De Europese staatshoofden en regeringsleiders zaten vorige week samen in de Bulgaarse hoofdstad Sofia. Behalve Iran en de onvermijdelijke Donald Trump stond ook een ontmoeting met zes landen uit de westelijke Balkan op de agenda. De vraag is wat de Unie met die landen moet. Met Servië en Montenegro wordt al over een lidmaatschap gepraat, terwijl Albanië en Macedonië op de poort kloppen. Dan blijven nog het etnische lappendeken Bosnië-Herzegovina en Kosovo over. Zeker dat laatste land vormt een apart probleem: het scheurde zich in ...

De Europese staatshoofden en regeringsleiders zaten vorige week samen in de Bulgaarse hoofdstad Sofia. Behalve Iran en de onvermijdelijke Donald Trump stond ook een ontmoeting met zes landen uit de westelijke Balkan op de agenda. De vraag is wat de Unie met die landen moet. Met Servië en Montenegro wordt al over een lidmaatschap gepraat, terwijl Albanië en Macedonië op de poort kloppen. Dan blijven nog het etnische lappendeken Bosnië-Herzegovina en Kosovo over. Zeker dat laatste land vormt een apart probleem: het scheurde zich in 2008 van Servië af, maar nog lang niet alle lidstaten van de EU hebben dat aanvaard. Zo bleef de Spaanse premier Mariano Rajoy afwezig omdat hij niet de indruk wil wekken dat hij opstandige regio's in andere landen wel hun onafhankelijkheid gunt - en zijn eigen Catalonië dus niet. Brussel schoof het probleem van de westelijke Balkan lang voor zich uit. Een vorig gesprek met de landen uit die hoek van het continent vond al vijftien jaar geleden plaats. De kwestie werd in 2015 wel acuut, toen vluchtelingen uit Syrië die via de Balkanroute naar West-Europa wilden de hele zuidelijke flank van de Unie lieten wankelen. Bovendien zijn Rusland en Turkije zeer actief in die kwetsbare Europese onderbuik en winnen ze er ook aan invloed. Dat partijen met elkaar praten, zoals in Sofia, wil van Europese zijde zeggen dat de deur niet dicht is. Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker herhaalde zelfs dat Servië en Montenegro al in 2025 volwaardig lid kunnen zijn, maar die uitspraak laat iedereen voorzichtig voor Junckers rekening. Van de kant van de Balkanlanden zelf betekent zo'n gesprek dat ze bereid zijn om zich naar de Europese eisen te plooien. Maar dat valt nog te bezien. Van veel respect voor de rechtsstaat en een fatsoenlijke democratie is er nu veelal weinig te merken. Er wordt wel fel naar het Hongaarse model van Viktor Orban gekeken, maar dat strekt niet tot aanbeveling. Er is een ander probleem. Een recente peiling van Eurobarometer leert dat een ruime meerderheid van de bevolking in landen zoals Duitsland, Frankrijk en Nederland weinig zin heeft in het avontuur. Nog afgezien van de corruptie en het gesjoemel op de Balkan helpen de ervaringen met jonge lidstaten zoals Bulgarije en Roemenië niet echt. Ze krijgen hun instellingen maar niet op orde. Als de Europese Commissie de banden met de westelijke Balkan wil aanhalen, houdt ze beter een alternatief voor een snel, onvoorwaardelijk lidmaatschap achter de hand. Zo'n creatieve oplossing lag in Sofia nog niet op tafel.