Qua cijfers is de vluchtelingencrisis van 2015 ver weg, maar politiek staat migratie weer bovenaan de Europese agenda. Dat komt door het cynische schaakspel met als pionnen de boten Aquarius en Lifeline, die vol met geredde migranten en vluchtelingen in verschillende EU-landen niet mochten aanmeren. Bovendien voeren de radicaal-rechtse en populistische regeringen in Italië en Oostenrijk de druk op en ligt Angela Merkel in Duitsland onder vuur over migratie.
...

Qua cijfers is de vluchtelingencrisis van 2015 ver weg, maar politiek staat migratie weer bovenaan de Europese agenda. Dat komt door het cynische schaakspel met als pionnen de boten Aquarius en Lifeline, die vol met geredde migranten en vluchtelingen in verschillende EU-landen niet mochten aanmeren. Bovendien voeren de radicaal-rechtse en populistische regeringen in Italië en Oostenrijk de druk op en ligt Angela Merkel in Duitsland onder vuur over migratie.Donderdag en vrijdag komen in Brussel de 28 regeringsleiders van de Europese Unie samen. Migratie is dé prioriteit. Een voorstel dat recent werd gelanceerd door Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, is het bouwen van migratiecentra buiten de EU. In die centra zouden dan economische migranten van vluchtelingen worden gescheiden. Het idee doet al zeer lang de ronde in verschillende vormen, maar duikt nu weer op.Europees commissaris voor Migratie Dimitris Avramopoulos zei dat de kampen geen 'Guantanamo Bay voor migranten' mogen worden. Daarmee verwijst hij naar de Amerikaanse gevangenis op Cuba waar vermeende terroristen werden gemarteld en daarvoor Haïtiaanse asielzoekers werden opgesloten. Dat dus niet, maar over wat die centra dan wel moeten worden, rijzen veel vragen. Judith Sutherland, onderdirecteur van Human Rights Watch, stelt er alvast een aantal: 'Welke instantie zal de asielaanvragen behandelen? Welke veiligheidsmaatregelen worden er genomen? Krijgen ngo's en advocaten toegang? Wat zijn de opvangvoorwaarden? Hoe zullen kwetsbare groepen worden beschermd? Zullen mensen (erkende vluchtelingen, red.) echt het vooruitzicht hebben op hervestiging in Europa?'Eén vraag maakt echter al die pertinente bedenkingen overbodig. Willen landen buiten de EU wel zo'n centra? Het antwoord is klaar en duidelijk 'nee'. Zo liet Albanië al weten dat het geen migratiekamp wil op zijn bodem, zelfs niet in ruil voor EU-lidmaatschap waarover de gesprekken zouden starten.Ook in Noord-Afrika wil voorlopig niemand weten van migratiekampen. De Tunesische ambassabeur voor de EU, Tahar Cerif, zegt dat zijn land het voorstel al maanden geleden kreeg van Duitsland en Italië, maar reeds duidelijk negatief heeft geantwoord: 'We hebben niet de middelen om deze detentiekampen te organiseren. We hebben trouwens al genoeg problemen met de situatie in Libië en onze eigen werkloosheidsgraad.'Dat het voorstel in Noord-Afrika op een koude steen valt, verbaast David Kipp geenszins. Hij onderzoekt de relaties tussen Europa en Afrikaanse landen en hun onderhandelingen over migratie voor het German Institute for International Security and Affaris.David Kipp: 'Kortetermijndenken is troef in het debat over de migratiecentra. Het is een weerkerend voorstel met veel morele en juridische moeilijkheden. Dat de landen in Europa zo'n precaire discussie voeren zonder de mogelijke Afrikaanse partnerlanden en enige bereidheid van hun kant is ondoordacht. Daar komt nog bij dat de Europese Unie de strategische belangen van die landen onderschat, die zijn belangrijker dan financiële toegevingen.'Wat zijn die strategische belangen?Kipp: Die verschillen van land tot land, maar meestal willen ze internationale erkenning krijgen. Zo gebruikt Marokko de onderhandelingen over migratie strategisch om buitenlandse steun te krijgen voor het conflict in de Westelijke Sahara en om zijn handelsbelangen te verdedigen. Buurland Algerije wil dan weer helemaal niet samenwerken met de EU over migratie. Dat komt door hun koloniaal verleden en de lange antikoloniale strijd die ze hebben gevoerd. In buurland Tunesië is de democratie versterkt na de Arabische Lente van 2008. Heeft de vluchtelingencrisis invloed gehad op hoe de Europese Unie daarmee omgaat?Kipp: Ondanks de democratisering die plaatsvond in Tunesië zijn er vanuit Europese hoek geen voorstellen gekomen voor legale arbeidsmigratie. Dat is problematisch en verklaart deels waarom Tunesië niets moet weten van de migratiecentra.Sinds de vluchtelingencrisis in 2015 zijn de belangen van de EU bij de zuidelijke buren verschoven. Het doel is natuurlijk niet om autoritaire regimes per se te steunen, maar de drempel om met fragiele en autoritaire staten samen te werken over migratie is zeker verlaagd. Libië en Egypte zijn daarvan voorbeelden.Als de EU niet langer de democratische transformatie in de Maghreb ondersteunt, dan zou het daar beter duidelijk over zijn. Nu geven ze een vals gevoel aan die landen, terwijl ze op het vlak van migratie puur hun eigenbelang volgen. Een meer oprechte en eerlijke dialoog is nodig. Dan pas kan je ook rode lijnen trekken als het gaat over mensenrechten.De EU handelt uit eigenbelang, maar begrijpt het voldoende de belangen van de Noord-Afrikaanse landen?Kipp: Het vermogen van de EU om die belangen correct in te schatten is uitermate zwak. Het is een neokoloniaal idee om te verwachten dat landen wel moeten samenwerken over migratie, alleen omdat de EU dat vraagt. De deal met Turkije zit trouwens in het achterhoofd van die mogelijke partnerlanden. Denken dat Europa dus zomaar oplossingen kan dicteren voor het eigen migratieprobleem is naïef.In Niger lijkt dat wel te lukken.Kipp: Niger is een belangrijk transitland en vormt inderdaad een testlaboratorium voor Europese ideeën over migratie. Het zijn Europese experts die daar de migratiewetten schrijven. Dat kan omdat het een van de armste landen ter wereld is en ze geen ervaring hebben met onderhandelingen op hoog niveau.In Niger bestaan al een soort migratiekampen met Europees geld en onder hoede van de Internationale Organisatie voor Migratie. We zien echter dat vanuit die kampen weinig vluchtelingen hervestigd worden en dat het terugsturen van economische vluchtelingen zeer duur is. Bovendien is het een project op relatief kleine schaal en blijkt het geen duurzaam model. Mensensmokkelaars blijven actief en de lokale economie krijgt het lastig.Na de vluchtelingencrisis in 2015 richtte de Europese Unie een noodtrustfonds op om de oorzaken van migratie uit Afrika aan te pakken. Europees commissaris voor Migratie Avramopoulos tweette vorige week daarover dat er nog 1,2 miljard euro tekort is in dat fonds. Is het goed dat hij lidstaten oproept om meer te geven?Kipp: Momenteel komt slechts 12% van de 3,4 miljard euro in het fonds van de lidstaten en de rest uit de EU-begroting en het Europees Ontwikkelingsfonds. Het aandeel van de lidstaten stijgt wel, maar we zien dat ze minder geïnteresseerd zijn in het aanpakken van de grondoorzaken van migratie over heel Afrika. Dat is te ver weg. Tot nu toe ging het het meeste geld niet naar Noord-Afrika, maar dat is aan het kantelen. Lidstaten willen nu dat hun geld daar gebruikt wordt voor migratiemanagement en -controle. De drie eerste jaren van het fonds werd het geld beter gebruikt.Is de focus op Noord-Afrika geen kortzichtige aanpak?Kipp: Dat is een complexe vraag, want de beslissing om te migreren is dat ook. Ontwikkelingssteun geven aan arme landen dieper in Afrika zorgt in het beste geval voor een betere economie en hogere inkomens. Dat geeft mensen soms net de kans om wel te vertrekken. Hoewel die theorie bestaat, bestrijdt het geld voor Noord-Afrika en de transitlanden eerder de symptomen dan de oorzaken. Je kan niet alle migratiebewegingen stoppen met repressie. Mensensmokkelaars vinden altijd alternatieven die vaak gevaarlijker zijn dan de oorspronkelijke routes.