Volgens de Informatiegroep voor Misdaden tegen de Mensheid (IGCP) maakte het conflict in Oekraïne minsten 2.678 slachtoffers tussen de start ervan op 22 februari 2014 en 18 augustus.

Tussen 13 en 18 augustus alleen al vielen er volgens cijfers van de IGCP 249 doden. Daarbij waren 74 Oekraïense soldaten, 10 militanten en 165 burgers. Vooral luchtaanvallen en bombardementen van het Oekraïense leger op residentiële zones maakten veel burgerslachtoffers, zo meldt de groep in een persbericht.

'Aantal burgerdoden ligt veel hoger dan geweten'

Maar het aantal slachtoffers zou volgens de IGCP heel wat hoger liggen. Coördinator Alexander Dukov verklaart in het persbericht: 'De stadsraad van Loehansk en het Regionale Departement van het ministerie van Binnenlandse Zaken in de stad, zijn sinds eind juli gestopt met het rapporteren van het aantal burgerdoden.'

Volgens Dukov geeft dat aan, dat het geweld is toegenomen en dat het informatiesysteem niet meer werkt. 'We beschikken daarom slechts over extreem gefragmenteerde data over burgerslachtoffers.'

Ook vertegenwoordigers van de separatistische rebellen zijn volgens de informatiegroep zo goed als gestopt met het leveren van data over hun verliezen. Naast de 10 dode militanten, vielen 26 gewonden. Maar ook hier twijfelt de IGCP er niet aan dat de werkelijke verliezen hoger liggen.

Teller voor slachtoffers

De IGCP werd bij de start van de crisis in februari opgericht als een internationaal burgerinitiatief. Vrijwilligers van over de hele wereld verzamelen en analyseren data over misdaden tegen de mensheid in Oekraïne. Ook informeert de groep het land, de Europese Unie en de Russische Federatie over de resultaten. Bedoeling is om de geregistreerde misdaden volgens de Oekraïense wetgeving te reguleren, eens het systeem weer normaal functioneert. De website van de informatiegroep heeft een teller waarop het aantal slachtoffers wordt bijgehouden.

Volgens de Informatiegroep voor Misdaden tegen de Mensheid (IGCP) maakte het conflict in Oekraïne minsten 2.678 slachtoffers tussen de start ervan op 22 februari 2014 en 18 augustus.Tussen 13 en 18 augustus alleen al vielen er volgens cijfers van de IGCP 249 doden. Daarbij waren 74 Oekraïense soldaten, 10 militanten en 165 burgers. Vooral luchtaanvallen en bombardementen van het Oekraïense leger op residentiële zones maakten veel burgerslachtoffers, zo meldt de groep in een persbericht.Maar het aantal slachtoffers zou volgens de IGCP heel wat hoger liggen. Coördinator Alexander Dukov verklaart in het persbericht: 'De stadsraad van Loehansk en het Regionale Departement van het ministerie van Binnenlandse Zaken in de stad, zijn sinds eind juli gestopt met het rapporteren van het aantal burgerdoden.'Volgens Dukov geeft dat aan, dat het geweld is toegenomen en dat het informatiesysteem niet meer werkt. 'We beschikken daarom slechts over extreem gefragmenteerde data over burgerslachtoffers.'Ook vertegenwoordigers van de separatistische rebellen zijn volgens de informatiegroep zo goed als gestopt met het leveren van data over hun verliezen. Naast de 10 dode militanten, vielen 26 gewonden. Maar ook hier twijfelt de IGCP er niet aan dat de werkelijke verliezen hoger liggen.De IGCP werd bij de start van de crisis in februari opgericht als een internationaal burgerinitiatief. Vrijwilligers van over de hele wereld verzamelen en analyseren data over misdaden tegen de mensheid in Oekraïne. Ook informeert de groep het land, de Europese Unie en de Russische Federatie over de resultaten. Bedoeling is om de geregistreerde misdaden volgens de Oekraïense wetgeving te reguleren, eens het systeem weer normaal functioneert. De website van de informatiegroep heeft een teller waarop het aantal slachtoffers wordt bijgehouden.