Opinie

Jonathan Holslag

‘Niet het oorlogstuig, wel de verschuivende welvaart verandert de wereldorde’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

De gang van de grote baas van het leger is een sobere plek, afgezien van een kleine koelkast met koekjes, chocolade én Pink Lady’s. U weet wel, de rozegroene, knapperige appels die doorgaans van de andere kant van de wereld worden ingevlogen. Ze zijn voor de hardwerkende medewerkers van de admiraal, hun dosis suiker, maar het is een boeiend detail dat best verstrekkende gevolgen heeft. Waarom haalt een overheidsorganisatie die afhangt van de belastingbetaler zulke producten uit het buitenland?

Onze krijgsmacht kan inderdaad niet alles lokaal kopen. Stelt u zich eens voor: Belgische gevechtsvliegtuigen. Maar er zijn zovele andere mogelijkheden. De liberalen onder de lezers zullen wellicht opperen dat dit de vrije markt is en dat een overheidsorganisatie zo zuinig mogelijk met zijn centen moet omgaan. Om te beginnen zijn Pink Lady’s niet goedkoop. Bovendien komen we zo weer uit op een marktfalen, namelijk dat die appels worden ingevlogen en dat de kostprijs van de vervuilende vlucht niet wordt verrekend in de prijs.

Een ingevlogen Pink Lady is goed voor meer 7000 food miles. Nochtans weten we dat klimaatverandering en vervuiling tot de grootste bedreigingen voor de internationale veiligheid behoren. Het Amerikaanse ministerie van Defensie stelde het onlangs zo: ‘Klimaatverandering hertekent fundamenteel de geostrategische, operationele, en tactische context voor de Amerikaanse veiligheid en defensie. In onze nationale veiligheidsstrategie staat dat ze ons samenlevingsmodel bedreigt en een effect heeft op andere fenomenen zoals armoede, conflict en migratie.’

Niet het oorlogstuig, wel de verschuivende welvaart verandert de wereldorde.

De krijgsmacht heeft natuurlijk wel wat anders te doen dan na te gaan waar appels vandaan komen. Toch maakt dit kleine voorbeeld duidelijk hoe moeilijk het is om te werken aan een zogenoemde integrale veiligheidsstrategie. In zo’n strategie worden alle dimensies van veiligheid opgenomen. Militaire veiligheid, maar ook bijvoorbeeld menselijke veiligheid, ecologische veiligheid en economische veiligheid.

Een ander voorbeeld. Vorige week werden twee F-16’s opgeroepen om een vrachtvliegtuig te onderscheppen na een bommelding. Het betrof een Chinees vrachtvliegtuig, boordevol pakjes. Het werd afgeleid naar Luik, waar het Chinese Alibaba een gigantisch magazijn heeft. Uiteraard hoort de krijgsmacht te reageren op zo’n dreiging en moeten we communicatielijnen beveiligen ongeacht wie ze gebruikt. Maar al jarenlang lijkt het erop dat westerse soldaten de Chinese handel beschermen, terwijl we weten dat zij grote gevolgen heeft voor onze economische veiligheid. Of neem Zeebrugge. Ook nu nog liggen onze marineschepen naast een terminal die Russisch gas opslaat om dat vervolgens door te voeren naar landen als China.

Investeren in de krijgsmacht is belangrijk, maar onvoldoende. We kunnen miljarden in defensie pompen, maar als we niet meer gedisciplineerd zijn in het beteugelen van kwalijke economische en ecologische verschuivingen, zet het geen zoden aan de dijk. Het zijn niet zozeer de oorlogsschepen en raketten die de wereldorde veranderen, maar de verschuivende stromen van welvaart en de enorme aanslag op de natuur, waar we al te vaak nog onze blik van afwenden. Er werd smalend gedaan over de leuze dat om Vladimir Poetin te treffen we onze huizen moeten isoleren. Maar daar begint het wel, met vele kleine tastbare bijdragen.

We hebben een degelijke nationale veiligheidsstrategie die dat erkent. Nu moeten we regelmatig de uitvoering ervan evalueren en rapporteren. Soms moet je voor het behoud van de nationale veiligheid naar grote dingen kijken: wapens, de rol van de havens, energie-installaties. Vaak begint nationale veiligheid echter bij kleine persoonlijke keuzes: het steunen van duurzame, lokale ondernemers, bijvoorbeeld, de thermostaat een graadje lager zetten. Daar moeten we echt niet minachtend over doen.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content