Opinie

Vrije Tribune

‘Hoe landbouw zich in Afrika ontwikkelt, bepaalt mee of malaria er kan worden uitgeroeid’

Vrije Tribune Hier geven we een forum aan organisaties, columnisten en gastbloggers

Onderzoek in zestien Afrikaanse landen heeft aangetoond dat de infectieziekte malaria niet kan worden uitgeroeid zonder te kijken naar de manier waarop het continent aan landbouw doet. Dat is iets om in het achterhoofd te houden, zeggen de Britse landbouw- en gezondheidsexperts Hiral Anil Shah, Kallista Chan en Kris Murray. De bevolking in Afrika groeit immers snel en er zal steeds meer landbouw nodig zijn.

De Afrikaanse bevolking zal tegen 2100 naar verwachting verdrievoudigen. Dit betekent dat er meer voedsel, water en landbouwgrondstoffen nodig zijn. Om aan deze noden te voldoen, hebben Afrikaanse regeringen en ontwikkelingsagentschappen grote landbouwprojecten in het leven geroepen. Zo is er de Coalition for African Rice Development, een beleidskader dat zich tot doel stelt om de rijstproductie te verdubbelen, van 28 miljoen ton in 2018 tot 56 miljoen ton in 2030. Overheden kijken ook naar een groei in de internationale handel in landbouwproducten.

Landbouw intensiveren

Landbouwontwikkeling houdt in dat er zowel een uitbreiding van nieuwe landbouwgrond komt als een intensievere bewerking van dat land. Hierbij is onder meer irrigatie nodig en de inzet van kunstmest om op die manier de gewasopbrengst te verbeteren. Een dergelijke ontwikkeling kan gezinnen ondersteunen en de gezondheidszorg, het onderwijs en het nationale bruto binnenlands product (bbp) van landen verbeteren. Helaas is er ook een keerzijde: onverstandig aangepakt, kan deze omwenteling in de landbouw schade toebrengen aan het milieu. Landbouw kan immers ook leiden tot ontbossing, CO2-uitstoot, luchtvervuiling en het verlies van biodiversiteit. Deze mogelijke effecten van landbouw kunnen op hun beurt de menselijke gezondheid schaden. Sommige infectieziekten – malaria, schistosomiasis en de huidziekte Buruli ulcus – zijn bijvoorbeeld in verband gebracht met intensievere landbouw.

Landbouw en malaria

Landbouw en infectieziekte malaria zijn altijd met elkaar verweven geweest. De revolutie in de landbouw leidde ertoe dat mensen dichter bij elkaar gingen leven – en ook meer in de nabijheid van water. Er is een verband, al hebben onderzoekers de link tussen landbouw en malaria nooit volledig kunnen doorgronden, noch hebben ze daarover helemaal betrouwbare voorspellingen kunnen maken.

Hoe landbouw zich in Afrika ontwikkelt, bepaalt mee of malaria er kan worden uitgeroeid.

Met het doel om extra kennis toe te voegen aan wat hierover al bekend is, hebben wij onderzocht of malaria bij kinderen in Afrika ten zuiden van de Sahara varieert bij verschillende soorten landbouwlandschappen. We wilden weten of diverse vormen van landbouw het risico op kindermalaria verhogen of verlagen. De landbouwtypes die we in ons onderzoek bekeken waren landbouw op basis van irrigatie versus afhankelijk van regen, en systemen die natuurlijke grondbedekking en gekweekte gewassen mengen. We zagen patronen die erop kunnen wijzen dat landbouw op zo’n manier kan worden ingericht dat het gezondheidsproblemen kan voorkomen. Dit doet ertoe, want op het Afrikaanse continent vallen nog steeds 90 procent van de doden die wereldwijd worden gelinkt aan malaria. En de progressie die Afrika gemaakt heeft om malaria te beëindigen, is sinds enkele jaren gestagneerd.

Malaria verminderen door biodiversiteit te vergroten

Voor ons eerste onderzoek combineerden we gegevens over soorten gewassen en landgebruik met een malaria-dataset van 24.034 kinderen uit twaalf landen. De malariagegevens werden verzameld tussen 2010 en 2015. Onze analyse keek ook naar factoren waarvan bekend zijn dat ze een impact hebben op malaria bij kinderen, zoals het gebruik van muskietennetten en insectwerende middelen. Uit de resultaten van onze studie blijkt dat de volgende agrarische landschappen het risico op malaria bij kinderen in Afrika ten zuiden van de Sahara verhoogd hebben: akkers op het platteland die afhankelijk zijn van regen voor hun bevloeiing, geïrrigeerde landbouwgrond in of nabij steden, en volledig door bossen bedekt gebied. We ontdekten ook dat de aanwezigheid van natuurlijke vegetatie in landbouwgronden malaria juist kan tegengaan. Uitbreiding van de landbouw op basis van bevloeiing door regenwater of geïrrigeerde akkers lijkt het risico op malaria bij kinderen in deze regio te vergroten. Dit geldt voor zowel landelijke als stedelijke contexten. Maar het inzetten van natuurlijke vegetatie in akkerlanden kan het risico net verminderen. Het is ook bekend dat het in stand houden van vegetatie op landbouwgronden de biodiversiteit en de ecosysteemfuncties en -diensten beschermt. Dit maakt landbouwgronden op de lange termijn duurzamer.

Rijstvelden

In een ander onderzoek werkten we samen met AfricaRice en het International Institute of Tropical Agriculture. We keken naar het verband tussen de rijstteelt en het voorkomen van malaria in Afrika ten zuiden van de Sahara. Rijstvelden zijn bij uitstek broedplaatsen voor muggen, maar toch wordt er vaak beweerd dat rijstgemeenschappen niet per se meer te kampen hebben met malaria. Deze contra-intuïtieve bevinding wordt de “paddies-paradox” genoemd. Onze studie laat zien dat gemeenschappen die geïrrigeerde rijst kweken worden blootgesteld aan meer muggen en daardoor wel een verhoogd risico op malaria lopen. De paradox is daarmee opgelost. De verklaring daarvoor ligt elders: door een veranderende aanpak in Afrika is er meer aandacht voor een rechtvaardige verdeling van antimalaria-interventies geweest, waardoor de algehele overdrachtsintensiteit recent is afgenomen.

Verband aangetoond

Onze twee studies bevestigen dat landbouw verband houdt met een verhoogde overdracht van malaria in Afrika. Dit is zorgwekkend omdat op dit moment drie takken van de ontwikkelingssamenwerking elk apart hun doelen willen bereiken: Afrikaanse ministeries van Landbouw plannen een aanzienlijke uitbreiding en intensivering van de landbouw. Ministeries van Volksgezondheid zijn van plan om malaria uit te bannen. En de ministeries van Milieu proberen de gevolgen van ontbossing, klimaatverandering en landgebruik aan te pakken. Er is verrassend weinig gedaan om deze concurrerende belangen met elkaar te verenigen. Meer samenwerking tussen deze sectoren is volgens ons nodig om al deze doelen te bereiken. Beleidsmakers hebben meer bewijs nodig voor de causaliteit tussen landbouw en malaria. Dit zou hen helpen een betere afweging te maken tussen beleidsopties voor landgebruik in landelijke en stedelijke systemen. Ze zouden beter begrijpen hoe verschillende maatregelen, zoals beschikbaarheid van water, verlies van biodiversiteit, uitroeiing van malaria, CO2-emissies, gezonde bodems en economische productiviteit, meerdere aspecten van een duurzame levenswijze beïnvloeden.

Hiral Anil Shah is gezondheidseconoom aan Imperial College London, Kallista Chan en Kris Murray zijn landbouw- en milieuexperts aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine.

Deze opinie is eerder verschenen op de site van IPS-partner The Conversation.

Partner Content