Niet uit liefde, maar uit noodzaak: India en de EU rekenen op elkaar om de mondiale storm te overleven

Commissievoorzitter Ursula von der ­Leyen en premier Narendra Modi. In februari bracht de voltallige Europese Commissie een bezoek aan ­India. © BelgaImage

Nu Donald Trump de ­sloop­hamer hanteert tegen de wereldorde willen India en de EU snel tot een economische en strategische samen­werking komen.

‘Elk dag die komt, zal beter zijn dan de dag van vandaag.’ Het zou een kreet van wanhoop over het ondraaglijke heden kunnen zijn, maar aangezien de uitspraak uit India komt, spreekt hij vooral over het geloof in de toekomst.

Het citaat komt van Deepak Bagla, die het gebruikte toen we hem eind oktober in Delhi spraken over de kansen en vooruitzichten van de Indiase economie. Bagla is directeur van de ATAL Innovation Mission, een overheidsinitiatief dat een cultuur van innovatie wil bewerkstelligen, aan universiteiten en in bedrijven, maar ook in dorpen en onder laaggeschoolden.

Bagla herhaalt, zoals bijna elke politicus, hoge ambtenaar, academicus of ondernemer die ik eind oktober en begin november in India sprak, de mantra die een paar jaar geleden gelanceerd werd door India’s rijkste man, Gautam Adani: ‘India is nu het meest opwindende land dat barst van opportuniteiten. Ons land  deed er na de onafhankelijkheid 58 jaar over om een economie van 1000 miljard dollar op te bouwen. Daarna duurde het 12 jaar om te groeien tot 2000 miljard en daarna 5 jaar om 3000 miljard te halen. Ik verwacht dat we vanaf nu elk anderhalf jaar 1000 miljard toevoegen aan onze economie, zodat we tegen 2047 tussen 25.000 en 30.000 miljard dollar uitkomen.’

Bovendien heeft de economische groei in tien jaar tijd 250 miljoen Indiërs uit de extreme armoede gehaald, voegt Bagla toe. En: ‘In 2047 zal India honderd jaar onafhankelijk zijn. Wij willen dan erkend worden als een ontwikkelde natie.’

‘De EU haalt met haar excessieve regulering alle innovatie onderuit.’

Vitale partner

Het Indiase verhaal van vastberaden ambitie en onstuitbare groei vindt ook in de Brusselse cenakels steeds luider weerklank. Na het opvallende bezoek van de voltallige Europese Commissie aan Delhi, eind februari, stelde de Commissie half september dat ‘India, de grootste democratie en de snelst groeiende grote economie ter wereld, een vitale partner is voor de EU. Met meer dan een miljard mensen in de werkende leeftijd en een bevolking met een gemiddelde leeftijd van 31 jaar zal India tegen 2030 naar verwachting de op twee na grootste economie ter wereld zijn. Het is een snel groeiende productie- en technologiehub: 45 procent van de wereldwijde kenniscentra is in India gevestigd en het land investeert fors in nieuwe technologieën.’

De cijfers liegen er inderdaad niet om. De handel in goederen tussen India en de EU steeg het afgelopen decennium met 90 procent en was in 2024 zo’n 120 miljard euro waard. Dat is nipt groter dan de goederenhandel tussen India en de VS. En dat was voordat de regering-Trump de Indiase import de verpletterende importtarieven van 50 procent oplegde.

De wederzijdse handel in diensten tussen India en de EU is goed voor 60 miljard euro per jaar en de investeringen lopen op tot 135 miljard euro, met 101 miljard Europese investeringen in India en een kleine 35 miljard Indiase investeringen in de EU.

De handel tussen India en België is al jaren voor een groot deel gebouwd op in- en uitvoer van edelstenen en edelmetalen – denk: diamant. Om verschillende redenen kromp die handel, waardoor België aandeel verloor. Maar iedereen rekent erop dat de succesvolle handelsmissie van maart, met meer dan driehonderd ondernemers, academici en beleidsmakers, de handel tussen ons land en India zal versterken en diversifiëren. John Cockerill gaat nauw samenwerken met Indiase defensiebedrijven, de restauratie va de Gandhi Ashram in Ahmedabad gebeurt met de hulp van Belgische bekisters, en Agristo teelt frietaardappelen in India.

© Belga

Vrijhandelsakkoord

De Europese Unie ziet India al sinds 2005 als een ‘strategische partner’. Dat de banden op allerlei vlakken – handel, defensie, multilaterale samenwerking, kennis, migratie, cyberveiligheid – uitdrukkelijk worden aangehaald, heeft alles te maken met de onzekerheid die de wereld anno 2025 regeert. Het is Donald Trump die premier Narendra Modi en Europees Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen in elkaars armen drijft. ‘De EU is de grootste handelspartner van India, en India is de grootste handelspartner van de EU op het zuidelijk halfrond’, stelt het al eerder aangehaalde Europese rapport nog.

Die economische samenwerking heeft nog een enorm groeipotentieel, daar zijn Brussel en Delhi van overtuigd. En dus beloofde zowel Modi als Von der Leyen in februari dat het langverwachte vrijhandelsakkoord tussen India en de EU er zeker dit jaar zou komen. Op dit moment lijkt de kans evenwel klein dat de handelsovereenkomst voor 31 december helemaal rond raakt. Dat zeggen zowel Europese als Indiase experts. Iedereen is het er wel over eens dat er sinds begin maart veel vooruitgang geboekt is in de onderhandelingen die met veel horten en stoten lopen sinds 2007.

Green Deal

Manish Chand, directeur van het Center for Global Indian Insights, wijst erop dat India al sterke economische en politieke relaties onderhoudt met verschillende Europese landen zoals Duitsland, Frankrijk en Italië. ‘India en Europa delen de bezorgdheid over de toenemende invloed van China en over de onvoorspelbare macht van de Verenigde Staten. Daarom is het nu het moment om ook de relatie met de EU als geheel op een hoger niveau te tillen’, stelt hij tijdens een gesprek in Gaziabad, een voorstad van Delhi.

Delhi vraagt meer mogelijkheden voor wettelijke ‘mobiliteit’ – zeg maar: migratie – voor zijn overvloedige jonge talent.

Als ‘nu’ niet 2025 is, dan moet het zeker 2026 worden. Het is intussen een publiek geheim dat Ursula von der Leyen en António Costa, voorzitter van de Europese Raad, uitgenodigd zijn als bijzondere gasten op de viering van Republic Day in Delhi, op 26 januari. Daarmee creëert India vier weken extra onderhandelingsruimte én bevestigt het de bijzondere band die gesmeed wordt tussen de EU en India. Eind januari mogen we dus een handelsakkoord tussen de twee economische grootmachten verwachten. Dat wordt dan in Delhi wellicht plechtig ondertekend in het kader van een India-EU Summit – die ook al een tijdje op de agenda staat.

Maar eerst moeten er dus nog een pak knelpunten weggewerkt worden. De EU wil bijvoorbeeld betere toegang tot de Indiase markt voor haar auto-industrie en voor landbouwproducten. Dat ligt moeilijk voor wijn en whiskey, en zeker voor zuivel lijkt dat onbespreekbaar voor India.

Delhi vraagt dan weer meer mogelijkheden voor wettelijke ‘mobiliteit’ – zeg maar: migratie – voor zijn overvloedige jonge talent, en struikelt over allerlei handelsbelemmeringen die de EU oplegt. Ashwini Vaishnaw, minister van Spoorwegen, Informatie en Media, Elektronica en Informatietechnologie was daar tijdens een gesprek op 31 oktober in Delhi duidelijk over: ‘De EU haalt met haar excessieve regulering alle innovatie onderuit. De hoge gezondheids- en milieustandaarden van de EU zijn in werkelijkheid handelsbarrières die de groei van onze creatieve ondernemers afremmen.’

Manish Chand gelooft dat ook de moeilijke hoofdstukken oplosbaar zijn. Ook in het kader van de European Green Deal ziet hij kansen, bijvoorbeeld door als Europa veel meer mee te investeren in de International Solar Alliance, een initiatief van India. Ziet hij dan geen problemen? Toch wel: ‘Europa zit nog altijd te veel in de predikende modus, waarbij het aan partners als India voorhoudt hoe die met mensenrechten, religieuze vrijheden of minderheden moeten omgaan.’ Maar er is meer dat aangepakt moet worden.

De diamant- en de IT-sector ­spelen een ­belangrijke rol in de handels­relaties tussen België en India. © Sygma via Getty Images

Steen des aanstoots

Sommige gesprekspartners in India verwijzen naar de Europese GDPR als een probleem voor diepgaandere samenwerking op vlak van digitale economie en cyberveiligheid. ‘India heeft een enorme vijver aan digitaal talent, met zeker 650.000 mensen die in honderden start-ups werken aan een veilige cyberomgeving’, zegt Sanjay Bhal, directeur-generaal van het Computer Emergency Response Team India (CERT-In) in Delhi. ‘Daar ligt ook een groot potentieel voor samenwerking met Europa, maar we botsen vaak op de strenge privacyregels van de EU. Blijkbaar is het in Europa belangrijker om de privacy van cybercriminelen te beschermen dan om de veiligheid van de burgers te waarborgen.’

De cybercriminelen over wie Bhal het heeft, zijn trouwens niet enkel schurken die uit zijn op de bankrekeningen van nietsvermoedende burgers, maar ook georganiseerde groepen uit het buitenland die pogingen ondernemen om de publieke opinie te misleiden of te polariseren door nepnieuws te verspreiden, of om het functioneren van instellingen te verstoren.

‘Europa zit nog altijd te veel in de predikende modus, waarbij het aan partners als India voorhoudt hoe die met mensenrechten, religieuze vrijheden of minderheden moeten omgaan.’

Maar dé steen des aanstoots heet CBAM: het Carbon Border Adjustment  Mechanism, waarmee de EU onder andere de opgelegde verduurzaming van de eigen staalproductie beschermt tegen de import van goedkoper, want fossieler geproduceerd staal van buiten de unie. Alles wat met klimaatdoelstellingen en milieunormen te maken heeft, ligt moeilijk voor India. Niet omdat Delhi op de lijn van klimaatontkenners zoals Trump zit – het land heeft al voldoende hernieuwbare elektriciteitscapaciteit geïnstalleerd om de helft van zijn verbruik te dekken –, wel omdat het zijn eigen doelstellingen en stappenplannen wil formuleren, zonder druk of inmenging van buitenaf.

Rudra Kumar Pandey, voorzitter van de Federatie van de Indiase Kamers van Koophandel en Industrie (FICCI), begrijpt de logica van de heffing wel en beseft dat de EU haar CBAM niet zal schrappen om India ter wille te zijn, maar hij hoopt ‘dat de EU bereid is om de toepassing ervan te faseren, zodat Indiase producenten voldoende tijd krijgen om zich aan te passen’. India wijst er trouwens op dat de EU wél bereid is om uitzonderingen toe te staan voor staalproducten uit de VS, en vindt dus dat flexibiliteit en overgangsmaatregelen ook voor Indiase producten mogelijk moeten zijn.

De diamant- en de IT-sector ­spelen een ­belangrijke rol in de handels­relaties tussen België en India. Ook ongeschoolde arbeiders moeten ‘op wettelijke en veilige wijze’ kunnen emigreren naar de EU, vindt de Indiase overheid. © Hindustan Times via Getty Images

Investeren in de toekomst

‘India investeert in betere en meer toekomstgerichte vaardigheden onder zijn grote en jonge bevolking. Dat is uiteraard in het belang van onze nationale economische ontwikkeling, maar door de omvang van onze bevolking én de grote diaspora is die investering ook belangrijk voor de rest van de wereld’, zegt Debashree Mukherjee, die aan het hoofd staat van het ministerie van Vaardigheidsontwikkeling (Skills Development) en Ondernemerschap.

De cijfers die Mukherjee citeert zijn, zoals altijd als ze uit India komen, indrukwekkend: via de diverse initiatieven van het ministerie zijn de afgelopen jaren 56 miljoen jongeren bijgeschoold; 4,4 miljoen jongeren scherpen hun vaardigheden aan via stages in meer dan 53.000 bedrijven en 403.000 jongeren kregen een bijscholing in toekomstgerichte vaardigheden zoals auto-elektronica, hernieuwbare energiebronnen, IT en halfgeleiders.

Alles wat met klimaatdoelstellingen en milieunormen te maken heeft, ligt moeilijk voor India.

Het belang van die bijscholing voor de Indiase economie legt meteen ook de vinger op een zere plek. Terwijl de overheid grote investeringen doet om de tekorten van haar eigen onderwijssysteem weg te werken, grijpen de best geschoolden en meest beloftevolle talenten vaak de kans om in het Westen aan de slag te gaan, waardoor ongetwijfeld groeikansen voor India verloren gaan. De aantallen studenten die in het buitenland een campus zoeken, variëren tussen 300.000 en 600.000 per jaar, en in 2023 studeerden in totaal 1,3 miljoen jonge Indiërs aan buitenlandse universiteiten.

Volgens de Reserve Bank of India was de studie-migratie in 2024 verantwoordelijk voor een gat van 6 miljard dollar in de begroting. Voor ongeschoolde of kortgeschoolde arbeiders ligt dat anders, aangezien hun kansen op een vaste en goedbetaalde baan in India nog veel lager liggen. Maar ook zij moeten, volgens Mukherjee, kunnen migreren ‘op wettelijke en veilige wijze, en met behoud van hun waardigheid’. De bijscholing waarop India inzet moet ook hen een betere onderhandelingspositie en dus betere lonen en arbeidsvoorwaarden opleveren. Benieuwd of de EU bereid is om die vraag met een gul en rechtvaardig voorstel te beantwoorden.

Gie Goris (voormalig hoofdredacteur MO* en auteur van INDIA. De onzichtbare gigant) was eind oktober, begin november in India op uitnodiging van het Indiase ministerie van Buitenlandse Zaken.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise