Berthe Morisot (1841-1895) was geliefd én verguisd tijdens haar leven. Ze werd beschouwd als een spilfiguur van het impressionisme maar werd vrij snel vergeten na haar vroegtijdige dood op haar 54e. Intussen wordt deze 'grande dame' van het impressionisme mondjesmaat herontdekt, hoewel het laatste overzicht van haar werk toch alweer van 2002 dateert in het Palais des Beaux-Arts van Rijsel. Musée d'Orsay in Parijs wil dat euvel nu goedmaken met een net geopende tentoonstelling. Musée Marmottan Monet, eveneens in Parijs, wijdt al langer permanent één zaal aan haar schilderijen, aquarellen en tekeningen. Maar tot nader order blijft Berthe Morisot dus een geheimtip, hoewel ze haar plaats naast Monet en Degas ruimschoots verdient.
...

Berthe Morisot (1841-1895) was geliefd én verguisd tijdens haar leven. Ze werd beschouwd als een spilfiguur van het impressionisme maar werd vrij snel vergeten na haar vroegtijdige dood op haar 54e. Intussen wordt deze 'grande dame' van het impressionisme mondjesmaat herontdekt, hoewel het laatste overzicht van haar werk toch alweer van 2002 dateert in het Palais des Beaux-Arts van Rijsel. Musée d'Orsay in Parijs wil dat euvel nu goedmaken met een net geopende tentoonstelling. Musée Marmottan Monet, eveneens in Parijs, wijdt al langer permanent één zaal aan haar schilderijen, aquarellen en tekeningen. Maar tot nader order blijft Berthe Morisot dus een geheimtip, hoewel ze haar plaats naast Monet en Degas ruimschoots verdient. Kritiek kan genadeloos zijn. In 1876 nam Morisot deel aan de tweede tentoonstelling van de impressionisten in Parijs, zeg maar de toenmalige dissidenten. Ze exposeerde er negentien werken, naast die van de schilders die we nu nog allemaal kennen: Claude Monet, Edgar Degas, Pierre-Auguste Renoir, Alfred Sisley en Camille Pissarro. Criticus Albert Wolff ging in de krant Le Figaro resoluut in de aanval. Hij omschreef de impressionisten als 'vijf of zes krankzinnigen onder wie één vrouw': 'Een groep ongelukkigen, aangetast door de waanzin van de ambitie, exposeren gezamenlijk hun werk. Er staan toeschouwers te stikken van het lachen voor die dingen. Mij doen ze pijn aan het hart.' Over Berthe Morisot schreef hij: 'Er is ook een vrouw in de groep, zoals gebruikelijk bij dat soort bendes. Bij haar blijft de vrouwelijke gratie overeind, te midden van de uitspattingen van een verwarde geest.' Maar wat zat hem en andere critici nu eigenlijk dwars? De impressionisten schilderden natuurlijk helemaal anders dan de vertrouwde academici: ze maakten geen fijne, gladde en tot in de kleinste details afwerkte schilderijen over keurige onderwerpen zoals belangwekkende historische gebeurtenissen, Bijbelse of klassieke taferelen en mythologische voorstellingen met etherische goden en godinnen, maar scènes uit het dagelijkse leven met échte mannen en vrouwen, de gloednieuwe boulevards van Parijs, de treinen, de cafés, cabarets en bordelen, het werk van alledag, snel en ruw geborsteld, met korte penseelstreken en kleuren naast elkaar. Impressies van het moment, met aandacht voor het veranderende licht en de vluchtigheid van het leven. Dat soort kunst zagen de conservatieve critici helemaal niet zitten. Berthe Morisot wilde van jongs af aan kunstenares worden. Het zat haar in het bloed. Eenvoudig was dat toen niet voor een vrouw, zelfs niet voor iemand die uit de betere bourgeoisie stamde. Berthe Morisot werd in 1841 in Bourges geboren in een zeer burgerlijke familie. Haar vader was een hoge Franse ambtenaar, haar moeder hield salons voor de intellectuele elite. Berthe en haar iets oudere zus Edma waren beiden artistiek begaafd, maar voor meisjes was het toentertijd echt wel voldoende als ze wat piano speelden en voor de rest wat fröbelden met stillevens. Ook in het milieu van de hogere burgerij was een vrouw die professioneel kunstenaar wilde worden ronduit revolutionair. Vrouwen konden toen geen officiële kunstopleiding volgen. Pas in 1897 werd de Ecole des Beaux-Arts voor hen opengesteld. Schilderessen mochten evenwel geen naakten schilderen en moesten altijd gechaperonneerd worden als ze over boulevards wandelden of tentoonstellingen bezochten. Berthe Morisot en haar zus Edma hadden het geluk dat hun moeder, een gemankeerde pianiste, haar dochters wilde geven wat ze zelf had moeten opgeven voor haar huwelijk en kinderen. De zusjes Morisot waren ook niet de eerste vrouwen die schilderden: ze hadden rolmodellen. In 1863 hadden zo'n vijftig vrouwen deelgenomen aan de Salon des Refusés, dertien procent van het aantal schilders. Op de officiële Salon was elk jaar in Parijs het werk van zo'n honderd kunstenaressen te zien. Wat niet wegneemt dat weinig vrouwen prijzen wonnen. In 1868 kocht de Franse staat 162 werken aan, waarvan er slechts vier door vrouwen waren geschilderd. Toch waren er kunstenaressen die naam hadden gemaakt in het officiële circuit. Maar ook die zijn intussen enigszins in de vergetelheid geraakt. In het midden van de negentiende eeuw was er onder anderen Rosa Bonheur, een bijzonder begaafde Franse kunstenares, bekend voor haar paardenschilderijen. Ze had een renommee tot in Engeland toe, verkocht goed en hield er een zeer aparte levensstijl op na. Ze kleedde zich als een man, rookte sigaretten in het openbaar, liet haar haar kort knippen en leefde samen met een vrouw. Berthe en Edma Morisot konden dus niet terecht in de officiële academie, maar mochten van hun moeder wel privéles volgen bij de vermaarde landschapschilder Jean-Baptiste Camille Corot. Ze kopieerden de klassieken in het Louvre, portretteerden vaak elkaar en exposeerden vanaf 1864 zij aan zij op de jaarlijkse officiële Salons. Maar in tegenstelling tot de ambitieuze Berthe gaf Edma het schilderen op: ze trouwde met een goede partij, een marineofficier, en zonk weg in de verveling van het Franse provinciestadje Lorient. In 1869 maakte Berthe een portret van haar zus: gezeten voor een open raam en vervuld van een peilloze verveling gunt ze de straat in de provinciestad geen blik en staart gefascineerd naar haar waaier. De twee zussen hadden datzelfde jaar Madame Bovary van Gustave Flaubert gelezen en er is ongetwijfeld veel van de sfeer van die roman in het schilderij binnengesijpeld: de verstikking van de burgerlijke moraal, nog geaccentueerd door het open raam. Jeune femme à sa fenêtre is een nog erg klassiek werk qua techniek, hoewel de groene afdakjes van het huis aan de overkant een echo zijn van het gifgroen dat Edouard Manet een jaar eerder had gebruikt in zijn beruchte werk Le balcon. Voor een van de twee vrouwen op dat balkon had Berthe Morisot model gestaan. Het was de eerste maar niet de laatste keer dat Berthe Morisot voor Manet poseerde. Ze hadden elkaar leren kennen in de winter van 1868 toen Berthe en Edma in het Louvre werk van Rubens aan het kopiëren waren. Meteen had Manet een diepe indruk op Berthe gemaakt: zij bewonderde de schilder al langer - hij had met Olympia en Déjeuner sur l'herbe (beide 1863) heel wat stof doen opwaaien - maar nu trok hij haar ook als man onweerstaanbaar aan. Edouard Manet was een excentrieke dandy - goed gekleed, gele handschoenen, wandelstok - en een flierefluiter met nogal wat affaires, maar tegelijk heel erg getrouwd met de drie jaar oudere Suzanne Leenhoff, een Nederlandse pianiste. Na hun ontmoeting schreef Manet aan een vriend: 'De jongedames Morisot zijn charmant.' De nogal introverte Berthe moet met haar kastanjebruine haar en groene ogen indruk op hem hebben gemaakt. Er hing bovendien een zweem van geheimzinnigheid rond de tengere en wat zwijgzame verschijning. Al snel vroeg Manet of Berthe voor hem wilde poseren. Hoewel Victorine Meurent wekenlang naakt voor Edouard had geposeerd (zij is onder anderen 'Olympia'), had mevrouw Manet zich nooit zorgen gemaakt. Maar toen de getalenteerde en mooie Morisot ten tonele verscheen, gingen er enkele alarmbellen af. Niet ten onrechte. Tussen 1868 en 1874 was Berthe het geliefkoosde model van Manet: van niemand anders heeft hij zo veel portretten gemaakt. Het gaat in totaal om elf olieverfschilderijen, één aquarel en twee litho's. Le balcon (1868-'69) werd door de critici neergesabeld: men begreep niet wat de drie figuren op dat balkon uitvoerden, vond de reling en de deuren van het balkon te groen en de dame links - dat was Berthe Morisot - te lelijk. In 1872 schildert Manet een heerlijk portret, naar verluidt was het in twee sessies klaar: Berthe Morisot au bouquet de violettes, een close-up van een mooie, jonge vrouw. Haar gezicht wordt geaccentueerd door het zwart van haar kleding, haar lippen zijn lichtjes geopend, haar ogen zijn op de schilder gericht, tussen glimlach en medeplichtigheid in. Als er één bewijs is van wederzijdse verliefdheid, is het dit schilderij. Zouden onder andere nog volgen: het Portrait de Berthe Morisot dit en deuil en het Portrait à l'éventail. De twee werken dateren van hetzelfde jaar 1874 maar verschillen sterk van elkaar. Het eerste toont een droeve, rouwende Berthe na de dood van haar vader. Een bruut geborsteld werk in het diepste zwart. Het portret van Berthe met de waaier is daarentegen minutieus en verfijnd uitgevoerd. Ze kijkt de schilder niet in de ogen, er zit afstandelijkheid in dit werk. Aan haar vinger is duidelijk een verlovings- of trouwring zichtbaar. Het was het laatste portret dat Edouard Manet van haar schilderde. Op 22 december 1874 trouwde Berthe Morisot met Eugène Manet, de broer van Edouard. Eugène aanbad haar als vrouw en als schilderes. Hij zou haar carrière steunen en de zakelijke kant van haar kunstenaarschap behartigen. Dat was zeker ongewoon in die tijd. Maar Eugène was haar tweede keuze. Vermoedelijk was het haar manier om toch dicht bij de familie Manet en dus bij Edouard te blijven. Of Edouard Manet echt de man van haar leven was en of er ooit iets tussen hen is geweest zullen we nooit weten. Uit haar correspondentie blijkt dat ze een geduldig model was en de lange poseersessies niet erg vond. Integendeel, ze genoot van de aanwezigheid en de blik van Edouard. Maar er bestaan slechts vier brieven van Edouard Manet aan Berthe: vluchtige brieven, nauwelijks meer dan kattebelletjes. Van Berthe Morisot blijft er niet één brief aan Manet over. Op een bepaald moment heeft zij veel brieven verbrand. 'Terwijl de schilderijen zo welsprekend zijn en onophoudelijk een geschiedenis vertellen, zijn de woorden verdwenen', schrijft Dominique Bona in haar biografie Berthe Morisot. Le secret de la femme en noir (2000) (vertaald als Het geheim van de vrouw onder de impressionisten (Meulenhoff)). 'Er bestaat voor zover we weten geen enkel geschreven overblijfsel van hun avontuur.' Het typeert Berthe dat ze meteen na haar huwelijk het penseel weer opnam. Ze mocht dan een getrouwde vrouw zijn, ze wilde blijven doorwerken onder haar meisjesnaam om te tonen dat ze niets van zichzelf had opgegeven. Maar Berthe is hard voor zichzelf: als perfectioniste is ze zelden tevreden en ze vernietigt veel van haar vroege werk. Gelukkig heeft ze het schilderij Le berceau uit 1872 gespaard. Dat toont haar zus als jonge moeder aan de wieg. Morisot heeft goed naar het werk van Manet gekeken en durft resoluut zwart te gebruiken. Toch bevatten haar schilderijen meer pasteltinten en in Le berceau valt vooral de vederlichte, frêle geschilderde voile over de wieg op en het daglicht dat speelt in de gordijnen. Berthe schilderde het toen ze nog niet getrouwd was. Ze projecteerde ongetwijfeld haar eigen twijfels in de blik van haar zus: die had haar artistieke aspiraties ingeruild voor het moederschap en een veilig, maar saai bestaan. Wat moest zij zelf doen? Berthe besliste uiteindelijk om alles te combineren: huwelijk, moederschap en carrière. Ze schildert niet alleen huiselijke taferelen: Plage des Petites-Dalles uit 1873 is een vroeg, klein meesterwerk dat een wandelpromenade met zitbanken en enkele straatlantaarns nabij de kustplaats Fécamp toont. Morisot schildert niet de spectaculaire krijtrotsen maar de doodgewone flaneurs vlak bij het strand met enkele zeilschepen in de achtergrond. Opvallend zijn de snelle, losse, kleurige toetsen in bijna doorschijnende verf waarmee ze de wandelaars en hun parasols aangeeft, en het okerkleurige zonlicht dat uit het hele doek schijnt te stralen. Even opvallend is de gedurfde kadrering: ze schildert de zeedijk diagonaal en laat hem schuin oplopen naar rechts. Links snijdt ze een lantaarnpaal radicaal af. Zo lijkt ze bijna fotografisch te werk te gaan: ze staat op een hoog gezichtspunt en zoomt in op het tafereel. Geen wonder dat men Berthe Morisot als een van de meest innovatieve impressionisten zag. En de beweging moest zelfs nog 'geboren' worden. Dat gebeurde een jaar later. Morisot stelde vanaf dan niet meer tentoon op de officiële Salons maar ondertekende op verzoek van Edgar Degas het handvest van de Anoniemen, de kunstenaars die al snel de geuzennaam 'impressionisten' zullen aannemen: haar naam prijkt naast Monet, Degas, Pissaro, Sisley en Renoir. Op 15 april 1874 nam Morisot als enige vrouw deel aan de allereerste tentoonstelling van de ' Société anonyme des peintres, sculpteurs, graveurs, etc. ' in de oude studio van fotograaf Félix Nadar op de boulevard des Capucines in Parijs. Ze toont er tien schilderijen, waaronder Le berceau en La lecture. Daar was ook het legendarische schilderij Impression. Soleil levant van Claude Monet te zien. Criticus Louis Leroy gebruikte in zijn satirisch blad Le Charivari voor het eerst de term 'impressionisten' om Monet en zijn kompanen denigrerend te omschrijven: kladschilders die onafgewerkte, troebele, vlekkerige schilderijen maakten. Leroy dacht dat zijn bril beslagen was. Samen met Camille Pissarro zal Berthe Morisot de trouwste deelnemer aan de exposities blijken: tussen 1874 en 1886 hing haar werk op zeven van de acht impressionistische tentoonstellingen. Lange tijd was Morisot de enige vrouw in het mannelijke gezelschap der impressionisten. Door sommige critici werd ze op handen gedragen: zo schreef Paul Mantz in 1876 dat Berthe Morisot 'de enige echte impressionist' was. Pas vanaf 1879 kwamen twee andere vrouwen zich bij de groep vervoegen: Marie Bracquemond en de Amerikaanse Mary Cassatt. In de jaren waarin ze exposeerde met de andere impressionisten werd Morisots werk almaar radicaler. Langzamerhand ging ze steeds zwieriger en - schijnbaar - sneller schilderen. Na de geboorte van haar dochter Julie, in 1878, nam het aantal huiselijke scènes toe. Maar zowel in keuze van onderwerpen als in techniek bleef Berthe Morisot een aparte, eigenzinnige positie innemen. Of ze nu een verlaten, woekerende tuin schilderde, boeren die het hooi binnenhalen, het portret van haar dochter of de Seine in Bougival, steevast zat haar werk boordevol beweging, wemelde het licht in de compositie en spatten de kleuren van het doek: van het ijle ochtendlicht tot het klaterend geel van de middagzon. Haar kracht was en is haar virtuoze techniek. Enerzijds lijken haar schilderijen broos en zelfs etherisch, anderzijds is haar stijl onrustig en nerveus, maar altijd zijn haar werken gedurfd: elk schilderij bestaat uit een wirwar van korte strakke strepen die alle richtingen uitwaaieren en die het werk soms naar de abstractie laten neigen. Criticus Paul Mantz merkte al in 1881 op: 'Madame Morisot is uiteindelijk op dat punt aanbeland dat ze weinig precieze vormen helemaal doet vervagen. Het lijkt alsof ze alleen maar het begin van een aanzet schildert: het resultaat is curieus maar meer en meer metafysisch.' Morisot trachtte met haar snelle toetsen het ongrijpbare moment vast te leggen, de vluchtige schittering van het licht en van het leven. Op die manier heeft haar werk ook een melancholische trek: melancholie als besef van tijdelijkheid. Ze koos ook voor aparte onderwerpen: Berthe keek anders dan haar mannelijke collega's. Neem Nourrice et Julie uit 1880: een voedster is dochter Julie borstvoeding aan het geven in de tuin. Niet de voedster is uitzonderlijk - in de betere burgerij werd altijd een professionele min ingehuurd - het is een voorstelling die niet zo vaak voorkomt in de kunst. Even ongewoon zijn de scènes van een vader en zijn dochter: Eugène en Julie in de tuin. Terwijl hij op zijn dochter past, met haar speelt of haar voorleest, schildert de moeder hen beiden. Ook al uitzonderlijk in de kunst. Berthe schildert de wasvrouw en de verstelnaaister aan het werk of vrouwen die zich klaarmaken om naar een feest te gaan. Femme à sa toilette (1880) is een werk ondergedompeld in grijs- en blauwtinten. Er is in dit rusteloze schilderij maar één rustpunt: de zilveren oorbel van de vrouw in kwestie. Maar ondanks de delicate, ja licht erotiserend geschilderde blote schouder van de vrouw is de blik in dit schilderij anders, zeg maar vrouwelijk: het is geen mannelijke, gretige blik, maar eerder een onthechte, afstandelijke blik. Zo bracht Berthe Morisot heel haar leefwereld in beeld. Opmerkelijk is dat er weinig mannen in haar werk voorkomen. Eugène was te ongeduldig om lang te poseren. En konden of mochten andere mannen niet poseren? Enerzijds is het duidelijk dat haar actieradius beperkt is: dochter, huis, tuin, dienstpersoneel, familie en vriendinnen, uitstapjes, boerinnen op het veld, wandelingen langs de Seine. Anderzijds legt ze net daardoor de klemtoon op het leven van alledag, de huiselijkheid, wat op zich een innovatie is in de moderne kunst. Zo heeft ze van haar beperkingen een absolute troef gemaakt. Haar aparte, vrouwelijke blik is een onontbeerlijke aanvulling op die van de mannelijke impressionisten. Na de dood van Edouard Manet in 1883 - een gebeurtenis waardoor Morisot naar eigen zeggen 'gebroken' was - liet ze zich meer en meer beïnvloeden door Pierre-Auguste Renoir. Haar techniek werd minder nerveus, ze bracht haar verf dikker en romiger op, haar penseelstreken werden langer. Haar werk werd wat zoeter en idyllischer. En er sloop al eens iets van symbolisme in. In 1884 zette ze een grote herdenkingstentoonstelling voor Manet op. In 1892 kreeg ze zelf een groot retrospectief in Parijs met drieënveertig schilderijen en aquarellen. Een jaar later was een schilderij van haar te zien op de expositie van L'Association pour l'Art in Antwerpen, en in 1894 triomfeerde ze met vier werken op een tentoonstelling van La Libre Esthétique in Brussel. Een jaar later stierf ze op haar 54e aan een longontsteking, begonnen als een onschuldig griepje dat ze overgekregen had van haar zieke dochter. Een jaar na haar overlijden zorgden haar vrienden Degas, Renoir, Monet en Mallarmé voor een groot overzicht met bijna vierhonderd van haar werken in Parijs. Berthe Morisot was, net als Monet, een van de eerste schilders die op zoek waren om het onvoltooide, het volmaakt vluchtige in verf vast te leggen. Morisot wilde kleine, dagelijkse, schijnbaar onbetekenende gebeurtenissen met een grote persoonlijke betekenis voor eeuwig bewaren. En net als Monet heeft ze dat op een virtuoze manier gedaan.