Kazachstan: hoe economische protesten ontaardden in een politieke machtsstrijd

NA DE RELLEN IN ALMA-ATA. De vreedzame protesten werden gekaapt door relschoppers, wat het regime de kans gaf om de situatie te doen escaleren. © Reuters

Wat begon als economische en politieke protesten, ontaardde een paar dagen later in een interne politieke machtsstrijd. Finaal krijgt ook Kazachstan te kampen met de problemen die elke dictatuur ooit tegenkomt.

Noersoeltan Nazarbajev had het allemaal voor elkaar. Na maar liefst 28 jaar eenzaam aan de macht genoot hij sinds 20 maart 2019 van een welverdiend pensioen. Sinds zijn afscheid van het presidentschap droeg hij de eretitel ‘ Elbasy‘, de ‘leider van de natie’. Kassym-Zjomart Tokajev (68), zijn uitverkoren opvolger, gold als hondstrouw, een saaie technocraat met de uitstraling van een Sovjetpostmeester uit de jaren tachtig. Tokajev had plechtig gezworen dat hij de door Nazarbajev ingeslagen weg zou blijven volgen. Prompt veranderde hij de naam van de hoofdstad Astana zelfs naar Noersoeltan, als een soort gênant eerbetoon aan zijn illustere voorganger.

Van die rustige ouwe dag voor Nazarbajev blijft vandaag niets meer over. In nauwelijks een week tijd brachten protesten in zowat alle grote steden het autoritaire regime op de rand van de afgrond. In Alma-Ata, de voormalige hoofdstad, bestormden duizenden betogers het oude parlementsgebouw. Politieagenten en militairen die de protesten moesten onderdrukken, werden ontwapend en kozen her en der zelfs de kant van de betogers. Met de slogan ‘ Sjal, ket’ (‘Ga weg, oude man’) richtten ze zich duidelijk tegen de 81-jarige Nazarbajev. In de oostelijke provinciestad Taldykorgan werd een standbeeld van de ex-president van zijn sokkel getrokken en verwoest.

Ooit was het Kazachse scenario een mogelijke blauwdruk voor Poetins eigen aftreden. Dat spoor lijkt nu dood en begraven.

Nochtans werd altijd aangenomen dat Kazachstan van alle Centraal-Aziatische staten zijn zaakjes het best op orde had. Van alle post-Sovjetstaten in de regio kende Kazachstan de voorbije decennia de grootste economische ontwikkeling. Ondanks de grootschalige corruptie werd het land een van de enige post-Sovjetstaten waar zich stilaan een middenklasse had gevormd. Maar de voorbije jaren was stagnatie ingetreden, en zette een fikse inflatie het sociaal contract onder druk. Finaal krijgt ook Kazachstan te kampen met het probleem waarmee elk autoritair regime worstelt: het gebrek aan inlevingsvermogen met wat er bij de bevolking leeft.

Zonder waarschuwing

Ondanks de bizarre beschuldigingen van buitenlandse complotten heeft het regime de protesten zelf veroorzaakt door de prijssubsidies voor lpg (vloeibaar aardgas), de populairste brandstof in Kazachstan, af te schaffen. Op zich was dat perfect rationeel. Door die subsidies wordt lpg in Kazachstan onder de productieprijs verkocht. Dat creëert enorme tekorten, omdat bedrijven er geen belang bij hebben om in verlieslatende producten te investeren. Maar door de afschaffing verdubbelde de lpg-prijs in nauwelijks enkele dagen tijd. In een door corona getergde economie, waar brandstofprijzen een enorme invloed hebben op hoeveel je aan het eind van de maand overhoudt, was dat voor veel Kazachen een klap. Vooral in Zjanaozen, het grondstofrijke westen van Kazachstan waar politiediensten in 2011 al eens een bloedbad aanrichtten bij sociale protesten, leidde dat al snel tot betogingen. Die verspreidden zich opmerkelijk genoeg over zowat alle grote steden.

Tokajev besloot daarop de hervormingen te schorsen én de regering van premier Askar Mamin – een medestander van Nazarbajev – de laan uit te sturen. Maar die knieval had het tegenovergestelde effect. ‘Door snel concessies te doen, heeft hij het in eerste instantie erger gemaakt’, zegt Bob Deen, die Rusland en Centraal-Azië bestudeert bij het Nederlandse Instituut Clingendael. ‘Hij heeft minstens de indruk gegeven dat hij kwetsbaar is en dat zulke betogingen hem onder druk zetten.’ Tegelijkertijd werden de aanvankelijk vreedzame protesten gekaapt door relschoppers en plunderaars. Die plunderingen gaven het regime de kans om de situatie te doen escaleren. Op 7 januari kondigde Tokajev aan dat ordetroepen zouden schieten zonder waarschuwing. Volgens de Kazachse autoriteiten werden de afgelopen dagen al tientallen ’terroristen uitgeschakeld’.

Tegelijk nam de eens zo loyale Tokajev de gelegenheid te baat om met de familie Nazarbajev af te rekenen. Op 5 januari kondigde hij aan dat hij Nazarbajevs functie als voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad had overgenomen. Die functie was nochtans een cruciaal compromis tijdens de machtsoverdracht, omdat Nazarbajev zo achter de schermen de touwtjes in handen hield. Nazarbajevs dochter Dariga en zijn neef Samat Abisj werden uit de Nationale Veiligheidsraad gezet. Ook Karim Maksimov, die onder Nazarbajev de gevreesde inlichtingendienst runde, werd prompt aan de kant geschoven. ‘Als je elke ochtend wakker wordt in het presidentieel paleis, is het bijna onvermijdelijk dat je op een bepaald moment de volledige macht naar je toe wilt trekken’, aldus Deen.

Kazachstan: hoe economische protesten ontaardden in een politieke machtsstrijd

Angst voor kleurenrevolutie

Tegelijk zette Tokajev de opmerkelijke stap om buitenlandse troepen in Kazachstan uit te nodigen. In een opmerkelijke speech – niet toevallig in het Russisch – maakte hij gewag van ‘buitenlandse krachten’ die de protesten aanjoegen. Hij deed een beroep op de Collectieve Veiligheidsverdragorganisatie (CSTO), een samenwerkingsverband dat opgericht werd als een Euraziatische tegenhanger van de NAVO. Die CSTO besloot vrijwel onmiddellijk om een paar duizend troepen, voornamelijk uit Rusland, te sturen. Het lijkt erop dat Tokajev geen vertrouwen had in zijn eigen veiligheidsapparaat.

Nochtans was Rusland in eerste instantie allesbehalve enthousiast om zijn buurland te hulp te schieten. Toen woensdagochtend het oude parlementsgebouw in Alma-Ata al in brand stond, zei Dmitri Peskov, de woordvoerder van president Vladimir Poetin, dat het een interne aangelegenheid was. Toch besloot Rusland nauwelijks enkele uren later om soldaten te sturen. ‘Tokajev heeft Poetin eigenlijk gechanteerd’, zegt Deen. ‘Net zoals president Aleksandr Loekasjenko in Belarus snapt Tokajev maar al te goed dat Poetin doodsbenauwd is voor kleurenrevoluties. Poetins eigen populariteit en die van zijn regeringspartij staan op het laagste peil in jaren.’ Tokajevs gok lijkt voorlopig geslaagd. Door buitenlandse troepen uit te nodigen, heeft hij Rusland gedwongen om zijn kant te kiezen. Voor de betogers is de boodschap duidelijk: Rusland is bereid om een opstand met geweld neer te slaan.

Op korte termijn is het een overwinning voor het Kremlin. Met minimale kosten is het Russische regime erin geslaagd zijn invloed in Kazachstan gevoelig te vergroten. Hoewel Tokajev aangaf dat de Russische troepen – in Rusland zelf wordt gesproken over ‘ mirotvortsy‘, vredebrengers – mogelijk binnen de week vertrekken, lijkt de CSTO zelf van plan om een stuk langer te blijven. Tegelijk is het maar de vraag hoelang Rusland dit kan blijven doen. Door voortdurend partij te kiezen voor onpopulaire dictators vergroot het juist de instabiliteit in de regio. Bovendien jaagt Rusland zo het anti-Russische sentiment in de bevolking aan, betoogt Deen. ‘Tien jaar geleden waren veel Oekraïners best pro-Russisch. Maar door de annexatie van de Krim en de oorlog in Donbas is een groot deel van de Oekraïense bevolking bijzonder anti-Russisch. Ook in Belarus, waar het Kremlin Loekasjenko blijft steunen, voelen mensen zich door Rusland in de steek gelaten. Op lange termijn is dat enorm schadelijk voor de Russische invloed in die landen.’

Bovendien confronteren de Kazachse gebeurtenissen Poetin met de ongemakkelijke vaststelling dat machtsovergangen in dictaturen altijd voor gedonder zorgen, en dat opvolgers niet te vertrouwen zijn. De formele beloftes en functies die de belangen van de Nazarbajevs moesten beschermen, blijken niet in steen gebeiteld. Waar het Kazachse scenario ooit nog als een mogelijke blauwdruk voor Poetins eigen aftreden gold, lijkt dat spoor nu dood en begraven. Als een voormalige Sovjetleider lijkt Poetin stilaan veroordeeld om zich tot het bittere einde vast te klampen aan de macht, omringd door oude mannen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content