Opinie

Dirk Rochtus

‘Turks neen tegen NAVO-uitbreiding als hefboom voor eigenbelang’

Dirk Rochtus Doceert Internationale Politiek en Duitse Geschiedenis aan KU Leuven/Campus Antwerpen.

Het bezwaar dat de Turkse president Erdoğan maakt bij de eventuele toetreding tot de NAVO van Finland en Zweden past, schrijft Dirk Rochtus, in een onderhandelingsstrategie die Turkije andere toegevingen moet opleveren.

De Russische president Vladimir Poetin heeft spreekwoordelijk geesten opgeroepen die hij niet meer kwijt geraakt. Hij voert een onverbiddelijke oorlog tegen Oekraïne onder het voorwendsel dat Rusland zich bedreigd zou voelen door een eventuele toetreding van zijn westelijke buurstaat tot de NAVO. Maar net die oorlog maakt dat twee andere naburige staten, Finland en Zweden, de wens te kennen geven om lid van het Westerse militaire bondgenootschap te worden.

De machthebbers in het Kremlin kunnen niets anders doen dan dreigementen aan het adres van de NAVO-lidstaten uit te kramen. Daaruit spreekt hun machteloze woede.  Poetin lijkt het tegenovergestelde te bereiken van wat hij beoogde. Van een tegenhouden van de NAVO-uitbreiding is geen sprake meer. Of zit het Poetin toch beter mee dan gedacht? Hij zou in deze kwestie wel eens een ‘bondgenoot’ kunnen hebben uit een misschien niet helemaal onverwachte hoek. Vrijdagnamiddag heeft de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan immers gezegd dat hij ‘geen positief oordeel’ koestert over een mogelijke uitbreiding van de NAVO met Finland en Zweden. De Scandinavische landen zouden leden van ‘terroristische organisaties’ herbergen zoals de PKK, de Koerdische guerrillabeweging die regelmatig gewapende aanvallen tegen organen en instellingen van de Turkse staat uitvoert.

Turks veto tegen NAVO-uitbreiding als hefboom voor eigenbelang

De NAVO als intergouvernementele organisatie neemt haar beslissingen met eenparigheid van stemmen. Turkije kan als lid van de NAVO dus zijn veto uitspreken tegen de kandidatuur van Finland en Zweden. De Turkse ergernis over de ‘gastvrijheid’ die de PKK in Scandinavië zou genieten, is wellicht niet de enige reden dat Erdoğan nu dwarsligt. Maar ze is wel belangrijk. Turkije laat zich in zijn veiligheids- en buitenlandpolitiek ook leiden door de strijd tegen het Koerdische nationalisme zoals het belichaamd wordt door de PKK. Een voorbeeld daarvan zijn Turkse militaire acties tegen bases van de PKK in de bergen van Noord-Irak of operaties in en militaire aanwezigheid in Noord-Syrië. De PYD, de Syrisch-Koerdische partij die banden zou hebben met de PKK, had er enkele jaren geleden een autonome regio gecreëerd. Als embryo van een Koerdenstaat vormt ze een schrikbeeld voor de Turken.

De discussie over een NAVO-lidmaatschap van Finland en Zweden biedt Erdoğan dan ook de kans om op die manier een hardere aanpak van de PKK in Noord-Europa op tafel te leggen.

Tegen Noord-Syrië kan Turkije in het geweer komen zonder dat de internationale gemeenschap zich daar veel van aantrekt. Tegenover ‘ongewenste’ toestanden of ontwikkelingen in Finland en Zweden kan Ankara natuurlijk alleen maar verbaal en met gebruikmaking van bepaalde procedures optreden. De PKK staat in de Europese Unie (EU) op de lijst van terroristische organisaties. Veel baat heeft Turkije daar nog niet bij gehad. De discussie over een NAVO-lidmaatschap van Finland en Zweden biedt Erdoğan dan ook de kans om op die manier een hardere aanpak van de PKK in Noord-Europa op tafel te leggen.

Precedenten

Het zou niet de eerste keer zijn dat Turkije zijn NAVO-lidmaatschap gebruikt als een hefboom voor politiek eigenbelang. De kwestie van het tussen Grieks- en Turkstaligen verdeelde Cyprus is daar een voorbeeld van. De NAVO wil dat elke staat waarmee ze informatie over veiligheidskwesties deelt, lid van het Partnership for Peace (PfP) is. Hiervoor is ook unanimiteit vereist. De EU zelf bepaalt dat al haar lidstaten, waaronder ook de Republiek Cyprus, moeten deelnemen aan vergaderingen over veiligheid. Maar door het Turkse veto tegen het PfP-lidmaatschap van Cyprus zijn vergaderingen van de NAVO met het Politiek en Veiligheidscomité van de EU niet mogelijk.

Zou Erdoğan zich inschikkelijker tonen tegenover de NAVO-aspiraties van Finland en Zweden als die landen de PKK op eigen bodem zouden bestrijden? Of gaat er meer schuil achter zijn ‘gebrek aan een positief oordeel’? Poetin zou zich natuurlijk in de handen wrijven over een ‘hayir’, een neen van Turkije. Het land aan de Bosporus bevindt zich in de Oekraïne-kwestie in een schommelpositie. Het mag noch het Westen noch Rusland al te zeer bruuskeren, afhankelijk als het van beide is om economische en politieke redenen.

Het kan zijn dat Erdoğan zich uiteindelijk niet zal verzetten tegen de uitbreiding van de NAVO met Finland en Zweden. Intussen zal Turkije toch van dat spel van eerst dwarsliggen en dan toegeven geprofiteerd hebben. Dat zou het geval zijn wanneer het Westen meer gaat ondernemen tegen de PKK.  En Rusland zal het gevoel hebben dat Turkije al bij al toch niet tot zijn ergste critici behoort. In die hypothese en in dat scenario zou de Turkse diplomatie weer twee pluimen op haar hoed hebben kunnen steken.     

Dirk Rochtus doceert internationale politiek aan KU Leuven/Campus Antwerpen. Hij publiceerde ‘Turkije. De terugkeer van de sultan’ (Uitgeverij Vrijdag, 2016)

Partner Content