Theresa May stopt ermee. Dat kondigde ze vrijdagmiddag onder grote politieke druk aan. Daarmee komt een einde aan een uitputtingstocht en een strijd die ze nooit meer kon winnen. Waar is het precies misgelopen?
...

Theresa May stopt ermee. Dat kondigde ze vrijdagmiddag onder grote politieke druk aan. Daarmee komt een einde aan een uitputtingstocht en een strijd die ze nooit meer kon winnen. Waar is het precies misgelopen?Ruim een jaar na het brexitreferendum maakte de Britse premier op korte tijd twee cruciale fouten die haar tot op de dag van vandaag bleven achtervolgen. Naar aanloop van de onderhandelingen met de Europese Unie formuleerde May in januari 2017 enkele eclectische rode lijnen die de toekomstige relatie tussen Londen en Brussel moesten vormgeven. May wilde dat het vrij verkeer van personen niet langer van toepassing was op het Verenigd Koninkrijk, eiste dat haar land zelf handelsakkoorden moest kunnen afsluiten met derde landen én dat het Europees Hof van Justitie geen jurisdictie meer mocht hebben aan haar kant van het Kanaal. Maar elk getraind onderhandelaar weet dat je aan de vooravond van zulke gesprekken publiekelijk maar beter geen rode lijnen formuleert. Op die manier wordt een flexibel compromis politiek gezien bijzonder moeilijk. Zeker wanneer May moest beseffen dat haar rode lijnen totaal incompatibel waren met wat de Europese Unie überhaupt kon toelaten. Als ze vrij verkeer van personen wilde opgeven, moest ze meteen ook de drie andere vrijheden (diensten, kapitaal en arbeid) naast zich neerleggen. Maar daar was in het Britse parlement in de verste verte geen meerderheid voor te vinden.Daarnaast besloot May in april 2017 om vervroegde verkiezingen te organiseren. Op die manier wilde de Britse premier - die op dat moment erg goed presteerde in de peilingen - haar meerderheid in het Britse parlement nog verder vergroten. Was ze daarin geslaagd, had ze minder rekening moeten houden met de dogmatische brexiteers in haar eigen rangen. Maar helaas draaiden voor May de zaken totaal anders uit. Ze verloor haar meerderheid ten koste van de Labourpartij en moest op zoek naar gedoogsteun bij de Noord-Ierse Unionisten (DUP). In combinatie met haar rode lijnen zorgde de verkiezingsnederlaag ervoor dat May quasi geen manoeuvreerruimte meer had. Daarbovenop zorgde de brexit ervoor dat de 27 andere Europese er unaniem akkoord gingen met de idee dat lidmaatschap van de Unie naast baten ook verplichte kosten met zich meebrengt. Landen zoals Nederland en België toonden zich bereid om een eventuele economische impact van een harde brexit te riskeren, omdat de politieke kost van principeloosheid uiteindelijk nog veel groter zou uitvallen. Daarom bleven alle lidstaten quasi onwrikbaar schouder aan schouder staan, ondanks enkele verwoede pogingen van de Britse diplomatie om de landen tegen elkaar uit te spelen. Sindsdien ging het voor May alleen maar bergaf. Haar regering brokkelde stukje bij beetje af, net als de steun voor haar aanpak in het Brits parlement. Het terugtrekkingsakkoord met de Europese Unie werd drie keer weggestemd, waarbij de Britse premier de zwaarste nederlaag leed in de recente politieke geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk. Om de meubelen te redden moest May zelfs op zoek naar een compromis met de Labourpartij. Nadat de gesprekken met aartsvijand Jeremy Corbyn waren afgesprongen, trachtte May om haar akkoord te koppelen aan een tweede referendum. Het massale protest noopte de Britse premier ertoe om na drie tergend lange jaren het laatste sprankeltje eer aan zichzelf te houden. Toch is het té gemakkelijk om de politieke anomalie in het Verenigd Koninkrijk louter in de schoenen van May te schuiven. Eerst en vooral bestond de campagne VoteLeave uit een amalgaam van schaamteloze leugens waar onder meer Boris Johnson en Nigel Farage achteraf zonder enige schroom op terugkwamen. Dat May vervolgens maar bleef herhalen dat geen akkoord beter was dan een slecht akkoord en het discours van de brexiteers klakkeloos kopieerde, kunnen we wel op haar conto schrijven. Daarnaast waren niet alleen May en de Conservatives meer met zichzelf bezig dan met het nationale belang. Elk kamp in het Britse parlement was nooit bereid tot enige vorm van compromis. In plaats van staatsmanschap werd Westminster de afgelopen jaren vooral gekenmerkt door partizaans dogmatisme en opportunisme. Staatsmanschap was nergens te bespeuren. Zo heeft Labourleider Corbyn amper klaarheid verschaft over specifieke partijstandpunten. Hij was er in de eerste plaats op uit om door middel van nieuwe verkiezingen zelf aan de macht te komen. En ook de Liberal Democrats weigerden om steun te verlenen aan de meest zachte uitstap mogelijk. In zo'n volstrekt losgeslagen context moeten we misschien maar blij zijn dat May de afgelopen jaren aan het roer heeft gestaan - ondanks de fouten die ze heeft gemaakt. Bij diplomaten langs Europese zijde was steeds te horen dat May het raamwerk van de onderhandelingen bleef respecteren. Uiteindelijk sloegen de Unie en het Verenigd Koninkrijk er alleszins in om een akkoord te bereiken. Wat als figuren als Johnson of Corbyn de voorbije jaren de touwtjes in handen hadden gehad?Nu May binnen enkele weken Downing Street 10 verlaat, wordt die vraag bijzonder actueel. De Conservatives hebben aangekondigd dat ze tegen het einde van juli een nieuwe voorzitter en premier willen vinden. Maar zal een nieuwe regeringsleider de politieke dynamiek in het Verenigd Koninkrijk fundamenteel kunnen veranderen? Er is weinig reden tot optimisme nu de Conservatieve Partij volgens de peilingen zware klappen zal incasseren bij de Europese verkiezingen ten koste van de Brexit Party. Het is niet ondenkbaar dat de nieuwe partijvoorzitter en premier iemand uit de stal van de brexiteers zal zijn om op die manier de verloren gegane stemmen terug te winnen. Maar de indicatieve stemmingen die de afgelopen maanden in het Brits parlement plaatsvonden, geven aan dat er in het parlement amper iemand van een uitstap zonder akkoord wil weten. Een brexiteer als premier zou de huidige spanningsboog in het Lagerhuis alleen maar groter maken.Die impasse zou in theorie kunnen opgelost worden door nieuwe verkiezingen. Maar ook hier duiken bezwaren op. Eerst en vooral willen de Conservatieven koste wat het kost vermijden dat Jeremy Corbyn premier wordt. Bovendien zouden de Liberal Democrats stemmen afsnoepen van de Labourpartij, waardoor de zetelverdeling in Westminster nog verder fragmenteert en een akkoord nog moeilijker wordt.Straks krijgen we nog heimwee naar Theresa May.