In Glasgow proberen aarzelende wereldleiders momenteel sterkere ambities en afspraken op papier te zetten over de aanpak van de zeer dwingende klimaatproblematiek. Als verantwoording voor die aarzeling verwijzen ze vaak impliciet of expliciet naar een gebrek aan publiek draagvlak voor ingrijpende maatregelen of de dreiging van een electorale afstraffing. Dit excuus snijt geen hout, tonen we in een nieuwe onderzoeksnota van Denktank Minerva op basis van gegevens uit de vorige maand vrijgegeven Eurobarometer-bevraging.

Klimaat als mondiaal probleem

De cijfers uit deze EU-brede bevraging tonen allereerst een breed en sterk besef van de urgentie van klimaatverandering. Wanneer men Europeanen vraagt om uit een lijst van mondiale problemen dé grootste uitdaging te selecteren, dan komt klimaatverandering op de eerste plaats. Wereldproblemen lenen zich niet tot populariteitspolls, maar het is sprekend dat 17,5% van de Europeanen de klimaatproblematiek met stip van boven plaatst, tegenover bijvoorbeeld 3,9% à 4,4% als het gaat om internationale terreur of gewapende conflicten.

Geen draagvlak voor klimaatmaatregelen? Dat excuus snijdt geen hout.

Het aandeel van Europeanen dat klimaatverandering als hét mondiaal probleem aanwijst, verschilt wel naar zowel de socioeconomische situatie van de lidstaat, als de eigen socioeconomische positie. In minder welvarende landen komen wereldproblemen zoals armoede, de verspreiding van covid-19, of de algemene economische situatie meer op de eerste plaats terecht. En waneer Europeanen een lagere sociale klasse-positie hebben, meer problemen met rekeningen betalen, of een kortere scholing, dan selecteren ze ook opvallend minder klimaatverandering als hét wereldprobleem.

Meer problemen dan klimaat

Cruciaal is echter dat deze verschillen naar socioeconomische positie verdwijnen wanneer men de ernst van het klimaatprobleem niet hoeft af te wegen tegenover andere maatschappelijke problemen. Wanneer men niet vraagt om te rangschikken, maar om te beoordelen hoe problematisch klimaatverandering op zich is op een schaal van 1 ("helemaal geen serieus probleem") tot 10 ("een extreem serieus probleem"), dan geeft de helft van de Europeanen het een 7 of meer op 10. En dit over lidstaten, sociale klassen, en leeftijdsgroepen heen. Zowel de universitair geschoolde Zweedse middenklasser , als de kort geschoolde Poolse arbeider beoordelen klimaatverandering als een extreem serieus probleem - alleen dient de tweede in het huidig zeer ongelijk socioeconomisch systeem nog van wat meer zaken wakker te liggen.

Deze vaststelling benadrukt opnieuw het enorme belang van een socioeconomisch rechtvaardige transitie. Dit zien we ook als het gaat om wat men aan de klimaatproblematiek dient te doen. In het publieke en politieke debat over het klimaatprobleem ligt namelijk de nadruk vaak op individueel (consumptie)gedrag. Iedereen zou zijn steentje moeten bijdragen, door te isoleren, minder vlees te eten, andere vervoerswijzen te kiezen of een elektrische auto aan te schaffen, etc. De overheid kan zulke individuele, milieubewuste consumptiekeuzes (fiscaal) belonen en vervuilend gedrag afstraffen. Meer dan de helft (63,8%) van de Europeanen geeft aan minstens één keer zo'n keuze te hebben gemaakt in de afgelopen zes maanden.

Voorrecht van hogere sociale klassen

Dat percentage klinkt behoorlijk, maar de onderliggende cijfers stemmen weinig hoopvol. Slechts een paar vormen van individueel (consumptie)gedrag komt breed verspreid voor - enkel afval scheiden (op veel plekken geen keuze maar een verplichting) en minder wegwerpproducten gebruiken is iets wat meer dan de helft van de Europeanen doet. Alle andere bevraagde vormen van individueel gedrag komen minder tot verwaarloosbaar voor.

Dit zou een call-to-action kunnen zijn om zulk gedrag nóg sterker aan te moedigen of te ondersteunen, was het niet voor de enorm sterke sociale klasseverschillen in élke vorm van bevraagd individueel ecologisch (consumptie)gedrag. Europeanen uit de hogere klasse of de hogere middeklasse stellen zulk gedrag twee tot vijf keer vaker dan Europeanen uit de arbeidersklasse, of het nu gaat om afval sorteren of een Tesla aankopen.

Klimaatbeleid dat blijft hameren op individueel consumptiegedrag riskeert dus zowel opwaartse herverdelingseffecten, als het schaden van het bestaande brede draagvlak voor klimaatactie door het impliciet viseren van diegenen die structureel minder de mogelijkheid hebben om zulke gedragsaanpassingen te maken. Maar als men voor de oplossingen van de klimaatproblematiek niet primair richting individueel consumptiegedrag moet kijken, naar wie dan wel?

Overheid doet te weinig

De meerderheid van de Europeanen geeft aan dat de nationale overheid, de Europese Unie, en de bedrijven en industrie bij uitstek de verantwoordelijken zijn om de klimaatproblematiek aan te pakken. En wanneer bevraagd over hun nationale overheid, stelt maar liefst drie op vier Europeanen dat deze niet genoeg doet om de klimaatproblematiek aan te pakken. Dit hard oordeel verschilt nauwelijks naar leeftijd: zo geeft onder zowel de 15 tot 24 jarigen, als onder de 55-plussers drie op vier van de Belgen aan dat de overheid onvoldoende doet. Het ontkracht het beeld dat het alleen of vooral de zogenaamd "radicale", klimaatstakende jongeren zijn die een doortastend klimaatbeleid eisen.

Indien Europese overheden zoals de meerderheid van hun bugers vraagt effectief méér willen doen qua klimaatactie, zien we dat er brede steun is voor structurele ingrepen op vlak financering(sverschuivingen). Een zeer sterke meerderheid (80,1%) van de Europenen vindt dat er meer publieke steun moet komen voor de transitie naar groene energie, zelfs als dat een afbouw van steun voor fossiel energiebronnen betekent. Ook als het gaat over de middelen uit het Europees corona-herstelfonds, verkiest 75% van de Europeanen investeren in de omslag naar een nieuwe, groene economie. Burgers begrijpen dat zulke investeringen zichzelf terugbetalen: drie op vier van de Europeanen is akkoord met de stelling dat de kost van de schade die klimaatverandering aanricht vele malen hoger ligt dan de investeringenskost in een groene transitie.

Samengevat schetst de bevraging van Europese burgers een vrij helder verhaal. Anders dan wat politieke leiders ons doen geloven, bestaat er sterk besef van de klimaarurgentie, èn steun voor een meer doortastend klimaatbeleid, over lands-, leeftijds- en sociale klassegrenzen. Een grote meerderheid van de Europeanen staat achter structurele, collectieve maatregelen zoals het versterken en verschuiven van publieke investeringen. Een beleid dat financiële prikkels inzet om milieubewust consumptiebedrag te stimuleren, bereid hogere sociale klassen met overheidssteun voor op de toekomst, en houdt kwetsbare groepen gevangen in een steeds duurder, vervuilend consumptiepatroon. Precies daar liggen kansen voor klimaatontkenners en politieke bewegingen die een klimaatoplossing ondermijnen, en dreigt het riciso van tanend draagvlak, dat politici nu onterecht afremt.

In Glasgow proberen aarzelende wereldleiders momenteel sterkere ambities en afspraken op papier te zetten over de aanpak van de zeer dwingende klimaatproblematiek. Als verantwoording voor die aarzeling verwijzen ze vaak impliciet of expliciet naar een gebrek aan publiek draagvlak voor ingrijpende maatregelen of de dreiging van een electorale afstraffing. Dit excuus snijt geen hout, tonen we in een nieuwe onderzoeksnota van Denktank Minerva op basis van gegevens uit de vorige maand vrijgegeven Eurobarometer-bevraging.De cijfers uit deze EU-brede bevraging tonen allereerst een breed en sterk besef van de urgentie van klimaatverandering. Wanneer men Europeanen vraagt om uit een lijst van mondiale problemen dé grootste uitdaging te selecteren, dan komt klimaatverandering op de eerste plaats. Wereldproblemen lenen zich niet tot populariteitspolls, maar het is sprekend dat 17,5% van de Europeanen de klimaatproblematiek met stip van boven plaatst, tegenover bijvoorbeeld 3,9% à 4,4% als het gaat om internationale terreur of gewapende conflicten.Het aandeel van Europeanen dat klimaatverandering als hét mondiaal probleem aanwijst, verschilt wel naar zowel de socioeconomische situatie van de lidstaat, als de eigen socioeconomische positie. In minder welvarende landen komen wereldproblemen zoals armoede, de verspreiding van covid-19, of de algemene economische situatie meer op de eerste plaats terecht. En waneer Europeanen een lagere sociale klasse-positie hebben, meer problemen met rekeningen betalen, of een kortere scholing, dan selecteren ze ook opvallend minder klimaatverandering als hét wereldprobleem.Cruciaal is echter dat deze verschillen naar socioeconomische positie verdwijnen wanneer men de ernst van het klimaatprobleem niet hoeft af te wegen tegenover andere maatschappelijke problemen. Wanneer men niet vraagt om te rangschikken, maar om te beoordelen hoe problematisch klimaatverandering op zich is op een schaal van 1 ("helemaal geen serieus probleem") tot 10 ("een extreem serieus probleem"), dan geeft de helft van de Europeanen het een 7 of meer op 10. En dit over lidstaten, sociale klassen, en leeftijdsgroepen heen. Zowel de universitair geschoolde Zweedse middenklasser , als de kort geschoolde Poolse arbeider beoordelen klimaatverandering als een extreem serieus probleem - alleen dient de tweede in het huidig zeer ongelijk socioeconomisch systeem nog van wat meer zaken wakker te liggen.Deze vaststelling benadrukt opnieuw het enorme belang van een socioeconomisch rechtvaardige transitie. Dit zien we ook als het gaat om wat men aan de klimaatproblematiek dient te doen. In het publieke en politieke debat over het klimaatprobleem ligt namelijk de nadruk vaak op individueel (consumptie)gedrag. Iedereen zou zijn steentje moeten bijdragen, door te isoleren, minder vlees te eten, andere vervoerswijzen te kiezen of een elektrische auto aan te schaffen, etc. De overheid kan zulke individuele, milieubewuste consumptiekeuzes (fiscaal) belonen en vervuilend gedrag afstraffen. Meer dan de helft (63,8%) van de Europeanen geeft aan minstens één keer zo'n keuze te hebben gemaakt in de afgelopen zes maanden.Dat percentage klinkt behoorlijk, maar de onderliggende cijfers stemmen weinig hoopvol. Slechts een paar vormen van individueel (consumptie)gedrag komt breed verspreid voor - enkel afval scheiden (op veel plekken geen keuze maar een verplichting) en minder wegwerpproducten gebruiken is iets wat meer dan de helft van de Europeanen doet. Alle andere bevraagde vormen van individueel gedrag komen minder tot verwaarloosbaar voor. Dit zou een call-to-action kunnen zijn om zulk gedrag nóg sterker aan te moedigen of te ondersteunen, was het niet voor de enorm sterke sociale klasseverschillen in élke vorm van bevraagd individueel ecologisch (consumptie)gedrag. Europeanen uit de hogere klasse of de hogere middeklasse stellen zulk gedrag twee tot vijf keer vaker dan Europeanen uit de arbeidersklasse, of het nu gaat om afval sorteren of een Tesla aankopen. Klimaatbeleid dat blijft hameren op individueel consumptiegedrag riskeert dus zowel opwaartse herverdelingseffecten, als het schaden van het bestaande brede draagvlak voor klimaatactie door het impliciet viseren van diegenen die structureel minder de mogelijkheid hebben om zulke gedragsaanpassingen te maken. Maar als men voor de oplossingen van de klimaatproblematiek niet primair richting individueel consumptiegedrag moet kijken, naar wie dan wel?De meerderheid van de Europeanen geeft aan dat de nationale overheid, de Europese Unie, en de bedrijven en industrie bij uitstek de verantwoordelijken zijn om de klimaatproblematiek aan te pakken. En wanneer bevraagd over hun nationale overheid, stelt maar liefst drie op vier Europeanen dat deze niet genoeg doet om de klimaatproblematiek aan te pakken. Dit hard oordeel verschilt nauwelijks naar leeftijd: zo geeft onder zowel de 15 tot 24 jarigen, als onder de 55-plussers drie op vier van de Belgen aan dat de overheid onvoldoende doet. Het ontkracht het beeld dat het alleen of vooral de zogenaamd "radicale", klimaatstakende jongeren zijn die een doortastend klimaatbeleid eisen.Indien Europese overheden zoals de meerderheid van hun bugers vraagt effectief méér willen doen qua klimaatactie, zien we dat er brede steun is voor structurele ingrepen op vlak financering(sverschuivingen). Een zeer sterke meerderheid (80,1%) van de Europenen vindt dat er meer publieke steun moet komen voor de transitie naar groene energie, zelfs als dat een afbouw van steun voor fossiel energiebronnen betekent. Ook als het gaat over de middelen uit het Europees corona-herstelfonds, verkiest 75% van de Europeanen investeren in de omslag naar een nieuwe, groene economie. Burgers begrijpen dat zulke investeringen zichzelf terugbetalen: drie op vier van de Europeanen is akkoord met de stelling dat de kost van de schade die klimaatverandering aanricht vele malen hoger ligt dan de investeringenskost in een groene transitie.Samengevat schetst de bevraging van Europese burgers een vrij helder verhaal. Anders dan wat politieke leiders ons doen geloven, bestaat er sterk besef van de klimaarurgentie, èn steun voor een meer doortastend klimaatbeleid, over lands-, leeftijds- en sociale klassegrenzen. Een grote meerderheid van de Europeanen staat achter structurele, collectieve maatregelen zoals het versterken en verschuiven van publieke investeringen. Een beleid dat financiële prikkels inzet om milieubewust consumptiebedrag te stimuleren, bereid hogere sociale klassen met overheidssteun voor op de toekomst, en houdt kwetsbare groepen gevangen in een steeds duurder, vervuilend consumptiepatroon. Precies daar liggen kansen voor klimaatontkenners en politieke bewegingen die een klimaatoplossing ondermijnen, en dreigt het riciso van tanend draagvlak, dat politici nu onterecht afremt.