Na de verkiezingsnederlaag van voormalig Amerikaans president Donald Trump slaakte het gros van de Europese staatshoofden en regeringsleiders een zucht van opluchting. Het onberekenbare beleid van Trump was een doorn in het oog van Europese lidstaten die doorgaans inzetten op een multilaterale aanpak met overleg. Trump alludeerde meermaals op het scenario dat de Verenigde Staten zich uit de NAVO zouden terugtrekken en stelde de wederzijdse bijstandsclausule van het verdrag nadrukkelijk in vraag. Bovendien ontstond er tussen Brussel en Washington een kleine handelsoorlog - met de twist rond Airbus en Boeing als symbooldossier. Dat het met Biden anders en beter wordt, is een certitude. Maar helemaal gerust is men er in de Europese Unie toch niet in. Wat als er na vier jaar Biden opnieuw een Trump-achtige figuur aan de macht komt?
...

Na de verkiezingsnederlaag van voormalig Amerikaans president Donald Trump slaakte het gros van de Europese staatshoofden en regeringsleiders een zucht van opluchting. Het onberekenbare beleid van Trump was een doorn in het oog van Europese lidstaten die doorgaans inzetten op een multilaterale aanpak met overleg. Trump alludeerde meermaals op het scenario dat de Verenigde Staten zich uit de NAVO zouden terugtrekken en stelde de wederzijdse bijstandsclausule van het verdrag nadrukkelijk in vraag. Bovendien ontstond er tussen Brussel en Washington een kleine handelsoorlog - met de twist rond Airbus en Boeing als symbooldossier. Dat het met Biden anders en beter wordt, is een certitude. Maar helemaal gerust is men er in de Europese Unie toch niet in. Wat als er na vier jaar Biden opnieuw een Trump-achtige figuur aan de macht komt? Om dat laatste scenario te voorkomen kan de Unie het Amerikaanse staatshoofd een handje toesteken in een internationale omgeving waarin de liberale democratieën onder druk staan. 'Het succes van Bidens komst zal worden bepaald door de mate waarin hij er in slaagt om de Europese lidstaten er meer dan voorheen van te overtuigen het nieuwe Amerikaanse paradigma van de wereldpolitiek, democratie versus autocratie, te aanvaarden en actief te steunen als de nieuwe zakelijke basis voor de trans-Atlantische betrekkingen', schrijft Ulrich Speck, geopolitiek expert verbonden aan het German Marshall Fund, donderdag op zijn blog. Speck doelt vooral op de systemische rivaliteit tussen de Verenigde Staten en China. Want op dat vlak is er tussen Trump en Biden nauwelijks iets veranderd. Sinds voormalig president Barack Obama is de focus van de Verenigde Staten alsmaar nadrukkelijk naar China en diens omgeving verschoven. Voor de Europese Unie een lastige kwestie qua positionering. Moet ze opportunistisch laveren tussen beide grootmachten zonder een duidelijke positie in te nemen, houdt ze voortdurend gelijke afstand - ook wel equidistantie genoemd - ten opzichte van de twee of kiest ze resoluut kamp? De Unie zegt doorgaans dat China tegelijkertijd een partner, een concurrent én een rivaal is, afhankelijk van de domeinen waarover het gaat. Op vlak van klimaat en het nucleaire akkoord met Iran willen Brussel en Peking bijvoorbeeld nauw met elkaar samenwerken. Wanneer het daarentegen over verplichte technologietransfers en de strategische investeringspolitiek van China gaat, beschouwt het gros van de lidstaten Peking als een regelrechte bedreiging. Die gelaagdheid maakt een afgelijnde strategie allerminst evident. Hoe verzoen je economische belangen enerzijds met een afkeur van mensenrechtenschendingen anderzijds? Uit een recent survey van de Europese Kamer van Koophandel in China blijkt dat liefst een derde van de Europese fabrikanten ten minste één fabricageonderdeel of -stuk uit China importeren waarvoor elders geen levensvatbare alternatieven bestaan. Bijna de helft geeft aan dat eventuele alternatieven voor China hogere kosten, lagere kwaliteit en/of compatibiliteitsproblemen met zich meebrengen. En dan gaat het enkel over de import. Ook qua export is China van vitaal belang voor het Europese bedrijfsleven - en dus onze welvaart. Vooral in Duitsland is men bezorgd over de politisering van economische exportbelangen. Zo werd vorig jaar een kleine veertig procent van de Duitse wagens in China verkocht, iets wat Berlijn niet zomaar op het spel willen zetten. In die context hoeft het niet te verbazen dat Duitsland tijdens zijn roterend voorzitterschap van de EU-lidstaten vorig jaar een Europees-Chinese top organiseerde en dat Peking en Brussel, alweer op initiatief van Duitsland, recent een voorlopig akkoord over een investeringsovereenkomst bereikten. Een akkoord waarmee de Unie aangeeft dat ze zich niet steeds wil schikken naar de belangen van de Verenigde Staten - iets wat aan de andere kant van de Atlantische Oceaan weinig warm werd onthaald. 'De Europese Unie en haar lidstaten zijn er erg voor beducht om als instrumenten van het Amerikaanse buitenlandbeleid te worden ingezet', vertelt professor Internationale Politiek Sven Biscop (UGent). 'De Unie moet in de eerste plaats haar eigen belangen verdedigen. Als het kan in samenwerking met de Verenigde Staten. Zij blijven ten slotte onze historische bondgenoot. Maar indien die belangen tussen de twee botsen, moeten de Unie en de lidstaten op zoek naar andere partners. En dat kan zeker ook China zijn.'Biden zou dat graag tot een minimum beperken. Zijn charmeoffensief moet dan ook deel in die context worden gezien. Door diens inspanningen om de trans-Atlantische relaties nieuw leven in te blazen, wordt verwacht dat de slotverklaringen van de NAVO-vergadering iets meer op China zullen gericht zijn. Waar er na de top in 2019 in Londen nog een evenwichtige balans werd gevonden tussen opportuniteiten enerzijds en bedreigingen anderzijds, zal het zwaartepunt ditmaal waarschijnlijk wat meer op dat laatste liggen.Maar dat mag ook niet te veel zijn, meent Biscop. 'Als de Unie zich volledig achter de Verenigde Staten schaart, dan krijgen we naar alle waarschijnlijkheid een bipolaire wereldorde waarin we nauwelijks iets in de pap te brokken hebben. Het is gewoon niet in ons belang om de speelbal van Washington of Peking te worden', aldus Biscop. Wat dan met Rusland - het land waar de NAVO traditioneel op gericht is? Adjunct-secretaris-generaal van de Verdragsorganisatie Mircea Geoana beargumenteerde recent dat het zogenaamde NAVO 2030-proces draait om 'het veiligstellen van de op regels gebaseerde internationale orde tegen zij die ze willen ondermijnen zoals China en Rusland.' Vooral in Oost- en Noord-Europa maakt men zich veel grotere zorgen om die laatste dan om de eerste. Daarom heeft de focusverschuiving naar China de Verenigde Staten in het kader van de NAVO heel wat kneedwerk gekost om hen gerust te stellen.Maar ook voor Biden is het wikken en wegen. In tegenstelling tot diens voorganger heeft de Amerikaanse president reeds laten uitschijnen dat hij bereid is om enkele sancties op te heffen tegen bedrijven die meewerken aan de omstreden Nord Stream 2-pijplijn tussen Rusland en Duitsland. Dat doet Biden niet om Moskou te paaien - daarvoor is het revanchisme voor de verloren verkiezingen van 2016 in het Democratische kamp nog te groot. 'Wel wil Washington de spanningen met Duitsland verzachten om het land - en bijgevolg het gros van de Europese Unie - aan zijn zijde te krijgen met betrekking tot China', aldus Biscop. In die context is het ook de vraag in hoeverre de Europese Unie op haar eigen benen wil en moet leren staan. De recente ervaringen leren dat Rusland hoe dan ook een bedreiging blijft, een feit waar de Unie rekeningen mee moet blijven houden. Maar dan wat meer op eigen houtje. 'Eigenlijk liggen de belangen van de Verenigde Staten en de Europese Unie best in elkaars verlengde. Als de lidstaten hun capaciteiten opdrijven en meer met elkaar integreren, kunnen ze het vacuüm dat de Verenigde Staten achterlaat deels opvullen.'Welke rol speelt België in dit alles? Die is natuurlijk bescheiden. Het blijft echter uitkijken in welke mate ons land de komende jaren zijn verbintenissen in het kader van de Verdragsorganisatie wil nakomen. Tot op heden geeft enkel Luxemburg minder uit aan defensie-uitgaven - een lijstje waarop België volgens de huidige prognoses weinig tot geen progressie zal maken. Anderhalve week geleden staken zowel de ministers van Buitenlandse Zaken als die van Defensie de koppen bij elkaar in het NAVO-hoofdkwartier in Evere. Bovenaan de agenda staan onder meer de doelstellingen die de Verdragsorganisatie tegen 2030 wil halen. De Belgische regering heeft daarbij aangegeven dat ze het vooral moeilijk heeft met het voorstel tot 'substantiële en graduele verhoging' van de gemeenschappelijke NAVO-budgetten en vraagt in de eerste plaats een grondige studie van de behoeften die zouden nodig zijn. Lees: meer van hetzelfde. Dat laatste zal bij Biden niet in goede aarde vallen - al zal die daar minder openlijk dan Donald Trump op inspelen. Zeker lijkt wel dat Trumps plannen om Amerikaanse troepen naar België te verhuizen nooit zullen worden gerealiseerd. Vorig jaar kondigde Bidens voorganger namelijk aan dat het Amerikaanse militaire hoofdkwartier in Europa (EUCOM) van Stuttgart naar Bergen zou verhuizen. Navraag op het kabinet-Dedonder leert dat daar sinds de verkiezing van Biden niets meer over is vernomen.