Als Theresa May vrijdag deur van Downing Street 10 achter zich dichttrekt, zal ze exact 1.059 dagen de Britse premier geweest zijn. De conservatieve May begon haar taak op 13 juli 2016. Een loodzware taak, want het Verenigd Koninkrijk had er nauwelijks enkele weken eerder in een referendum voor gekozen uit de Europese Unie te stappen. Die brexit - waar ze zelf niet achter stond, al is ze ook nooit een groot eurofiel geweest - zal uiteindelijk een schaduw werpen over haar premierschap.

May start aanvankelijk onder een gunstig gesternte. Ze wint de interne strijd binnen de Conservatieve partij om oud-premier David Cameron op te volgen van Boris Johnson en Michael Gove, niet meteen compromisfiguren, en lijkt de meest geschikte politica om de onderhandelingen met de EU te leiden. Als minister van Binnenlandse Zaken heeft ze bovendien heel wat politieke bagage, en ze is doordrongen van het verantwoordelijkheidsgevoel: 'we have to deliver brexit', zou ze tot in den treure herhalen. Maar de Britse premier ziet een cruciaal element over het hoofd: om een akkoord over de brexit door het Lagerhuis te krijgen, heeft ze brede politieke steun nodig. Ze krijgt het verwijt dat ze dat pas besefte toen het Britse Hooggerechtshof in het voorjaar van 2017 oordeelde dat niet de regering maar wel het parlement het laatste woord had in de brexit. Ze kondigt vervroegde verkiezingen aan om haar meerderheid in dat parlement te vergroten, maar dat draait mede door een houterige campagne volledig verkeerd uit. De Tories verliezen hun meerderheid in het parlement en konden enkel verder met gedoogsteun van de Noord-Ierse unionisten van DUP.

Vanaf dan loopt het pas helemaal mis. De twee flanken binnen de Conservatieve partij - de harde brexiteers en de pro-Europeanen - radicaliseren en maken haar het leven zuur. De deal die ze eind 2018 kan sluiten met Europa, wordt tot drie keer toe afgeslacht in het Lagerhuis. De backstop - het onderdeel uit het echtscheidingsakkoord dat een harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland moet vermijden - wordt verguisd. Geen enkele Britse premier in de recente geschiedenis leed zoveel parlementaire nederlagen als Theresa May. Geen enkele premier zag meer ministers, staatssecretarissen en andere kabinetsleden opstappen. De Europese onderhandelaars houden intussen voet bij stuk. Hoe vaak May ook aankondigt te zullen heronderhandelen in Brussel, in het echtscheidingsakkoord wordt zelfs nog geen komma aangepast. Brussel is wel bereid om bijkomende interpretatieve verklaringen op tafel te leggen, en ook in de politieke verklaring die de relaties na de brexit uitstippelt zit nog wat marge.

Maar dat is niet genoeg om de harde brexiteers in de Conservatieve partij over de streep te trekken. In december vorig jaar overleeft May een wantrouwensstemming binnen haar eigen partij. Nauwelijks een week later overleeft ze er een in het parlement, ingediend door oppositieleider Jeremy Corbyn van Labour. Maar het wantrouwen verdwijnt daarmee niet. De premier kondigt aan dat ze zal opstappen wanneer haar deal door het Lagerhuis is goedgekeurd. Maar de deal haalt het niet en de brexit die voorzien was voor 29 maart moet worden uitgesteld. Intussen is die voorzien voor 31 oktober, ten laatste. May koopt daarmee tijd en begint aan een allerlaatste poging om een meerderheid in het parlement veilig te stellen. Ze legt een 'new deal' op tafel, met een tiental toegevingen voor de pro-Europese vleugel in het parlement.

Maar haar belofte om een parlementaire stemming over een tweede referendum toe te laten, schiet veel Tories in het verkeerde keelgat. Binnen de partij gaan stemmen op om opnieuw een motie van wantrouwen in te dienen. De partijregels die bepalen dat er een jaar tussen twee wantrouwensstemmingen moet zitten, moeten dan maar worden aangepast. Dat laatste gebeurt uiteindelijk niet, maar May moet wel buigen. In een emotionele speech vlak na de voor de Tories dramatische Europese verkiezingen van 23 mei kondigt ze haar eigen exit aan. Op 7 juni gooit ze de handdoek in de ring.

Na het weekend kan de strijd om haar opvolging binnen de Conservatieve partij volledig losbarsten. Dertien Tories stelden zich al officieel kandidaat, intussen zijn er nog elf over. De voormalige ministers van Buitenlandse Zaken en brexit onder May, Boris Johnson en Dominic Raab, lijken het meeste kans te maken. '

Brexit means brexit.' Dat mantra bleef May haar hele ambtstermijn lang herhalen. Maar het resultaat is mager. Drie jaar na het brexit-referendum liggen alle opties nog op tafel: een brexit met een akkoord, een crash zonder deal, nieuwe verkiezingen of een tweede referendum. Na vrijwel elke verloren brexitstemming in het Lagerhuis beet May de parlementsleden toe dat ze enkel konden zeggen wat ze niet wilden, maar geen enkel alternatief naar voren schoven. Er is vooralsnog geen reden om aan te nemen dat haar opvolger niet met hetzelfde probleem geconfronteerd zal worden. De kans op een no deal is volgens waarnemers alleen maar toegenomen.