Stemmen uit Oekraïne (7): ‘Ik had nooit verwacht dat ik een oorlog zou meemaken’

Een Oekraïense vluchtelinge met haar kinderen aan de Oekraïens-Poolse grensovergang Medyka, op 08/03/2022. © belga
Jeroen Zuallaert
Jeroen Zuallaert Redacteur Knack

Terwijl de oorlog onverminderd verder woedt, legt Knack zijn oor te luister bij Oekraïners. Hoe kijken zij naar het conflict met Rusland? Vandaag: Ljoedmila Bondarenko, in veiligheid in Polen.

‘Zeer goed.’ Ljoedmila Bondarenko (32) toont me haar meest ontwapenende glimlach. ‘We zijn in veiligheid. Dat is het belangrijkste.’

Samen met twee vriendinnen heeft ze net de Poolse grens overgestoken in Medyka. Over een afstand van honderden meters staan busjes en auto’s geparkeerd. De lucht kleurt grauwgrijs, er staat een snijdende wind. Ljoedmila’s gitzwarte haren hangen verspreid in fijne sliertjes over haar voorhoofd. Door het slaaptekort heeft ze kleine oogjes. ‘Sorry, ik heb me de voorbije dagen niet kunnen wassen’, zegt ze verlegen.

Vier dagen geleden is ze uit Vysjneve, een voorstad van Kiev, vertrokken. ‘We zijn gebleven tot het echt te gevaarlijk werd. We hoorden elke dag de bommen vallen. Afgelopen vrijdag is er drie gebouwen verderop een raket ingeslagen. Een van de buren heeft de klap niet overleefd. We hebben de hele nacht in de schuilkelder gezeten. De volgende dag zijn we teruggegaan, hebben we een paar kleren ingepakt en hebben we de eerste bus naar Lviv genomen.’

Ljoedmila heeft een dikke handdoek rondom Malka gedrapeerd, haar rosse kater. Terwijl ze spreekt, wiegt ze hem heen en weer, als een weldoorvoede baby. De kater knijpt zijn ogen dicht, alsof hij de snijdende wind op die manier wil negeren.

‘De grootste ongerustheid als je op de vlucht bent is: hoe zullen we ontvangen worden?’

‘Ik ben zo ontzettend moe’, vertelt ze me zuchtend. ‘We hebben meer dan twaalf uur in de rij gestaan aan de grensovergang. Iedereen staarde verdwaasd voor zich uit. Veel mensen hebben in geen dagen geslapen. Vrouwen met huilende kinderen die wenen omdat ze zich niet warm konden houden.’ Maar eigenlijk wil ze niet te veel zeuren, benadrukt Ljoedmila. ‘Ik had nooit gedacht dat de Polen zo goed voor ons zorgen. We worden hier echt vriendelijk ontvangen, krijgen gratis simkaarten, eten, zowat iedereen wil helpen. Dat is de grootste ongerustheid als je op de vlucht bent: hoe zullen we ontvangen worden?’

Zodra ze bij hun positieven zijn gekomen, wil Ljoedmila verder trekken: eerst naar Warschau, en dan naar Duitsland, waar haar broer woont. Hoelang ze daar zal blijven, kan ze niet voorspellen. ‘Ik denk niet dat de oorlog al te lang zal duren. Ik hoop erop dat het gezond verstand binnenkort zegeviert. Ook al heb ik daar weinig reden toe.’ Ze lacht, opnieuw. ‘Klinkt dat niet te naïef?’

‘Tot op het moment dat de eerste raket viel, wilde ik niet geloven dat het Russische leger ons zou aanvallen.’

Ze schudt het hoofd, alsof ze het nog allemaal een plaats moet geven. ‘Ik had nooit verwacht dat ik een oorlog zou meemaken. Tot op het moment dat de eerste raket viel, wilde ik niet geloven dat het Russische leger ons zou aanvallen. We dachten dat het een politiek spel was, een manier om de Oekraïense regering onder druk te zetten. Niemand geloofde dat de Russen bereid zouden zijn om ons aan te vallen. In de eenentwintigste eeuw! Ik heb nog altijd moeite om te geloven dat dit echt gebeurt.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content