Zaterdagavond 1 juni 2019 in Istha, een vredig dorp nabij Kassel, centraal Duitsland. Terwijl er in het dorp een volksfeest wordt gevierd, zijn Walter Lübcke (65) en zijn echtgenote thuis gebleven om op hun kleinkind te passen.
...

Zaterdagavond 1 juni 2019 in Istha, een vredig dorp nabij Kassel, centraal Duitsland. Terwijl er in het dorp een volksfeest wordt gevierd, zijn Walter Lübcke (65) en zijn echtgenote thuis gebleven om op hun kleinkind te passen. Het is even na middernacht als Lübckes zoon terugkeert naar de ouderlijke woonst. Op het terras treft hij zijn vader aan, zwaar bloedend aan het hoofd. Walter Lübcke wordt nog naar het ziekenhuis gebracht, maar pogingen om hem te reanimeren mislukken. Twee uur na zijn opname overlijdt hij aan de gevolgen van wat een schotwond blijkt te zijn. De dood van Lübcke veroorzaakt een schokgolf in de kleine gemeenschap. Reportages in de lokale pers laten zien dat politicus bijzonder geliefd was in zijn dorp. Een wanhoopsdaad wordt door de inwoners meteen uitgesloten. Over persoonlijke conflicten is bij de bevolking niets bekend. Een mogelijkheid die niet wordt uitgesloten is die van een politieke moord. Al een aantal jaren was Walter Lübcke het mikpunt van extreemrechtse haat. Om die reden had hij ook enige tijd politiebescherming genoten. Lübcke kwam voor het eerst in het extreemrechtse vizier in oktober 2015, op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis. Tijdens een ontmoeting met burgers had de politicus verteld dat vluchtelingen opvangen een 'waarde van dit land' is. De uitspraak leidde tot een stevige verbale botsing met aanhangers van Pegida, de in oorsprong Duitse anti-islambeweging. Lübcke beet van zich af en vertelde de activisten dat ze niet verplicht zijn om die waarde te accepteren. 'Wie niet akkoord gaat, kan op elk moment dit land verlaten. Dat is de vrijheid van elke Duitser.' De reactie liet niet lang op zich wachten. Kort na het voorval werd op de extreemrechtse blog 'PI-news' Lübckes privéadres geplaatst. In verschillende commentaren werd hij met de dood bedreigd. Hetzelfde gebeurde toen het voorval even later opdook in een YouTube-filmpje. In de commentaarsectie heette Lübcke een 'volksverrader die moet neergeknald worden'. De hetze was al even gaan liggen toen, begin dit jaar en zonder een concrete aanleiding, enkele (extreem)rechtse bloggers en/of opiniemakers de uitspraken van Lübcke nog eens oprakelden. Een van hen was Erika Steinbach, voormalig volksvertegenwoordiger voor de CDU die de partij in 2017 verliet wegens de vluchtelingenpolitiek van bondskanselier Angela Merkel. In februari pookte Steinbach de verontwaardiging over Lübckes uitlatingen opnieuw op via (deze week verwijderde) Twitterberichten. De reacties waren niet fraai. Behalve oproepen om Lübcke 'tegen de muur' te zetten, werden er ook afbeeldingen van pistolen en galgen gepost. Nog een laatste opstoot van extreemrechtse haatberichten kwam er begin deze maand, kort nadat bekend was geworden dat de politicus was neergeschoten. 'Cynisch, smakeloos, vreselijk en in elk opzicht walgelijk', reageerde de Duitse president Frank-Walter Steinmeier toen. Hebben deze haatberichten er mee voor gezorgd dat Lübcke een doelwit werd? En zal deze moord binnen afzienbare tijd te boek staan als de eerste politieke moord in Duitsland sinds de jaren zeventig? Politie en justitie hielden zich in de eerste weken na de feiten op de vlakte. Geen enkel motief werd uitgesloten. Iets meer duidelijkheid kwam er toen, op basis van een DNA-staal, afgelopen weekend een 45-jarige man werd gearresteerd die volgens de onderzoekers duidelijk banden heeft met de extreemrechtse scène. De verdachte zou tien jaar geleden al even hebben vastgezeten nadat hij, samen met enkele honderden rechts-extremisten, een vakbondsbetoging had aangevallen. Over het verband tussen ideologie en motief blijft de lokale recherche voorzichtig, al wordt wel duidelijk in die richting gedacht. Het onderzoek wordt voortaan gevoerd door de 'Generalbundesanwalt' (de procureur-generaal), wat er volgens Der Spiegel op wijst dat de speurders de zaak beoordelen als 'van bijzondere betekenis' of 'gepleegd door terroristische groeperingen'. Een stuk concreter is de informatie die een aantal Duitse media verspreiden. Op gezag van bronnen dicht bij het onderzoek melden ze dat de verdachte Stephan E. heet, op zijn twintigste deelnam aan een aanslag op een asielcentrum en banden onderhoudt met de neonazistische groepering Combat 18. Combat 18 (de cijfers zijn een verwijzing naar de eerste letters van de naam Adolf Hitler) is een klein, internationaal netwerk dat verbonden is met het neonazinetwerk Blood and Honour. Volgens de Duitse onderzoeker Dierk Borstel moeten we Combat 18 beschouwen als 'de ergste, meest strijdlustige vorm van extreemrechts'. Als de berichtgeving van de Duitse media klopt, mag Duitsland zich opmaken voor een stevig politiek debat. Twee maanden geleden nog hadden politici van de radicaal-linkse partij Die Linke opgeroepen om de groepering Combat 18 te verbieden. Het ministerie van Binnenlandse Zaken verklaarde toen dat de staatsveiligheid Combat 18 'met bijzondere aandacht' in de gaten hield. 'Als er aanwijzingen zijn die een verbod mogelijk zouden maken, zullen we bij de eersten zijn die de nodige stappen zullen nemen.' De afgelopen maanden leidde de groepering een op het eerste gezicht nog zorgeloos, en in elk geval bovengronds bestaan. Het bekendste lid van Combat 18 is Robin S., een neonazi die in mei nog deelnam aan een extreemrechtse betoging. Robin S. dankt zijn roem vooral aan zijn pennenvriendschap met Beate Zschäpe, een van de drie neonazi's die verantwoordelijk waren voor de zogenaamde NSU-moorden. Tussen 2000 en 2006 vermoordden Zschäpe en haar kompanen Uwe Böhnhardt en Uwe Mundlos in totaal negen mensen met migratieachtergrond. In de meeste gevallen ging het om uitbaters van kleine winkels of snackbars, die tijdens hun werk werden neergeschoten. De zaak leidde in Duitsland tot grote beroering. Hoewel de laatste NSU-moord - toen op een Duitse politieagente - gepleegd werd in 2007, duurde het nog tot 2011 vooraleer de onderzoekers de piste 'extreemrechtse terreur' ernstig zouden nemen. De daders, al sinds hun jeugd notoire rechtsextremisten, werden bovendien eerder toevallig ontmaskerd. Op de zaak volgde een parlementaire onderzoekscommissie en een golf van ontslagen bij de Duitse veiligheids- en inlichtingendiensten.