Georgetown University in Washington, de meest prominente katholieke onderwijsinstelling in het jonge land, was verre van de enige universiteit in de VS die gebruik maakte van slaven.

De universiteit, die in 1789 was opgericht, werd gefinancierd met de hulp van plantages in Maryland, die teerden op slavenarbeid. Die slaven waren vaak door rijke katholieken aan de jezuïeten "geschonken".

Maar de episode in het najaar van 1838 was toch wel uitzonderlijk. De jezuïeten die de universiteit hadden opgericht, kampten met financiële problemen, en besloten een groot aantal slaven van hun plantages en elders op een schip naar Louisiana te zetten.

"Niemand werd gespaard", aldus The New York Times. Een 2 maanden oude baby ging mee, een schoenmaker, een 65-jarige. "Sommigen vroegen om rozenkransen". Er ontstond paniek, er heerste wanhoop. Families werden uit elkaar gerukt. De slaven werden getransporteerd naar gebied met een veel hardvochtiger, ziekmakend klimaat.

Volgens The Washington Post bracht de verkoop van de slaven 115.000 dollar op, omgerekend naar vandaag 3 miljoen euro (3,3 miljoen dollar), en ongeveer 500.000 dollar daarvan (in huidige termen) volstond om de noodlijdende universiteit boven water te houden. Georgetown University bestaat tot vandaag, al wordt ze niet langer door jezuïeten bestuurd.

Herstelbetaling

De episode was bekend maar grotendeels uit het oog verloren tot het bestuur van de universiteit, gealarmeerd door acties van studenten tegen naar slaveneigenaars genoemde gebouwen, besliste de zaak uit te spitten, en bijvoorbeeld de nazaten van de toenmalige slaven op te sporen.

De rector van de universiteit maakte donderdag officiële verontschuldigingen over, en de universiteit heeft beslist dat er speciale tegemoetkomingen zullen zijn voor nazaten van slaven. Die krijgen makkelijker toegang tot de anders heel kieskeurige en dure onderwijsinstelling, vergelijkbaar met de tegemoetkoming aan familieleden van werknemers. En de gebouwen die genoemd zijn naar de jezuïeten die de verkoop van 1838 regelden, Thomas F. Mulledy en William McSherry, krijgen een andere naam. Het ene krijgt de naam Isaac Hall, naar een van de destijds verkochte slaven. Het andere krijgt de naam van Anne Marie Becraft, een vrouw die in de 19de eeuw in Washington een school opende voor zwarte meisjes.

Er komt ook een monument, er wordt verder onderzoek verricht en er wordt met de nazaten gesproken over verdere stappen.

De bekende auteur Ta-Nehisi Coates loofde de maatregelen van de universiteit als een weliswaar voorzichtige vorm van herstelbetaling voor slavernij.

Georgetown University in Washington, de meest prominente katholieke onderwijsinstelling in het jonge land, was verre van de enige universiteit in de VS die gebruik maakte van slaven. De universiteit, die in 1789 was opgericht, werd gefinancierd met de hulp van plantages in Maryland, die teerden op slavenarbeid. Die slaven waren vaak door rijke katholieken aan de jezuïeten "geschonken".Maar de episode in het najaar van 1838 was toch wel uitzonderlijk. De jezuïeten die de universiteit hadden opgericht, kampten met financiële problemen, en besloten een groot aantal slaven van hun plantages en elders op een schip naar Louisiana te zetten. "Niemand werd gespaard", aldus The New York Times. Een 2 maanden oude baby ging mee, een schoenmaker, een 65-jarige. "Sommigen vroegen om rozenkransen". Er ontstond paniek, er heerste wanhoop. Families werden uit elkaar gerukt. De slaven werden getransporteerd naar gebied met een veel hardvochtiger, ziekmakend klimaat.Volgens The Washington Post bracht de verkoop van de slaven 115.000 dollar op, omgerekend naar vandaag 3 miljoen euro (3,3 miljoen dollar), en ongeveer 500.000 dollar daarvan (in huidige termen) volstond om de noodlijdende universiteit boven water te houden. Georgetown University bestaat tot vandaag, al wordt ze niet langer door jezuïeten bestuurd.De episode was bekend maar grotendeels uit het oog verloren tot het bestuur van de universiteit, gealarmeerd door acties van studenten tegen naar slaveneigenaars genoemde gebouwen, besliste de zaak uit te spitten, en bijvoorbeeld de nazaten van de toenmalige slaven op te sporen. De rector van de universiteit maakte donderdag officiële verontschuldigingen over, en de universiteit heeft beslist dat er speciale tegemoetkomingen zullen zijn voor nazaten van slaven. Die krijgen makkelijker toegang tot de anders heel kieskeurige en dure onderwijsinstelling, vergelijkbaar met de tegemoetkoming aan familieleden van werknemers. En de gebouwen die genoemd zijn naar de jezuïeten die de verkoop van 1838 regelden, Thomas F. Mulledy en William McSherry, krijgen een andere naam. Het ene krijgt de naam Isaac Hall, naar een van de destijds verkochte slaven. Het andere krijgt de naam van Anne Marie Becraft, een vrouw die in de 19de eeuw in Washington een school opende voor zwarte meisjes. Er komt ook een monument, er wordt verder onderzoek verricht en er wordt met de nazaten gesproken over verdere stappen.De bekende auteur Ta-Nehisi Coates loofde de maatregelen van de universiteit als een weliswaar voorzichtige vorm van herstelbetaling voor slavernij.