Het is zomer 2018. Ik rijd op een leenfiets over de smalle paadjes van vrijstaat Christiania in Kopenhagen. Bijna vijftig jaar geleden kraakte een groep hippierebellen hier een verlaten marinebasis om de mens te bevrijden uit de klauwen van 'het systeem'. Jarenlang is er getimmerd, gefeest, vergaderd en gewoond in Christiania. Maar de idylle is ingehaald door de realiteit. De hoofdstraat is inmiddels berucht vanwege de drugshandel. Drommen toeristen maken selfies onder de iconische toegangspoort en kopen souvenirs.
...

Het is zomer 2018. Ik rijd op een leenfiets over de smalle paadjes van vrijstaat Christiania in Kopenhagen. Bijna vijftig jaar geleden kraakte een groep hippierebellen hier een verlaten marinebasis om de mens te bevrijden uit de klauwen van 'het systeem'. Jarenlang is er getimmerd, gefeest, vergaderd en gewoond in Christiania. Maar de idylle is ingehaald door de realiteit. De hoofdstraat is inmiddels berucht vanwege de drugshandel. Drommen toeristen maken selfies onder de iconische toegangspoort en kopen souvenirs.De disneyficatie van Christiania is compleet, zou de in 2007 overleden Franse filosoof Jean Baudrillard gedacht hebben. In de gedisneyficeerde wereld die de Fransman in zijn boeken optuigde was de werkelijkheid vervangen door een eindeloze reeks van symbolen, advertenties, koelkastmagneten en Instagramfoto's. De moderne mens had volgens hem de realiteit vermoord en dat zou hem nog duur komen te staan.Jean Baudrillard werd in 1929 geboren in de Franse stad Reims. Hij studeerde aan de prestigieuze Sorbonne Universiteit in Parijs, doceerde Duits, zocht ruzie met intellectuele supersterren als Michel Foucault en provoceerde het Franse publiek door te beweren dat de Golfoorlog nooit had plaatsgevonden. Zijn Parijse appartement zette hij vol met televisies om daar al kettingrokend een wereld in de gaten te houden waarin hij alle hoop had opgegeven. De wereld was volgens hem alleen nog maar te begrijpen als een oneindige reeks van tekens en symbolen. Binnen die symboolrealiteit werden gebruiksvoorwerpen statusobjecten en ooit authentieke plekken als Christiania deel van een dolgedraaide consumptie-economie. 'Disneyland bestaat alleen om te verhullen dat heel Amerika Disneyland is,' schreef de filosoof in 1981 in zijn Simulacre et Simulations. 'Heel Los Angeles, en de Verenigde Staten daaromheen, zijn niet langer echt. Ze maken deel uit van een hyperrealiteit bestaande uit simulaties.'In die hyperrealiteit leeft de moderne mens eenzaam en betekenisloos voort, meende hij. Zelfs de grenzen tussen marketing, propaganda en ideologie waren voor Baudrillard uitgewist, vertelt media-onderzoeker Christoph Raetzsch me tussen twee koppen koffie door. De Duitser heeft uitvoerig geschreven over de op het eerste oog vaak vreemde en abstracte beschouwingen van Jean Baudrillard. We ontmoeten elkaar in het Ramones Museum in het voormalige Oost-Berlijn. Raetzsch: 'Vooral in zijn oude werk stelt Baudrillard de vraag hoe de genealogie van het kapitalisme samenhangt met wat hij het verdwijnen van de realiteit noemt. Hij wil daarmee laten zien dat we niet meer kunnen ontsnappen aan het systeem waarin we leven. Die consumptie-economie zie je op zijn extreemst terug op plekken als Christiania die we nu als symbool consumeren.'Maar de hyperrealiteit heeft ook ernstige politieke gevolgen volgens Raetzsch. Gekte op de huizenmarkt, een dolgedraaide financiële sector, ongecontroleerde elektronische aandelenhandel, de razendsnelle opkomst van Donald Trump als politieke superster of het onvermogen de klimaatcrisis aan te pakken zijn er allemaal gevolgen van: 'In zijn boek The Mirror of Production uit 1973 stelt Baudrillard de aarde voor als het blanke canvas waarop het kapitalisme waarde creëert. Omdat de natuur geen deel uitmaakt van de symboolwaarde die we consumeren is het lastig om klimaatproblemen aan te pakken. We moeten consumeren om het systeem te laten draaien en vernietigen zo de wereld.' Jean Baudrillard publiceerde zijn eerste proefschrift in 1968. In Le Système des Objets fileert hij de dan opkomende massacultuur die volgens hem aan de kern ligt van het laatmoderne kapitalisme. In tegenstelling tot zijn intellectuele inspiratiebron Karl Marx vindt Baudrillard namelijk helemaal niet dat economische productieverhoudingen bepalend zijn voor waar de macht ligt in de samenleving. Zonder massale consumptie zou het hele economische systeem immers als een kaartenhuis ineenstorten. In navolging van de Duitse cultuurfilosoof Walter Benjamin ziet Baudrillard in de massaproductie begin twintigste eeuw een breekpunt in de geschiedenis van het kapitalisme. De toegenomen welvaart mocht de arbeider dan wel tot middenklasse verheven hebben - maar de eindeloze en vrijwel uniforme stroom auto's, gadgets, koelkasten en kunstvoorwerpen moest wel nog aan de man gebracht worden. Daarin speelden massamedia als televisie en later internet een cruciale rol. Deze 'hysterie van productie en reproductie' creëert wat Baudrillard de 'hyperrealiteit' is gaan noemen: een oneindige stroom van tekens, logo's, advertenties en andere symbolen. Sportschoenen zijn synoniem voor Nike, hamburgers zijn McDonalds geworden en politici fixeren meer op hun imago dan op beleid. Moderne consumenten vliegen naar plekken die ze allang kennen van foto's op internet.In Baudrillards hyperrealiteit is niets meer uniek en bestaat er geen plek voor authentieke ervaringen. De moderne mens krijgt zo een illusie van keuzevrijheid voorgeschoteld. Terwijl in werkelijkheid elke gemaakte keuze het consumptiesysteem bevestigt, schrijft politiek theoreticus Andrew Robinson over Baudrillard in het Britse Ceasefire Magazine: 'Het eindeffect is de totale vernietiging van betekenis. Advertenties maken volgens Baudrillard reclame voor het gehele sociale systeem, niet alleen voor een specifiek product. Advertenties verkopen ons onze manier van leven.'Begin jaren negentig publiceert Baudrillard in de Franse krant Libération zijn spraakmakende essayreeks The Gulf War Did Not Take Place. Daarin beweert hij dat de dan net uitgebroken Eerste Golfoorlog feitelijk een fictie is. Het maakt van de tot dan toe relatief onbekende filosoof een mediapersoonlijkheid. De oorlog in Koeweit wordt volgens hem als een videospel gepresenteerd: inclusief hypermoderne wapens, spectaculaire explosies en live-updates. Maar de bloedige werkelijkheid van de oorlog ontbreekt.Het leidt Baudrillard tot de conclusie dat er een fictieversie van de oorlog is verkocht aan het publiek. Volgens Robinson is dat een logisch gevolg van de hyperrealiteit waaraan ook de politiek onderhevig is geworden: 'Het hele systeem is gebaseerd op de reproductie van symbolische waarde. Politiek en economie zijn samengesmolten en alleen nog maar extensies van hetzelfde systeem dat niet meer in staat is om te refereren aan iets buiten zichzelf. Alternatieven bestaan niet meer; de machine functioneert alleen maar. Politici zijn in deze context niet meer dan de mannequins van een macht die in werkelijkheid heel ergens anders ligt.'Macht, politiek en de democratie zelf zijn volgens Baudrillard de hyperrealiteit ingezogen. 'Volledig losgekoppeld van zijn politieke dimensie wordt macht, net als elk ander product, afhankelijk van de productie en consumptie,' schreef de Fransman begin jaren tachtig al. 'De vonk verdwijnt en er blijft alleen maar de fictie over van wat ooit een politiek universum was.' Dat politieke universum lijkt anno 2018 in de Verenigde Staten maar ook in de Europese Unie steeds meer onder druk te staan. Voor politici is het in de hyperrealiteit echter cruciaal de illusie te blijven wekken de touwtjes in handen te hebben, legt Raetzsch uit: 'Wat Baudrillard feitelijk formuleert is een radicale kritiek op de democratie. In de hyperrealiteit ligt de macht niet meer bij politici, maar in de wereldwijde circulatie van kapitaal en symbolen. Desondanks moeten politici nog steeds doen alsof ze macht hebben. Anders stort het hele systeem in. Politiek is in de hyperrealiteit een simulatie van zichzelf geworden en kiezers voelen dat aan.'Raetzsch verdeelt zijn tijd tussen Denemarken, Nederland en Berlijn. De vaak wilde filosofische provocaties van Jean Baudrillard zijn volgens hem fascinerend maar niet altijd helemaal correct: 'Hij probeert een theoretisch bouwwerk te construeren rond zijn eigen gelijk. Net zoals de meeste Franse filosofen gebruikt hij daartoe een snufje Marxisme, wat psychoanalyse, een beetje semiotiek en gooit dat in een mixer. Wat hij echter niet doet is argumenten uitleggen of oplossingen benoemen.' Volgens Baudrillard is het leven in de eenentwintigste eeuw een leven 'na de orgie'. Alles kan, alles mag en elk taboe is doorbroken - maar de mens is eenzaam achtergebleven in een nietszeggende hel van steeds weer consumeren. Het is juist dat fatalisme dat Raetzsch mateloos stoort aan zijn filosofie: 'Voor Baudrillard is alles informatie en wordt iedereen altijd gemanipuleerd. Bezoekers van Christiania zijn volgens hem allemaal willoze consumenten. Hij toont geen enkele interesse in de manier waarop individuen informatie interpreteren. Natuurlijk is Christiania een soort Disneyland geworden. Maar daarnaast is het ook een concrete plek waar mensen wonen en werken.'Raetzsch steekt een sigaret op. We zitten op de stoep voor het Ramones Museum. Ook die locatie is niet toevallig: zelfs de legendarische Ramones zijn een symbool geworden. Maar heel Berlijn zit vol met symbolen, gelaagde werkelijkheden, verborgen boodschappen en dynamiek, wijst Raetzsch om zich heen. 'Natuurlijk heeft Jean Baudrillard gelijk als hij zegt dat het consumptiesysteem alomtegenwoordig is en mensen verblindt voor waar de macht ligt in de samenleving. Hij legt in heel ingewikkelde termen uit dat het consumentisme de democratie onderhevig heeft gemaakt aan de normen van de markt. Dat is heel nuttig om te begrijpen wat er politiek gaande is anno 2018. Maar hij ziet dingen over het hoofd. Mensen interacteren niet alleen met symbolen, maar ook met elkaar. Je kunt nippend van een cocktail in Christiania foto's op Instagram zetten. Maar je kunt je ook nog steeds laten inspireren en in opstand komen tegen het systeem.'