Hoe red je een besparingsmoe Griekenland?

Dat de Grieken intussen besparingsmoe geworden zijn, hoeft niet te verbazen. © Dino
Frank Vandecaveye
Frank Vandecaveye Freelancejournalist

Deze week bereikte Griekenland een akkoord met zijn schuldeisers over een nieuwe schijf noodhulp. Daarmee komt er even een einde aan een half jaar onzekerheid, maar of het in de komende maanden ook tot een schuldverlichting komt, is veel minder zeker.

Donderdag 15 juni hebben de ministers van Financiën van de Eurozone (de Eurogroep) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Brussel aan Griekenland een nieuwe schijf van 8,5 miljard euro toegekend uit het inmiddels derde reddingspakket van 86 miljard euro dat Griekenland moet toelaten deze zomer een aantal leningen van samen meer dan 7 miljard euro te herfinancieren.

Euclides Tsalakatos, de Griekse minister van Financiën, en Jeroen Dijsselbloem, de voorzitter van de Eurogroep, noemden het akkoord een grote stap voorwaarts.

De overeenkomst betekent ook dat het IMF ‘in principe’ weer deelneemt aan het reddingsprogramma. Tenminste dat wil IMF-topvrouw Christine Lagarde door haar raad van bestuur laten goedkeuren. Maar het fonds komt pas met zijn 2 miljard euro over de brug als de Eurogroep ook uitlegt welke schuldverlichting het Griekenland in de toekomst wil gunnen. Schuldverlichting is voor het IMF namelijk een absolute voorwaarde om Griekenland de mogelijkheid te bieden zijn afbetalingen vol te houden. Over hoe die schuldverlichting en -herschikkingen zullen verlopen wil het IMF voor 27 juli duidelijkheid. Kwijtschelding van schuld, zoals Griekenland had gevraagd, is onbespreekbaar.

IMF wil houdbare schuld

Het IMF vindt dat de Eurogroep een te optimistische kijk heeft op de Griekse schuldenlast. Het dringt al langer aan op een schuldverlichting en legt de nadruk op de houdbaarheid van de afbetalingen om de economische groei meer armslag te geven.

In een rapport van februari dit jaar stuurde het Fonds zijn visie op de redding van Griekenland bij en pleitte voor structurele hervormingen weg van de bezuinigingspolitiek. Volgens het IMF heeft nog meer besparen op de uitgaven geen zin, aangezien dit het herstel afremt. Volgens datzelfde rapport hebben de Grieken juist teveel bespaard op infrastructuur, waardoor die gebrekkig is en op de economie weegt.

Een ander pijnpunt is volgens het IMF de weinig efficiënte inning van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. De achterstallige inningen bedragen intussen zestig à zeventig procent van het bnp (bruto nationaal product, de totale toegevoegde waarde van goederen en diensten geproduceerd door een land, nvdr.).

Het IMF stelde ook vast dat ongeveer de helft van de loontrekkenden geen belastingen betalen omdat de belastingvrije som veel te hoog ligt.

Ook eiste het IMF dat er nog eens in de pensioenen zou worden gesnoeid, omdat die een veel te grote hap – elf procent – uit het bnp nemen.

IMF-topvrouw Christine Lagarde
IMF-topvrouw Christine Lagarde© Reuters

In ruil daarvoor pleitte het IMF voor een schuldverlichting in de vorm van langere looptijden en renteverlagingen op de leningen aan Griekenland en zelfs betaalmoratoria. Het IMF mag volgens de eigen regels geen geld lenen aan een land dat geen uitzicht heeft op een houdbare schuld.

Na drie reddingspaketten is de Griekse schuld gegroeid van 130 naar 179 procent van het bnp of 326,5 miljard euro. Daarom moeten de financieringsbehoeften van het land op middellange termijn onder 15 procent van het bnp blijven.

Met een nieuwe waaier van maatregelen wil de Eurogroep de looptijd van de schulden verlengen. Zo zou de looptijd van 100 miljard euro oude Griekse leningen met vijftien jaar kunnen worden verlengd.

Maar belangrijker nog is dat de ministers van Financiën het eens geworden zijn om de schuldaflossingen mee te laten evolueren met het bnp. Hoe dat mechanisme precies zal werken moet nog in detail worden uitgewerkt. Voor de top had de Franse minister van Financiën Bruno Lemaire al een voorstel klaar om de Griekse schuldaflossingen draaglijker te maken zonder de economische groei al te veel te schaden. Lemaire wil de aflossingen koppelen aan de economische groei. In jaren dat de nominale groei (zonder rentelasten) onder een bepaald percentage zakt, zou Athene geen kapitaal of interesten moeten aflossen. Komt de groei er wel bovenuit dat zouden ze wel moeten betalen. De ironie wil, aldus de Franse krant Libération, dat de vorige Griekse minister van Financiën Yanis Varoufakis in 2015 een min of meer gelijkaardig voorstel had gedaan, maar toen stootte dat op een categorisch neen van de Eurogroep.

Volgens Lagarde hebben de besprekingen over de Griekse schuld nu een beslissende wending genomen omdat er nu ook een luik werd aan toegevoegd met het oog op de groei van de Griekse economie. Een investeringsfonds uit 2015 zou worden geactiveerd voor projecten die de Griekse economie moeten aanzwengelen. Ook andere fondsen via ontwikkelingsbanken zoals de Europese Investeringsbank (EIB) moeten volgens Lagarde worden geactiveerd.

Nieuwe besparingen goedgekeurd

Om aan de voorwaarden voor de vrijmaking van de 8,5 miljard euro te voldoen keurde het Griekse parlement begin mei nog een pakket besparingen van 1,8 miljard euro in de pensioenen goed, dat vanaf 2019 wordt gactiveerd. In 2020 wordt voor eenzelfde bedrag aan belastingverhogingen ingevoerd. Verder moet Griekenland tot 2022 een primair begrotingsoverschot hebben van 3,5 procent. Daarna moet het tot 2060 rond de 2 procent blijven.

Zo’n 37 procent van de Grieken leeft in armoede.

Dat de Grieken intussen besparingsmoe geworden zijn, hoeft niet te verbazen. Sinds 2010 werden de Griekse pensioenen al ongeveer tien keer verlaagd. Ze zijn intussen gehalveerd en dat terwijl heel wat families op één pensioentje overleven. Zo’n 37 procent van de Grieken leeft in armoede, terwijl het aantal werklozen op 1,7 miljoen wordt geschat, waarvan 90 procent zonder enige vorm van uitkering overleeft. Het bruto nationaal product zakte overdie periode met 28 procent.

Discussie over schuldverlichting doorgeschoven

Ook de Griekse regering pleitte al een tijdje voor een schuldverlichting. Ze voelde zich gesterkt door uitlatingen van de nieuwe Franse minister van Financiën Bruno Lemaire en de Duitse SPD-vice-kanselier Sigmar Gabriël, die het idee genegen zijn. Maar voor de hardliners van de besparingspolitiek in de Eurogroep, Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Finland en België was dat op de vorige mislukte Brusselse top van 22 mei over de Griekse schuld nog een brug te ver. Met verkiezingen voor de boeg in september is de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schaüble (CDU) allerminst geneigd om toegevingen te doen aan Griekenland uit vrees dat door zijn kiespubliek aangerekend te worden. Duitsland moet, net als Nederland overigens, elk nieuw akkoord over een nieuwe schijf leningen voor Griekenland aan zijn parlement voorleggen.

Wolfgang Schäuble
Wolfgang Schäuble© reuters

Ondanks dat meningsverschil met het IMF wilde de Eurogroep absoluut het IMF aan boord houden. Schäuble beloofde het Duitse parlement namelijk dat het IMF zou deelnemen aan het derde Griekse reddingsplan. Alle partijen zijn het er over eens dat Griekenland de schuldenlast van 179 procent van het bnp nooit kan afbetalen. Een echt akkoord over de schuldverlichting komt er in elk geval pas in de zomer van 2018 na afloop van het derde reddingspakket, als Griekenland weer in staat moet zijn op de markten te lenen. Volgens Klaus Regling, topman van het European Stability Mechanism, het noodfonds dat het merendeel van de Griekse leningen ter beschikking stelt, kan Griekenland eind dit jaar of begin volgend jaar weer geld lenen op de markten. Een schuldverlichting voor die tijd is voor Duitsland onbespreekbaar.

Hoop dat ECB weer Grieks schuldpapier koopt

De Griekse regering heeft ook zijn hoop gesteld op het opkoopprogramma van overheidsobligaties door de Europese Centrale Bank. Maar Benoît Coeuré, bestuurder van de ECB, wil dat Athenes schuldeisers eerst meer klaarheid scheppen over de houdbaarheid van de Griekse schuldenberg. Als de ECB daarover garanties krijgt zou het ook Grieks schuldpapier kunnen opkopen. Dat zou de rente in het land doen dalen, wat een boost geeft aan de kredietverschaffing aan bedrijven en de economie vooruithelpt.

De deal van 15 juni betekent het einde van een half jaar onzekerheid waaronder de Griekse economie weer zwaar heeft geleden. Griekse bedrijven maken hun beklag dat telkens in periodes van onderhandelingen tussen de Griekse regering en haar geldschieters aanslepen de privé-sector zwaar lijdt, omdat de overheid haar betalingen aan de privé staakt (terugbetalingen BTW en belastingen enz) om aan haar schuldaflossingen voorrang te geven. Omdat kredieten bij de banken nauwelijks te verkrijgen zijn gaan sommige bedrijven daardoor zelfs over de kop. De economische groei die voor 2017 op 2,7 procent was geraamd is nu alweer bijgesteld tot 1,8 procent.

Wat voorafging: van financiële crisis tot reddingspakket

In 2009 komt de socialist George Papandreou aan de macht en stelt vast dat het begrotingsdeficit niet 6 procent bedraagt zoals zijn voorganger, de conservatief Konstantinos Karamanlis had beweerd, maar 13 procent. Na een Europese audit blijkt dat eigenlijk 15,3 procent te zijn. De staatsschuld bedroeg toen 134,6 procent.

Middenin de financiële crisis waarin de overheden hun eigen banken massaal moeten te hulp snellen met bail-out regelingen leidt dat tot paniekverkopen van Grieks schuldpapier, die de rente hoogte in jaagt. Daardoor kan Griekenland zich niet langer financieren op de financiële markten, te meer omdat de grote ratingbureaus het Griekse schuldpapier tot rommel (junk bonds) hadden gedegradeerd.

In 2010 roept Papandreou al de ministers van de eurozone te hulp. Onder internationale druk doet Angela Merkel toegevingen en besluit de Eurogroep van ministers van Financiën om 80 miljard euro te lenen aan Griekenland. Het IMF levert een bijdrage van 30 miljard. De ECB voorziet via de Griekse nationale bank liquide middelen zodat de Griekse banken niet over de kop gaan.

In ruil krijgt Athene het ene bezuinigingsplan na het andere opgelegd, waarvan de uitvoering ter plaatse wordt gecontroleerd door de financiële inspecteurs van een ‘Troïka’, die bestaat uit de Europese Commissie, de ECB en het IMF.

De kernlanden van de eurozone zijn niet alleen begaan om het lot van Griekenland. Er speelt ook eigenbelang. Franse, Duitse en andere West-Europese grootbanken hebben niet alleen grote sommen van Griekse overheidsobligaties op hun balansen staan, ze hebben ook flink geleend aan Griekse banken en privé-bedrijven.

De paniek breidt zich uit en besmet het staatspapier van andere landen als Portugal en Spanje, waardoor de eurozone zich genoodzaakt ziet om een European Financial Stability Facility (een noodfonds) te spekken met 440 miljard euro. De ECB komt tussen op de markten door obligaties van de geteisterde landen op te kopen zodat de rust terugkeert.

In 2012 kan Griekenland nog steeds niet lenen op de financiële markten en een nieuw reddingsplan van 130 miljard gespreid over drie jaar moet het land weer wat zuurstof geven. De Griekse schuld wordt herschikt met langere looptijden en lagere interesten. De private schuldeisers, vooralde grootbanken, hadden intussen wel de kans gezien om een groot deel hun Grieks schuldpapier van de hand te doen, maar van wat overblijft, moeten ze de helft afschrijven in een zogenaamde haircut.

In 2015 wint het radicaal-linkse Syriza van Alexis Tsipras de verkiezingen in een land dat na de opeenvolgende bezuinigingsprogramma’s geteisterd wordt door armoede en sociale onrust. Syriza weigert aanvankelijk om de hervormingsprogramma’s van de Troïka nog verder uit te voeren, wat opnieuw tot een crisis leidt op de financiële markten.

Het komt tot een krachtmeting tussen Syriza en de Eurogroep. Tsipras, die hoopt dat de Eurogroep zal capituleren voor de onrust op de financiële markten, organiseert een referendum en de Grieken spreken zich uit tegen de nieuwe bezuinigingen.

Maar op 13 juli 2015 maken de regeringsleiders van de Eurozone op een top in Brussel hem duidelijk dat hij de keuze heeft tussen een nieuw pakket bezuinigingen of een grexit – een uitstap van Griekenland uit de Europese Unie. Uiteindelijk capituleert Tsipras onder druk van Europa en de massale kapitaalvlucht uit het land.

Het nieuwe pakket is loodzwaar en bevat hogere belastingen, inleveringen op pensioenen en lonen, snoeien in overheidsdiensten en massale privatiseringen. In ruil krijgt Griekenland een nieuw reddingspakket van 86 miljard euro dat afloopt in de zomer van 2018 en bergt Tsipras de meeste van zijn verkiezingsbeloften op.

Partner Content