Sandalen, een pet, kinderschoentjes zo groot als een wijsvinger. Verloren voorwerpen op het strand van de Tunesische badplaats Zarzis, op zo'n 80 kilometer van de Libische grens. Van hieruit wagen migranten de oversteek naar Europa: het Italiaanse eiland Lampedusa ligt vlakbij. 'Hier vertrekken dagelijks mensen. En ze spoelen dagelijks ook weer aan', vertelt een restaurantuitbater.
...

Sandalen, een pet, kinderschoentjes zo groot als een wijsvinger. Verloren voorwerpen op het strand van de Tunesische badplaats Zarzis, op zo'n 80 kilometer van de Libische grens. Van hieruit wagen migranten de oversteek naar Europa: het Italiaanse eiland Lampedusa ligt vlakbij. 'Hier vertrekken dagelijks mensen. En ze spoelen dagelijks ook weer aan', vertelt een restaurantuitbater.Een kwart van de migranten die in 2018 vanuit Afrika voet op Italiaanse bodem zetten, komt uit Tunesië. Het totale aantal is met bijna 80 procent gedaald nadat Italië in de zomer van 2017 een akkoord had gesloten met de Libische autoriteiten om de instroom vanuit Tsjaad, Mali en Niger tegen te houden. Migranten die worden verhinderd om de oversteek te maken, blijven vaak hangen in transitlanden zoals Niger en Libië. Vooral in Libië zorgt het aanhoudende conflict sinds de val van dictator Muammar Khaddafi in 2011 voor mensonterende toestanden onder migranten, van seksueel misbruik tot slavernij. In een poging de migratiecrisis in te dammen raakten de Europese staatshoofden en regeringsleiders het in juni 2018 eens over de oprichting van 'regionale ontschepingsplatformen', waar economische migranten en asielzoekers van elkaar onderscheiden worden vooraleer die laatste groep in de EU asiel kan aanvragen. Eén denkspoor is om die ontschepingsplatformen op te zetten in veilige Noord-Afrikaanse landen, zoals Tunesië. Een half jaar later is er van die centra geen spoor. Internationaal bestaat er scepsis. 'Europa kan niet zomaar van andere landen verlangen dat zij doen wat het zelf niet kan', verklaarde Vincent Cochetel, speciaal gezant van het vluchtelingenagentschap van de Verenigde Naties (UNHCR) aan het politieke medium Politico. 'Nee, de ontschepingsplatformen móéten er komen', vond gewezen staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA). 'Kijk naar de deal met Turkije, die heeft gewerkt. Het aantal migranten dat via Turkije naar Europa probeert te komen, is door dat akkoord geïmplodeerd. Wel, sluit dan ook een deal met een of meer Noord-Afrikaanse landen en breng iedereen die op de Middellandse Zee gered wordt daarnaartoe.' In 2016 ging Ankara ermee akkoord 3,5 miljoen vluchtelingen op te nemen, in ruil voor miljarden euro's aan Europese steun. Maar in Tunesië stuit het idee vooralsnog op een njet. 'Wij hebben noch de capaciteit, noch de middelen om zulke centra te organiseren', verklaarde de Tunesische EU-ambassadeur Tahar Cherif in de Britse krant The Guardian. 'We lijden al enorm onder de situatie in Libië.' 'Migranten ontvluchten de toestand in Libië en komen bij ons terecht', verduidelijkt Mongi Slim, directeur van het enige opvangcentrum voor migranten in Tunesië, in de zuidelijke stad Medenine. In 2017 kreeg het centrum 1600 migranten binnen, in de eerste helft van 2018 waren het er al 950. Slim: 'Het gaat niet langer alleen om migranten die voor de kust van Zarzis werden gered. In Libië circuleert het verhaal dat een Tunesisch centrum migranten opvangt en dat trekt mensen aan.' Slim is wél gewonnen voor regionale ontschepingsplatformen. 'Het model van ons opvangcentrum werkt en kan worden doorgetrokken op grotere schaal', zegt hij. 'De plannen zijn zeker interessant én haalbaar, als ze redelijk blijven. Ik denk aan enkele centra verspreid over Tunesië, met maximaal 10.000 te behandelen dossiers per centrum. Dat alles beheerd en betaald door Europa, want Tunesië kan dat zelf niet aan. Daarvoor is de werkloosheid te hoog en de economie te wankel. Zo'n akkoord met de EU moet ook maatregelen inhouden om ons land erbovenop te helpen.' Dat laatste is een netelig punt. Liefst 90 procent van de migranten die vanuit Tunesië de zee opgaan, zijn Tunesiërs. 'Ons land kent een heuse braindrain', zegt Mongi Slim. 'Hoogopgeleiden trekken weg op zoek naar werk. Tegelijk ontstaat er een tekort aan arbeiders. Die jobs worden gretig ingevuld door sub-Saharische migranten. We zien dat in het opvangcentrum. Sommige mensen keren met onze hulp terug naar huis, andere proberen via smokkelaars in Libië alsnog naar Europa te gaan. Maar er zijn ook succesverhalen van migranten die in Tunesië willen blijven.' Zowel Europa als Tunesië heeft dus baat bij een akkoord over opvangcentra in Noord-Afrika. Enerzijds kan circulaire migratie, zoals die door het Tunesische ministerie van Werk wordt aangemoedigd, de braindrain helpen tegengaan. Daarbij zou Europa tijdelijke werkplekken kunnen aanbieden aan gekwalificeerde Tunesiërs. Met die ervaring kunnen zij na hun terugkeer bijdragen aan de ontwikkeling van het eigen land. Anderzijds is er in Tunesië ruimte voor migranten uit sub-Saharisch Afrika.'Alleen heeft Tunesië geen duidelijk wettelijk kader op het stuk van asiel en migratie, en dat is ook geen prioriteit', zegt Slim. 'De publieke opinie is sterk gekant tegen het idee van migrantencentra. Mensen willen niet dat Tunesië de afvalbak van Europa wordt. En de politiek, die volgt.'