‘Nog altijd zitten er Russen verscholen in onze stad’: Cherson na de bezetting

© National

Acht maanden lang was de Oekraïense stad Cherson bezet door het Russische leger. Knack sprak met bewoners over verzet, collaboratie en de kracht van een opgestoken duim.

Een reportage van Johannes Decat en Emiel Vandenabeele vanuit Cherson.

De zachte ochtend wordt doorbroken door scherp gefluit, dan een knal. We zoeken dekking in een koffiehuis. Naast ons zit Dasja, een journaliste van 21. Ze draagt een kogelvrij vest en zuigt zenuwachtig aan haar elektronische sigaret. ‘Ik vrees dat ik verslaafd ben geworden aan de adrenaline’, zegt ze. Waarna alweer dat gierende geluid van inslaand artillerievuur.

Aan de andere kant van het raam zit een oude man op een bankje in de lentezon. Kom naar binnen, gebaren we, maar hij wuift onze uitnodiging weg, alsof hij wil zeggen: ‘Wat stellen jullie je toch aan voor een paar mortiertjes?’

De inwoners van Cherson zijn al wat gewoon. Beschietingen en bombardementen zijn hier aan de orde van de dag. Een half jaar geleden dreef het Oekraïense leger de Russen terug naar de overkant van de Dnipro. Sindsdien ligt Cherson op de frontlinie. Maar wat ons triggert, is de periode vóór de bevrijding. Acht maanden lang zwaaiden Russische militairen hier de plak. De inwoners moesten een keuze maken: collaboreren, verzet bieden of zich gedeisd houden. Geen van die opties was vrijblijvend.

In dit café aan het front komt elke ochtend een bonte mengeling van humanitaire hulpverleners, burgeractivisten en journalisten samen. Dag na dag luisteren we er naar de stamgasten met hun verhalen over de dilemma’s van de oorlog, die tot op vandaag sporen nalaten.

Overlopers

‘Een dode en zes gewonden.’ Dasja toont ons het telegrambericht met de trieste balans van de aanval van vanmorgen. De verdere details passeren in een waas voor onze ogen. Het zou gaan om twee 120 millimetermortieren. De laatste sloeg in op de markt, in volle spits, zo’n 300 meter verderop.

Dasja is voor eerst terug in Cherson sinds ze de stad van haar jeugd ontvluchtte. ‘Sinds de annexatie van de Krim in 2014 had ik al nachtmerries over de Russen die zouden komen’, zegt ze. Op 2 maart 2022 werd die nachtmerrie voor haar en zo’n 300.000 stadsgenoten werkelijkheid. Russische tanks reden ribbels in de straten van Cherson, soldaten plantten een wit-blauw-rode vlag boven op het stadhuis. Ze zouden acht maanden blijven, tot 11 november. Eén dag voor de inname van de stad besloot Dasja te vluchten.

‘Er was nauwelijks werk’, vertelt ze. Wie voor de invasie in de publieke sector werkte, stond voor het dilemma: ontslag nemen of blijven werken onder Russisch gezag. Sommigen zwichtten voor de hogere lonen die de Russen betaalden, maar anderen waren ook echt gewonnen voor het Russische verhaal. ‘Er was een leerkracht geschiedenis in de middelbare school die er vreemde ideeën opna hield’, zegt Dasja. ‘Hij had in Sint-Petersburg gestudeerd en verkondigde oerconservatieve ideeën over gender en de lgbtq+-rechten. Hij wilde Oekraïense boeken op de zwarte lijst zetten. Op school was hij een outsider, maar toen de Russen kwamen is hij als propagandajournalist voor hen gaan werken. Net voor de bevrijding van Cherson is hij naar Rusland gevlucht. Ik neem aan dat hij nu gelukkig is.’

© National

Dasja trok vlak voor de inname van haar stad naar het noordoostelijke Charkiv, waar ze eerder al stage had gelopen als journaliste. Ze had het nooit van zichzelf verwacht, maar ze ontpopte zich er als oorlogsjournaliste. Haar moeder en dementerende grootmoeder bleven achter. Ze stuurde hen regelmatig geld op. ‘Tijdens de bezetting waren de voedselprijzen in Cherson hallucinant’, zegt ze. Op een dag vroeg mijn moeder me om 1000 hryvnia (ongeveer 25 euro, nvdr) over te maken voor een pak koffie. Normaal kost zo’n pak in de winkel minder dan een derde daarvan.’

Ze groeide op in een driegeslacht, met een afwezige Russische vader. Moeder is een kind van het Oekraïne van na de val van de USSR. Ze studeerde biochemie, en opende later een eigen lingeriewinkel. Grootmoeder Halina is een product van het Sovjettijdperk. Ze groeide op in een kolchoz, een collectieve staatsboerderij. ‘Ze leefde in grote armoede, en ging maar tot haar twaalfde naar school’, zegt Dasja. ‘Oma snapt weinig van de situatie in het land. Toen een raket insloeg op de tweede verdieping van haar appartementsgebouw, bleef ze rustig doorslapen in haar bed op de vijfde verdieping. “Waarom heb je me wakker gemaakt?” snauwde ze de buurman die haar kwam redden toe. (zwijgt even) Maar de stress van de bombardementen heeft haar alzheimer duidelijk erger gemaakt. Toen ik na drie maanden weer thuiskwam, verstopte ze zich. Ze dacht dat ik een inbreker was.’

‘Onder het puin van het schooltje liggen Russen te rotten.’
‘Onder het puin van het schooltje liggen Russen te rotten.’ © National

Net zoals veel Oost-Oekraïners heeft Dasja vrienden en familie in Rusland. Een jeugdvriendin vluchtte tijdens de bezetting samen met haar echtgenoot naar Rusland. Sindsdien verloopt de communicatie tussen de twee vriendinnen stroef. ‘We praten alleen over puur praktische zaken, zoals de begrafenis van mijn vader in december vorig jaar. Over politiek wil ik niet beginnen. Mijn vriendin en haar man zijn gebrainwasht door de Russische propaganda. Dat neem ik hen ongelooflijk kwalijk.’

Sluipschutters

De bel van het café rinkelt. Een bulldog komt blaffend de kamer binnen, gevolgd door een breed grijnzende man. ‘Ik heb nog niet ontbeten en ik heb me al op de grond moeten gooien.’ Hij was in de buurt van de markt toen hij gebombardeerd werd, zegt hij. Tegen de barman: ‘Filterkoffie, Colombian blend.’ Hij zijgt neer op een barkruk. Schudt ons de hand. Stelt zich voor als Nikolai*, gewezen zeeman, humanitaire hulpverlener, koffiefanaat, stevig roker, partizaan. ‘Heb je een sigaret voor me?’

Zijn telefoon is met zijn hand vergroeid. Om de zoveel tijd rinkelt die, gevolgd door een kort gesprek, soms doorspekt met Russische scheldwoorden. Zoals in de meeste steden in Oost-Oekraïne is Russisch hier de belangrijkste voertaal. Nikolai houdt zich bezig met de logistieke kant van hulpverlening. Donoren van over de hele wereld sturen levensnoodzakelijke spullen op naar de bevrijde stad, maar die moeten ook op hun bestemming raken. ‘Twintig elektrische lampjes? Waar? Voor Antonivka? Geef me een uurtje.’

‘Jullie hebben een auto? Kunnen jullie me een lift geven?’ Een half uur later moeten we bukken wanneer we met ons Volkswagenbusje onder de opgeblazen Antonivka-brug doorrijden. ‘Gas geven’, zegt Nikolai. Sluipschutters kunnen tot op 2 kilometer raak schieten. Een week later zal aan de pijlers van diezelfde brug de Oekraïense journalist Bohdan Bitik gedood worden door een Russische sniper.

Onderweg pikken we Vasili op, instructeur in mixed martial arts. Zijn bokszaal is enkele maanden geleden geraakt door een mortier. ‘We zijn nog altijd op zoek naar een nieuwe locatie’, zegt Nikolai. De elektrische lampjes zijn voor hem: zijn dorp zit al maanden zonder elektriciteit. Nikolai haalt een overdrachtsdocument boven. ‘Hier tekenen.’ Tegen ons: ‘Transparantie is belangrijk. We moeten onze donoren duidelijkheid bieden.’ Vasili zal ervoor zorgen dat de elektrische lampen bij de juiste mensen terechtkomen. ‘Logistiek is de grootste uitdaging voor de hulpverlening’, vertelt Nikolai op de terugweg.

Dat wordt ook duidelijk op onze volgende bestemming: Alexandrivka. Dat dorpje ligt in de rode zone, een militair gebied waar je als journalist niet zonder accreditatie binnenkomt, maar wel als humanitaire hulpverlener. Alexandrivka was vroeger een dorp van vissers en boeren, maar is nu grotendeels platgebombardeerd. Hier werd hevig gevochten bij de Oekraïense herovering van de provincie Cherson. De schade is enorm.

Dorpen in rode zones, zoals Alexandrivka, raken snel geïsoleerd. Humanitaire hulp komt er maar moeizaam door. We ontmoeten er Andrei, een jongen van 16. Later wil hij het leger in, zegt hij. Hij gaat langs bij mensen thuis en lijst op wat ze nodig hebben. Vooral bouwmateriaal, generatoren en auto’s om de goederen te vervoeren, zo blijkt. In kleine dorpjes zoals dit valt de humanitaire hulpverlening vaak terug op mensen zoals Andrei, die zich over de overblijvende, vaak oude inwoners ontfermen. Hij neemt ons mee naar zijn oude school, die volledig in puin ligt. Opvallend zijn de vele Sovjetmonumenten in de stad. Tussen de kapotte gebouwen staan standbeelden die de overwinningen op nazi- Duitsland herdenken. Op de gevel van het kapotgeschoten schooltje prijkt een gigantische Sovjetmozaïek. Onder de brokstukken van dat schooltje liggen volgens Andrei nu Russische lijken te rotten. ‘We kunnen er niet bij omdat ergens in het hart van het gebouw, onder de brokstukken, nog een niet-ontplofte raket ligt.’

© National

Digitaal verzet

Als snel wordt duidelijk dat Nikolai meer is dan humanitair hulpverlener. Tijdens de bezetting voegde hij zich bij het geheime Oekraïense partizanenleger. Vanuit een achterkamer van de koffieshop van een vriend deed hij aan ‘digitaal verzet’. Onder de neus van de Russen, die er vaste klant waren. Als informant voor het verzet bezocht hij de chique etablissementen om er hooggeplaatste Russen te identificeren. ‘Ik ging voor de grote jongens.’

Hij gaf informatie door over hun routines. Waar ze aten en op welke dagen. Hoelang ze bleven tafelen. Af en toe werd er zo iemand ‘uitgeschakeld’. De bezetters leken niets door te hebben. Dankzij zijn natuurlijke flair bewoog Nikolai zich vlotjes in hun kringen. ‘The funny guy’, zo noemden ze hem.

‘Ik probeerde niet zelf te doden, maar soms was het onvermijdelijk’, geeft hij toe. Op een dag kwam hij oog in oog te staan met een Russische soldaat die bij de bevrijding van Cherson de Dnipro probeerde over te steken. ‘Hij richtte zijn geweer op me en ik viel hem aan met een steen. Hij viel bewusteloos in het water en ik deed niets. Later heb ik hem uit het water getrokken en zijn geweer en uitrusting meegenomen.’

De Russen zijn weg, maar Nikolai zet het verzetswerk voort. ‘De oorlog is nog niet voorbij’, bezweert hij. ‘Er zitten nog altijd Russen verscholen in onze stad.’

Gele lintjes

Ook Vika was lid van het verzet. We ontmoetten haar eerst in de koffieshop en mogen later bij haar thuis langs, terwijl ze samen met een vriendin een camouflagenet weeft voor het Oekraïense leger. In een vorig leven was ze commercieel fotografe, maar tijdens de bezetting nam ze een ander soort foto’s. Net als zo’n 75.000 anderen was ze lid van de telegramgroep ‘Cherson non-fakes’. Het kanaal werd een platform voor de digitale partizanen van de stad. De beheerder verstuurt en ontvangt informatie van burgers, zoals foto’s van locaties of situaties. Ook de vijand kon op dat publieke kanaal. ‘Op een dag postte ik een bericht’, herinnert Nikolai zich, die ook lid is van de groep. ‘Enkele Russen hielden een feestje in de Skandovskastraat. Ik postte de precieze coördinaten en schreef: “Als jullie de muziek niet uitzetten, sturen we een raket op jullie af.”’

© National

Verzet zit soms in kleine dingen. ‘Ik zat eens op de bus, en stak mijn middenvinger op naar een Russische vlag’, zegt Vita. ‘Een oude vrouw had het gezien, en ze stak subtiel haar duim op in haar schoot. Zulke kleine, dagelijkse signalen geven me telkens weer de kracht om door te gaan.’ Ze was ook lid van de Gele Lintjesbeweging. Je ziet ze hier nog altijd hangen: gele lintjes rond bomen, vastgeknoopt door gewone mensen zoals zij. Acht maanden lang waren ze voor de weerspannige inwoners van Cherson een teken van stil verzet tegen de Russische bezetting.

‘Het was een donkere periode’, geeft Nikolai toe. ‘De Russen drukten elke vorm van verzet de kop in. Om dan zo’n geel lintje op straat tegen te komen, het door je vingers te laten glijden… Je voelt meteen euforie opkomen. Iemand anders heeft dit lintje hier opgehangen. Ik sta er niet alleen voor. De Oekraïense geest leeft nog!’

Folteringen

Vika kwam in de problemen door haar verzet. ‘Ik werkte als vrijwilliger in een centrum dat humanitaire hulp bood aan slachtoffers van de oorlog, samen met mijn moeder. Iemand daar moet me verklikt hebben, want ineens stonden de Russen aan de poort. Ik werd meegenomen naar een kelder in Bilozerka (een dorp op een half uur rijden van Cherson, nvdr).’ Haar moeder werd diezelfde dag nog vrijgelaten, maar Vika werd 24 dagen vastgehouden. Ze doorzochten haar huis en vonden er gele lintjes en ander patriottisch materiaal, waaronder een zelfgemaakt postkaartje met een illustratie van Himar-raketten die op een Russische stelling vallen, met daaronder het opschrift: ‘Doe een wens, dromen komen uit.’ In de daaropvolgende dagen werd Vika gefolterd en ondervraagd, maar ze loste geen woord. Ze kreeg meermaals stroomstoten toegediend en werd geslagen. ‘Op een bepaald moment duurde de elektrische foltering zo lang dat ik dacht dat ik het niet zou overleven.’

© National

Uiteindelijk werden Vika en vier medegevangenen vrijgelaten, net voor de bevrijding van Cherson door het Oekraïense leger. Ze haalt de tastbare herinneringen van die dagen boven. De bebloede pantoffels waarmee ze naar huis stapte. De jutezak die over haar hoofd werd getrokken telkens als ze gefolterd werd. Een foto op haar telefoon van een vinger zonder nagel – die had ze kapotgeknepen tijdens de martelingen.

Haar beulen waren separatisten uit de Donbasregio in Oost-Oekraïne. Ze wil gerechtigheid. ‘Ik wil niet dat ze gewoon sterven’, zegt ze. ‘Ik wil dat ze even erg lijden als ik. Ik wil dat ze op hun knieën “Glorie voor Oekraïne” voor me roepen.’

‘En ik zou hun knieën kapotschieten’, voegt Nikolai er vanuit een strandstoel aan toe.

Daarna zwijgt het gezelschap om naar het gefluit in de verte te luisteren. ‘Dat is het Oekraïense antwoord op de beschietingen van het centrum’, zegt Nikolai. Het duurt zo’n 40 seconden voordat de afgevuurde mortieren de overkant bereiken. Dat betekent dat het Oekraïense leger tot diep in vijandelijk gebied mikt als vergelding voor de dode van vanmorgen.

We rijden terug naar het café aan het front. Dasja zit er nog altijd, ze monteert een video over honden in het Oekraïense leger. Ze klapt haar laptop dicht. Ook haar werk zit erop voor vandaag. De zon zakt weg achter de Sovjetwoonblokken van Cherson. We moeten opschieten: de avondklok gaat hier al om zeven uur in. Kom, nog een laatste jeneverbesthee, terwijl we Nikolai met zijn bulldog van ons weg zien rijden.

* Om veiligheidsredenen is Nikolai een pseudoniem.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos.

'Logistiek is de grootste uitdaging voor de hulpverlening'
‘Logistiek is de grootste uitdaging voor de hulpverlening’ © National
Lees meer over:
Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content