de leden het akkoord. Dat was onder meer het geval in de grootste vakbond. De uitslagen waren nipt, zowel in de vakbonden die zich tegen het akkoord uitspraken als in de bonden die het compromis aanvaardden. Het grootste punt van wrevel waren de betaalde ziektedagen. In het akkoord stond die ene persoonlijke dag vermeld. De vakbonden hadden echter betaald ziekteverlof geëist, eerst twee weken wat tijdens de onderhandelingen met de directies naar beneden werd bijgestuurd tot vier dagen.

De directies vonden dat werknemers ingeval van ziekte (bij henzelf of bij familieleden) hun vakantiedagen konden aanspreken (die vakantiedagen zijn ook schaars, en zelfs onbestaand voor wie het eerste jaar in dienst is). Ze argumenteren dat de bonden tijdens de onderhandelingen vooral op de loonsverhoging hadden gemikt en minder de nadruk hadden gelegd op de ziektedagen.

Eens vier vakbonden het akkoord verworpen hadden, stond een algemene staking op til – de vakbonden die het akkoord wel aanvaardden, zijn solidair met de stakende vakbonden, dat is een langlopende overeenkomst tussen de bonden.

Maandag stelde Biden aan het parlement voor het voorstel uit september onveranderd op te leggen aan de sector. Dat leidde tot protesten bij de vakbonden. Door zijn ingreep keldert de president hun onderhandelingspositie, stellen zij. Het Congres is almachtig tegenover de sector, het kan ook de betaalde ziektedagen opleggen, of opleggen dat de staking wordt uitgesteld. Waarom dan een akkoord opleggen dat door vele spoorwerkers is afgewezen?

Twee pakketten

Onder druk van linkse Democraten keurde het Huis van Afgevaardigden woensdag twee pakketten goed. Het ene met het compromisakkoord zoals dat in september was voorgelegd, en een tweede met de voorziening van zeven betaalde ziektedagen in de spoorsector. Het eerste pakket kreeg brede steun, het tweede werd grotendeels volgens partijlijnen goedgekeurd, met slechts enkele Republikeinse stemmen.

Dat alles verhuist nu naar de Senaat, waar een meerderheid van 60 van de 100 stemmen nodig is, en minstens 10 Republikeinen zich moeten aansluiten om het compromisvoorstel uit september en de betaalde ziektedagen goedgekeurd te krijgen (in de veronderstelling dat alle Democraten meestemmen, wat niet gegarandeerd is). Vooral de ziektedagen lijken een lastige opgave.

Slechts één Republikein, Josh Hawley, heeft al gezegd dat hij geen regeling wil zonder betaalde ziektedagen. Gewezen Republikeinse presidentskandidaat Marco Rubio heeft zich in tweets aan de kant van de werknemers geschaard, maar hij wil dat het sociaal overleg verdergezet wordt, zonder tussenkomst van het Congres.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Aan Democratische kant zijn 12 senatoren niet happig om het compromis uit september goed te keuren tenzij het ‘verbeterd’ wordt. Ze zouden wel de combinatie van dat compromis met de betaalde ziektedagen goedkeuren.

Donderdag stuurt Biden enkele ministers naar de Senaat om het water te testen en de stemmen te tellen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content