Internationale drugshandel: ‘Als de politie komt, schieten we ze met het hele dorp samen aan flarden’

Een dealer in de 'drugsbar' van drugsbaas Abu Ali in de Bekaavallei. © Sebastian Backhaus
Joanie De Rijke
Joanie De Rijke Medewerkster Knack

De internationale drugshandel in Libanon beleeft hoogtijdagen. Binnenlandse spanningen en de oorlog in Syrië geven dealers in de Bekaavallei ruimte om te expanderen. Het opwekkende middel Captagon is de nieuwe goudmijn.

De dienstdoende dealer draagt een oranje petje waar in grote letters DOPE op staat. Hij haalt een koffertje vanachter zijn bureau tevoorschijn en opent verschillende plastic dozen. In de ene ruim een kilo cocaïne, in de ander minstens 2 kilo heroïne. Pillen zijn er ook. Tramadol, een verslavende pijnstiller, maar vooral Captagon, bekend als drug van de jihadi-junkies, grinnikt de man: ‘Syrian speed freaks, you know.’ Ons contact, een goede bekende van de eigenaar van deze ‘drugsbar’, kijkt hunkerend naar de heroïne. Hij is al jaren verslaafd maar houdt het met hulp van kalmerende middelen leefbaar, zegt hij. ‘Vandaag gebruik ik beter geen H,’ mompelt hij. ‘Ik wil het hoofd koel houden.’ Hij voelt zich verantwoordelijk omdat hij ons heeft meegenomen naar de woning van een van de grootste drugdealers van de Bekaavallei.

De vallei in het oosten van Libanon staat al eeuwen bekend als spil in de internationale drugstrafiek. Het klimaat en de grond zijn ideaal voor de groei van papaver, hasj en marihuana. In de jaren zeventig en tachtig werd Red Lebanese, hasj vernoemd naar de rode aarde, wereldwijd bekend. Tijdens de burgeroorlog van 1975 tot 1990 ging de handel crescendo. Niemand legde de marihuanaboeren een strobreed in de weg. Gevolg was dat op het einde van de oorlog wiettelers de helft van de totale landbouwgrond in de Bekaavallei gebruikten voor de kweek van hun planten, goed voor een jaarlijkse export van bijna 50.000 ton. Strijdende milities pikten een graantje mee door aan controleposten en zelf gecreëerde smokkelhavens langs de kust belastingen te heffen op de drugstransporten. Met andere woorden: iedereen in Libanon profiteerde van de hasj- en opiumhandel. Eind jaren tachtig bestond 50 procent van de totale Libanese economie uit drugswinsten, zegt het Amerikaanse bureau voor International Narcotics Matters.

De crackpijp van een verslaafde Libanees uit Canada: 'Cocaïne in de Bekaavallei is zuiverder en goedkoper dan in Canada.'
De crackpijp van een verslaafde Libanees uit Canada: ‘Cocaïne in de Bekaavallei is zuiverder en goedkoper dan in Canada.’ © Sebastian Backhaus

Tegenwoordig zijn de hasj- en opiumopbrengsten minder exorbitant, maar Libanon blijft een van de belangrijkste draaischijven in de globale drugstrafiek. Volgens wietkwekers in de Bekaavallei neemt de productie de laatste jaren opnieuw toe omdat de overheid er niet meer naar omkijkt. Na de burgeroorlog trok het Libanese leger, onder druk van de Amerikanen, geregeld naar de Bekaa om opium- en marihuanavelden te vernietigen. Maar sinds buurland Syrië in oorlog is, ligt dat stil. De militairen hebben hun handen vol aan de bescherming van hun eigen land.

De Pablo Escobar van Libanon

De dealer met de oranje pet houdt ons, onbekende bezoekers, scherp in het oog terwijl we wachten op zijn baas, een zekere Abu Ali. Het is net na de middag en de klanten komen binnengedruppeld. Ali verkoopt aan grote dealers en aan individuele gebruikers die hij naar zijn huis laat komen. Zoals een Canadese Libanees die zegt dat hij naar de Bekaavallei is teruggekeerd om zijn crackverslaving te kunnen onderhouden. ‘Cocaïne is hier zuiverder en goedkoper dan in Canada.’

Dan komt Abu Ali binnen. Hij lijkt in niets op de gladde Latijns-Amerikaanse drugsdealers uit de tv-series. Abu Ali is een goedlachse man van 48 met een dikke buik en een paar voortanden te kort, gekleed in een wit onderhemd met camouflagebroek, vuurwapen tussen zijn riem gestoken. Vroeger was hij lid van Hezbollah, zegt hij grijnzend. ‘Maar ik ben gestopt toen ik kinderen kreeg. Stilaan ben ik, net als iedereen in de Bekaa, bezweken voor het snelle geld van de drugshandel. We hebben geen opties, er zijn nauwelijks andere bronnen van inkomsten. Van het kleine beetje landbouw en veeteelt kunnen we niet leven.’

Zelf heeft hij twee beroemde neven. De ene is sjeik Subhi al Tufaili, de eerste secretaris-generaal van Hezbollah (1983-1984) die wegens kritiek op de partij, op Iran en op Hezbollahs rol in Syrië, nu in ballingschap in de Bekaa leeft. De andere neef is Nuha Zeiter, bekend als de grootste drugdealer van het land. ‘De Pablo Escobar van Libanon’, volgens onze begeleider. Abu Ali nuanceert: ‘Hij heeft de naam. Maar de actie vindt hier plaats, bij mij.’

Buiten zien we een broodmagere man in een zwart gewaad rondstrompelen op krukken. Een spookverschijning in het felle zonlicht. ‘Vaste klant’, zegt Ali. ‘Slaapt hier. Iedereen kan blijven overnachten en gebruiken zo veel hij wil. Zolang je maar betaalt.’ Hij zwijgt even. ‘Zelf neem ik niets. Ik weet wat het kan aanrichten, heb andere dealers eraan onderdoor zien gaan. Dat kan ik me niet permitteren met de dertigkoppige familie waarvoor ik moet zorgen.’

De marihuana in de Bekaavallei groeit onbekommerd.
De marihuana in de Bekaavallei groeit onbekommerd. © Sebastian Backhaus

Dat hij goed geld verdient, vervolgt hij, alweer lachend. ‘Heroïne verkoop ik voor 30 tot 40 dollar per gram. Een gram coke kost in de stad 100 dollar en bij ons 60 dollar. Aan een kilo coke houd ik tussen de 50 en 60.000 dollar over.’

Vroeger, in de jaren zeventig, kwam de heroïne van eigen bodem, vertelt hij. Nu is Afghanistan de grote producent: 90 procent van de totale wereldhandel is afkomstig uit het land van de taliban. ‘Het spul wordt via Iran naar Turkije gesmokkeld. Voorheen ging het dan de Syrische grens over, maar sinds de oorlog is dat moeilijk geworden. Tegenwoordig komt het binnen via de zee of per vliegtuig. Net als het spul uit Zuid-Amerika. Coke krijgen we binnen als ruwe pasta, die we vervolgens verwerken. Vandaar dat het hier, bij de bron, van hoge kwaliteit is.’

Het leeuwendeel van zijn inkomen haalt hij uit de verkoop van Captagon: ‘Voor de oorlog werd Captagon in Syrië gefabriceerd, onder andere in een lab bij Aleppo. Het werd net als andere smokkelwaar de grens met Libanon overgebracht. Maar als je telkens tientallen milities moet passeren, is dat niet eenvoudig. Dus begonnen we zelf met de productie. Tegenwoordig doen we dat in mobiele labs: mobilhomes of kleine vrachtwagens. Die zijn ook moeilijk te detecteren.’

Sinds de Syrische oorlog is de verkoop maal zes gestegen, weet Ali. Alle strijdende partijen willen het wonderpilletje omdat hun manschappen aan de frontlijn het er veel langer mee uithouden. Daarbij zijn de kleine Captagon-tabletten makkelijk te smokkelen: ‘Onder andere in de vacht van schapen die over de bergen naar Syrië worden gestuurd.’ Maar de grootste afnemer is Saudi-Arabië. ‘Daar zijn ze zot van Captagon – vooral als partydrug, vermoed ik.’

Het winstpercentage op Captagon is groot. Eén pilletje is met relatief makkelijk verkrijgbare chemicaliën te maken en kost een paar cent. De straatwaarde in de Golfstaten ligt tussen de 10 en 30 dollar per tablet. Aan de hand van het aantal inbeslagnames van Captagon-transporten wordt geschat dat de handel in Libanon per jaar rond de 3,5 miljard dollar opbrengt.

Hezbollah

Ali’s mansion, een grote villa aan het einde van een klein landweggetje, grenst aan het stadje Brital, 80 kilometer ten noordoosten van Beiroet. Een streek waar grotendeels sjiieten wonen en Hezbollah de scepter zwaait. Amerikaanse inlichtingendiensten beschuldigen de militante sjiitische beweging ervan betrokken te zijn bij de Libanese drugshandel. Hezbollah verklaarde onlangs tégen stimulerende middelen te zijn omdat het gebruik ervan niet in lijn ligt met het islamitisch geloof. Ali wil er niet te veel over zeggen: ‘Iedereen is betrokken bij het drugstransport. Van grootmoeder op de hoek en de lokale buschauffeur tot Hezbollah.’

Abu Ali buigt zich over een koffer met drugs.
Abu Ali buigt zich over een koffer met drugs. © Sebastian Backhaus

In de afgelegen Bekaavallei heeft de bevolking door de eeuwen heen perfect geleerd haar eigen ding te doen, zonder zich veel van de centrale regering aan te trekken. Met name in Brital, dat de reputatie heeft hét drugsoord van Libanon te zijn. ‘Mijn oom is burgemeester’, zegt Ali. ‘Officieel is hij tegen de drugshandel, maar alleen omdat hij niet anders kan in zijn positie. In de praktijk werkt hij gewoon mee.’

Hij laat een filmpje zien op zijn telefoon: een woeste schietpartij op een groep politiemannen waarvan enkelen zwaar gewond raken. ‘Twee jaar geleden probeerden agenten een inval bij me thuis te doen. We hebben ze met het hele dorp aan flarden geschoten. Ze zijn nooit meer terug geweest.’

Het systeem doet denken aan dat van de drugsbazen in Mexico. Abu Ali investeert in de mensen en in zijn omgeving. Hij betaalt mee aan de renovatie van het lokale ziekenhuis, aan de bouw van een nieuw schooltje en het herstel van wegen. ‘Ik help de bewoners, ik zorg voor werk. In ruil zijn ze loyaal.’

Hallucinant veel geld

Tony, een dealer uit Beiroet die ruim 20 jaar in het milieu meedraait, vertelt ’s avonds dat drugsbazen in de Bekaavallei alleen kunnen opereren in samenwerking met omgekochte ambtenaren, politici en legerfunctionarissen. Dat ook Hezbollah ermee te maken heeft, is voor hem de logica zelve. ‘Alle handel en wandel gebeurt in de regio waar Hezbollah de baas is. Het gaat om enorme hoeveelheden drugs, tonnen per dag. We zijn niet bezig over kleinschalige praktijken. Het gaat om geld. Veel geld. En geld heeft geen kleur, geen politieke voorkeur.’

Volgens Elizabeth Picard, auteur van Trafficking, Rents, and Diaspora in the Lebanese War, is de politieke elite vanaf het prille begin betrokken geweest bij de smokkel van drugs: ‘Politici en mensen van het gerecht hadden een stilzwijgende afspraak om een oogje dicht te knijpen ten behoeve van hun eigen voordeel.’ Ook Jeremy Arbid, die een recent rapport (mei 2017) over de Libanese connectie met Captagon schreef, Lebanon’s Evolving Illicit Drug Economy,bevestigt dat de handel niet kan bestaan zonder medewerking van overheidsinstanties. ‘De corruptie gaat van de bodem tot de top. Tussen 2013 en eind augustus 2016 namen de Libanese autoriteiten meer dan 70 miljoen pillen in beslag. Ze schatten dat gemiddeld 10 procent van de totale productie gevonden wordt. Ervan uitgaande dat de gemiddelde straatwaarde van een Captagon-pil in de Golfstaten 20 dollar is, kom je tot een complete waarde van 14 miljard dollar over diezelfde periode. Geld dat moet worden witgewassen. Gewoonlijk gebeurt dat via de horeca, de bouwsector, onroerend goed, transport en de groot- en detailhandel, met name die in voeding en kleding. Het is een aartsmoeilijke taak voor de politie om bewijzen te vinden voor al die witwaspraktijken. Er is op dat vlak geen enkele samenwerking met de overheid.’

Een voorraad cocaïne en, in zakjes, Captagon-pillen. 'We hebben geen opties, er zijn nauwelijks andere bronnen van inkomsten.'
Een voorraad cocaïne en, in zakjes, Captagon-pillen. ‘We hebben geen opties, er zijn nauwelijks andere bronnen van inkomsten.’© Sebastian Backhaus

Tweede punt is dat de politie met een tekort aan manschappen en materiaal kampt om op de grote drugsbazen te kunnen jagen, zegt Arbid. ‘Generaal Ghassan Chamseddine, hoofd van de drugseenheid van de politie, kan het niet bolwerken, zegt hij. Het ontbreekt hem zelfs aan basismateriaal. Hij heeft geen gepantserde wagens, geen geschikte communicatiemiddelen, hij beschikt nauwelijks over wapens, laat staan over genoeg mensen. Op financiële hulp van het buitenland hoeven we niet te rekenen. De Verenigde Staten willen niet meer investeren sinds Human Rights Watch in 2012 en 2013 rapporten publiceerde over geweld van de politie tegen arrestanten die lichte overtredingen hadden begaan. Amerika wil weer financieel bijspringen als zulk geweld wordt aangepakt. Gevolg was dat het hele politieapparaat werd opgeschoond. Maar generaal Chamseddine geeft toe dat het er nog altijd hard aan toegaat. En ondertussen beschouwde de hele internationale gemeenschap de handel in Captagon niet als een prioriteit.’

Volgens de statistieken wordt er sinds 2014 minder Captagon in beslag genomen. ‘Ik geloof niet dat er daarom minder wordt verhandeld’, zegt Arbid. ‘Ik denk dat smokkelaars de pillen almaar slimmer verstoppen. Er is tenslotte een gigantische markt voor.’

‘Dat werd me vooral duidelijk na een gesprek met een douanebeambte in Koeweit. Hij vertelde dat het gebruik van Captagon in zijn land en andere Golfstaten nooit als gevaarlijk werd beschouwd. Toen het middel nog als medicatie bij de apotheek verkrijgbaar was, hadden mensen de gewoonte om hun dag te beginnen met een kop thee waarin ze een pilletje gooiden. Nu is het illegaal, maar dat is voor velen geen reden om ermee te stoppen. Alleen al de afzetmarkt in de Golfstaten is enorm. Met Captagon wordt hallucinant veel geld verdiend. Ik zie daar voorlopig geen einde aan komen.’

Partner Content