Hoe de jonge Viktor Orban van zijn Amerikaanse beschermheer George Soros profiteerde

Viktor Orban: 'Macht kun je alleen krijgen als je de macht wilt.' © Isopix/AP

Meer dan tien jaar lang pompte de Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros geld in de Fidesz-beweging van de jonge Viktor Orban. Maar de relatie tussen beiden is helemaal verzuurd, nu Orban Hongarije ombouwt tot een autoritaire staat met antisemitische trekjes.

Ze waren allebei behoorlijk zenuwachtig, vertelt Gabor Fodor, hij en zijn kamergenoot Viktor Orban. Ze zouden voor het eerst de Amerikaanse miljardair George Soros ontmoeten. Dat was in 1985. Fodor en Orban woonden als prille twintigers in het Bibo College van de ELTE-Universiteit in Boedapest, dat de kiem van de nieuwe liberale oppositie tegen het communistische regime vormde. De twee vrienden woonden samen op een eenvoudig kamertje met kale witte muren en talloze boeken.

‘We zaten met ongeveer dertig mensen samen in het clublokaal van ons college toen Soros verscheen’, zegt Fodor. ‘Een aardige kerel. Hij hield geen redevoering maar stelde ons vragen, drie uur lang.’ Korte tijd later kregen ze van Soros een kopieerapparaat cadeau. Iets dergelijks was in het communisme eigenlijk onbestaande. ‘We moesten dat toestel onderbrengen in een getraliede kamer en elke gebruiker moest zijn naam opgeven. Dat werd door het bestuur van de universiteit opgelegd.’

Soros stopte jaarlijks 450.000 euro in de Fidesz-beweging van de jonge politicus Viktor Orban

Maar dat was vroeger. Nu voert de Hongaarse regering onder minister-president Orban een lastercampagne tegen Soros. Onlangs werden in het hele land nog affiches verspreid waarop hij afgebeeld stond als een breed grijzende misdadiger, met de volgende tekst erbij: ‘We moeten verhinderen dat Soros als laatste lacht.’ Hij zou duivelse plannen koesteren om Europa ten gronde te richten door massaal moslimvluchtelingen toe te laten. Dat zou ook het doel zijn van verschillende ngo’s die door Soros en andere buitenlandse geldschieters worden gesteund. Het leven wordt hen nu onmogelijk gemaakt. Ook de wereldwijd hoog aangeschreven Central European University (CEU) zou in het complot zitten. Ze dankt haar basiskapitaal aan Soros en is als kweekvijver voor kritische geesten al lang een doorn in het oog van de Hongaarse regering. De CEU dreigt te moeten sluiten door een wetswijziging die het op haar gemunt heeft. Vanwege die twee gevallen startte de Europese Commissie een zogeheten inbreukprocedure tegen Hongarije.

In de straten van Boedapest werd daartegen door tienduizenden burgers geprotesteerd. Maar Orban en de zijnen gaan alleen nog heftiger tekeer tegen Soros.

Orban en Soros zijn ooit vrienden geweest, nu zijn het vijanden geworden. Zoiets gebeurt. Maar deze situatie is toch wel heel uitzonderlijk, gezien de enorme bedragen waarmee Soros destijds de opkomst van Orban en zijn partij heeft gesteund, en dat tien jaar lang.

Geen van beide tegenstanders wil erover praten. Ze gaan elkaar sinds het jaar 2000 uit de weg. Maar er bestaan voldoende documenten uit die tijd die zaken duidelijk maken, net als getuigenissen van voormalige ‘jonge liberalen’, zoals Orban en zijn kompanen zich noemden toen ze samen tegen het communisme streden.

Alleen al tussen de zomers van 1984 en 1985 had de stichting van Soros aan kritische Hongaarse studenten beurzen verleend van omgerekend 300.000 euro. Daar kwamen tientallen computers en elektronische toestellen bovenop, zoals het kopieerapparaat van het type Xerox-1025, dat toen per stuk 4221 Amerikaanse dollar kostte – eerst voor het Bibo College, later voor het in 1988 opgerichte Fidesz, de partij van Orban, die aanvankelijk een jongerenbeweging was.

De Soros-stichting moest haar uitgaven om wettelijke redenen openbaar maken. Uit de documenten blijkt dat ze afdelingen en manifestaties van Fidesz en talloze organisaties, denktanks, uitgeverijen en tijdschriften rond Orban, Fodor en de andere liberale rebellen, van dure hardware voorzag en stevig financierde.

Op 13 oktober 1987 stuurt Jozsef Szajer, huidig afgevaardigde voor Fidesz in het Europees Parlement, een brief aan Soros waarin hij hem bedankte ‘voor het levenslang durende avontuur’, namelijk zijn studies aan de universiteit van Oxford, op kosten van de stichting. Hij heeft met dat geld bovendien een bibliotheek kunnen kopen en is nu van plan een boek te schrijven. En of daar niet ook nog geld voor is? En misschien wil de geachte heer Soros wel het voorwoord schrijven?

'Wij moeten verhinderen dat Soros als laatste lacht!' staat op deze overheidsaffiche.
‘Wij moeten verhinderen dat Soros als laatste lacht!’ staat op deze overheidsaffiche.© © BelgaImage

Ook Zsolt Nemeth, momenteel staatssecretaris op het ministerie van Buitenlandse Zaken, mag in 1988 naar Oxford. Uit zijn aanvraag blijkt dat hij de bedoeling heeft kritisch onderzoek te verrichten naar het ‘objectivistisch concept van het nationalisme’ – een concept dat inhoudt dat de natie geen historische en veranderlijke constructie is, maar iets vaststaands. Momenteel behoort dat tot de ideologie van Fidesz.

Orbans vertrouwelinge Maria Schmidt ten slotte, die nu als hoofd van een mediabedrijf een lastercampagne voert tegen Soros, heeft in die tijd verschillende jaren lang op diens kosten geschiedenis kunnen studeren, onder andere aan de Indiana University Bloomington.

‘Ik, ik, ik’

Op 30 december 1988 solliciteert de 25-jarige Viktor Orban voor een onderzoeksbeurs. Hij wil zich toeleggen op het verschil tussen autoriteit en macht. Zijn Engelstalige cv eindigt met het zinnetje ‘I have a wife‘. Een van de adviseurs levert een schriftelijke verklaring over zijn ‘uitstekende organisatorisch talent’ – de brief laat er geen twijfel over bestaan dat het hier gaat om een ‘jonge politicus’ die alle kansen moet krijgen, geen onderzoeker. ‘Voor Viktor en mij was het duidelijk dat we in de politiek wilden gaan’, herinnert zich Gabor Fodor, medeoprichter van Fidesz en tijdelijk minister. ‘Soros wist dat ook.’

Intussen blijft het geld van Soros stromen. Jaarlijks is omgerekend 450.000 euro naar Fidesz gegaan.

In 1989 beweert Orban dat hij met deze middelen in zijn levensonderhoud kan voorzien, net zoals de huidige parlementsvoorzitter Laszlo Kover en Janos Ader, de huidige president.

Eerst gaat Orban naar de Universiteit van Oxford, maar in het voorjaar van 1990 breekt hij zijn onderzoek af, want de eerste vrije parlementsverkiezingen na de instorting van het communisme roepen hem naar Boedapest. De stichting van Soros dekt tijdens het verkiezingsjaar 1990 de huur-, personeels- en materiaalkosten van de Fidesz-centrale en van de vijf regionale afdelingen.

De pas teruggekeerde Orban doet heel wat van zijn vrienden opkijken – en vervolgens enorm schrikken. ‘Hij zei niet langer dat we dit of dat moesten doen, maar nu was het ook nog: ik, ik, ik’, herinnert Andras Vagvolgyi zich, een van de toenmalige bondgenoten van Orban. Dat is wat ook anderen zich herinneren. Zoals Istvan Hegedus, die ooit voor Fidesz in het parlement zat en eruitziet als een overjaarse hippie: ‘Dat was de periode van de concurrentiestrijd. Ze eindigde met het principe van één leider en met Orban aan het hoofd.’

Orban ziet in de veranderde omstandigheden zijn kans om op te klimmen naar de top. Klara Ungar, een van de weinige vrouwen uit de vroegere harde kern, herinnert zich een lunch in Boedapest met Orban en Soros: ‘Die waarschuwde dat je niet al te veel macht moet willen krijgen. Waarop Orban zei: ‘Macht kun je alleen krijgen als je de macht wilt.’ Wat Klara Ungar op dat moment nog niet weet, is dat Orban vastbesloten is de samenwerking met de SzDSz, de Alliantie van Vrije Democraten, op te zeggen, omdat die een blok vormt met de postcommunisten. Fidesz moet opschuiven naar rechts.

Volgens een lastercampagne zou Soros duivelse plannen koesteren om Europa ten gronde te richten door massaal moslimvluchtelingen toe te laten

En Soros? Orban heeft de liberale miljardair algauw niet meer nodig. Hij heeft immers inkomsten. In 1991 besluit het parlement de regeringspartij MDF en de oppositiepartij Fidesz samen het weelderige herencasino in Boedapest over te dragen, als zetel voor beide partijen. Later verkopen die hun aandelen voor omgerekend 37 miljoen euro aan de Hongaarse Buitenlandse Handelsbank.

Terwijl de Soros Stichting dus nog steeds braaf geld pompt in de instellingen van Fidesz, is de partij steenrijk geworden. Zo rijk dat ze zich inkoopt in verschillende bedrijven, waaronder in dat van Viktor Orbans vader (die de aandelen later zeer goedkoop terugkoopt – het goed gedocumenteerde schandaal droeg bij tot de catastrofale verkiezingsuitslag van Fidesz in 1994).

In de jaren 1993 en 1994 eindigen vriendschappen. ‘Een heel leven ging voor ons ten einde’, zegt Istvan Hegedus. In die periode, haast onmerkbaar, ontwikkelt Fidesz zich tot een rechtse, populistische partij. Het groepje jonge provocateurs die in het parlement ooit de spot dreven met de christendemocraten was veranderd in een beweging die het christelijke Avondland met geweld wilde verdedigen tegen de islam, zegt Klara Ungar verbitterd. ‘Sinds 2002 heeft Orban het zelfs over ‘vreemdhartigen’ die ons zouden bedreigen, en elke Hongaar weet meteen wie er bedoeld zijn: de Joden. Ook de affiches die George Soros als meesterbrein laten zien, spelen in op het antisemitisme.’

Soros zelf weigert daar commentaar op te geven. Maar eind mei beet hij van zich af op een manifestatie in Brussel en sprak zijn bewondering uit voor de moed waarmee de Hongaren ‘in opstand komen tegen het bedrog en de corruptie van een maffiastaat die door Orban is opgericht’.

Eén grote veldtocht

Maar wat is Orban van plan? Zijn aanvallen op voormalige beschermheren zouden niet persoonlijk geïnspireerd zijn, en al helemaal niets met perverse wraakgevoelens te maken hebben. Dat is wat de voormalige medestrijders van de huidige minister-president ervan denken. Hij zou veeleer een uitmuntend en berekend tacticus zijn, ook al doet hij achteraf vaak alsof hij veel dingen uit overtuiging heeft gezegd. Voor Orban is politiek één grote veldtocht, schrijft ook Igor Janke, zijn biograaf en bewonderaar.

Orban, gepassioneerd midvoor in het voetbal, is nu eenmaal een man van de aanval. Soms tegen de socialisten, dan weer tegen de ‘Boedapestse intellectuelen’ of tegen de Europese Commissie, en altijd tegen de vluchtelingen. Zeker als er verkiezingen in aantocht zijn.

Er komen verkiezingen in het voorjaar, en de regering is nerveus. De linkse en liberale oppositie mag dan wel zwak en versplinterd zijn, er is een partij in het rechtse kamp die Orbans Fidesz behoorlijk irriteert: Jobbik. De leiding van de extremistische partij lijkt inmiddels de standpunten van Fidesz over te nemen om Orban kiezers af te snoepen. En omdat de linkse en liberale partijen het vermetele plan hebben om een tactisch verbond te sluiten met Jobbik, moet Orban een plan bedenken. Welk plan? Zoals altijd: de aanval!

Ook de door Soros gefinancierde Central European University (CEU) is al lang een doorn in het oog van de Hongaarse regering.
Ook de door Soros gefinancierde Central European University (CEU) is al lang een doorn in het oog van de Hongaarse regering.© © Reuters

Op Soros. Hij is het ideale vijandbeeld, zeggen Orbans voormalige vrienden: schatrijk, speculant, liberaal en Jood. En nee, Orban is geen antisemiet, verzekeren ze, het is allemaal ‘louter berekening’, zoals Gabor Fodor, Orbans vroegere kamergenoot het formuleert. Maar waar ligt de grens tussen cynisme en antisemitisme?

Als Orban iemand haat, zegt Fodor, dan zijn het niet de Joden, maar de liberale intellectuelen. Zij hebben Orban, de boerenkinkel, telkens weer bestraft door minachtend over hem te doen. Fodor herinnert zich hoe in 1990, het jaar dat Orban in het parlement kwam, een van die mannen op hem toeliep, zijn das rechttrok en zei: ‘Dat moeten we nog een beetje leren, Viktortje.’ Orban zou paars geworden zijn van woede.

Nu begint die groep druk te zetten, zo wordt dat in Orbans entourage ervaren. ‘We zullen de CEU niet laten verdwijnen,’ sust een insider van de macht in Boedapest, ‘we willen ze alleen een beetje uit hun evenwicht brengen.’

Waarom ligt voor de hand. Onafhankelijke instellingen die een eigen autoriteit uitbouwen, kunnen gevaarlijke worden voor de macht: media, justitie, ngo’s, stichtingen en universiteiten. Uiteindelijk heeft Viktor Orban ongeveer dertig jaar geleden zelf meegemaakt hoezeer autonome instellingen een autoritair regime kunnen ondermijnen.

Die Zeit

Partner Content