Jemen, de vergeten oorlog wordt gezegd. Toch trekken hulpinstanties al maanden, zo niet jaren, aan de alarmbel. Het lijkt erop dat we hier niet meer te maken hebben met een vergeten oorlog, maar met een genegeerde oorlog.

Ook wij zijn medeplichtig aan de massale kindersterfte in Jemen.

Een maand geleden waarschuwde de VN dat er mogelijk 13 miljoen mensen het risico lopen om uit te hongeren als de oorlog op deze manier voortgezet wordt. Het gaat hier om de ergste hongersnood in honderd jaar.. Het is echter niet alleen extreme hongersnood die de massale kindersterfte in Jemen veroorzaakt. Het Saoedische regime, in coalitie met de Verenigde Arabische Emiraten en de Verenigde Staten, voert regelmatig bombardementen uit op niet-militaire doelwitten. Zo werden er in augustus en in oktober schoolbussen en bussen met minderjarige kinderen en vrouwen aangevallen. Kinderen tussen de 6 en 14 jaar die terugkwamen van een picknick werden in augustus het slachtoffer van een brute aanval die in strijd was met alle opgestelde conventies en verdragen. En daar blijft het niet bij, scholen, ziekenhuizen en de infrastructuur voor burgers zijn dagelijks het doelwit van aanvallen.

Aan de kant van de Houthi-rebellen staat Iran, maar de militaire hulp die de rebellen van Iran krijgen is niet te vergelijken met aanvallen van de coalitie vanuit Saoedi-Arabië. Dit conflict wordt wel vaker geframed als twee wereldmachten die een proxy war uitvechten. Maar het lijkt meer een Saoedische Goliath versus een Iraanse David.

De oorsprong van dit conflict gaat terug tot de zogenaamde Arabische Lente, toen de Houthi', economische en politieke invloed eisten via democratische weg. Dit zag Saoedi-Arabië als een bedreiging voor zijn invloed in de regio, en het reageerde met harde repressie.

Nu zijn wij hier niet alleen medeplichtig door het moedwillig negeren van dit conflict en de mogelijke miljoenen doden, waaronder veel kinderen, maar ook door het leveren van wapens aan de Saoedische coalitie. Vanaf 2015 heeft de EU 1,65 miljard dollar aan humanitaire hulp gegeven aan Jemen, vergelijk dit met de waarde van 86,7 miljard dollar aan wapen export naar Saoedi-Arabië in 2015 en 2016 alleen.

Na de dood van journalist Jamal Khashoggi werd hier en daar opgeroepen tot een embargo. Zo stopte Duitsland al met de wapenexport. Saoedi-Arabië blijft ondertussen ook de grootste klant van de Waalse wapenindustrie, goed voor een totaalbedrag van 153 miljoen euro. Amnesty International heeft zich hier al meermaals over uitgesproken.

Terwijl politici ons in eigen land bang maken met islamofobe uitspraken, blijkt het echter geen probleem om wapens te leveren aan autoritaire en barbaarse regimes, die niet alleen burgers in Jemen doden, maar in eigen land ook activisten gevangen zetten die opkomen voor mensen-en vrouwenrechten, of de doodtraf uitspreken voor dissidenten en holebi's. Het financieren van de zogenaamde sharia in het buitenland veroorzaakt vreemd genoeg geen moreel conflict.

In november herdenken we in Europa een oorlog die 100 jaar geleden heeft plaats gevonden en zeggen wij 'dit nooit meer'. November is ook de maand om stil te staan bij de internationale dag van de rechten van het kind. Al deze herinneringen en ceremonies zijn waardeloos als wij, als burgers medeplichtig zijn in een oorlog, waarbij miljoenen mensen dreigen te sterven.

Vandaag kwam Save the Children met een rapport dat bijna 100.000 kinderen in Jemen gestorven zijn van de honger. Dit is onder meer het gevolg van de lucht-en havenblokkades die Saoedi-Arabië heeft ingevoerd, zodat Jemen van de buitenwereld is afgesloten.

Nu is de tijd voor internationale druk, voor wapenembargo's en humanitaire hulp. De regering-Trump heeft duidelijk haar kant gekozen. Het 'verlichte' Europa, de voorvechter van mensenrechten, moet nu van zich laten horen op het internationale toneel, om een einde te maken aan het lijden en sterven van honderden duizenden mensen en kinderen in Jemen. Het zou de Belgische regering sieren om net als Denemarken en Finland mensenrechten centraal te stellen in plaats van politieke allianties en economisch eigenbelang.

Jemen, de vergeten oorlog wordt gezegd. Toch trekken hulpinstanties al maanden, zo niet jaren, aan de alarmbel. Het lijkt erop dat we hier niet meer te maken hebben met een vergeten oorlog, maar met een genegeerde oorlog.Een maand geleden waarschuwde de VN dat er mogelijk 13 miljoen mensen het risico lopen om uit te hongeren als de oorlog op deze manier voortgezet wordt. Het gaat hier om de ergste hongersnood in honderd jaar.. Het is echter niet alleen extreme hongersnood die de massale kindersterfte in Jemen veroorzaakt. Het Saoedische regime, in coalitie met de Verenigde Arabische Emiraten en de Verenigde Staten, voert regelmatig bombardementen uit op niet-militaire doelwitten. Zo werden er in augustus en in oktober schoolbussen en bussen met minderjarige kinderen en vrouwen aangevallen. Kinderen tussen de 6 en 14 jaar die terugkwamen van een picknick werden in augustus het slachtoffer van een brute aanval die in strijd was met alle opgestelde conventies en verdragen. En daar blijft het niet bij, scholen, ziekenhuizen en de infrastructuur voor burgers zijn dagelijks het doelwit van aanvallen. Aan de kant van de Houthi-rebellen staat Iran, maar de militaire hulp die de rebellen van Iran krijgen is niet te vergelijken met aanvallen van de coalitie vanuit Saoedi-Arabië. Dit conflict wordt wel vaker geframed als twee wereldmachten die een proxy war uitvechten. Maar het lijkt meer een Saoedische Goliath versus een Iraanse David. De oorsprong van dit conflict gaat terug tot de zogenaamde Arabische Lente, toen de Houthi', economische en politieke invloed eisten via democratische weg. Dit zag Saoedi-Arabië als een bedreiging voor zijn invloed in de regio, en het reageerde met harde repressie.Nu zijn wij hier niet alleen medeplichtig door het moedwillig negeren van dit conflict en de mogelijke miljoenen doden, waaronder veel kinderen, maar ook door het leveren van wapens aan de Saoedische coalitie. Vanaf 2015 heeft de EU 1,65 miljard dollar aan humanitaire hulp gegeven aan Jemen, vergelijk dit met de waarde van 86,7 miljard dollar aan wapen export naar Saoedi-Arabië in 2015 en 2016 alleen. Na de dood van journalist Jamal Khashoggi werd hier en daar opgeroepen tot een embargo. Zo stopte Duitsland al met de wapenexport. Saoedi-Arabië blijft ondertussen ook de grootste klant van de Waalse wapenindustrie, goed voor een totaalbedrag van 153 miljoen euro. Amnesty International heeft zich hier al meermaals over uitgesproken.Terwijl politici ons in eigen land bang maken met islamofobe uitspraken, blijkt het echter geen probleem om wapens te leveren aan autoritaire en barbaarse regimes, die niet alleen burgers in Jemen doden, maar in eigen land ook activisten gevangen zetten die opkomen voor mensen-en vrouwenrechten, of de doodtraf uitspreken voor dissidenten en holebi's. Het financieren van de zogenaamde sharia in het buitenland veroorzaakt vreemd genoeg geen moreel conflict. In november herdenken we in Europa een oorlog die 100 jaar geleden heeft plaats gevonden en zeggen wij 'dit nooit meer'. November is ook de maand om stil te staan bij de internationale dag van de rechten van het kind. Al deze herinneringen en ceremonies zijn waardeloos als wij, als burgers medeplichtig zijn in een oorlog, waarbij miljoenen mensen dreigen te sterven.Vandaag kwam Save the Children met een rapport dat bijna 100.000 kinderen in Jemen gestorven zijn van de honger. Dit is onder meer het gevolg van de lucht-en havenblokkades die Saoedi-Arabië heeft ingevoerd, zodat Jemen van de buitenwereld is afgesloten.Nu is de tijd voor internationale druk, voor wapenembargo's en humanitaire hulp. De regering-Trump heeft duidelijk haar kant gekozen. Het 'verlichte' Europa, de voorvechter van mensenrechten, moet nu van zich laten horen op het internationale toneel, om een einde te maken aan het lijden en sterven van honderden duizenden mensen en kinderen in Jemen. Het zou de Belgische regering sieren om net als Denemarken en Finland mensenrechten centraal te stellen in plaats van politieke allianties en economisch eigenbelang.